Wat er ook gebeurt: altijd blijven nadenken

In zijn wereldberoemde afstudeerspeech, zei de komiek en filosoof Tim Minchin het volgende:

“Opinions are like arse-holes, in that everyone has one. There is great wisdom in this, but I would add that opinions differ significantly, in that yours should be constantly and thoroughly examined.”

Tim Minchin


In dit stukje wil ik het graag hebben over kritisch denken. Laatst zei dat ik Facebook graag wilde zien als een plek om het maatschappelijke gesprek te voeren over belangrijke dingen die ons allemaal aangaan. Dat was schattig en ik werd uitgelachen.

Voor de meeste mensen zijn social media een middel om zich te vermaken of om wat persoonlijke kiekjes uit te wisselen met vrienden. En dat is prima.

Er zijn ook mensen die het voor serieuze onderwerpen gebruiken. Soms leidt dit inderdaad tot gesprek. Maar ook heel vaak worden deze media blijkbaar een echoput van het eigen gelijk en worden andere meningen niet als uitdaging gezien, maar als iets wat met alle mogelijke middelen bestreden moet worden. Dat zou ik graag anders zien, zonder daarvoor iedereen te ontvolgen of ontvrienden die de dingen anders ziet of doet dan ik dat zou.

Comment Section. - Imgflip

Leren denken

Al weet ik hoe lang vindt men dat leerlingen vanaf het middelbaar onderwijs kritisch denken aangeleerd zouden moeten worden. Maar wat is het eigenlijk? En waarom flippen veel grote mensen wanneer ze geconfronteerd worden met iemand die daadwerkelijk kritisch denkt?

Bertrand Russell quote: Some people would rather die than think.

Wat is kritisch denken? Nou, in in de eerste plaats vooral moeilijk. Het kost inspanning en vraagt om zelfreflectie, wat niet in het savanne-instinct van de mens ingebakken is. Wat dat wel is, is bij de groep horen. Daarom volgen de meeste mensen liever volgen dan dat ze zelf nadenken.

Kritisch denken is rationeel en onafhankelijk nadenken op zoek naar de waarheid. Dus zonder onderbuikgevoelens je woorden te laten overschreeuwen en zonder je te schikken naar wat de anderen denken. Het betekent dat je na moet denken over de informatie die beschikbaar is om na te gaan klopt. Dat je moet onderzoeken of beweringen van jezelf en van anderen kloppen. Dus ook wat de tv zegt, wat de minister-president zegt en al helemaal wat de minister-president op tv zegt.
Daarbij hoort logisch nadenken (dat is iets meer dan over een premisse of conclusie roepen “dat is toch gewoon logisch!”), bronnen checken en afwegingen maken. En discussies voeren kan hierbij helpen. Het woord discussie heeft een vervelende klank gekregen en betekent vaak zoiets als ruzie. Terwijl een discussie ook een gesprek kan zijn waar twee of meerdere mensen redelijk argumenten tegen elkaar afzetten en uitleggen hoe ze tot hun mening gekomen zijn. Maar in social media lopen discussies niet zelden uit de hand en binnen no time worden de nazi’s erbij gehaald en is iedereen racistisch, een schaap of het anderszins niet meer waard om tegen te praten. Hoe komt dat toch?

Struikelen over het ego

Eén van de redenen is dat, omdat er een publiek is, mensen een tegenstander willen gaan verslaan. Het gaat meer om gelijk willen krijgen dan om (samen) te zoeken naar wat de waarheid nou eigenlijk is.

Dus vaak gaat het meer om het zoeken naar bevestiging voor het ego dan om de waarheid. En een van de dingen die ons ego in de weg staan is het kritisch kijken naar onszelf en onze eigen ideeën en overtuigingen. Niet zo vreemd, want ons ego is grotendeels daarop gebouwd. Wanneer een mens zich begint te realiseren dat een idee waarop diegene zijn beeld van de wereld en/of zichzelf misschien wel eens niet zou kunnen kloppen, dan kan dat de wereld best wel op z’n kop zetten.

Stel, je geloofde altijd dat geld niet gelukkig maakte. Je nam een baan in het onderwijs en accepteerde dat je nooit rijk zou worden en keek neer op die rijke stakkers die geld najagen. Maar als er dan onderzoek gedaan wordt waaruit blijkt dat (statistisch gezien) dit wel degelijk het geval is, dan zet dat wel een deel van je leven en de keuzes die je maakte op losse schroeven. Je zult in elk geval na opnieuw moeten nadenken over geluk, geld en je levenskeuzes.

Of je dacht dat het woord “neger” een prima woord was, dat gewoon neutraal een huidskleur aangeeft. Je ergerde je daarom aan die mensen die de naam van negerzoenen aanvochten schreef koppig op elk doosje zoenen er alsnog “neger” voor. En dan kom je er langzamerhand achter dat de opvattingen over het woord inmiddels toch echt wel veranderd zijn. En dat het inmiddels zo’n beladen woord is dat je het niet kunt gebruiken. Was je nou een racist? Heb je al die tijd lullig gepraat in het bijzijn van zwarte vrienden?

Dit zijn dan nog redelijk eenvoudige voorbeelden, maar stel je voor dat een religieuze overtuiging die je had over het bestaan komt te wankelen.

Dat is beangstigend en mensen proberen dat instinctief vermijden. Het heet cognitieve dissonantie. In de onderstaande comic wordt het uitstekend uitgelegd (gericht aan Amerikanen, maar you’ll get the point).

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is cognitive-dissonance.png

Dit heeft veel te maken met conformation bias. Dit betekent dat we de informatie die op ons afkomt filteren en meer geneigd zijn om de informatie te accepteren die aansluit bij wat we al geloven. In het plaatje rechts, afkomstig uit dit filmpje, zie je hoe we meestal dat deel van de feiten willen aannemen, dat overeen komt met onze overtuigingen. Voor feiten die aan onze bestaande ideeën knagen, zouden we het liefste ons hoofd in het zand steken en hopen dat ze weer weggaan. Om kritisch te denken, moet je alle feiten overwegen – en vooral die die uitdagend zijn voor ons eigen wereldbeeld!

Om een persoonlijk voorbeeld te geven: ik heb een uitgesproken mening over het coronabeleid. Ik heb er een lang en naar mijn idee stevig onderbouwd stuk over geschreven, maar er is één feit, realiseer ik me nu, die ik halfbewust buiten beschouwing gelaten heb: de situatie op de intensive cares. Dit gegeven paste niet in mijn verhaal dat de situatie steeds overdreven werd in de reguliere media. Dit wil niet zeggen dat ik nu ineens met een mond vol tanden sta, mijn hele stuk nu niks meer waard is en het beleid toch wel goed, maar het illustreert denk ik wel hoe makkelijk dit kan gebeuren.

Bubbels

Een extra probleem tegenwoordig is dat we veel van onze informatie van social media halen. En deze zijn met algoritmes zo ingericht dat we vooral alles te zien krijgen wat we toch al geloofden. Het risico is dat je nieuwsfeed verandert in een echokamer en dat we terechtkomen in een bubbel van mensen die hetzelfde denken als jij. Als je je daar niet bewust van bent, krijg je te maken met een ontzettend vertekend beeld van de wereld.

Ik vind dat persoonlijk een rot idee. En ik weet ook echt wel dat de stroom informatie die mij via deze weg bereikt erg gekleurd is en daarom vul ik die aan. Maar ik zie ook dat veel mensen deze eenzijdigheid comfortabel vinden en er juist voor kiezen ervoor om geluiden die hen niet aanstaan te smoren, door mensen die dit zeggen te dempen, ontvolgen of ontvrienden.
Natuurlijk is het prima om social alleen voor leuke entertainment en het onderhouden van contacten te gebruiken. Maar als je het gebruikt om met de rest van de wereld in verbinding te blijven, dan lijkt dit me niet de goede weg.

Are you in a social media bubble? Here's how to tell

Er bestaan bubbels in allerlei soorten en maten. Ik zou ook echt niet in de Wie-is-de-Mol bubbel willen, dus een probleem hoeft het niet te zijn. Maar sommige bubbels zijn meer fundamentalistisch van aard hebben wel maatschappelijke impact. In de complotbubbel gaat men soms wat ver in het kritisch denken. Daar is het kritisch denken zo ver doorgeschoten dat bijna geen enkele uitspraak uit de gevestigde orde nog vertrouwd wordt, terwijl ideeën uit eigen kring vaak als zoete koek geslikt wordt. Maar denk ook aan de social-justice bubbel, waarin er een bepaald wereldbeeld steeds herhaald wordt en nuances woedend bestreden, omdat de eigen ideeën de enige moreel juiste zijn.

Buiten spel zetten

Wat ook heel vaak gebeurt op internet is dat mensen elkaar persoonlijk in de discussie willen diskwalificeren. Om bij de de social justice bubbel te blijven: omdat jij een witte cis man met al je privileges bent, mag je niks mag vinden over bijvoorbeeld discriminatie in de samenleving. Maar ook de complotmensen willen nog wel eens roepen: “slaap lekker verder.” Maar ook los van groepen, kunnen mensen best nog wel eens elkaar de mond proberen te snoeren: “Heb jij hiervoor gestudeerd? Nee? Dan moet je gewoon je mond houden!”
Dit zijn lelijke dooddoeners. Iedereen mag meedoen in het maatschappelijk debat! Je kunt argumenten diskwalificeren door ze te weerleggen met je eigen gefundeerde argumenten. Maar een persoon buiten spel zetten is eigenlijk meer een tactiek om niet geconfronteerd te worden met lastige meningen.

Of je moet hetzelfde gesprek al duizend keer gevoerd hebben en er écht geen zin meer in hebben – in dat geval staat het je ook vrij om de discussie gewoon aan je voorbij te laten gaan. Je hoeft niet je gelijk te halen of die aan anderen opleggen. Je hoeft niet per se een lullige comment te plaatsen als je de ander van zijn of haar ongelijk wilt overtuigen, maar geen zin hebt om moeite te doen om daar argumenten voor te bedenken.

Picard memes: Patrick Stewart's best viral Star Trek moments - CNET
De Captain Picard facepalm. Heerlijk om onder iemands post te knallen. Je hoeft dan geen discussie te voeren, maar je kunt wel laten weten dat de ander het mooi FOUT heeft (en jij niet).

Expertise

Ik heb het hier heel veel gehad over zelf nadenken. Maar dit betekent niet dat alles wat je zelf bedenkt altijd waar is. Kritisch denken vraagt om nederigheid. Dus om te kunnen accepteren dat iemand anders wellicht meer kennis van zaken heeft dan jijzelf.

Het is een enorme frustratie van wetenschappers dat uitspraken die zij doen, vaak op basis van jarenlange studie en onderzoek, op social media worden afgedaan als ook maar een mening.

Moet je dan wetenschappers blind geloven? Nee, natuurlijk niet. Vertrouwen moet verdiend worden, blind vertrouwen is foute boel.

“As soon as we abandon our reason and are content to rely on authority, there is no end to our troubles.”

Bertrand Russell

De wetenschap niet volmaakt. De wetenschap mag als doel hebben om de waarheid te willen zoeken en op een controleerbare manier te werk gaan, maar ook wetenschappers zijn mensen. Bovendien is niet alles te becijferen en te voorspellen.
Wetenschap wordt soms gepolitiseerd. Het schrijven over sommige onderwerpen is academische zelfmoord. Denk hierbij aan dat na de regering van Nixon begin jaren ’70 er een sterk moreel oordeel was tegen drugs (Nixon had niks met de protestgeneratie van hippies) en dat onderzoek doen naar bewustzijn veranderende substanties gelijk werd aan met pek en veren ontslagen worden.
Bovendien moet voor wetenschap betaald worden, en wie betaalt bepaalt soms ook. Er zijn helaas veel voorbeelden van wetenschappers die zich voor het karretje hebben laten spannen van allerlei partijen en bijvoorbeeld niet transparant te werk zijn gegaan of data hebben gemanipuleerd. Ook heeft de wetenschap te maken met voortschrijdend inzicht en kunnen theorieën achterhaald worden als er door bijvoorbeeld nieuwe meettechnieken nieuwe informatie beschikbaar is. En tenslotte zijn domweg niet alle wetenschappers het met elkaar eens. Er is een wetenschappelijk debat waar gediscussieerd wordt – als het goed is.

Dat alles betekent niet dat je zomaar de huidige stand van de wetenschap kunt diskwalificeren, maar dat iedereen zich altijd wel in het achterhoofd bewust is van de onvermijdbare onvolmaaktheid van wetenschap. Maar wees je er tegelijkertijd van bewust dat de wetenschap in veel gevallen onze meest educated guess is die beschikbaar is.
Deze afweging bewust maken is onderdeel van kritisch denken.

Nou is het vaak ook helemaal niet zinvol voor een leek om zich te gaan bemoeien met of de wetenschap het bij het juiste eind heeft. Maar het is wel van groot belang dat wanneer experts conclusies trekken die impact hebben op de samenleving, dat iedereen die daarbij betrokken is er openlijk over moet kunnen spreken. Dat is een onderdeel van burgerschap. Wetenschappers kunnen bijvoorbeeld misschien aardig aantonen dat vaccins veilig zijn en mogelijk goed werken om bepaalde ziektes terug te dringen, maar dat hoeft niet te betekenen dat iedere burger dan ook maar ermee geïnjecteerd zou moeten worden!

In de afweging hoe we als samenleving omgaan met wetenschappelijk onderbouwde bevindingen om moeten gaan moet iedereen dus mee kunnen spreken. Hierbij is het voor deelnemer van belang dat ze gereflecteerd hebben op wat zij belangrijke waarden vinden. Ik persoonlijk, bijvoorbeeld, vind vrijheid een absolute kernwaarde. Ik zie het dan ook als taak van de regering om burgers te beschermen tegen macht, zodat zij altijd over zichzelf zullen kunnen beschikken. Dit weeg ik dan zwaarder dan bijvoorbeeld niemand kwetsen of het bieden van schijnveiligheid. Ben ik dan een islamoloog of viroloog? Nee, maar ik ben een burger met recht van spreken.

Wetenschapsfilosofie was tijdens mijn opleiding niet mijn grootste passie, en deze paragraaf is niet meer dan een lichte aanraking van het onderwerp. Maar het is wel heel relevant geworden in een tijd waar mensen houvast en controle willen, die ze van wetenschap verwachten, waardoor “de wetenschap” vaak boven kritiek (of begrip) verheven wordt. Voor wie hier meer over wil weten, verwijs ik naar het recente gesprek tussen Matthias Desmet en Ad Verbrugge.

Voor de gemiddelde mens is een wetenschapper iemand met een superieure mening. “Het heersende beeld is dat van de expert die beter weet dan jij wat goed is voor jou.” Dit beeld is echter toe aan herziening, aldus Desmet. Met enkele voorbeelden uit de wetenschapsgeschiedenis illustreert hij hoe onzekerheid onlosmakelijk verbonden is geraakt met de complexe werkelijkheid zelf.

Uit de beschrijving van het filmpje op YouTube

Conclusie

In mijn stukje heb ik een aantal dingen beschreven die lastig zijn aan kritisch denken en die vaak mis gaan op internet, met name op social media.

Kritisch denken kost tijd, energie en vergt persoonlijk leiderschap. Om kritisch te kunnen denken moet je jezelf waardig weten om mee te praten en tegelijkertijd nederig genoeg zijn om te aanvaarden dat je ook het mis zou kunnen hebben.

We moeten als samenleving met elkaar praten om tot waarheid en oplossingen te komen. Het zou verstandig zijn om ons bewust te worden van onze kinderachtige neiging om gelijk te willen krijgen en tegenstanders te verpletteren voor de ogen van toeschouwers. We moeten goed en slecht goed onderscheiden van waar en niet waar. We moeten dus opletten anderen niet uit te sluiten van meedoen aan het gesprek omdat we denken dat ze het mis hebben (en dus fout zouden zijn).

Wetenschap kan ons een heleboel kennis en technieken aanreiken. Maar nooit absolute waarheid.

Ik sta voor een vrije samenleving, waar iedereen aangemoedigd wordt om voor zichzelf te denken en van daar uit een onderbouwde bijdrage mag leveren aan het publieke debat.

Carl Jung quote: Thinking is difficult, that's why most people judge.

Vrijheid om te denken, te spreken en mens te zijn

In 2010, nog lang voordat ik zelf kinderen zou krijgen, schreef ik een kinderverhaal. Ik heb het laatst eens opgezocht.

Mijn verhaal ging over een meisje dat iedere dag in het bos was en sprak met de dieren. De mensen in haar dorp begrepen haar verbondenheid met de natuur niet. Zij lieten zich bang maken door geruchten over een monster en stelden hun vertrouwen in een mysterieuze edelman die zij nooit gezien hadden om hen te beschermen. Ze moesten hard werken om de belasting te betalen die hen opgelegd werd om een hoge muur te bouwen die het dorp in de schaduw zette. Het meisje werd “voor haar eigen veiligheid” opgesloten en weggehouden van haar natuur. Maar door een gat in de muur wist ze te ontsnappen en wist uiteindelijk het monster als de edelman te ontmaskeren.

Waarschijnlijk is dit precies het sprookje waarvan een complotdenker anno 2021 zou zou zeggen van: “hé, dat is het verhaal van deze tijd!” Maar ik schreef het tien jaar geleden zonder andere bedoeling dan het schrijven met een verhaal met als verhaal dat je altijd moet blijven vragen stellen en onderzoeken.

Het verhaal zegt veel over hoe ik in het leven sta hierdoor realiseer ik me waarom ik me instinctief verzet heb tegen het coronabeleid. Deze gemedicaliseerde tijd is namelijk ook geen makkelijke voor mensen die in vrijheid verbonden met (hun) natuur willen leven. Niet omdat ze ziekte en dood vrezen, maar omdat hen de keuzevrijheid ontnomen wordt door anderen.

Ik heb in het afgelopen jaar vaak kritiek geuit op het coronabeleid, vaak geprobeerd om het gesprek open te breken. Dat was niet altijd makkelijk en mijn kritiek is niet vrijblijvend geweest. Dat ik dit deed heeft me een heleboel negatieve reacties opgeleverd, roddels, vrienden gekost en collega’s ertoe gezet klachten tegen me in te dienen. Bovendien zijn me vaak, vanwege het wegzetten, automatisch allerlei woorden in de mond gelegd die ik nooit gezegd heb.

Ik ga corona niet ontkennen. Mijn zwager ligt op dit moment in een kunstmatig coma, een collega belandde in het ziekenhuis en een goede vriend is al maanden aan het revalideren. Toch wil ik corona relativeren omdat ik zo bang ben dat de gevolgen van het beleid verschrikkelijk zullen zijn. Ik hoop dat dit inmiddels mag.

Kan een cartoon zijn van tekst
Ik vind niet dat de mensen links de feiten links lieten liggen en die lui rechts alles wel objectief kunnen bekijken, maar ik heb wel gemerkt hoe ze vaak dachten over mensen die niet mee gingen of konden gaan in hetzelfde verhaal.

Toch vind ik dat ik moet blijven spreken. Het is niet dat ik gefrustreerd ben dat ik niet naar festivals kan of op een terrasje wil zitten. Als huismus vond ik de lockdowns harstikke lekker en het lagere tempo van leven beviel me best.

Maar ik denk niet dat het de juiste koers is om een heel aantal redenen. Die wil ik in dit stuk graag allemaal op een rijtje zetten. Dit is maar een blog en geen wetenschappelijk essay, maar ik zal proberen zo goed mogelijk mijn uitspraken te onderbouwen met betrouwbare bronnen.

De Melkweg met wat omringende sterrenstelsels

Stel je voor

Hierboven staat een foto van de Melkweg, ons sterrenstelsel. De Melkweg bestaat uit miljarden sterren, waarvan de zon er eentje is. Op het plaatje kun je dus geen individuele sterren meer zien. De stippen op de achtergrond zijn naburige sterrenstelsels. Hier zijn er eigenlijk ontelbaar van en allemaal bestaan ze uit miljarden sterren.

Op school laat hiervan graag filmpjes zien aan de leerlingen. Om ze een klein beetje besef te geven van de grootsheid van alles wat er is. Een aantal leerlingen kijken dan hun ogen uit. Maar voor de meeste leerlingen, is dit gewoon letterlijk onvoorstelbaar. Die checken uit omdat ze het niet kunnen bevatten. En ik denk dat niet anders is voor grote mensen.

Volgens mij hebben veel mensen beperkt voorstellingsvermogen. Dat bedoel ik niet als verwijt, maar als constatering. Ik denk dat de meeste mensen moeite hebben met het voorstellen van:

  • Hele grote dingen (zoals de ruimte)
  • grote getallen (zoals het aantal sterren, grote hoeveelheden geld of het aantallen micro-organismen dat je continu uitademt)
  • hele kleine dingen (nanometers en virusdeeltjes)
  • dingen ver weg (mensen in landen die we eigenlijk niet op de kaart aan kunnen wijzen)
  • statistiek (risicoafweging)
  • lange termijn (wat de consequenties van keuzes zijn over één of over vier jaar)

En dat is denk ik wel in deze tijd een groot probleem omdat het een juist beleid nog wel eens in de weg kan staan.

Want het coronabeleid in het afgelopen jaar is gebaseerd op wat mensen zich wel kunnen voorstellen: dat jijzelf of iemand waarvan je houdt (het gaat al een jaar over “je oma”) ligt te stikken op een intensive care bed. Beelden hiervan waren dagelijks te zien op televisie. Dat dit eigenlijk statistisch gezien helemaal geen representatief scenario was, konden weinig mensen bij stilstaan.

Vragen of problemen rondom het coronavirus? Deze hulplijnen zijn er | NU -  Het laatste nieuws het eerst op NU.nl
Billboard in een verlaten straat in Amsterdam oefent morele druk uit

Risico overschat

Kijk, natuurlijk kan het gigantisch mis gaan. Ook bij mensen buiten de risicogroepen. Dat kan niemand ontgaan zijn, want dit is breed uitgemeten in de media. Ik ken er zelf ook een paar, zoals ik al schreef. Maar toch wil ik betogen dat we als samenleving de risico’s van infectie overschatten. Ik ken namelijk ook duizend mensen die corona kregen zonder dat ze er iets van gemerkt hebben. Niemand van hen bereikte het nieuws.

Onlangs is berekend dat de IFR (infection fatality rate, de kans dat iemand doodgaat wanneer diegene in aanraking komt met een ziekteverwekker) van COVID-19 0,15% is. Dit is een globale score, dat wil zeggen dat er van alles in mee gewogen is, zoals de beroerde gezondheidszorg in Brazilië, de goede in Nederland en de afwezigheid van oude dikke mensen in armere delen van de wereld. Ik heb begrepen dat zo’n IFR er een is van een hele stevige griep. Dat lijkt nu moeilijk aanvaardbaar omdat Red Teams en anderen al een jaar lang deze vergelijking te vuur en te zwaard bestreden hebben. Niemand mocht dit zeggen. Daarnaast is het zo dat én de dodelijkheid van griep onderschat wordt én corona al meer dan een jaar als verschrikkelijk dodelijke ziekte gepresenteerd is.
Hoe dan ook, deze IFR komt niet in de buurt van de oorspronkelijke inschatting van de WHO, die aan het begin van de uitbraak COVID-19 op hun lijst A van dodelijke ziekten zette, tussen onder andere ebola en gele koorts.

Dit gesprek is denk ik een heel belangrijke geweest. Paul van Liempt spreekt er met internist Evelien Peeters en hoogleraar Besturen van Veiligheid Ira Helsloot, twee academici betrokken bij Herstel NL.

Peeters, oprichter van Artsen Covid Collectief, schreef vorig jaar juni een brandbrief aan de politiek, die door ongeveer 2700 zorgprofessionals ondertekend werd.

Zo iemand als Helsloot had ik in mijn studententijd verschrikkelijk gevonden. Van die brandveiligheidstypes zoals hij zorgden ervoor dat ik mijn was niet op de galerij van mijn studentenflat mocht drogen en dat er nergens posters mochten hangen. Hij vertelt dat hij zelfs nog verder ging door te adviseren een heel studentencomplex te ontruimen omdat de studenten daar niet in harmonie samen wilden/konden leven met het brandalarm. Achteraf reflecteerde hij op zichzelf en realiseerde dat hij alléén maar oog had voor één aspect (brandveiligheid) en al het andere uit het oog verloren had (zoals leefbaarheid). Hij heeft zijn leven gebeterd en pleit daardoor nu al meer dan een jaar voor een bredere aanpak dan alleen maar het voorkomen van dood door corona.

Zelf voelde ik mij lange tijd gefrustreerd dat de coronacrisis het ineens mogelijk maakte om radicale veranderingen door te voeren, die anders altijd tegen werden gehouden door korte termijn economische belangen. Waarom dan niet voor dingen die écht dodelijk en urgent zijn? Klimaatcrisis of slechte voeding- en leefstijl. Of anders het aanpakken van de tabaksindustrie (met 20.000 doden per jaar in Nederland + belasting van de zorg)…

Enfin, beide sprekers relativeren het gevaar dat corona vormt op een volgens mij hele redelijke (en broodnodige manier) Volgens beiden wordt het gevaar dat het COVID-19-virus oplevert door de meeste mensen gigantisch overschat.
Volgens Peeters wordt 80% van de mensen die in aanraking komen met het virus worden gewoon helemaal niet ziek. En dat is dan over de hele linie, want we weten ook welke bevolkingsgroepen meer risico lopen dan anderen. Daarvoor zouden we risicogestuurd beleid kunnen maken. Voor mensen buiten die groepen is COVID nagenoeg ongevaarlijk.

Consequenties onderschat

Waar Helsloot op wijst is dat de maatregelen veel meer kosten dan ze opleveren, uitgedrukt in gezonde levensjaren. Daarvoor moeten we kijken op een iets langere termijn. Deze levensjaren verliezen we door:

  • uitgestelde zorg (er gaan sowieso dagelijks veel meer mensen dood aan kanker en hart- en vaatziekten – meer dan op de slechtste coronadag – en dat aantal werd en wordt heel veel groter doordat de zorg minder goed mocht functioneren)
  • verslechterde volksgezondheid (mensen dwingen thuis te blijven en sportfaciliteiten te sluiten bevordert de volksgezondheid niet),
  • verslechterde geestelijke gezondheid (stress, depressie, suïcide)
  • intense economische crisis (“de economie” is typisch zo’n moeilijk voor te stellen ding. Maar ik vrees dat we aan den lijve zullen gaan ervaren dat economie de som is van menselijke interacties en dus meer dan wat onbegrijpelijke cijfertjes op de beurs. Ik denk dat iedereen wel iemand kent die zijn onderneming heeft moeten sluiten en/of nu in diepe financiële problemen zit met alle gevolgen van dien. Als de economie instort heeft dat invloed op alles. Ook op de (mentale) gezondheid van mensen. En een ingestorte economie zou er nog wel eens toe kunnen leiden dat we de huidige levensstandaard en kwaliteit van zorg niet meer op zullen kunnen brengen. En daarbij houd ik altijd angstvallig in mijn achterhoofd dat het met China en zijn economie wél goed gaat).

Een andere hoogleraar die zich dit in een vroeg stadium wel zich voor kon stellen was Michaëla Schippers. Toen zij constateerde dat de politiek wereldwijd neigde naar een beleid dat alleen maar gericht was op corona, publiceerde een artikel waarin zij berekende wat de kosten zouden gaan zijn van keuzes zoals lockdowns. Bovendien schreef ze brieven naar diverse wereldleiders om hen te waarschuwen voor de consequenties van zulk beleid. Haar waarschuwingen werden in de wind geslagen en bovendien ontving ze net als Helsloot een heleboel haat van het grote publiek.

Wat haar heel erg dreef was dat zij zich realiseerde dat de maatregelen die getroffen werden zouden leiden tot enorme hongernoden en dat er misschien tegen de miljoen mensenlevens die in het Westen gered zouden kunnen worden, er honderden miljoenen in de rest van de wereld in gevaar zouden komen. Dit raakte haar diep. En mij ook. Ik heb er ook eerder al over geschreven: hier.
Maar het is gebleken dat voor de meeste mensen in het Westen de landen en de mensen daarop buiten onze grenzen helaas onvoorstelbaar zijn.

Nadat ze gedaan had wat ze kon om deze crises af te wenden, maar toen ze merkte dat ze een beetje een roepende woestijn aan het worden was, richtte ze haar aandacht op dingen waar ze wél invloed op had. Hier vind je nog een gesprek met haar en Monique de Veth-Konings, een psychiater die de toestand van de geestelijke volksgezondheid uitlicht.

De Kamer heeft om wat voor reden dan ook een motie afgewezen om een kosten-batenanalyse te maken van het beleid, maar het NRC heeft inmiddels een inschatting gemaakt van de kosten in brede zin van een jaar coronabeleid. Persoonlijk vind ik die kosten niet mals en ik denk dat we van tevoren konden weten dat deze zouden komen en andere keuzes hadden moeten maken. En ik reken er eigenlijk op dat deze rekening nog maar het topje van de ijsberg zal zijn.

recession – mackaycartoons
Eigenlijk hebben we veel grotere problemen waar we iets mee moeten

In wat voor wereld willen we onze kinderen laten opgroeien?

Tot nu toe heb ik mijn stukje vooral gebaseerd op de expertise van anderen. Zelf kan ik expertise claimen op het gebied van pedagogie en religiewetenschap. Daarover wil ik de komende twee paragrafen wat kwijt.

Er is natuurlijk al veel gezegd over de sluiting van de scholen. Daarbij is in eerste instantie totaal geen rekening gehouden met kwetsbare kinderen die geen veilige thuissituatie hebben, voor wie school de enige escape was.

Verder is veel van het onderwijs digitaal gegeven. Maar dat is kan echt geen vervanging zijn van echt onderwijs. Al snel werd duidelijk dat er grote leerachterstanden optraden. Ik heb zelf ook de nodige digitale scholing gevolgd in het afgelopen jaar, maar echt veel is er niet van bijgebleven – en dan heb ik me er nog vrijwillig voor opgegeven.
Zelf heb ik ook veel digitale lessen gegeven. Ik vond het best leuk om te doen, daar niet van. Maar wat mij heel erg opviel is dat ik tegen het einde van de tweede lockdown een aantal kwaliteitsonderzoeken heb gehad in mijn digitale lessen, waarin gesteld werd dat ik deze lessen echt goed georganiseerd had. Maar toen ik een tot twee weken later de leerlingen weer in de klas mocht ontvangen bleek dat er werkelijk niets was blijven hangen bij de leerlingen, zelfs geen flauw idee van waar ik het over had.

Recht op onderwijs is een grondrecht, en ik denk dat we dit niet geborgd hebben met de keuzes die gemaakt zijn.

Maar waar ik zelf het diepst door geraakt was, was hoe sommige kinderen thuis geïsoleerd werden na een positieve coronatest. Ik ben dichter bij verhalen gekomen van kinderen die tot wel tien dagen in hun kamer opgesloten werden. Er werd dan eten voor hun deur gezet. Ze mochten er alleen uit voor toilet en douche, die ze in sommige gevallen zelf moesten ontsmetten…

Als ouder vind ik dat ik de verantwoordelijkheid heb er altijd voor ze te zijn, wat de regering ook zegt. Al zouden ze een echt enge ziekte hebben als ebola. Omdat dit me zo raakte en er van overtuigd ben dat het schadelijk voor de kinderen zou zijn om ze te verstoken van nabijheid en aanraking, heb ik zonder namen te noemen wel contact opgenomen met Veilig Thuis. Maar zij gaven aan dat de ouders keurig volgens het nieuwe protocol van de overheid handelden en dat dit dus binnen het nieuwe normaal paste. Ik moet zeggen dat de vrouw die ik sprak het ook moeilijk vond, maar dat we beiden met handen en voeten gebonden waren door het overheidsbeleid. Ik vond het zo erg! En eindeloos frustrerend dat ik niets voor ze kon doen.

En waar ik me zorgen over maak is wat we deze generatie aan het bijbrengen zijn. We zeggen dat we ze leren om rekening met elkaar te houden. Maar volgens mij leren we ze dat je andere mensen op afstand moet houden. Dat je je gezicht moet bedekken. We leren ze om bang te zijn voor andere mensen en zoveel mogelijk thuis te blijven en om gehoorzaam te zijn aan de regering. We laten ze zien dat mensen die anders of – god verhoede – kritisch denken afgefakkeld (moeten) worden. Ik weet niet in hoeverre ze dit (onbewust) oppikken, maar het lijkt me behoorlijk onjuist.

Kan een meme zijn van 3 mensen en de tekst 'CAN YOU STILL RECOGNIZE THE DIFFERENCE? NORMAL @TheFreeThoughtProject NORMALIZED STOP THE SPREAD NORMAL NORMALIZED ATLEAST 6 FEET NORMAL NORMALIZED'
Hoeveel van dit nieuwe normaal zal gaan doorsijpelen in het oude normaal, mocht dat ooit terugkomen?

Religieus fanatisme

Tijdens mijn studie heb ik best wat aandacht besteed aan religieuze bewegingen. Natuurlijk valt er dan iets te zeggen over de vele complottheorieën. In 2015 schreef ik hier al iets over, en benoemde dat het hier te maken heeft met geloof en niet voor niets bestudeerd worden binnen de religiewetenschap.

Maar rondom (de bestrijding van) COVID is ook de nodige religiositeit op te merken:

  • leiders (“de experts”, zoals virologen en Mark Rutte, Hugo de Jonge & Irma Sluis)
  • rituelen (mondkapjes dragen, handen continu desinfecteren, afstand houden van andere mensen, persconferenties kijken)
  • gebouwen (teststraten)
  • een soort messias (het beloofde vaccin)
  • een soort van opperwezen (het voor gewone mensen eigenlijk ondoorgrondelijke “de wetenschap”)
  • een eigen ethiek
  • mythen om beangstigende en onbegrijpelijk zaken aan elkaar uit te leggen

Even gechargeerd is mythe die van het covidisme is dat er een kosmische strijd gaande is tussen de mensheid en het virus. Als de mensen zich maar aan de regels zouden houden, zou de mensheid die strijd kunnen winnen. De meeste mensen zijn goed en doen dat ook. Maar doordat er ook slechte, egoïstische, mensen zijn, die zich niet aan de maatregelen houden, kan het virus toch weer winnen. Gelukkig wordt er door de Wijzen gewerkt aan een vaccin dat alle mensen zal verlossen.

Dit lijkt misschien allemaal wat absurd als ik dit zo zeg, en sommigen zullen het als respectloos opvatten omdat ik met deze vergelijking voorbij ga aan de doden die gevallen zijn, maar er is echt sprake van religiositeit. Het is me dan ook opgevallen dat de overtuiging waarmee het idee dat we als samenleving goed doen aan al deze rituelen, verdedigd wordt met religieus fanatisme. Probeer maar eens om zonder textiel voor je mond een gebouw in te lopen…

Nauwelijks publiek debat

De Vlaamse professor klinische psychologie Matthias Desmet herkende ook dit mechanisme, maar duidde het vanuit de sociologie, als massavorming:

Zoals Gustave Le Bon, een Frans socioloog, rond 1900 al opmerkte, lijkt het effect van massavorming op dat van hypnose. In beide gevallen zuigt een eng verhaal alle aandacht naar zich toe en vernauwt het bewustzijnsveld zich. Vergelijk het met de lichtcirkel van een lamp die inkrimpt en alles wat erbuiten valt in de duisternis laat verdwijnen (zie figuur).

– Matthias Desmet in ‘In de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen’
/

En juist door deze massavorming, dit groepsdenken, vergezeld met fanatisme hebben we als samenleving veel te weinig gesproken over de maatregelen. We hadden echt heel erg veel ellende kunnen voorkomen. Maar iedere vorm van kritiek is fel aangevallen. Door de media, maar ook door de burgers onderling, wat heeft geleid tot een flinke polarisatie. In het grote verhaal, de lijn van de overheid, dat vergeleken met het leven in 2019 en daarvoor echt radicaal te noemen is, gingen de meeste mensen mee. Een minderheid, had het gevoel had dat er iets niet klopte, maar zij werden niet bediend in de reguliere media, waardoor een groot deel van die minderheid zich is gaan verschansen in het eigen gelijk en nog verder van een gedeelde werkelijkheid af. En een verbindend gesprek was vaak niet meer mogelijk. Ook binnen mijn familie is grote verdeeldheid. Ik heb naaste familieleden die ik niet meer zie vanwege hun doodsangst voor mijn kritiek en anderen zitten zo diep in de complotten dat er minder common ground is waarop we ons samen kunnen bevinden.

Alle experts die ik hierboven genoemd heb, hebben bakken met stront en haat over zich heen gekregen. De Vlaamse lector gezondheidswetenschappen Sam Brokken, auteur van de Belgische brandbrief en herstelplan, kreeg eerst een soort spreekverbod opgelegd en is daarna ontslagen, nadat hij op televisie zijn (in mijn ogen legitieme) kanttekeningen had geplaatst bij het vaccinatiebeleid. De VRT had daarna een aantal klachten gekregen over het podium dat gegeven werd aan anti-vaxxers (wat hij niet is), en op social media ontplofte de boel ook.

Maar niet alleen experts, maar ook gewone mensen en influencers zoals bijvoorbeeld Doutzen Kroes, kregen de wind van voren wanneer zij hun kritisch burgerschap probeerden uit te oefenen. In het begin waren er nog de complotgekkies met theorieën over kinderoffers, maar algauw werd iedereen die kritiek uitte als wappie weggezet.

Natuurlijk vind ik wel dat de mening en/of uitleg van iemand die ergens voor gestudeerd heeft meer kans heeft om steekhoudend te zijn. Maar dat betekent niet dat alle anderen hun mond maar moeten houden. Wanneer jouw burgerrechten in het gedrang zijn, zou ik eerder denken dat het je burgerplicht is om je in het maatschappelijk debat te mengen!

Door kritisch te denken en met elkaar in gesprek te gaan kunnen we van elkaar leren en verder komen. Door anders denkenden weg te zetten en te diskwalificeren stopt het gesprek – wat een essentieel onderdeel van de vrije samenleving is. Bovendien kan het wegzetten ook leiden tot het kind met het badwater weggooien. Bijvoorbeeld uitte Maurice de Hond stevige kritiek, maar werd daardoor al gauw niet meer serieus genomen. En dat is eigenlijk jammer, want hij was één van de eersten in Nederland die Japans onderzoek naar de verspreiding van het COVID-virus via aerosolen oppikte. Maar omdat hij hier mee kwam, duurde het véél langer voordat gevestigde wetenschappers en beleidsmakers die dit konden/wilden aanvaarden. Een ander voorbeeld is huisarts Rob Elens die vanuit zijn ervaring als tropenarts het malariamiddel hydroxychloroquine in combinatie met zink voorschreef. Omdat dit middel in obscure kringen heel populair was en Trump het aanprees werd deze praktijk (en vooral de persoon van de arts) hard aangevochten door de inspectie. Terwijl uit een later onderzoek bleek dat het middel best nog wel eens effectief zou kunnen zijn in bepaalde gevallen.

Het gaat mij minder om wie er gelijk heeft. Het gaat mij erom dat ik het zorgelijk vind als het publieke debat onmogelijk gemaakt wordt. En dat het steeds gaat om wie het zegt en niet om wat er gezegd wordt.

Columns met titels als Ik wil geen publiek debat over wanneer jij mij mag laten doodgaan hebben stevig de toon gezet. Alle statistieken uit het raam, risico overdrijven, persoonlijk maken en spreken in termen van dood en verwijtbaarheid. Kritiek uiten op het beleid is namelijk gevaarlijk en niet solidair. Dit is niet alleen in de Benelux het geval. Er zijn inmiddels al internationale studies gedaan naar dit fenomeen.

Ik heb mij wel eens zorgen gemaakt over dat extremistische moslims de vrijheid van meningsuiting in gevaar brengen, maar ik heb deze nog nooit zo in het gedrang gezien als in het afgelopen jaar. En dat had niks met de islam te maken dus.

Ik vind dit een verschrikkelijke ontwikkeling. Een vrije samenleving met een vrij woord is me zo ontzettend dierbaar!

Evelyn Beatrice Hall quote: I disapprove of what you say, but I will defend ...

De media

Er valt een heleboel te zeggen over de keuzes van de reguliere media (de MSM, zoals ze liefkozend genoemd worden), maar de belangrijkste kritiek is wat mij betreft zoals Yoerie Albrecht het zegt: “De media hebben vooral overheidsbeleid gecommuniceerd in plaats van gecontroleerd.”

Het was mij ook opgevallen dat tijdens de persconferenties er eigenlijk geen kritische vragen gesteld worden. Behalve de regering vonden de media blijkbaar ook dat alle neuzen dezelfde kant op zouden komen te staan. In elk geval is Pieter Klok, de hoofdredacteur van de Volkskrant daar ook voor uitgekomen. Hij vond dat journalistiek en overheid met één mond moesten spreken. Maar de enige is hij niet.

Iedere dag verschenen er zonder enige context grafieken en hoeveel mensen er nu weer overleden waren aan corona. En toen de sterfte terugliep en het testen toenam ging men over op het vermelden van het aantal positief geteste mensen. Op televisie waren dagelijks mensen als Lubach, Oosterhaus, Gommers (soms wel, soms niet) en Kuipers, die lockdowns kwamen propageren. Natuurlijk, er werd ook wel eens iemand als Helsloot uitgenodigd, maar dit staat echt niet in verhouding. Bovendien werden critici tegenover stevige experts gezet, terwijl dat bij verdedigers van het verhaal niet gebeurde.
Of uitspraken van critici die niet stroken die niet stroken met het bekende verhaal worden voorzien van waarschuwingen (social media platforms namen hier een actieve rol op zich) of zelfs geschrapt, zoals dat het NRC in het interview met Ad Verbrugge ‘Onze angst voor het virus geeft de staat te veel ruimte’, terwijl die uitspraken absoluut verdedigbaar waren.

Je zou bijna vergeten dat nota bene de WHO risicogestuurd beleid adviseert en lockdowns in principe afraadt:

“However, these measures can have a profound negative impact on individuals, communities, and societies by bringing social and economic life to a near stop.
(…)
WHO is hopeful that countries will use targeted interventions where and when needed, based on the local situation.”

Van de site van de WHO: Coronavirus disease (COVID-19): Herd immunity, lockdowns and COVID-19

Maar wat ik helemaal disturbing vond was de lezing die Mark van Ranst (de Belgische Jaap van Dissel, zeg maar) gaf in het Chatham House op 22 januari 2019 over hoe je het beste de media kunt aansturen vanuit een positie als de zijne. Hij had in 2009 ook al klaargespeeld om mensen massaal te laten geloven dat iedereen dood zou gaan aan Mexicaanse griep, wat achteraf een van de mildste griepen ooit bleek te zijn. Maar Ab Oosterhaus trok een fles champagne open toen het eerste griepgeval op tv uitgezonden werd.

In Amerika kan het CDC er ook wat van. Tijdens dit gesprek met CDC-arts Leana Wen uit ze haar zorgen dat veel Amerikaanse staten de vrijheidsbeperkingen aan het opheffen zijn. Ze vraagt zich hardop af wat voor wortel 🥕 er dan nog gebruikt kan worden om mensen een spuitje te laten halen.
En ik herkende dit mechanisme best. Hoeveel wortelen zijn de Nederlanders eigenlijk al voorgehouden? Welke maatregelen leidden tot iets anders dan nog meer maatregelen?

Kan een afbeelding zijn van de tekst 'De regering We zien versoepelingen aan de horizon Wikipedia Horizon: Denkbeeldige lijn in de verte Trekt zich terug naarmate men dichterbij komt.'

Dat is natuurlijk allemaal voer voor complottheorieën, vooral wanneer journalisten dit niet (op tijd) onderzoeken. Of hier, waar bleek dat het Duitse ministerie samenwerkte met wetenschappers om angst voor corona te vergroten. Wat mij betreft is dat precies wat een complot is: de regering die wetenschap voor hun karretjes spant om mensen te manipuleren. Ik las hier dan wel over in de Volkskrant, maar op pagina 6, in de marge. Als niet Pieter Klok, maar ik de hoofdredacteur was geweest, had dit artikel op de voorpagina gestaan. Dat had wel iets anders betekend voor het publieke debat.

Ik moest best wel lachen het het bovenstaande chagrijnige fragment op RTL-Z. Eigenlijk hoort een verslaggever zijn mening voor zich te houden, maar hij was kennelijk zo zat van de suggestieve vragen misleidende koppen in de berichtgeving van het RIVM dat Hans de Geus de presentator toesnauwt dat het best goed gaat op de beurs omdat handelaren kennelijk verder lezen dan de koppen en zich realiseren dat het echt allemaal niet zo erg is als RIVM wil doen lijken.

De (on)zin van complottheorieën

Ik vind het eigenlijk helemaal niet zo vreemd dat er zoveel complottheorieën ontstaan zijn in het afgelopen jaar. Complottheorieën dagen in principe macht uit. Een taak die eigenlijk onder andere door de journalistiek vervuld zou moeten zijn. Ik snap dus wel dat er veel wantrouwen is ontstaan wanneer zoveel mensen zich miskend voelen door de reguliere media en journalisten maar geen kritische vragen stellen. Tel daarbij op dat Nederland al een aantal jaar geregeerd wordt via een weinig democratisch dichtgetimmerd regeerakkoord en een Oost-Indisch-vergeetachtige premier heeft die niet houdt van lastige vragen en zijn eigen Rutte-doctrine ontwikkeld heeft.

Mushroom management - Wikipedia

Winston Churchill sprak eens: “Never let a good crisis go to waste.” En met Naomi Kleins Shock Doctrine in gedachten, is het misschien ook wel gewoon voor de hand liggend om te vermoeden dat er niet alleen maar goede bedoelingen schuil gaan achter het een jaar lang volhouden van een noodtoestand.

In dit boek stelt Naomi Klein dat (…) na ‘shocks’, dit zijn gebeurtenissen zoals natuurrampen en oorlogen. De bevolking is verward en niet in staat zich te verzetten tegen economische hervormingen en zich bezig te houden met politiek, overleven heeft al haar energie nodig.

-Wikipedia: De shockdoctrine, de opkomst van rampenkapitalisme

Twee namen die vaak vallen zijn Bill Gates en Klaus Schwab.

Over Gates gaan de meest fantastische verhalen de ronde, die denk ik grotendeels onzinnig zijn. Maar toch blijft Gates iemand om in de gaten te houden. Hij handelt veel vanuit zijn liefdadigheidsinstelling de Bill & Melinda Gates Foundation. Een stichting met een enorm vermogen, die een groot deel van de WHO financiert, zeker nadat Donald Trump de contributie van de VS stopzette. En we moeten nooit vergeten dat een gouden regel van onze wereld Wie betaalt, bepaalt is.

Klaus Schwab is de oprichter van het World Economic Forum, een organisatie die bijeenkomsten organiseert waar leiders van machtige landen en bedrijven met elkaar overleggen. Deze organisatie spreekt van een Vierde Industriële Revolutie en een Big Reset via een Agenda2030 naar een New World Order.

Nou zegt dat op zichzelf allemaal nog niet zoveel. Een heleboel van de doelstellingen zijn denk ik echt noodzakelijk voor het voortbestaan van een leefbare planeet. En heel veel is zo mooi geformuleerd dat je er niet tegen kunt zijn.

Het grote probleem is, wat mij betreft, dat in Schwabs visie de regie komt te liggen bij een soort van mondiale centrale – en eigen ook best wel totalitaire – regering. Eigenlijk een beetje zoals in Huxleys Brave New World. Schwab is een invloedrijk man en je kunt hem vinden op foto’s met eigenlijk alle wereldleiders, en daarom ook iemand om echt in de gaten te houden. En misschien ook mensen die hiermee verbonden zijn, zoals Sigrid Kaag.

JWSpry 🇦🇶 on Twitter: "#WEF #TheGreatReset “You'll own nothing” — believe  it when the say it. https://t.co/eiXE3eWyKs #UN #Agenda21  https://t.co/xRFELapb4b… https://t.co/Mn5xt8WEMV"
Campagnefoto van het WEF. Ik word een beetje nerveus wanneer een machthebber zegt dat ik gelukkig zal zijn door datgene die voor mij beslissen wil

Eerder al verwees ik naar een stukje van mij van zes jaar terug over complottheorieën. Ik denk dat ik het nu iets anders zou schrijven dan toen, maar ik was wel een beetje geschrokken van de actualiteit van wat ik toen schreef:

“We moeten altijd kritisch zijn op wat onze regering doet, met name op het gebied van uitbreiding van schijnveiligheid ten koste van onze vrijheid.
Vraag je ook altijd af waarom het NOS-journaal bepaalde thema’s selecteert, andere weglaat en soms stemming maakt… En mocht het ooit zover komen: laat de overheid nooit toe in je lichaam.”

Ik denk dus dat, los van of de theorieën hout snijden of niet, wij als samenleving de opdracht hebben om ons zo te organiseren dat macht altijd gecontroleerd wordt. Of die macht nu komt van schimmige investeerders, mediaconglomeraten of lobbyisten.
Ik denk dat we véél feller moeten zijn op mensen die macht naar zich toe trekken. Crisis of niet.

Fundamentele rechten

Wat er namelijk kan gebeuren – en al lang gebeurd is – als je machthebbers hun gang laat gaan, is dat ze zich willen ontdoen van restricties op hun macht. Zoals mensenrechten. Bah.

Dat de regering het er niet zo nauw mee neemt en dat de Kamer maar wat lag te dutten, blijkt maar weer uit dat hoogleraar Wim Voermans dit hele jaar vele malen heeft moeten uitrukken om aan te geven welk deel van het staatsrecht nu weer genegeerd werd. Hij was al langer bezig met een boek over de regentencultuur in politiek Den Haag van lekker dingetjes regelen (lees: doordrukken) zonder al teveel vragen en gedoe (Rutte-doctrine), maar de manier van handelen tijdens de coronacrisis paste perfect in het plaatje. Hier verwees ik ook naar in mijn vorige stukje.

Dat de regering dat doet vind ik vrij alarmerend, maar dat de bevolking het massaal goedpraat vind ik misschien nog enger. Als het gaat om fundamentele rechten kan men ineens wel weer relativeren (“hoe erg is een mondkapje nou?”, “ik hoef toch niet zo nodig ’s avonds naar buiten”, of nog erger: “niet zo huilen, millennial, in de oorlog was het pas erg!”)

Voor mij is vrijheid een van de allerbelangrijkste waarden. Doordat ik opgegroeid ben in vrijheid, heb ik kunnen doen, zijn en worden wie ik ben.
“Vrijheid ten koste van wat?” wordt er dan gezegd en er wordt gespuwd naar de egoïstische FvD-stemmers. Maar ik denk dat vrijheid essentieel is, en geen franje, zoals nu wordt weggezet. Wat we ermee doen is evenmin franje.
Daarom schrijf ik nu ook in mijn vrije tijd dit stuk. Ik wil vrijheid verdedigen. Vrijheid om te gaan en staan waar ik wil, te zeggen wat ik wil en te zijn wie ik wil. Dat is waar ik voor sta.
Daarnaast denk ik dat er best alternatieven te bedenken waren, à la Herstel NL om “je oma” de vrijheid te geven zich te beschermen – als zij dit zou willen.

Maar hoe je het ook wendt of keert, gaandeweg is er door de overheid een heleboel vrijheid ingeperkt en inbreuk gemaakt op grondrechten, denk aan:

Daarin zijn, vind ik geen juiste afwegingen gemaakt. Ook zijn alle rechtstatelijke procedures die we in Nederland hadden om de regering te controleren regelmatig omzeild of genegeerd.

Maar wat ik misschien wel het ergste vind is dat onze grondrechten helemaal niet ontnomen mogen worden, en zeker niet zo lang. Ik vind het dan ook onbestaanbaar dat het terugkrijgen van deze godgegeven rechten nu gebruikt wordt als wisselgeld om mensen gevaccineerd te krijgen.

Naar mijn inzicht is het invoeren van een vaccinatiepaspoort, dus het toekennen van voorrechten aan gevaccineerden (en dús het achterstellen van niet-gevaccineerden) per definitie een vorm van discriminatie, dat direct ingaat tegen internationale verdragen en artikel 1 van de grondwet:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

art 1, GW

Toch roepen zoveel mensen die smachten naar terrasjes of festivals hierom, zich niet realiserend dat ze hiermee de ziel van de rechtstaat willen verkopen om iets (terug) te kopen wat nooit (zo lang) ontnomen had mogen worden.

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en de tekst '"Those who would give up essential liberty to purchase a little temporary safety, deserve neither liberty nor safety." -Benjamin Franklin'

Leven met dood

Tot slot wil ik nog een laatste invalshoek beschrijven. Een filosofische. Want één van de oorzaken van deze crisis en wat het voor veel mensen tot een existentiële crisis heeft gemaakt is dat we eraan gewend zijn geraakt dat we alles in het leven kunnen controleren en beheersen. We vinden dat dood voorkomen kan en moet worden. En dat wanneer iemand sterft, we gaan zoeken naar een verantwoordelijke.

Mensen die in verzorgingstehuizen werken (waarvan mensen overigens niet beseffen dat dit een laatste halte is omdat mensen er gemiddeld niet langer dan 9 maanden leven), zijn het meeste tijd en energie kwijt aan familieleden die niet kunnen aanvaarden dat hun oma overleden is. Hierover vertelt medisch ethicus Heleen Dupuis. Zij geeft aan dat ouderenzorg gericht moet zijn op het zo comfortabel maken van de laatste fase van het leven, in plaats van het eindeloos rekken.

Voormalig denker des Vaderlands Marli Huijer heeft gepleit voor een andere relatie met de dood. Zij kreeg hierin bijval van hoogleraar ouderenzorg Rudi Westendorp. En ik sta hier helemaal achter. Ik begon mijn stukje met het verbondenheid met de natuur. Voor mij impliceert dit ook het aanvaarden van ziekte en dood en vertrouwen op de natuur, het lichaam. Dat is niet hetzelfde als complete laissez-faire, maar het betekent wel vrijheid van dwangmatige drang naar controle.

Dood hoort bij het leven is meer dan een tegeltjeswijsheid. Het is fundamenteel anders kijken naar en omgaan met hoe je om moet gaan met eindigheid en maakbaarheid. Het nodigt uit tot het stellen van belangrijke vragen, zoals mag de doodsangst van de één leiden tot de beperking van de levensvrijheid van de ander? Wat mag de prijs zijn die we betalen voor het rekken van het leven? Mag een mens sterven? Moet en kan iedere dood voorkomen worden?

Conclusie

In dit stuk heb ik mijn kritiek op het coronabeleid zo goed mogelijk geprobeerd uit te leggen en onderbouwen. Ik vind dat er te lang te eenzijdig informatie is verstrekt door de reguliere media, die hierdoor in de gemeenschappelijke verbeelding het risico dat COVID vormt opgeblazen hebben. Dat heeft vervolgens geleid tot een angst, die nadenken over de consequenties op iets langere termijn van het beleid overschaduwd heeft. Om deze angst dan weer te bezweren zijn de mensen tot een bepaalde religiositeit vervallen en hebben zij al hun vertrouwen gesteld in experts en zijn te weinig alert geweest op regeringen die intussen hun bevoegdheden vergroot hebben.

Of mijn idee dat lockdowns een slecht idee zijn weet ik ook niet zeker. Misschien heb ik mijzelf wel te eenzijdig geïnformeerd omdat ik chagrijnig was over de eeuwige mantra in de reguliere media. Wat ik wel zeker weet is dat iedere dag dat lockdowns wereldwijd langer duren, de kosten in brede zin steeds verder stijgen en waarschijnlijk groter worden dan we ons voor kunnen stellen.
Maar ik ben geen expert op alle gebieden, maar niemand is dat. Daarom is het geen goed idee om je blind te staren op één aspect van iets (zoals door een OMT met alléén maar medici in te richten). Een concrete oplossing heb ik ook niet, maar ik denk dat we veel voorstellen van bijvoorbeeld Herstel NL heel serieus moeten nemen.

Wat ik met mijn stukje wil bereiken is om de gemeenschappelijke verbeelding wat te verbreden door een wat minder getoond perspectief te bieden en ik wil de lezer uitdagen meer kritisch burgerschap te tonen en uit te nodigen om (weer) in gesprek te blijven gaan met elkaar zonder elkaar meteen te veroordelen.

Ook wil ik betogen dat we vrijheid belangrijker moeten gaan vinden dan we doen en meer bereid moeten zijn om het te verdedigen. Er is in het afgelopen jaar heel veel macht verschoven – en vooral naar plekken waar deze niet gecontroleerd wordt. Dat moet veranderen!

Ik zou ons, de dorpelingen, willen uitnodigen om uit onze huizen te komen, elkaar te zien en spreken en de muren af te breken en het licht weer toe te laten in ons dorp.

Machtsblokken – een blok aan het been van de democratie

In 2017 was het heel moeilijk om een kabinet te vormen. Een klasgenootje van mijn middelbare school schreef een artikel met als titel Een minderheidskabinet kan juist heel verfrissend zijn. Hij schreef iets waar ik wel veel voor voel over wat een minderheidskabinet ons land zou kunnen brengen:

“Omdat niet langer een dichtgetimmerd regeerakkoord en fractiediscipline de pilaren zijn voor politiek beleid, ontstaan er kansen voor de individuele parlementariër om vaker te komen met een initiatiefwet. 
Dit zou een zegen zijn voor onze democratie: Kamerleden krijgen zo veel meer de rol van de politicus-met-ideeën in plaats van de politicus-die-meestemt. Het parlement wordt voortaan een huis van creativiteit.”

Dat minderheidskabinet kwam er niet. Er werd een kabinet gevormd van een aantal partijen, die op een aantal punten ideologisch ver uit elkaar lagen. Maar er is eindeloos gesproken, deals gemaakt en allerlei principes werden opgegeven om ze uit te ruilen, tot er een regeringsplan gemaakt werd, waarvan ieder voorstel bij voorbaat al kon rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer.

Op dit moment wordt de politiek in Nederland gekenmerkt door een ijzeren fractiediscipline. Het is de gewoonte en de dwingende verwachting geworden dat ieder parlementslid braaf mee stemt met de lijn van de partij.
Ik denk dat dit een probleem is. Een probleem dat steeds groter wordt – en waarvoor een oplossing moet komen.

Bestuurders willen besturen

Een van de hoogleraren die de laatste tijd regelmatig aan het woord is geweest, is Wim Voermans. Meestal om aan te geven welke aspecten van de rechtstaat het kabinet nu weer aan z’n laars gelapt heeft in hun coronabeleid. Deze achteloosheid van de bewindslieden is natuurlijk een doorn in het oog voor iedereen die iets weet van staatsrecht en die realiseert wat het belang van de rechtstaat is. Zijn boek gaat over wat hij een regentencultuur noemt. Bestuurders die gewoon dingen willen regelen. Punt.

Ad Verbrugge in gesprek met hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans over het probleem van het cultuurtje dat in de Nederlandse politiek is ontstaan.

Argos: De Tweede Kamer: een karige controleur van de regering

Argos heeft een reportage gemaakt over problemen die er in zijn rondom controle die de Tweede Kamer zou moeten uitoefenen op de regering. Zij liepen tegen twee problemen aan. In de eerste plaats dat de regering en ministeries soms zó niet zaten te wachten op de bemoeizucht van parlementariërs dat zij hen actief tegengewerkt hebben in het boven water krijgen van wat er nu eigenlijk speelt. Bekende voorbeelden zijn Renske Leijten en Pieter Omtzigt, die in het kader van de toeslagenaffaire informatie nodig hadden, maar zich meer detectives begonnen te voelen dan politici. Dit past wel een beetje in de regentencultuur die Voermans benoemde. Bewindslieden die gewoon willen besturen en helemaal geen zin hebben in gedoe zoals verantwoording afleggen.
Een tweede probleem is het probleem van de fractiediscipline:

“Er wordt van coalitie-Kamerleden verwacht dat zij altijd het belang van de regering dienen.”

Die fractiediscipline, daar moeten we als land vanaf, vind ik. En ook snel. Bij de komende verkiezingen is er de keuze uit ruim dertig politieke partijen. Er zijn dus een heleboel invalshoeken die vertegenwoordigd worden. Maar in het huidige systeem zullen die stemmen niet gehoord worden.

Zonder verrassende verkiezingsuitslag zullen de meeste stemmen waarschijnlijk gaan naar de gevestigde partijen die als vanouds ministers zonder kennis van zaken gaan aanwijzen en weer met elkaar gaan koehandelen en een of ander compromisakkoord op tafel gaan leggen, waarbij de oppositie weer voor spek en bonen mee mag gaan doen.

Alternatieven bedenken

Er zijn gelukkig al wel een heleboel mensen die nagedacht hebben over oplossingen en alternatieven. Eentje waar ik zelf niet zo lang geleden kennis van genomen heb is het Alternatief Staatsbestel. Of dit specifieke plan de ultieme oplossing gaat zijn, weet ik niet, maar ik denk wel dat we het in deze richting moeten gaan zoeken.

Wat mij in dit plan zo aanspreekt is dat kandidaten in de kamer op individuele basis gekozen worden met eigen transparant verkiezingsvoornemens – die kunnen afwijken van die van partijgenoten. In dit systeem zijn Kamerleden dus op de allereerste plaats direct gekozen volksvertegenwoordigers en in tweede instantie pas (eventueel) partijleden.

Er zitten nog veel meer hele interessante ideeën in dit plan die op z’n minst overwogen zouden moeten worden, bijvoorbeeld over de aanstelling van ministers met vakkennis.

Hoe dan ook zien we dat het politieke landschap steeds meer fragmenteert. Voor veel mensen impliceert dit fragmenteren een waardeoordeel. Ik denk dat het is wat het is, en dus bij deze tijd hoort en daarom dat dit in de politiek ook gefaciliteerd zou moeten worden.

Mediteren, mediteren, wie z’n best doet zal het leren

De titel is net geen liedje van Ernie en Bert, en het is ook net niet helemaal maar, maar er schuilt toch een kern van waarheid in. Omdat ik vind dat ik zelf wat meer focus en/door meditatie in mijn leven zou kunnen gebruiken, begin ik maar het schrijven van een stukje erover.

In de laatste jaren is wel duidelijk geworden hoe goed mediteren wel niet is voor de geestelijke gezondheid, en niet zelden ook vastgesteld met wetenschappelijke methoden. Hierover zijn al honderden artikelen geschreven en Netflix docu’s over dit onderwerp zijn populair. Een app als Headspace heeft een nettowaarde van enkele honderden miljoenen gekregen. Dus dat meditatie vet goed voor mensen is veronderstel ik wel als algemeen bekend inmiddels.

Voor mij is meditatie in de eerste plaats een oefening om meer grip te krijgen op mijn gedachten. Normaalgesproken vliegen mijn gedachten alle kanten op. Vaak volg ik die gedachten en niet zelden worden die gedachten gedreven door activiteiten die me op korte termijn plezier geven, zoals snoepen of een spelletje doen, waarna ik weer wilskracht aan de dag moet gaan zitten leggen. Ik heb gemerkt dat op de momenten dat ik regelmatig eventjes mediteer, ik veel meer grip op mijn gedachten heb. Sterker nog: het is me zelfs een paar keer gelukt – na een streak van een aantal dagen – om niet aan de roze olifant te denken bij het commando denk niet aan een roze olifant.

Oefening baart kunst

Het idee van mediteren is zo simpel, dat het toch een beetje moeilijk is om het uit te voeren. Er zijn een heleboel variaties, maar wat ik zelf graag doe is om een afgebakende tijdseenheid geen gedachten te hebben. Dat is voor mij ontzettend moeilijk, maar de truc is om het helemaal prima te vinden als het niet lukt. Als je te hard je best doet, gaat het niet lukken. Dan raak je alleen maar gefrustreerd.
Nee, laat de gedachten maar komen. Accepteer dat ze er zijn, maar laat ze lekker voorbij drijven als wolkjes in de lucht. Ging je er toch even in mee? Boeie, ga weer terug naar waar je begon.
Ik zet een wekkertje voor een minuut of vijf. En in die tijd richt ik mijn aandacht op één ding. Vaak mijn ademhaling (óf het geluid ervan óf het gevoel), soms ook een vast punt in de kamer en als het echt lekker gaat, voel ik vooral mijn zijn in mijn hele lichaam. Soms denk ik wel vijftig keer aan andere dingen, maar dat neem ik mezelf niet kwalijk. Het is maar een oefening en het hoeft niet perfect.

Het leuke is wel dat ik na een paar dagen altijd al direct verschil merk. Het mediteren gaat makkelijker en overdag ben ik minder makkelijk afgeleid, omdat ik mijn gedachten eerder zelf kan inzetten dan dat ik door ze wordt meegesleept.
Dus wat dat betreft, mediteren kan je leren.

Centrum van leven

Wat het me ook soms brengt is dat het kan helpen het middelpunt van mijn beleving te verplaatsen van mijn hoofd naar mijn hart. Dat klinkt een beetje zweverig, maar wat ik ermee bedoel gaat over deze vraag: wat is het centrum van je bewustzijn? Als je een plek in je lichaam moet aanwijzen van waar uit je je leven beleeft, welke plek is dat?
Voor mij is dat – en ik denk dat dit voor de meeste mensen geldt – mijn hoofd. Daar zitten mijn ogen, en mijn gedachten over alles wat ik zie. Daar maak ik mijn plannetjes en filosofeer ik. Daar kan ik alle emoties en gevoelens die ik heb analyseren.

Maar ik weet ook dat dit niet zo hoeft te zijn. Wanneer het echt goed met me gaat en ik (nog zo’n modeterm) in een flow zit, zakt het centrum van mijn leven naar mijn borst – mijn hart. Vanuit daar beleef ik het leven eigenlijk nog veel intenser. Want wat is de plek waar je liefde voelt? Niet in het hoofd, zou ik zeggen.

Gisteren was ik in het bos. Om hard te lopen, maar ook om de natuur te beleven. De eerste kilometer ofzo was ik in gedachten nog vooral bezig met denken over het werk dat ik in de ochtend gedaan had en wat ik nog moest doen. Maar een paar kilometer verder was ik me echt bewust van wat er gaande was. De wisselende temperatuur: door de smeltende sneeuw waren er warme plekken en plekken met koelere lucht. De ondergrond: de grond onder mijn voeten, soms nog hard bevroren, soms bedekt met sneeuw, soms modderig. De geluiden van het bos: en ook de stilte er tussenin. Mijn lichaam: de kracht die ik voel tijdens flink hard rennen, de grenzen aan mijn uithoudingsvermogen, hoe ik moet reageren op lage takken of kuilen in de grond. En hoeveel ik van het bos houd. Alles komt veel meer binnen wanneer ik het niet alleen maar vanuit mijn hoofd bekijk.

Mediteren op school: leven in een attention economy

Op school laat ik mijn leerlingen ook wel eens mediteren. Ik besteed wel wat aandacht aan mindfulness (of liever: leven met aandacht voor waar je nu bent). Ik denk namelijk dat aandachtig leven best wel een essentiële vaardigheid is in het tijdperk dat iedereen altijd een telefoon bij zich heeft, die direct verbonden is aan alle producten van de attention economy, de nieuwe economie die helemaal draait om het vragen en vasthouden van aandacht.
Als je alles uit het leven wilt halen, hoef je denk ik niet als een of andere rockster alles maar te proberen en te ervaren. Je moet vooral ieder moment kunnen ervaren, in plaats van steeds maar ergens anders zijn met je gedachten. Dat was altijd al moeilijk en dus wel aanzienlijk moeilijker gemaakt sinds de introductie van smartphones. Ik heb daar eerder al over geschreven: hier en hier.

Diehard-experience

Tot zover heb ik geschreven alledaags elke dag 5 minuutjes mediteren, dat vind ik niet iets zweverigs. Maar ik ben ook wel eens verder gegaan dan dat. Dan kom je wel een beetje in de wereld van de spirituele ervaringen.

Rond nieuwjaarsdag 2020 heb ik meegedaan aan een midwinter stilte retraite bij het centrum waar ik ook karate beoefende. Eigenlijk was het het een van de simpelste dingen die ik ooit heb gedaan: gewoon een beetje de twee dagen op m’n krent zitten en niks zeggen. Maar toch was het ook een van de meest intensieve dingen die ik heb gedaan.

Het hele dag proberen niet te denken bleef ik moeilijk vinden, en aan het einde van de rit ervoer ik iets wat ik zou kunnen omschrijven als een soort van spirituele spierpijn van het ingespannen ontspannen.

Maar het heeft me veel gebracht. Sowieso was het na die dagen veel makkelijker om terug te keren in een innerlijke staat van rust, alsof ik een snelkoppeling had gecreëerd.

En op het moment zelf heeft het intens aandacht op mezelf richten me veel geholpen met de processen waar ik op dat moment mee worstelde. Veel van de pijnlijke dingen die je in je leven meemaakt worden opgeslagen in je lichaam. Op het moment dat je je lichaam ervaart, ervaar je ook de pijn die je meedraagt en kan je daar iets mee, waarna je het los kunt laten. Twee dagen niets om handen hebben dan mezelf stelde mij dus in staat om oude pijn te verwerken.

Het leuke was dat ik de meest bijzondere ervaringen – doordringen op een diepere laag van bewustzijn – had op de momenten dat ik ze het minst verwachtte. Eén keer ergens 10 minuten ofzo voor het avondeten, toen ik dacht dat er niets mee zou gebeuren. En de andere keer was toen het mediteren voor geen meter meer ging. Ik viel steeds in slaap en had eigenlijk ook even geen zin meer. Ik dacht: ‘fak it, ik ga gewoon lekker denken aan alles wat zich maar aandient’ en ineens op dat moment stopten de gedachten en ervoer ik een fundamentele veiligheid. Ik voelde toen het gevoel van door het leven gedragen worden. Alsof het leven een soort ritje is voor de ziel in een of andere attractie, maar dat ondanks alles toch wel voldaan is aan alle veiligheidseisen. Dat alles uiteindelijk toch wel goed komt.

Een stukje schrijven en mediteren

Weer regelmatig mediteren stond al een tijdje op mijn to-do lijstje. Over dit stukje heb ik twee dagen gedaan. Maar ik had het in één dag kunnen schrijven als ik niet steeds meegegaan was met gedachten en de impulsen die daarbij kwamen kijken. Als ik niet ondertussen vijf keer op facebook had gekeken om één of andere stomme nieuwsgierige gedachte te beperken, was ik echt sneller klaar geweest.
Gisteravond heb ik weer in lange tijd even vijf minuten gemediteerd. Vandaag heb ik gewoon de hele dag aan een stuk door best wel efficiënt gewerkt zonder steeds maar social media te checken of even wat dopamine te scoren bij wat voor spelletje dan ook, zonder dat het me ontzettend veel wilskracht kostte. Ik dacht er gewoon minder aan, dus dan hoefde ik ook geen weerstand te bieden. Vijf minuutjes. Zo’n kleine interventie, zo’n groot resultaat! Dat gun ik iedereen en mezelf ook! Deze jongen zet vanavond weer een timertje.

Schimmen in de avond

In de loop van mijn leven heb ik waarschijnlijk genoeg spullen, interesses en vaardigheden verzameld om me bezig en vermaakt te houden voor de rest van mijn leven, nog los van alles wat ik op mijn computer zou kunnen doen. Daardoor hebben lockdown en avondklok op mij eigenlijk een rustgevende werking gehad.

Natuurlijk vind ik er wat van. Ik vind vrijheid de allerbelangrijkste waarde! Zonder vrijheid zijn veiligheid en gezondheid echt minder waard. En ik vind het ook afschuwelijk om te zien hoe achteloos er in het afgelopen jaar met fundamentele vrijheden omgegaan is in Nederland en grote delen van de rest van de wereld.

Sinds 23 januari is er in Nederland een avondklok. Ondenkbaar. En ik vind het nog steeds raar als ik deze zin herlees. Avondklok.. Spertijd heette dat in de Tweede Wereldoorlog, de laatste keer dat er zo’n maatregel ingevoerd was. Ja, en soms hoor je over dictators die het invoeren omdat ze de protesten beu zijn. Maar in Nederland…?

Doordat ik het thuis allemaal zo fijn heb, had ik me er eigenlijk niet zo mee bezig gehouden. Maar gisteren wilde ik toch eens eraan proeven. Ik begon met een rebelse actie door een meter buiten mijn tuin te gaan staan. Zo. Dat zal ze leren!

Nou nee, ik was vooral heel nieuwsgierig en besloot om even na tienen een journalistieke avondwandeling te maken. Er zijn me toen een aantal dingen opgevallen.

Als eerste dat ik nog zoveel auto’s over de snelweg in de verte kon horen gaan. En ook dat de lijnbus gewoon reed met aardig wat mensen aan boord. Maar vooral dat iedereen in een auto me tijdens het voorbijrijden nauwlettend in de gaten hield (en ik hen).
Daarna realiseerde ik me hoe onveilig ik me eigenlijk voelde. Een gevoel dat ik niet vaak heb. In de straten van mijn eigen dorp, waar ik me altijd zo op mijn gemak voelde. Waar ik ook was, ik bepaalde onwillekeurig steeds allemaal vluchtroutes waar ik langs kon freerunnen om eventuele handhavers en hun boetes te ontvluchten.

Iedere auto een mogelijke politie-eenheid, iedere passant een mogelijke verklikker. De enige auto waarvan ik er met enige opluchting kon vaststellen dat het geen politie was, was een veel te dure Bentley met daarin wat grimmige types erin, die iets schimmigs aan het doen waren op een parkeerplaats.
Er waren wel wat gewone mensen buiten, allemaal met een hond. maar geen van allen durfden ze hun blikken af te wenden van hond of grond. Niemand durfde contact te maken. Voelden ze zich schuldig? Bezwaard dat zij de maatregel omzeilden door de hond? Onveilig? Dat er geen vertrouwen was, was duidelijk.

Ik vond het in elk geval verschrikkelijk om de mensen er zo aan toe te zien. Hun hoofden gebogen, lamgelegd door schuldgevoel of angst. Schimmen van de mensen die ze horen te zijn.
Het ongemak van gewoon buiten zijn, terwijl de politie je daarvoor kan bestraffen. Misschien is dit wel een vleugje van hoe het in die dictatoriale landen waar ik het eerder over had moet voelen.
Deze ervaringen kwamen wel hard binnen bij mij.

Ik zeg niet dat we allemaal de regels aan onze laars moeten gaan lappen en massaal de straten opgaan juist omdat het niet mag. Ze zijn per slot van rekening in enige mate democratisch tot stand gekomen.
Maar ik wil wel zo graag dat we met z’n allen wel alert worden. Op een regering die godgegeven vrijheden inperkt. Dat angst en schuldgevoel de twee meest krachtige middelen van manipulatie zijn.
En dat ons dingen afvragen zoals of dit de sfeer is die we in Nederland willen. En of we willen dat de politie vol inzet op handhaving en repressie. Ik bedoel, als de maatregel gericht was tegen samenklittende jongeren, waarom zijn er dan fuiken opgesteld op de snelweg? Waarom mag je dan de hond niet doorgeven door de familie zodat iedereen een frisse neus kan halen?

Ik gun ons allemaal verbinding, onbevangenheid en vooral ook vrijheid. Dat als je, om wat voor reden dan ook buiten bent, je dat met opgeheven hoofd kunt doen. Omdat je vrij was om te kiezen.

Hier nog een fraai artikel.

Vrij: wat je bent, zolang het je het mag zijn

Tijdens het rondreizen met kleine kindjes, kwam ik op het spoor van Nederlandstalige grappige liedjes. Een van die liedjes was van Urbanus. Ik kende eigenlijk niets van hem, maar ik vind hem goed met taal en het volgende liedje raakte me wel:

Annie zingt een liedje op het schooltoneel,
over een zoenend koppeltje onder een prieel.
Maar hoe lang zal het nog mogen dat Annie zomaar zingt?
Annie is een meisje en ’t is daar dat ’t schoentje wringt.
Daar staat al een verlichte geest die meteen begint te dreigen,
dat Annie mag niet zingen, nee Annietje moet zwijgen.

Een liedje over een meisje dat van “een verlichte geest” niet zingen, dansen en leren mag. Als geëmancipeerde Nederlander voelde het onderdrukken van iemand anders als onrecht. Toch is dit iets wat overal op de wereld doodnormaal is. En ook in meer beschaafde landen hebben we soms te maken met verlichte geesten die maar al te graag bestaande en vanzelfsprekende vrijheden zouden willen beperken.

In dit stukje wil ik kort wat zeggen over vrijheid, omdat ik dat misschien wel de allerbelangrijkste waarde vind. De discussies of vrije wil bestaat en in hoeverre het manipuleren van anderen toelaatbaar zou moeten zijn, laat ik voor nu achterwege.

Vrijheid: jij en de ander

Vrijheid is als je er over nadenkt eigenlijk iets geks. Stel, je bent de enige of de eerste mens op aarde. Je kunt en mag alles doen wat je zelf zou willen. Je hebt dus onbeperkte vrijheid.
Het is logisch dat wanneer je niet meer alleen bent, je rekening zult moeten gaan houden met andere mensen. Je vrijheid wordt een klein beetje beperkt, bijvoorbeeld omdat het in ieders belang is, als je niet zomaar in een opwelling je bijl in iemands gezicht kunt parkeren.

Maar de oerstaat van een mens is eigenlijk dus dat ie vrij is en vrij kan doen en laten wat ie wil, binnen de mogelijkheden van het lichaam. Vrijheid kan alleen beperkt worden door andere mensen. Vaak gebeurt dit met goede redenen; om een vernietigende chaos te voorkomen. Maar vaak ook alleen maar met de bedoeling om andere mensen te kunnen controleren.

Controle

Door de geschiedenis van de mensheid, is de mens steeds op zoek geweest naar goede vormen van samenleven. Er werden politieke systemen bedacht waarin niet iedereen evenveel macht had. En wie ook maar de macht had; een stamhoofd, een koning, een corrupte elite, een groep experts, een parlement, een president of een profeet; allemaal hebben ze in principe macht gekregen (of gegrepen) om de samenleving te organiseren. Het middel: de vrijheid van de andere mensen kunnen beperken. Welke vrijheden beperkt worden is dan helemaal afhankelijk van het idee van het goede leven van de machthebbers.
Vanuit hun waarden stellen machthebbers normen: wetten en regels, waarin vastgelegd staat wat de mensen moeten doen en laten. En wat de consequenties zijn als ze zich er niet aan houden.

Vrijheidsstrijders

Maar door de geschiedenis van de mensheid, zijn er ook overal in vrijheidsstrijders in alle soorten en maten geweest. Mensen die hebben moeten vechten om hun eigen beslissingen te kunnen maken. Zij moesten het niet opnemen tegen natuurkrachten, maar tegen andere mensen – die hen die vrijheid ontnomen hebben. De natuur kan geen vrijheid ontnemen, alleen mensen kunnen dat bij elkaar doen.

In het Westen hebben we een geschiedenis waarin mensen hebben gestreden, op allerlei manieren, om meer vrijheid te krijgen. Soms tegen veroveraars, soms tegen godsdienstige instituties, tegen patriarchaat en soms tegen eigen regeringen. Vergeleken met de afgelopen duizend jaar, is de persoonlijke vrijheid van – laten we zeggen, Nederlanders – steeds meer toegenomen en hebben we vergeleken met de meeste andere plekken op de wereld heel veel vrijheid.

Onze vrijheid

Tot voor kort hadden we in Nederland een enorme vrijheid. We mochten we nabij andere mensen zijn, samenkomen en zelf bepalen wat we dragen in openbare ruimtes.
Gelukkig is er nog veel over:
We mogen denken, zeggen, gaan en staan waar we willen. We mogen kritiek hebben op alles en iedereen en bijna alle grapjes maken. We mogen onze leiders kiezen en demonstreren of ze voor de rechter slepen als we het niet met ze eens zijn. We mogen zelf beslissen wat we met ons lichaam doen en wat we er in toelaten. We mogen zelf beslissen waar we in willen geloven, met wie we om willen gaan en hoe we ons geld mogen verdienen en uitgeven. We mogen onze eigen dag indelen. We mogen vrij informatie opzoeken. We mogen zingen, dansen en studeren.

Dat is niet overal op de wereld vanzelfsprekend. Het is onbetaalbaar waardevol en iets waar we, denk ik, elke dag dankbaar voor mogen zijn, dat we dit mogen.

Altijd blijven opletten

En dat is iets om altijd op te blijven letten. Soms zijn er mensen of bewegingen die een bepaalde opvatting hebben over hoe andere mensen zouden moeten leven. Wat ze wel en niet zouden mogen doen. Hoe ze veilig zouden moeten blijven. Of waarover ze geen grappen zouden mogen maken…
Mensen hebben van nature een behoefte aan controle. En het liefst ook controle over andere mensen.

En wanneer mensen met macht, massa’s die bang zijn of zij die dreigen met geweld, controle willen en menen dat bestaande vrijheid van de mensen ingeperkt moet worden, zal ik altijd zeggen: “Ho nou!” en ik zal hopen dat ik niet alleen zal staan.

Vrij. Je bent het, zolang je het mag zijn.

Annietje Annietje, zing je liedje blij.
En als het oog nog bozer wordt,
Annie vecht je vrij.

Het vrije woord bespreken

“Against the assault of laughter, nothing can stand”, schreef Mark Twain in 1916. In dit stukje wil ik ingaan op cartoons, de vrije samenleving, en rol van leraren.

Het zal niemand ontgaan zijn dat de Franse geschiedenisleraar Samuel Patty op klaarlichte dag op straat onthoofd is omdat hij in zijn lessen aandacht besteedde aan de vrijheid van meningsuiting en daarbij een Mohammedcartoon uit de actualiteit toonde.
Dit onderwerp bespreken is ook iets wat ik in mijn werk doe. Ik vind dat ik daarbij ook de voorbeelden moet laten zien die hierbij horen.
Gisteren was op het nieuws dat ook in Nederland twee leraren bedreigd werden hierom, en dat één van hen zelfs moest onderduiken.

Moet ik dan nu voor mijn eigen veiligheid dit onderwerp dan maar niet meer bespreken?
Nee. Als ik die overweging zou maken, zou ik instemmen met tirannie. Ik ben een kind van de vrije samenleving en vrijheid is voor mij het grootste goed en ik zal altijd opstaan om de vrijheid te verdedigen en om mensen de waarde, de kostbaarheid en kwetsbaarheid van vrijheid te doen inzien.

De cartoonwedstrijd van Wilders, wat houdt die precies in? | NOS
Bosch Fawstin’s Mohammed prijswinnende cartoon uit 2015

Satire en macht

Hierboven een cartoon die wat mij betreft die het probleem héél duidelijk laat zien.

Het is een satirische cartoon van een tekenaar die een tekening maakt van Mohammed, of in elk geval iemand die symbool staat voor de agressieve kant van islam. De tekening is woedend dat hij wordt afgebeeld en wil dat de tekenaar ‘zwijgt’. Deze laat zich niet het zwijgen opleggen door de macht. Want hier aan toegeven is toegeven aan onderdrukking.
Cartoonisten dagen macht uit. Macht komt voort uit ideologieën. Daarom is het volstrekt natuurlijk dat cartoonisten afbeeldingen maken van religies en religieuze figuren. En dat moet kunnen in een vrije samenleving.

Gekwetst zijn in de vrije samenleving

”Je mag wel alles zeggen, maar je hoeft niet alles te zeggen.”, sprak Johan van Gogh, de vader van de filmmaker Theo van Gogh, die in 2004 vermoord werd omdat hij een film had gemaakt over de islam, die als kwetsend ervaren werd.
Ik denk inderdaad dat er grote waarheid zit in deze uitspraak. In een vrije samenleving moet je alles kunnen zeggen. Maar daarnaast heb je de verantwoordelijkheid om samen te leven. En hier zit een moeilijkheid.

Het onnodig beledigen van mensen heeft nog nooit iets positiefs gebracht en dat kan je dan beter niet doen. Maar wanneer is het onnodig? Als een politicus bijvoorbeeld iets stoms doet, wat je goed duidelijk kunt maken met een cartoon, dan moet je dat zeker niet laten. Een ongemakkelijke mening kan als kwetsend ervaren worden, maar moet geen reden zijn om die mening maar voor je te houden.

In een vrije samenleving moet je met elkaar in gesprek gaan. Als iemand iets doet waar je tegen bent, dan zeg je dat tegen diegene. Je legt uit waarom je moeite hebt met wat de ander zegt. Vaak kan je in een gesprek nader tot elkaar komen. Maar wat je niet kunt verwachten, is dat de ander jou gehoorzaamt. Ook niet als wat hij doet je kwetst.

In de vrije samenleving is het onvermijdelijk dat je in aanraking komt met dingen waar je het niet mee eens bent, met dingen die je kwetsen en met mensen die zich ongevoelig opstellen.
Je kunt niet verwachten dat iedereen rekening houdt met jouw gevoelens. Natuurlijk, het getuigt vaak van fatsoen als iemand dat wel doet. Maar jouw gevoelens zijn jouw verantwoordelijkheid.
Ik denk niet dat je aan gekwetst zijn speciale rechten zou moeten kunnen ontlenen. En ik vind niet dat je gekwetst zijn kunt gebruiken om de vrijheid van een ander te beperken.

In het klassieke onderstaande fragment waar cabaretier Hans Teeuwen in gesprek gaat met de drie door hem gekwetste Meiden van Halal, vragen zij hem waar de grens van vrije meningsuiting ligt. “Bij geweld”, is zijn antwoord.
“Dus eerst mensen warm maken, laten koken, en dan zeggen: ‘dit is voor mij de grens'” verwijten ze hem. Waarom hij antwoordt met: “Warm maken en laten koken? Daar kiezen ze toch zelf voor?”

Hans Teeuwen in De Meiden van Halal in 2007.

Dit filmpje laat ik in mijn lessen heel vaak zien. Ik vind het heel goed dat de Meiden van Halal het gesprek aangingen. Als je voorbij de beroerde ondervraging en Hans Teeuwens kwajongensstreken kunt kijken, wordt er in mijn ogen ontzettend goed duidelijk gemaakt wat samenleven met mensen met wie je het niet eens bent betekent.

Ik zal daarom ook in mijn lessen de cartoons laten zien. Niet omdat ik sommige leerlingen wil kwetsen. Maar omdat ze maatschappelijk relevant zijn. Omdat ze ze hoe dan ook tegen gaan komen in de maatschappij. En zodat ze, als ze er moeite mee hebben, onder woorden kunnen brengen waarom het kwetsend is om ze te zien. Om te oefenen om het gesprek aan te gaan.

De klok horen luiden

De docent in Rotterdam heeft een prijswinnende spotprent uit 2015, die gepubliceerd is op de dag van de bloederige aanslag op Charlie Hebdo laten zien. De prent laat zien dat zelfs het ergste geen eind gaat maken aan het vrije woord en de spottende vorm die dat soms kan hebben.
De prent hing al vijf jaar op het prikbord in het lokaal. De docent richtte hier de aandacht op, omdat natuurlijk direct te maken had met de moord op Patty. Twee leerlingen van de school merkten nu ineens de prent op en voelden zich zo gekwetst dat ze een verontwaardigde post op Instagram zetten, wat ertoe leidde dat de docent niet langer veilig was.
“Het zijn de gekken, die zulke dingen doen”, wordt er vaak gezegd. Dat is zo, maar we moeten ons ook realiseren dat heel vaak de meest verschrikkelijke dingen uit naam van Allah gedaan worden, door ‘gelovigen’ die de ballen verstand hebben van het geloof.
Waar ik echt met mijn verstand niet bij kon, was de uitspraak van een op de radio geïnterviewde leerling, die vond dat de school excuses zou moeten aanbieden voor het ophangen van die spotprent. Excuses aanbieden voor het tonen van een spotprent van een terrorist?!
Realiseerden al die leerlingen zich wel dat het helemaal niet eens ging om een afbeelding van de profeet??

En zelfs als was de man met het zwaard Mohammed zelf geweest, nergens in de koran staat dat het verboden is om Mohammed af te beelden. In sjiitische landen zal je ook veel afbeeldingen van de profeet tegenkomen, zoals hieronder. Binnen het soennisme geldt wel een traditioneel verbod op het afbeelden van de profeet, omdat het niet de bedoeling was dat mensen afbeeldingen van hem gingen vereren. Om dezelfde reden is het niet toegestaan om Mohammeds geboorte- of sterfdag te vieren. Het moet gaan om de wil van Allah en niet om de mensen.
Maar in elk geval is er nergens een voorschrift voor gelovigen om zich te verzetten als iemand anders de profeet afbeeldt, een idee wat onder veel jonge moslims een beetje is gaan leven, maar niet echt klopt.

Was Muhammad a Merciful Man? | The Ex-Muslim
Typisch sjiitische afbeelding van Mohammed. Als ik een soenitische moslim geweest was, had ik dit niet mogen plaatsen. Maar omdat ik dat niet ben, heeft Allah hier als het goed is ook geen problemen mee.

Wel zijn er soera’s die zeggen dat Allah belediging van hemzelf en Mohammed niet waardeert en in het hiernamaals zal bestraffen. Maar dat lijkt mij dan eigenlijk meer iets tussen Allah en de belediger.

Wij / zij weer verbinden

Wat ik heel akelig vind aan alle vervelende incidenten rondom de cartoons, is dat het de samenleving verder verdeelt. Het is bijvoorbeeld allemaal koren op de molen van de koning van het trollen Geert Wilders. Zijn “Wij Nederlanders” komen steeds meer tegenover migranten, moslims en medemensen te staan, die zich ook weer meer apart gezet zullen voelen. Dit maakt het onderlinge gesprek moeilijker.

En dat gesprek moet er komen. Want er zijn dingen waar we het over moeten hebben. Zoals de vrije samenleving, waarin je niet de ander tot stilte kan dwingen. Over dat de waarden van de Nederlandse vrije samenleving nu eenmaal niet dezelfde zijn dan die van een willekeurig islamitisch land. Over wat we moeten doen als eercultuur niet tot gesprek aanzet. Of misschien ook over integratie: of het erg is dat mensen hun vrienden (en bevestiging van hun ideeën) toch vooral zoeken binnen de eigen groep.

De verschillende bevolkings- en geloofsgemeenschappen in Nederland gaan voorlopig echt niet samensmelten. En dat hoeft geen probleem te zijn, als we het maar met elkaar eens kunnen worden over dat en hoe het gesprek gevoerd moet worden. Het gesprek over fatsoen, wat we belangrijk vinden en over met elkaar samenleven. Dat als we het over onze Nederlandse samenleving er maar één ‘we’ zou moeten zijn.

Scholen zouden met leerlingen dit gesprek moeten leren voeren, ongeacht de dreiging van hen die tegen een vrije samenleving zijn. Dit moet een eerlijk gesprek zijn, waar naar elkaar geluisterd wordt. Waar oor is voor bijvoorbeeld gevoelens van discriminatie of moeite met zionisme. En waar tegelijkertijd ook duidelijk gemaakt wordt dat er in de vrije samenleving ruimte is voor iedereen. En iedereens mening, ook als dat moeilijk voelt.

De schaduwkant van de wereld

In 1920 grapte de Amerikaanse komiek Robert Benchley: “Er zijn in de wereld twee soorten mensen: mensen die de wereld in twee groepen verdelen en mensen die dat niet doen.”

In dit stukje wil ik stilstaan bij een ander verschil tussen mensen op aarde. Ik denk het verschil dat het meeste mee telt van alle soorten verschil. Het is het verschil tussen de mensen die burgerrechten in het Westen hebben zij die dat niet hebben.

Er zijn twee gebeurtenissen die tegelijkertijd speelden, die mij heel erg aan het denken zetten over dit onderscheid. Ik heb me misselijk gevoeld bij het besef en in dit stukje wil ik graag meer bekendheid geven aan de andere helft van de mensen. De mensen die we niet zien, niet kennen en die er in de praktijk eigenlijk gewoon niet toe doen.

Alle mensen zijn gelijk!
In 2020 bereikte #blacklivesmatter Nederland na de wereldwijde verontwaardiging om de doodslag van George Floyd en Amerika. En mensen gingen de straat op om op te staan tegen racisme.

Dat mensen hun stem laten horen omdat ze staan voor gelijkwaardigheid vind ik hartstikke mooi, want ook ik ben opgegroeid met het idee dat alle mensen gelijkwaardig zijn.

Maar zijn alle mensen gelijkwaardig? Iedereen zegt dat wel en vindt het misschien ook, maar uit de manier waarop de wereld ingedeeld is, blijkt dat niet.

Iedereen moet gered!
2020 was natuurlijk ook het jaar van coronamaatregelen. Overal in de wereld werden lockdowns en andere maatregelen ingevoerd om te zorgen dat er maar zo min mogelijk mensen aan het coronavirus zou overlijden.
In eerste instantie was ik verbaasd dat regeringen iets anders dan economisch gewin op de eerste plaats zetten bij het maken van beslissingen. Daarna sloeg mijn verbazing om in bezorgdheid, omdat er alleen nog maar aandacht leek te zijn voor het virus en de economie er bij in schoot.
Ik geef zelf meer om mensen dan om “economie”. Maar ik realiseer me ook dat de wereldeconomie, hoe veel er ook aan mis is, wel zorgt voor mensen. En de maatregelen waren, zeker in het begin van de crisis, dodelijk voor de wereldeconomie. En dodelijk voor veel meer mensen dan we ons in het Westen realiseren.

Hongersnood
Wetenschappers hebben geschat dat er in Europa miljoenen levens gered zijn door de coronamaatregelen.

Maar door de ontregelde wereldeconomie worden de zwakkeren het zwaarst getroffen. En op wereldniveau hadden de zwakkeren al niets te makken. Er dreigt een hongersnood van bijbelse proporties“, die tientallen of zelfs honderden miljoenen mensen in direct levensgevaar brengen! Volgens het hoofd van het Wereld Voedsel Programma gaat de mensheid een crisis tegemoet die erger is dan wie dan ook ooit heeft meegemaakt.

Ik weet dat je die levens niet direct zo tegen elkaar kan wegstrepen en dat het allemaal veel ingewikkelder is dan dit, maar zou het Westen ook voor zulke maatregelen gekozen hebben als Westerse mensen in zulke grote getale dood zouden gaan?

Soms heb ik het gevoel dat only western lives matter.

De vergeten helft
Ik wil nu in dit stukje geen kritiek hebben op keuzes die gemaakt zijn. Ik weet ook niet echt hoe het anders moet. Maar wat ik heel erg graag zou willen is dat we in het Westen het bestaan van onze medemensen buiten het Westen tenminste zouden erkennen. Dat zij voor ons net even iets meer worden dan dat vage beeld van die arme kindertjes in Afrika.

In anti-racisme demonstraties gaat het vooral om dat mensen – ondanks de wetten die we in het Westen opgesteld hebben – alsnog gediscrimineerd worden. Dat is niet goed en het is goed dat hier aandacht voor gevraagd wordt.
Maar daarnaast zou ik ervoor willen pleiten dat we in ons achterhoofd houden dat er ook in veel wetten is vastgelegd dat mensen uit arme landen daar vooral moeten blijven. Dat Westerlingen bijna overal kunnen gaan en staan wanneer ze maar willen. Westerlingen hebben het geld en vooral ook het recht om te reizen. Mensen uit arme landen hebben dat niet.

En ik weet ook dat als we de verdeling wereld een beetje zo willen houden als die nu is, dat het ook niet kan dat mensen uit arme landen massaal zouden migreren. Stel je voor dat iedereen op aarde zo’n groot deel van de welvaart en de middelen zou opeisen als de gemiddelde Westerling heeft; dan kwamen we een paar aardbollen tekort.
Het lullige is alleen wel dat een aantal grote Westerse bedrijven grondstoffen weghalen uit arme landen, of er allerlei kosten afwenden zonder het land en de mensen daar te compenseren.

Hieronder staat een video van een Amerikaanse organisatie die zich verzet tegen immigratie. Ik geloof niet dat ik deze organisatie en hun meeste ideeën steun, maar ik vind wel dat in het eerste gedeelte van het filmpje heel goed duidelijk gemaakt wordt hoeveel mensen er eigenlijk nog meer zijn. Elk snoepje staat voor een miljoen mensen die in armoede leven.

Ik heb dit stukje niet geschreven om ergens tegenaan te schoppen of om te zeggen dat alles anders moet, omdat ik ook niet weet hoe.
Ik voel me alleen soms echt verdrietig als ik denk aan de andere mensen, en wat me vooral zo’n pijn doet is dat ze irrelevant zijn voor ons.
Daarom heb ik soms moeite met wat (onbedoeld en niet geweten) eigenlijk hypocriet is wanneer we demonstreren tegen racisme (zeker wel goed en belangrijk, niet mee stoppen, hoor!), maar ons er tegelijkertijd niet echt van bewust zijn dat de échte grote discriminatie op wereldniveau gebeurt door deze verdeling in mensen. Kom je niet uit een goed land en ben je niet rijk? Dan ben je nergens welkom.
Ik denk daarom wel dat als we vinden dat alle mensen gelijkwaardig zijn, dat we ons er op z’n minst bewust moeten worden van dat er ook heel veel mensen bestaan op aarde op plekken waar we onze spotlights niet op gericht hebben; de schaduwzijde van de aarde.


p.s.

Ik heb wel eens gehoord dat voor elke buitenlandse correspondent op het continent Afrika, dat er drie anderen in Washington zitten. Ik kan de bron helaas niet meer vinden, maar ik denk wel dat een deel van dit probleem zit in de focus van de media.

Op 28 september was er in de radio uitzending van EenVandaag een factcheck over de uitspraak van een politicus dat de coronamaatregelen meer doden zouden veroorzaken dan de Eerste en de Tweede Wereldoorlog bij elkaar. Tot mijn verbijstering belden de factcheckers met wetenschappers om te vragen of de levensverwachting van mensen in het Westen omlaag was gegaan als gevolg van de crisis! Niemand op de redactie had zich kennelijk gerealiseerd dat er ook nog mensen op de rest van de wereld wonen. Ik heb uiteraard meteen gemaild, maar heb geen reactie ontvangen.
Ik was blij dat er op zaterdag 3 oktober toch nog een beetje aandacht voor was in dr Kelder en Co.
Maar ik vond ook dit weer typerend voor de schaduwzijde van onze wereld, de kant buiten de spotlights.

De docent die geen mondkapje wilde dragen

In dit stukje wil ik kort het dilemma bespreken dat ik als docent ervaar bij de voorbeeldfunctie die ik moet vervullen rondom het nieuwe dringende advies om mondkapjes te dragen.

De roep om maatregelen
Omdat dit mij direct aangaat, ben ik in de wetenschappelijke publicaties rondom mondkapjes gedoken.
Ik heb uiteindelijk twee degelijke artikelen gevonden die er op wijzen dat mondkapjes een verschil kunnen maken in het tegenhouden van ziektekiemen. Maar ik heb ook zeker tien artikelen gevonden die concluderen dat dit verschil niet significant is, dat er geen effect is of zelfs dat mondkapjes gezondheidsrisico’s met zich meebrengen!
Een beetje geïrriteerd dat ik dit onderzoek heb zitten doen, keek ik op de site van het RIVM, want de bevolking adviseren is hun taak. Hun advies was op 5 oktober heel duidelijk: mondkapjes werken niet en worden niet geadviseerdVan Dissel heeft het ook herhaaldelijk gezegd.*

En nu er ligt een dringend advies, wat naar mijn idee, niet evidence-based is, terwijl wel vast staat dat er fysieke en psychische gezondheidsrisico’s aan verbonden zijn.

Als docent heb ik een voorbeeldfunctie.
Welk voorbeeld wil ik dan geven?

De meeste mensen zullen denken: nou, er is een nieuwe regel, dus als docent moet je dat goed voorleven. Stel je niet aan. Dat is je voorbeeldfunctie. Bovendien moet je solidair zijn met je collega’s!

Maar wat ik al zes jaar lang aan leerlingen probeer te mee te geven is dat ze kritisch moeten leren nadenken en altijd op zoek moeten blijven gaan naar het juiste. Wat voor voorbeeld geef ik dan als ik braaf een regel opvolg, waarvan ik wetenschappelijk kan onderbouwen dat deze niet juist is, nog los van alle principiële en ethische bezwaren die ik heb..?
Ik geef les op voorbereidend wetenschappelijk onderwijs in levensbeschouwing en ethiek; wat voor signaal geef ik door uit angst wetenschappelijke kennis te negeren en een mondkapje als een soort magische talisman te gebruiken tegen een onzichtbare kracht die ik eigenlijk niet begrijp?
Moet ik meehelpen om normaal te maken wat niet normaal is?
Ik heb mijn leerlingen altijd al willen inspireren om onderzoekend te zijn en dapper. Om na te denken over wie je bent en wilt zijn en van daaruit op te staan voor je idealen.

Maandag moest ik naar school
Ik vond het eng, maar ik ben het gesprek aan gegaan met de directies van de scholen waar ik werk. Ik heb goede gesprekken gevoerd, waarin ik mijn dilemma op tafel gelegd heb, en ik ben blij dat ik dit gedaan heb en heb mij gehoord gevoeld.
Ook voor de directies is dit natuurlijk een groot dilemma.

Op de ene school heb ik de ruimte gekregen om mijn voorbeeldfunctie in te vullen op zo’n manier dat ik dit zonder gewetensnood kan doen en dat eventueel ook aan de leerlingen uit te leggen, mits ik er zorg voor draag dat ik de algemene koers van de school niet ondermijn.
Op de andere school werd ik wel op de man af gevraagd het masker of spatscherm wel te dragen tijdens het lopen door de school, omdat het angstige leerlingen wel en gevoel van veiligheid kan geven. Maar werd ik wel uitgenodigd om dit onderwerp, met name in de hogere klassen, wel te bespreken. Om ze daarbij zowel het dringende advies te geven het mondkapje te dragen op school en het dringende advies om zelf kritisch na te denken en op zoek te gaan naar waarheid. Deze adviezen spreken elkaar overduidelijk tegen. En dat kan, want zo is het immers ook in echte wereld.

In gesprek
Ik ben blij dat ik in gesprek gegaan ben. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we als samenleving open en eerlijke gesprek aangaan. Bijvoorbeeld over de coronamaatregelen. Er ligt na zes maanden alleen maar nieuws** over hoe erg het is en hoeveel doden er vielen zo’n grote emotionele lading ligt op het onderwerp, dat veel mensen zich niet durven uit te spreken. Ik merk heel erg dat de meeste mensen met een publieke functie, zoals docenten en wetenschappers, hun meningen in het algemeen en vooral hier over niet hardop durven uit te spreken, hoe weloverwogen die ook mogen zijn. Het is heel moeilijk om tegen groepsdenken in te gaan.

Dat is waarom ik nu niet langer stil kan blijven. Ondanks dat ook ik het heel eng vind om dit te publiceren.

Want “als iemand heel bang is voor spinnen, dan kan je kletsen wat je wilt, je kunt alle statistieken erbij halen, dat er niemand is overleden aan dat spinnetje, maar angst is angst.” sprak emeritus hoogleraar Pierre Capel.

En daarom moeten we dapper zijn, opstaan als het nodig is en het gesprek aangaan. Niet om elkaar te overtuigen van ons gelijk. Niet om anderen te overtuigen van hun ongelijk. Maar om van elkaar te leren en samen te zoeken naar waarheid. Als samenleving. Uit solidariteit.

Dit is de ingekorte versie van mijn oorspronkelijke stukje. Dat vind je hier.

*Ik herinner mij nog dat het RIVM aan het begin van de lockdown aangaf dat jonge kinderen eigenlijk geen rol speelden in de verspreiding van het coronavirus, maar dat heel veel mensen dit niet wilden geloven. Het RIVM was ook niet voor de sluiting van de scholen toen.
Maar het leek wel of de meeste mensen liever wilden horen dat alles verschrikkelijk was en smeekten om maatregelen om het idee van controle te krijgen.

**na het zien van dit artikel, waarin een RIVM-arts en een arts die de brandbrief tegen de coronamaatregelen ondertekende met elkaar in gesprek gaan, realiseerde ik me dat ik het gesprek tussen voorstanders en critici al een half jaar niet teruggezien heb in de reguliere media. Dat het op het journaal een half jaar lang gegaan is over hoe verschrikkelijk corona wel niet is, zonder dat er kritische vragen gesteld of beantwoord werden.

Een paar van de (wetenschappelijke) publicaties waarop ik mijn mening heb gebaseerd:

De docent die geen mondkapje wilde dragen

De verkorte versie van dit artikel staat hier.

In dit stukje wil ik het dilemma bespreken dat ik als docent ervaar bij de voorbeeldfunctie die ik moet vervullen rondom het nieuwe dringende advies om mondkapjes te dragen.

De roep om maatregelen
Omdat dit mij direct aangaat, ben ik in de wetenschappelijke publicaties rondom mondkapjes gedoken.
Ik heb uiteindelijk twee degelijke artikelen gevonden die er op wijzen dat mondkapjes een verschil kunnen maken in het tegenhouden van ziektekiemen. Maar ik heb ook zeker tien artikelen gevonden die concluderen dat dit verschil niet significant is, dat er geen effect is of zelfs dat mondkapjes gezondheidsrisico’s met zich meebrengen!
Een beetje geïrriteerd dat ik dit onderzoek heb zitten doen, keek ik op de site van het RIVM, want de bevolking adviseren is hun taak. Hun advies was op 5 oktober heel duidelijk: mondkapjes werken niet en worden niet geadviseerd. Van Dissel heeft het ook herhaaldelijk gezegd.

Ik herinner mij nog dat het RIVM aan het begin van de lockdown aangaf dat jonge kinderen eigenlijk geen rol speelden in de verspreiding van het coronavirus, maar dat heel veel mensen dit niet wilden geloven. Het RIVM was ook niet voor de sluiting van de scholen toen.
Maar het leek wel of de meeste mensen liever wilden horen dat alles verschrikkelijk was en smeekten om maatregelen om het idee van controle te krijgen.

Er was ook nu weer dus veel druk gezet op het kabinet. Veel mensen en politieke partijen wilden ineens een mondkapjesplicht. De regering, geadviseerd door het RIVM wilde dit eigenlijk niet, maar kwam toch maar met het compromis van het dringend advies.

Dus nu er ligt een dringend advies, wat naar mijn idee, niet evidence-based is, terwijl wel vast staat dat er fysieke en psychische gezondheidsrisico’s aan verbonden zijn.

Als docent heb ik een voorbeeldfunctie.
Welk voorbeeld wil ik dan geven?

De meeste mensen zullen denken: nou, er is een nieuwe regel, dus als docent moet je dat goed voorleven. Stel je niet aan. Dat is je voorbeeldfunctie. Bovendien moet je solidair zijn met je collega’s!

Maar wat ik al zes jaar lang aan leerlingen probeer te mee te geven is dat ze kritisch moeten leren nadenken en altijd op zoek moeten blijven gaan naar het juiste. Wat voor voorbeeld geef ik dan als ik braaf een regel opvolg, waarvan ik wetenschappelijk kan onderbouwen dat deze niet juist is, nog los van alle principiële en ethische bezwaren die ik heb..?
Ik geef les op voorbereidend wetenschappelijk onderwijs in levensbeschouwing en ethiek; wat voor signaal geef ik door uit angst wetenschappelijke kennis te negeren en een mondkapje als een soort magische talisman te gebruiken tegen een onzichtbare kracht die ik eigenlijk niet begrijp?
Moet ik meehelpen om normaal te maken wat niet normaal is?
Ik heb mijn leerlingen altijd al willen inspireren om onderzoekend te zijn en dapper. Om na te denken over wie je bent en wilt zijn en van daaruit op te staan voor je idealen.

Maandag moest ik naar school
Ik wist echt niet hoe ik dat nou moest doen. In eerste instantie had ik het idee om me bij wijze van ludieke actie als ninja te verkleden. Omdat ninja’s wel hun gezicht bedekt hebben, en als je de urban legends mag geloven, kunnen ze kogels afweren. Dus waarom zouden ze geen virussen kunnen ontwijken? Dat was net zo evidence-based als de maatregel, en net zo belachelijk als je er over nadenkt.

Maar ik ben van dat idee af gestapt en ben het gesprek aan gegaan met de directies van de scholen waar ik werk. Ik heb goede gesprekken gevoerd, waarin ik mijn dilemma op tafel gelegd heb, en ik ben blij dat ik dit gedaan heb en heb mij gehoord gevoeld.
Ook voor de directies is dit natuurlijk een groot dilemma. Zij moeten heel veel belangen afwegen en hebben niet alleen te maken met hun eigen school, maar ook met vakbonden, raden en de overheid. En niemand is het met elkaar eens. Sommigen houden er een persoonlijke mening op na, die ze voorlopig voor zich houden, maar er zijn ook schoolleiders die nog veel verder zouden willen gaan.

Op de ene school heb ik de ruimte gekregen om mijn voorbeeldfunctie in te vullen zoals mij dat goed dunkt en dat eventueel ook aan de leerlingen uit te leggen, mits ik er zorg voor draag dat ik de algemene koers van de school niet ondermijn.
Op de andere school werd ik wel op de man af gevraagd het masker of spatscherm wel te dragen tijdens het verplaatsen door de school, omdat het angstige leerlingen wel en gevoel van veiligheid te geven. Maar werd ik wel uitgenodigd om dit onderwerp, met name in de hogere klassen, wel te bespreken. Om ze daarbij zowel het dringende advies te geven het mondkapje te dragen op school en het dringende advies om zelf kritisch na te denken en op zoek te gaan naar waarheid. Deze adviezen spreken elkaar overduidelijk tegen. En dat kan, want zo is het immers ook in echte wereld.

In gesprek
Ik ben blij dat ik in gesprek gegaan ben. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we allemaal open en eerlijke gesprek aangaan. Bijvoorbeeld over de coronamaatregelen. Er ligt na zes maanden alleen maar berichtgeving* over hoe erg het is en hoeveel doden er vielen dat er zo’n grote emotionele lading ligt op het onderwerp, dat veel mensen zich niet durven uit te spreken. Ik merk heel erg dat de meeste mensen met een publieke functie, zoals docenten en academici hun meningen hierover niet hardop durven uit te spreken, hoe weloverwogen die ook mogen zijn. Het is heel moeilijk om tegen groepsdenken in te gaan.

Dat is waarom ik nu niet langer stil kan blijven. Ondanks dat ook ik het heel eng vind om dit te publiceren.

Ik vind dat het hoog tijd is om angst en paniek in te ruilen voor redelijkheid. Dat we moeten vragen om kritische, objectieve en volledige berichtgeving. Ik denk dat we het stellen van vragen juist moeten aanmoedigen in plaats van belachelijk maken en samen op zoek moeten naar de antwoorden. De wetenschap is er om onze moeilijkste vragen te onderzoeken en moet vrij zijn. Wetenschappers zouden niet bang moeten hoeven zijn dat hun carrière of reputatie in gevaar komt als ze hardop twijfelen. Ik denk dat als er meer openheid is en meer gesprek, dat mensen ook minder verklaringen gaan zoeken in complotten.
Ik hoop dat solidariteit niet meer gebruikt zal worden om anderen te dwingen zich te conformeren. En dat meer mensen niet meer mee willen doen aan wat niet op waarheid is gebaseerd, niet omdat “de maatschappij enzo, weetjuh”, zoals sommige influencers zich er makkelijk vanaf maakten, maar omdat ze kritisch nadenken, vanuit redelijkheid in plaats van emotie.

Want “als iemand heel bang is voor spinnen, dan kan je kletsen wat je wilt, je kunt alle statistieken erbij halen, dat er niemand is overleden aan dat spinnetje, maar angst is angst.” sprak emeritus hoogleraar Pierre Capel.

En daarom moeten we met elkaar praten. Niet om elkaar te overtuigen van ons gelijk. Niet om mensen die anders denken aan te vallen. Maar om samen te zoeken naar waarheid. Als samenleving. Uit solidariteit.

*na het zien van dit artikel, waarin een RIVM-arts en een arts die de brandbrief tegen de coronamaatregelen ondertekende met elkaar in gesprek gaan, realiseerde ik me dat ik het gesprek tussen voorstanders en critici al een half jaar niet teruggezien heb in de reguliere media. Dat het op het journaal een half jaar lang gegaan is over hoe verschrikkelijk corona wel niet is, zonder dat er kritische vragen gesteld of beantwoord werden.

Een paar van de publicaties waarop ik mijn mening heb gebaseerd:

Oriental adventures

Afbeeldingsresultaat voor mercuryThis is the planet Mercury. Just like the Roman god Mercury, it is associated with travel. Just when we were about to travel to some other side of the earth, Mercury went in retrogade. I don’t really know what retrogade means, but it is supposed that traveling will be tough. And tough it was, but fortunately, we’re tough guys as well.

Who was going were?
I went together with my friend Simon to Okinawa, a tropical island south of Japan, where karate was invented as such in the early twentieth century. A so-called gasshuku was held, a training camp and meeting place for karatekas all over the world. (the term gishiki, which means ceremony, was also used, because the organization was aiming to have goju-ryu karate registered as world heritage by UNESCO, but because there’s no category for martial arts as such, they had to find a way around).

I hadn’t been looking forward too much to the journey, because I had never been away from my family for more than one night, and didn’t have the innate drive to do so even more. But Margo had been exceptionally enthusiastic when Simon had asked me. My initial fear, of course, was that she wanted me away for a while. But then again, she travels quite often alone, enjoys it a lot, and wished for me to enjoy that too. I’d grow from it, she’d say. I suppose I did, after all.

Aviation matters

Right. Remember Mercury? Just when we had boarded the airplane, a major disruption in Schiphol’s fuel distribution system occurred. This error was so bad, it even reached international news. We had a nice conversation with the pilot and learned a few things about aviation. The pilot told us, we might just be lucky, because our plane was tanked up halfway already. Now imagine a tank wagon. It’s a big thing, right? But it takes two of these units to get one intercontinental plane going. That’s quite a lot of kerosine about to get just burned. I felt terrible guilt creeping up.
(We suggested to stop in, for example, Hamburg for the rest of the fuel. But that was not an option, because a plane with the contents of one full tank wagon cannot yet land, because it’s way too heavy. So we’d end up somewhere near Kazachstan, and the pilot was pretty sure that wouldn’t be a great place to be for a refuel (especially with this retrogade thing going on). Rerouting the plane was also taken in consideration (for some reason refueling in Iraq seemed a comfortable idea to our captain), but for every flight, every crossed country has to give a permit. And changing course over some ten other countries requires a lot of phone calls – and time.)
But then suddenly and unexpectedly, our plane (nobody said a word about it only being half full with passengers, out of fear they’d give it to a more efficiently stuffed plane) got the rest of it’s fuel and off we were.

I find such flights always weird. Of course crossing time zones is no small intervention. But also that it is usually advisable to sleep, while there’s a little screen in front of you with so many movies, series and music of interest. It was too loud for me to sleep, so I went all feminist and watched Captain Marvel and Colette.

A little Osaka

We landed on a huge airport in Osaka, beyond schedule. A friendly smiling Japanese stewardess was holding a sheet with our names on it. Heels clicking, she escorted us hastily trough all the checks and made sure we were on the bus to another airport. We saw a lot of Osaka and were very happy that we wouldn’t be going there. It’s huge.

On the flight to Okinawa, we finally got some sleep – albeit just a powernap. There was wifi in the plane, and I was trying to figure out how to rent a bike in Naha. Our first address was on the north of the island.

Trying to talk, explain and travel
We arrived at the airport around 5 pm and we had no clue about distances and dimensions and weren’t very keen on walking to the nearest location that *might* rent us bicycles. So at the tourist information we obtained a very useful bus map and some travel advise. The lady was helpful, but seemed a little unsure, because local bus navigation obviously wasn’t her daily practice. She pointed us the route, but wanted to say “however…”, when I asked what was wrong, she just said: “never mind, you’ll get there” (without voicing “…eventually”). The “however” was later explained by the friendly bus driver, who didn’t speak any English. With hands, feet and mutual patience, he explained that we would arrive just too late for our transfer, the last ride of the day. We got on board anyway. We had been looking forward to this ride, so we’d see much of the island, but this close to the equator, it gets dark quickly.
We drove from Naha to Nago. We wanted to get out at the transfer stop, but the driver gestured us to remain on the bus. And at the bus terminal he addressed a taxi driver on our behalf. So nice!

Explaining were we had to go was another challenge. The taxi driver spoke as little English as the bus driver did, and we had to go to a remote village. With hindsight we know we had to get to a hamlet called Arume, in the Higashi Village district. But we were pointing to one place on google maps, while saying that we had to go to some other place.

Simon had the description printed, but it apparently it was difficult for the driver to read our Western script. Luckily I had brought a powerbank for the phones, so we could look up the offline Airbnb advertisement. Eventually we found a route description, everyone was terribly relieved and we also found out that “Lampo hotel” is pronounced something like “dumbo hotel”.

Hotel challenges

At the hotel more challenges were awaiting us. We had hoped to find an English speaking  receptionist, who could familiarize us a bit with the possibilities of our location. But alas, apparently, we had booked a self-service hotel (without personnel), and had no clue how to enter our room – or room was ours in the first place. We discovered that wifi was present (we only could access internet via wifi), but only within the rooms. Fortunately there was a phone number and I made an extremely costly phone call to the owner, (apparently living some place far away, since every local was puzzled by it) who had lots of screaming children around him and an accent. But eventually we got the room number and the code to the key!

IMG-20190727-WA0011

The road goes ever on

Endless walking

Tummies rumbling, we went sleeping. The next morning we woke up, free of any jetlag – just damn hungry. So we had to hunt for food, before we could enjoy the nice view on Arume Bay. According to google maps, there should be some sort of café nearby. We stumbled upon some sort of glamping for Chinese tourists, that would only open in December. However, there was a caretaker around. He was very friendly and trying to be helpful. He showed us a container filled with rental bicycles, but unfortunately wasn’t allowed to rent out any. He couldn’t provide any food either, but he was friendly enough to drive us to the nearest café. (We had long since wanted to ride in the Japanese car; most of them look really strange to us: they look like as if you have squeezed a picture horizontally without retaining the right proportions.)

At the café, there were some men, who were interested in our journey, who spoke some English. When we explained that we had no actual means of transportation, they responded with: “Oh… My… God…!”, which could only be interpreted as that we were quite screwed.
We continued walking to the actual Higashi Village and were amazed by the beautiful coastline and we enjoyed the warm water of the ocean.

In Higashi, we had been to a local grocery store. I find it hard to describe it, it was just adorable. The exterior made of rotting wood and corrugated sheets (many of Okinawa’s buildings are in a state of bad repair, probably due to the humidity), the inside crammed and quite traditional, except for a constantly talking fridge. And the shopkeeper lady was really helpful, providing us with detergent in a sandwich bag and such, free of charge.

With our hunger satisfied and the security of a rucksack full of groceries, we could finally assess our whereabouts. The climate on Okinawa is tropical: it’s hot and extremely humid. Most westerners can’t do much in this climate, save for complaining, but I do really well in these conditions. I actually thoroughly enjoy them and was usually not too happy to enter places with airconditioning.
The ocean water is warm, so no need to acclimatize, and being wet doesn’t bother you at all. When it rains, it doesn’t get cold. Neither when it gets dark. There’s no cold and I did not miss it for one second.

View from our hotel: Arume Bay

On our way back from Higashi, we tried to cross through the jungle. (Un)fortunately I had been reading about the many lethal animals, such as the habu viper, and we dared not to continue when the trail became overgrown. I have to admit, we were also a little scared of the black and yellow bird eating spiders that had webs all over the trail… After that, we also went a while through a mangrove forest, but were soon repelled by the smell and all the jumping crabs and lobsters.

Afbeeldingsresultaat voor Nephila maculata

Giant wood spider

On our second day, we wanted to visit Ōgimi, village of longevity, where the people turn 120. It was some 15 kilometers from our apartment and we had to walk all of it in the burning sun. The cold beer we bought at the end of the road was the best I ever had.

Somewhere between Arume and Ogimi

We tried to find Ōgimi via offline google maps, but because the whole district was called Ōgimi Village, we turned away just before entering the real Ōgimi, because we were searching for it…
We came, however, upon some ogimi-fruit farms, and picked our share. The taste of ogimi-fruit lies between lemon and lime, and for our sake, we assumed that eating fresh ogimi-fruit, at some point in ones life is the secret of living up to 120.

Afbeeldingsresultaat voor ogimi fruit

Ogimi fruits

Back in Arume, we discovered that there were actual shops and wondered why the glamping caretaker wasn’t aware of them. Also, we walked into one of the guys from te café the other day. He invited us to a local festival. There was tug of war and sumo wrestling. When there came a sudden downpour of rain and all the villagers and us cuddled together under the festival tents and I felt welcome – a slight and temporal sense of belonging.

Shot of the Arume festival

Avoiding chance

The next day, we had to leave again. Both of us had slept badly. Because of the strong wind, we had to sleep with the balcony door closed and we missed te sound of the ocean, I guess. We were tired and cranky. I was even so tired from getting up early, that I had forgotten my rucksack in the room after closing it and depositing the keycard… Luckily I was able to pick the card from the letterbox again, but stress levels were rising.
We would be going by bus. There was a bus stop in front of the hotel, but it was no longer in use. We had to walk three kilometers to a bus stop in the middle of nowhere and just had to trust a bus would be coming. And it came! First it had to turn; probably in front of the hotel, as we had expected, but we hadn’t wanted to take any chances.

Middle of nowhere bus stop

The Japanese didn’t seem familiar with the concept of hitchhiking…

On Okinawa, you pay pretty much everything in cash, including the bus. When you enter, you draw a ticket with the number of your bus stop. In the front of the bus is a screen, where all the bus stop numbers are displayed, along with the current fee.
We had quite enough yens for our journey, but then we saw the sign that the change-maker wouldn’t accept any other bills than 1000 yen. We had very few of those. This bus driver wasn’t all too friendly and we because we had already decided not to take any chances, we got off early in Nago, while we were still sure we could pay the fee.

So there would be a lot more walking. This time through a city, while carrying backpacks.
First we decided to go to the Nago Castle Park. To our surprise it wasn’t much of a castle. It was more of a high hill were some remains of primitive walls and ditches had been found, raised by ancient settlers. The only building present, were crude reconstructions and marked ceremonial locations and had housed the priestess and some attendants. So basically, we had walked into an ancient sanctuary.

Long stairs of Nago Castle Park, with typical stone lanterns.

We had some discussion about the direction in which the buses would drive (all the information on bus stops is in Japanese characters and the camera translate feature on our phones was total wack), and in order to avoid any chance, we decided to walk to the bus station. It was a long walk. The bus we got in, took us right along the bus stop where we had started walking – so Simon had been right.

Sesoko Island

Our destination was the tropical Sesoko Island. It was connected to the main island by a big bridge. (I’m not sure how the small village on the island justifies the building of this bridge, but then again, for what we’ve seen, the Japanese are great in engineering all sorts of bridges and overways.)
Our stay was so nice, and not in the last place because of the heartily welcome we received by Yuko, the hostess of our b&b-location. She was enthusiastic about pretty much everything we said and her enthusiasm was contagious to the other guests, so we had some nice conversations, sometimes using translation machines or apps. Ha, and on every occasion we were requested to demonstrate our karate skills.
Yuko was even kind enough to give us a ride to a restaurant on the main island – and again when I discovered I had forgotten my wallet there.

The island was great for barefoot running (only early in the morning, because the asphalt would get hot soon), swimming with colorful fishes and overal relaxation. Our early days had offered of a lot of adventure, now we could finally relax.
There were two main beaches. One under the bridge with a nice pier to dive from and an official beach with a parking place and coast guards. The latter was sort of strange, because there was a delimited strip of water. We first thought the buoys around it would carry nets to keep the invisible killer jellyfish out, but those nets were up. Within the perimeters a few hundred bathers were crammed – just like in our own awful Zandvoort at a busy day. The weird thing to us was that everyone decided to just be restricted to the floating line, dodging arms and feet, while just beyond the line, the tropical beaches of everyone’s dreams were beckoning. I suppose it’s a great metaphor for leaving one’s comfortzone.

Sesoko Island coast

Leaving comfort

And we had to leave our comfort zone as well. We reluctantly had to exchange Sesoko Island for the big city, because the start of the gasshuku was drawing near. Neither of us is a city-person. We prefer the tranquility and clearness of nature over the fuss and stink of cities. But after all, we went to Okinawa for the city-based event in the first place.
(By this time, Mercury was doing fine again, by the way, so we didn’t have any difficulties reaching Naha, haha.)

We did have some trouble coming to terms with our accommodation, though. For one week, we had hired a room in Urasoe, a suburb of Naha. As heartily we were received by Yuko, so practical were received by our host. It was obvious he was only in it for the money. And the place reeked. As a matter of fact, it had a terrible atmosphere in it. I wouldn’t be surprised if it had been a murder scene not too long ago. The first other guest we saw, was a western girl, who was so upset, she completely ignored us and stormed out of the building with all her luggage. We thought it understandable. Among other shortages, there were white stains on the bedding and the bathroom was really nasty. Our windows had bars and we felt imprisoned in our you-get-what-you-paid-for room. But changing location wouldn’t be without difficulties, so we stayed, and in the end the building sort of grew on us, and we ended up being sort of content.

The shitty building we stayed in. We dubbed it ‘prison’, as it had bars for the windows. We’re not sure why, because hardly anyone closes their house, anyway.

The gasshuku

It really surprised us that karate wasn’t really a big thing in Okinawa. Generally, people had heard of it, sure, but they didn’t have much more knowledge about it than what they knew from the Karate Kid movies. Even so, in Naha, there was a grand budokan; a building dedicated to the martial arts. There was one great hall and a few smaller dojo’s.

On the first day, all the karatekas were gathered in the budokan. I believe there were some 1400 of us. The picture below shows mokuso, a short meditation at the start of every training. To me, it is an important ritual, because it helps me focus on the training at hand, and makes me leave everything I do not need outside the dojo.

Afbeelding kan het volgende bevatten: basketbalveld en menigte

Mokuso. The middle of the front three people is Higaonna.

Over the course of several days, there were trainings, offered by senseis (teachers) from all over the world. It was interesting (and sometimes a little confusing) to see very different interpretations and accents by people all over the world. We were sorted in smaller groups, based on grade, so we could have a little more personal attention. It felt special to be training with people all over the world, who all can perform the same kata’s (series of movements) that I’ve been training so long to be familiar with.

Dojo

The “grandmaster” of goju-ryu karate is the 80-years old Moria Higaonna. He was one of the reasons I decided to justify my intercontinental flight. Even though the man is strong as an ox, his health doesn’t permit him anymore to travel abroad.
One evening, I went along to his personal dojo. It is situated in a garage box below his apartment, but nonetheless, it is a very special place. In some sense, it is a bit of a site of pilgrimage.
There was no official training at the time. I trained al little on my own and also together with three other Dutchies. Being in that dojo did something to me. Even though I had been training the better part of the day, I felt extremely focused and empowered to continue hard training.
As I sat down there to meditate a little, portraits of old masters behind me, I realized I had very often been practicing karate to please others. Mostly my teachers, who would judge me when I would do a grading exam. But also I would try to impress other karatekas (or hide my incompetence as well as possible). And when alone, I still wanted to please the tradition or some invisible masters, hoping they would not turn in their graves at what they saw me doing. But then I realized that I am going my own way of the open hand (literal meaning of “karate-do”), and that the approval of others is just irrelevant. It does not mean I’ll just do whatever I like and disregard any advise, but it means I am going my road for myself. Not only in karate, but in life itself. It is about just being myself as a goal on itself, instead of living up to the expectations of others or comparing myself to others. That’s a burden I’ve started shaking of, to be more free to be me.

20190802_210727

Within Higaonna’s dojo.

Pastime 

In the afternoons, we tended to loosely meet up at the Starbucks in the Kokusaidori, the main tourist shopping street. And from there we’d eat out together and have a drink. Usually at the Dojo Bar, a bar specialized in hosting performers of any kind of martial arts. The walls are painted white, and everyone is allowed to leave their mark, using waterproof markers.
The walking was far from done, because on many occasions we decided to walk back to our faraway room in Urasoe.

Food

Eating out in Okinawa turned out to be cheaper and far more easy than trying to cook for ourselves. Shopping groceries is kind of hard if you can’t read any of the labels, and most restaurants had pictures of the meals on the menus, so you can just point, say “hai”, “arigato” and bow.
But it turned out near impossible to eat vegetarian. I’m not strictly a vegetarian, but I tend only to buy meat if I’m thoroughly reassured that the animal has been treated well during it’s life and that the production process has been sustainable. But Okinawans tend to eat just everything, so a taxi driver told us. He didn’t know of any vegetarians on the island. I’ve wrote a but about the awful deadly creatures on Okinawa, but there are also cute black pigs. Okinawans love them too. On their plates, mind you. There’s pork in everything. Even in soup, tofu meals and sushi. Every time, I tried pointing at the meal  looking the most meat free, about less than half the times there was no hidden meat in it. When that happened, I just ate and was grateful to the late animal.

At one point, we went to a vegan restaurant. The prices were European, and so were the meals. We sat next to two German speaking girls. We had a nice conversation and eventually left when we had finished our dessert. However, both Simon and I had a feeling, we’d run into them again. And did we? Read on to find out!

Shinto shrine directly adjacent to the main bus terminal

Typical views of Naha

City attractions

Naha had been utterly devastated in the Second World War and was rebuilt without much regard for aesthetics. It was bombed by the Americans, who are till this day still permanently based on the island. There’s an American village, and the Americans had introduced typical American stuff, such as McDonald’s and all that, which for some reason is just too easy to ingest, and ruins age-old traditions for younger generations. We noticed that, even though everyone was always very polite, there was almost always some sort of relief noticeable, when we said we were from Holland, or”Oranda” (so not from the U.S.), and then their subtle abstention would turn into enthusiasm.

Anyway, after a while we started to be quite familiar with the city and its public transport. But at times we wanted to escape the grey of the concrete city.

View from Shuri Castle

Shuri Castle Walls

The first time, we visited Shuri Castle. It was a historic site, completely rebuilt after the war (the Japanese had made their headquarters in the basement of the castle, so the Americans had completely bombed the shit out of it). I didn’t thought it was kitsch and thought it is sad that in the Netherlands old buildings are never being rebuilt to former glory – for some reason it is even prohibited to do so.

Naha City Beach. (Unfortunately, that wasn’t my bike)

Another time, we went to the city beach. It is beautifully located at the base of cliff with a temple on it, and the waters are azure. There’s one minor issue with it, though: a huge highway bridge is built across it…
Still, it was nice being on sand instead of asphalt for a while. And we also visited the temple, and prayed like the Japanese do (with bowing a fixed number of times and clapping our hands twice). We even saw some women dressed like geisha’s. Those are apparently quite uncommon in Japan, as every tourist was gazing, pointing and taking pictures of them.

Naha Temple

There’s quite a lot of tourists on Okinawa, but most of them are from the mainland of Japan. Apparently there are Chinese as well. The difference between Japanese and Chinese in general is huge. I once entered a supermarket, and there were yelling people everywhere and many of the shelves had been plundered. At that point I realized how quiet the Japanese are and how much I appreciate that quality.

Saionara party

At the final day, there was a saionara (goodbye) party in a luxurious hotel suite. Ever since I’d become a dad and have a serious job, I’ve not been into partying that much anymore. But I really enjoyed the party with its “free” food and drinks. People from most countries were performing on stage (us Dutchies failed to think of an improvised entry). Some had prepared really well, some showed even signs of talent, but all of them performed enthusiastically.
Maybe you wouldn’t think so, as it is my job to constantly address groups of people, but I can be terribly shy. I was proud to overcome my shyness by approaching who I thought was the most beautiful girl present. A Bulgarian girl from Canada. We even had a very nice conversation. Just that, of course, for I’m a faithful husband. It sounds ironic that such a thing might actually have been one of the reasons that my wife had wanted me to travel without her: so I would do things I otherwise wouldn’t have, and consequently overcome some stuff and learn other stuff.
During the gasshuku, everyone was telling me I had a doppelganger, and at the party I finally got to meet him. It was an Australian, accompanied by some friendly friends. Because the party was being closed down at that time, they invited us to tag along to Rehab. A “secret” pub of sorts.

We went along, but at the first crosswalk, we ran into acquaintances: the German speaking girls from the vegan restaurant. We discussed the sheer odds of meeting again in such a big city, but as said, both Simon and I had had a hunch.

Because of the encounter, we lost track of the Australians and had to find Rehab on our own. All we found in the Kokusaidori were other karatekas, trying to find this secret pub. At some point, we finally found it. But we left quite soon. When we were searching fot the pub, especially the British had been busy drinking much. There were even some senseis among them, which I found somewhat difficult to behold. Of course I didn’t expect them to be saintly and all and not allowed to any worldly fun. But I prefer to see them, bearing some composure. The people in the pub were too loud for me to appreciate without further drinking. I considered doing so, but dismissed the idea, because I wouldn’t want to spend our final full Okinawan day all groggy.

Kudaka Island

The sacred island

When I’m traveling, the places that interest me most are sacred sites. In European cities, those are usually cathedrals. In the countryside, there are sometimes dolmens, stone circles, standing stones, groves and springs to be found. Such places usually have a certain quality, an energy if you please, that can be described as “holy” or “sacred”, which separates them from other everyday “mundane” places. If you are just quiet, you should be able to experience this very quickly.
On Okinawa there are shrines everywhere. A few major ones, such as the one we had been to in Nago, many small altars within houses or public space and tombs. They are associated with the Shinto tradition. Shinto can be considered Japan’s primal religion. It deals with all kinds of kami: spirits of trees, rocks, ancestors or personified forces of nature. It is my impression that the people generally do not believe in such Shinto notions, but that they perform the rituals nonetheless. Because it is tradition.

Typical graveyard. This particular one included parking lot and picknick tables.

This final day, we planned to visit Kudaka Island, the sacred island. According to myth, the gods who created the Ryukyu Islands (including Okinawa) descended from heaven and first set foot on Kudaka.

We went by ferry. The fast ferry. It went fast, indeed. There were children aboard, who shouted with joy every time we went up and down the waves. For the first time, this vacation, we managed to rent a bicycle. The bicycles were cute: rusty and with soft tires, totally too small for Dutch long-shanks.

Bikes, finally!

Before I’ll try to describe my awe for the island, I’d like to mention some creatures also inhabiting the place. There were striped sea snakes, which are twenty time as venomous as the habu’s on land. Great. At least you could buy them dried or grind to broth powder in the shops. It was a relief they are supposed to be mainly active after nightfall.
Then there are the friendly neighborhood spiders. Huge, yellow and black. We had seen them before near Higashi, but on Kudaka, they were bigger and in abundant supply.
And the third critter that I found somewhat intimidating were the huge purple-blue lobster people. They’d point at us with their limbs and make scary sounds. Eventually, they turned out to be only hermit crabs. Those are actually everywhere on the island, and actually quite cute, as they always try to hide in panic, resulting in randomly jumping rocks. But the ones we found near a hidden forest cave where just so big, we figured they might’ve been some kami’s physical form.

IMG-20190805-WA0060

Kudaka’s spiders – almost that big!

There were beautiful beaches everywhere. At first we stopped at every sign of a beach, but after a while, we just biked on. Unfortunately we missed the starsand beach; one where the sand is supposed to consist of minuscule starfish.
Cape Kaberu was definitely a very special place. It is the northernmost tip of the island, where according to myth the creation goddess Amimikyu had arrived first. It was a beautiful and rough beach, with this special quality I mentioned before to it. The place invited us to perform a little ceremony in our own way.

IMG-20190805-WA0054

I went dancing with the waves

Simon performing sanchin kata

We also came across a sacred grove. Until recently, only women were allowed to enter. Currently, entry is forbidden to al. We couldn’t find out why. But curiosity got the better of us, and we sneaked along the path. We came to a round clearing, with an amazing atmosphere. This was truly a special place, and I could understand why the local clergy wouldn’t want tourists to just trample around the place. So we respectfully didn’t enter the circle and returned to where we were allowed to be.

We had a great time exploring the isle. We found ancient springs, wells and a forest, wherein a god in the form of a horse is said to reside. Apart from all the living myths, legends and sacred sites, the overall atmosphere was friendly and relaxed. It was good being there.

Simon at a spring

Unfortunately we returned too late to the mainland to be able to visit Sefa-utaki, another sacred site, made of standing stones. We might have just been able arrive on time, If we hadn’t budget our feet to the cat eyes along the road, and I hadn’t asked for a band aid in the local ice saloon. It was not meant to be, I suppose. But maybe for the best. Kudaka was open and free, and Sefa-utaki might just have been hyped by tourism in the same way Stonehenge in England is, ruining the chance of an authentic experience.

Life is good on Kudaka Island

Final sunset

At the final day, we went shopping for souvenirs in Naha. We paid some actual attention to the shops in the Kokusaidori. I bought shiisaa: two lions characteristic for Okinawa. They are protective agents, having complementary dualistic qualities and symbolizing the “a” and “un” sounds, which would be a-un, equivalent to the Indian aum.

This may sound strange, but the whole of the journey over a small island amidst the ocean, we had never seen a sunset. We were either inside, stuck in the jungle, on the wrong side of the hill or within the big city.
Our plane left at sunset time. But then the plane turned in such a way we couldn’t see the sun, and was delayed subsequently, so that the no-Oikiawan-sunsets-for-Oskar-and-Simon-curse could strike again. But what the curse had forgotten to take in consideration, was that an airplane (when it eventually takes off) rises to great heights and thanks to Earth’s curvature, we were finally able to glance at the last shred of sun sinking into the ocean. That was a fine last glance to the land of the rising sun.

Just before I saw the sun set again

Afterword

It took me a lot of evenings to write all this. Well done if you got all the way to this point. I could’ve written a lot more, for example about my nightly adventures on a near deserted Korean airport, the conversations I had with Korea-based Welshmen or my sudden journey to France with my family the same day I arrived in Amsterdam. But a tale has to have an end at some point.

Traveling is most rewarding, because being among other cultures forces you to reflect on your values and habits, making you more aware of what you are doing, and the relativity of it all. Adventuring drags you from your comfortzone and forces one to be creative and aware of the possibilities at hand and your own devices.

I’ve learned a lot on the journey, met many new people and learned to appreciate much more. It was great to be with Simon, who as it turned out, was 20 years older than I am. But I consider him a good friend and I am happy to have shared this journey with him.

Japan has some great virtues. The tranquility of the people, the politeness, the appreciation of tradition, and so many more things. I could write another piece on that.

I’ve also learned that, while traveling is great, it is even better to do all the mentioned where you are right now. Learn from the people around you, regard everything that is just plain normal to you as if it were completely new and – above all – appreciate where you are together with the people you are with. And who you are. Life is some sort of travel after all.

Osu!

10 landen in 10 dagen

Toen ik een jaar of 3 was, ben ik twee keer mee geweest naar Italië. Mijn ouders memoreren graag dat ik tijdens de vliegreis bij jazzmuzikant Miles Davis op schoot gezeten heb, maar ook dat de Toscaanse vrouwen hun huizen uit kwamen, al “bambino! bambino!” roepend om dat Hollandse jongetje met blonde krullen te komen bewonderen.

Faelin, die inmiddels 5 is, heeft nog steeds van die blonde krullen. Misschien wilde ik meemaken dat ook mijn dochter zo bewonderd werd. (Door Italiaanse vrouwen weliswaar, want de adoratie van Chinese toeristen hadden we al in de pocket. Zij behandelden echter alles in Europa als een soort Disneyland-attractie wat je mag optillen om er foto’s van te maken.)
Maar misschien hoorde ik ook wel gewoon oprecht de roep van Italië, het land waar ik, zo ik laatst van mijn vader hoorde, op een financiële haar na, zou zijn opgegroeid.

Hoe dan ook, Margo was twee weken werken in Engeland. Ik had natuurlijk mee gekund, en als ik een wat attenter persoon was geweest, had ik misschien beseft dat onze trouwdag viel in die periode, waarin bovendien het Keltisch liefdes- (of eigenlijk: vruchtbaarheids)feest beltane gevierd werd. Maar ik ben een man. Ik verwachtte vroeg of laat Engels weer, realiseerde me dat Margo bijna alleen maar aan het werk zou zijn en ken onderhand wel iedere steen, boom en geheime plek in en rond Glastonbury.
Kortom, ik gaf gehoor aan de roep van Italië en ging mijn eigen reis maken – samen met de kindjes.

Voorbereiding
Voorafgaand aan deze reis hadden we een “nieuwe” tweede auto aangeschaft. Een Renault Clio uit 2001.
Verder had ik mijn principes over nooit meer kamperen opzij gezet en een tent ingepakt, met een kookstelletje en een enorme gasfles, die ik toevallig had staan.
Daarnaast had ik ANWB Europa dekking aangevraagd, alleen had ik niet goed opgelet of het nu goed verwerkt was. Ik dacht het toch niet nodig te hebben.
Verdere voorbereiding: nihil.

1. Duitsland: geen getwijfel; ik hou ook van de Eifel
Ik had vaak gehoord over de Eifel. Ik had eigenlijk geen idee wat het was, dus ik wilde erheen, want het lag op de route naar het zuiden. We sloegen ons tentje op bij het Waldferienpark Eifelblick, een camping uit de ANWB-gids met Nederlandse eigenaren. Zeker de helft van de mensen daar was dan ook Nederlander. Maar eigenlijk wel prettig, een beetje alsof je eerst je teen erin dipt voordat je je in het Buitenland onderdompelt. De eigenaresse was ook zo gastvrij, dat het voelde als een warm bad.

Dat bad was er fysiek ook: Heel de Eifel kon de kinderen gestolen worden, want er was een ‘Hallenbad’; wat heb je nog meer nodig?

Maar ik wilde dingen zien, dus ik heb ze over de Dolomieten-route gebeuld. Het werd me door verschillende mensen ontraden:  acht kilometer over rotsen, door vulkanen (heel lang geleden was het een vulkanisch gebied, wat ook Vulkaneifel heet) en langs grotten. Maar het was ook mijn vakantie! Galahad heb ik tweederde van de weg getild. Faelin deed het super, maar werd ook een keer moe. Wel gaf ik pas toe op een plek dat ik zeker wist dat er veel menen toekeken hoe ik zogenaamd al die kilometers twee kinderen de rots op zeulde. Ik moest nog wennen aan mijn sandalen en halverwege heb ik ze moeten inwisselen voor blote voeten. Onderweg moesten we van alles spelen; over dwergen, de hobbit, tovenaars, aardmannen, prinsessen en ridders.
Maar prachtige route. Bossen, rotsen, glooiende velden, een grot en vergezichten. Start bij de toeristeninfo in Gerolstein.

IMG_2702

De kindjes aanschouwen een oude krater

Het kramperen viel me eerlijk gezegd mee. Toegegeven, ik werd meer dan tien keer per nacht wakker door de harde ondergrond en een koude neus, maar om een of andere reden voelde ik me ’s ochtends vroeg prima uitgerust.

Ook hebben we nog een bedevaartsoord bezocht, dat leek me wel gepast tijdens Pasen. In Klausen (wat kennelijk dus niet het Duitse woord is voor ‘klote’) stond een kerk gewijd aan Maria. Veel zieke mensen die daar gebeden hebben, zouden daardoor zijn genezen en hadden de krukken die ze niet langer nodig hadden aan de kerk gedoneerd.

We bleven twee nachtjes op de camping. Misschien had ik langer in Duitsland moeten blijven. De kindjes hadden het fijn op de camping en wilden zó graag naar het dinosauruspark in de buurt. Maar nee, papa wilde door. En toen begonnen de problemen.

2. Oostenrijk: handen, voeten en een beetje Duits
Bij een tankstation in Zuid-Duitsland had ik even geparkeerd voor een plaspauze. Daarna wilde de auto niet meer van het stuurslot. Direct werd ik geconfronteerd met mijn nalatigheid in het controleren van de verwerking van mijn ANWB-aanvraag. Zonder Europa dekking mag je het zelf rooien.
Mijn telefonische contact met de Duitse wegenwacht, de ADAC, maakte me erg panisch voor de Duitse taal. Ik moest een slecht Engels sprekende Duitse telefonist onder andere duidelijk maken wat er met mijn auto loos was, en nog moeilijker: waar ik was. Uiteindelijk ben ik het pompstation en heb de vrouw van de kassa mijn inmiddels bijna lege telefoon in de hand gedrukt om het uit te leggen.
Uiteindelijk succes! Er kwam een kerel in een grote sleepwagen met een grote viking-tattoo. Hij morrelde wat aan de sleutel en kwam toen aanzetten met een grote hamer. Een klap voor 50 euro met zijn Mjölnir op het slot en de auto startte weer. Ik mocht alleen de sleutel er niet meer uithalen en moest naar een garage wanneer het kon. Ik vond het allang best.

In de schemer zagen we de contouren van de bergen, maar de bergen die ik de kindjes beloofd had, bleven voor ons verborgen in het donker. We klopten aan bij de jeugdherberg in Feldkirch (de panoramacamping die ik had gereserveerd liet ik maar even schieten) en er was nog nèt plek in het kleinste kamertje! Wat een geluk!

IMG_2717.JPG

Jeugdherberg in Feldkirch

Het was een bijzonder gebouw. Het wordt voor het eerst genoemd in een tekst uit de 13e eeuw, waarin staat dat het gebouw toen al heel oud was. Het heeft onder andere gediend als lepra-kolonie en als ziekenhuis; veel ingrediënten voor een spookhuis.

De volgende ochtend was het Tweede Paasdag. Een ideale dag voor een auto die nu helemaal niet meer wilde starten… Ik heb het verder maar even gelaten voor wat het was. Omdat de kindjes zo moe waren, zijn we enkel maar wat gaan rondzwerven rond het hostel. We hebben uren gespeeld in een spoortunnel en bij een fontein in iemands tuin. En we zijn actief gefascineerd geweest door de rigide intelligentie van een elektrische grasmaaier (ja kinderen, dat is nou een robot!)

IMG_2725

Uren zoet met een fonteintje…

Gelukkig bestaat er geen Derde Paasdag en kon ik de volgende dag de boel bij de ANWB administratief in orde maken. In afwachting van de verwerking zijn we twee uurtjes naar het historische centrum van de stad gegaan. Daar gaf ik een euro aan iemand die er om vroeg in de hoop op wat goed karma.
Daarna is een man van de ÖMTC (Oostenrijkse wegenwacht) gekomen om met een (dit keer door de verzekering gedekte) klap met een inbussleutel de auto te laten starten. Op naar de garage. Inmiddels was ik wat gewend en iets zelfverzekerder geworden in mijn Duits en gooide er niet langer willekeurige buitenlandse (en vooral Franse) woorden tussen.

Het vervangen van het slot te zou een week duren, en eigenlijk had ik daar ook op gehoopt. Want dat betekende vervangend vervoer en repatriëring van Zilvertje; de nieuwe auto waarvoor mijn liefde inmiddels wel bekoeld was.

Maar nu het volgende probleem: het vervangend vervoer zou naar ons gebracht worden, maar moest helemaal uit Hamburg komen en zou de volgende ochtend pas arriveren op een door mij opgegeven adres. Dus ik moest gauw op zoek naar een adres.
Vol goede moed liep ik met wat basale spullen en de kindjes naar het dichtstbijzijnde hotel. Dat was vol. Het volgende was geen hotel. Het andere was ook vol. Inmiddels werden de kindjes erg moe en Galahad viel zelfs in slaap. Het volgende hotel was al jaren geleden failliet gegaan. Op Google maps zag ik nog één hotel. Chique, maar dichtbij. Dichtbij op de kaart dan, want het lag hoog op de heuvel. De eigenaar zag ons aansjokken; een vader met een slapende peuter in zijn armen en een uitgeputte kleuter achter zich aan. Ook zijn hotel zat vol. Maar hij belde een paar mensen en bracht ons vervolgens zelf naar een ander hotel. Wat een held! Dit vond ik een inspirerende daad van mededogen, en zo iemand wil ik ook zijn in zulke situaties.

Ons nieuwe adres, Waldrast, was schitterend. Hoog op de heuvel met een onbelemmerd uitzicht over de uitgestrekte vallei en de hoge bergen er achter. Dit maakte een heleboel stress goed. Als ik geld als water had gehad, was ik zeker nog een nachtje gebleven om het woud waar het hotel naar genoemd was te ontdekken.

De volgende ochtend kregen we onze auto: een zo goed als nieuwe Volkswagen Golf. Het was een heerlijke auto. Toen ik mij beklaagde over het gegeven dat ik altijd oude auto’s had met alle gedoe van dien, vertelde de man die hem kwam brengen een verhaal dat mij enerzijds geruststelde, maar anderzijds ongerust maakte: ook nieuwe dure auto’s kunnen stuk gaan. Hij had namelijk ooit een peperdure BMW gekocht, waarvan tijdens de eerste lange rit, toevallig ook naar Italië, de katalysator spontaan ontplofte. Kortom, auto’s geven nooit garanties.
Desondanks ervoer ik het rijden in de veel ruimere Golf als een waar genoegen. Rondrijden met een Duits kenteken was ook een aparte ervaring; het gaf me een veilig gevoel. Alsof ik een masker droeg. Dat als ik fouten in het verkeer zou maken, het niet mij persoonlijk aangerekend zou worden, maar ‘die Duitser’.

3. Lichtenstein: suits & tourists
Eén van de plekken die ik zeker wilde zien was het microstaatje Lichtenstein. Misschien om het van ‘het lijstje’ af te strepen. Echt de moeite waard vond ik het niet. Natuurlijk is het mooi, maar niet anders dan het omringende Alpengebied.
De ‘hoofdstad’ Vaduz was dan ook niet veel meer dan één winkelstraat met musea voor moderne kunst, een supermarkt, een aantal bankkantoren en wat omringende huizen. Op één na liggen de overige dorpen van het landje aan dezelfde doorlopende weg. Ik weet niet of ik oorspronkelijke Vaduzianen gezien heb, want de enige twee typen mensen die ik zag waren andere toeristen en mensen in pak, die bij de bankgebouwen rondhingen.

20190424_140515

Een modern kunstwerk en een sluipende kastanjeboom in Vaduz

Ik vond het een aparte gewaarwording om de Rijn te zien en te bedenken dat als ik er in zou gaan dobberen, ik uiteindelijk thuis uit zou komen.

4. Zwitserland: bergen, meren en meer bergen
Na heel het gedonder met de kapotte auto had ik eigenlijk besloten dat ik wel klaar was met het uitputtende fenomeen ‘vakantie’. Via Airbnb boekte ik een kamer in een villa in het Franstalige gedeelte van Zwitserland. Je moet weten dat ondanks de geringe afmetingen, Zwitserland behoorlijk verdeeld is en de inwoners elkaar niet kunnen verstaan. Er is naast een Frans en een Duits gedeelte ook een Italiaans gedeelte en dan is er nog een groepje of generatie die nauwelijks meer dan Reto-Romaans spreekt.

Bij Airbnb heb je volgens mij grofweg twee soorten hosts; het type dat een extra zakcentje aan je verdient en het type dat het oprecht leuk vindt dat je er bent. Onze hosts waren duidelijk van het tweede type. En als ik had geweten dat ze ons hadden aangeboden om mee te eten, had ik niet de duurste pizza in het minst gezellige hotel ooit besteld. Rond etenstijd regende het pijpenstelen, en van de buitenkant leek hotel Le Soleil heel wat…
Bij onze logeeradres kregen de kindjes een tuin met trampoline, een speelkelder en heel veel speelgoed tot hun beschikking. Die wilden wederom natuurlijk niet meer weg..
Zelf vond ik het er overigens ook zo prettig dat ik besloot toch nog wat meer uit de vakantie te slepen.

Voordat we de volgende dag vertrokken, had onze gastvrouwe ons nog meegenomen naar een fijne plek met speeltuin aan het mooie meer de Bielersee.
Na een hoop piraten en prinses gespeeld te hebben, gingen we hoog door de bergen naar de tunnel van St. Bernhard. Daar introduceerden zich de volgende problemen: a. je moet betalen om van de weg gebruik te maken en b. ineens was er geen saldo op mijn bankrekening. Ik nam de kosten voor mobiele data buiten de EU voor lief om voor de ingang van de tunnel te gaan staan internetbankieren, waarna we door konden. Door naar het land van mijn dromen.

5. Italië:
Waardoor het kwam weet ik niet zo goed – of het nu de dure tolwegen waren of de norse pompbediende die geen arrivederci wilde zeggen of iets heel anders, maar ik voelde me niet op mijn gemak in het land waar ik al zo lang naar toe wilde. Het gevoel van thuiskomen bleef zelfs uit bij het zien van de gele en oranje gebouwen in de zon, de mooie kleuren en de vele mensen die actief samen waren met elkaar op straat (in tegenstelling tot de geïndividualiseerde Nederlanders die maar wat op zichzelf in hun eigen huis zitten). Nee, het was alles heel mooi, maar ik had heimwee en miste mijn vrouw.

We gingen naar camping Baciccia in Ceriale. Dat ligt in de streek Ligurië, wat bestaat uit vrij hoge bergen die in zee uitlopen. Ik kwam er achter dat het in Italië vakantie was, en de camping stond hutje mutje vol met Italiaanse campers. Al gauw hadden de kindjes vriendjes gemaakt; wie heeft er nu taal nodig als je ook gewoon scheetgeluiden kunt maken en dan achter elkaar aan gaat rennen?

De streek staat tevens bekend als de Italiaanse bloemenkust. Dat klinkt heel romantisch, maar het komt er op neer dat er overal kassen met potbloemen zijn. Verder liep er een spoorlijn knal langs de kustlijn. Het zal vast een prachtige treinrit zijn, maar voor het strand deed het weinig goed.
Verder landinwaarts vond ik het mooier: kleine oude dorpjes en veel minder drukte.

We bleven er drie nachtjes en al gauw realiseerde ik me hoe weinig ik wist van de Italiaanse etiquette. Ik vond het al vervelend genoeg dat ik geen woord van die mooie taal spreek, maar ik realiseerde me ook dat ik meer dan in al die andere landen waar ik geweest was me geaccepteerd wilde voelen. Vandaar mijn aanvankelijke onbehagen. Ik kwam er achter dat uit eten gaan problematisch zou worden. Allereerst omdat je pas echt dineert om een uur of negen – wanneer mijn kinderen echt al slapen. En dat je geacht wordt netjes en verzorgd te verschijnen. Ook dat vond ik moeilijk te realiseren vanuit mijn kleine tentje.
Al gauw besloot ik het onderdompelen in de cultuur uit te stellen tot een volgende keer, als de kindjes groter waren, ik niet alleen met ze zou zijn en bovendien wat ruimere voorzieningen zou hebben.
Gelukkig had het restaurant op de camping een prima kok en werd er ook eten op toeristentijden geserveerd.

20190427_192325

Geen etiquette, wel genieten! In Italië mag je NOOIT je spaghetti snijden.

In de Italiaanse cultuur is (behalve ontbijt) eten echt heel belangrijk. Je dient uitgebreid te lunchen om een uur of twee (rond die tijd niemand lastigvallen), rond een uur of 6 een flinke appetizer (formaat pizza) en dan vanaf een uur of negen dineren met een aantal gangen, waarbij de flinke antipasta slechts een voorgerecht is.
Kinderbedtijd bestaat niet. Tot een uur of elf hoor je ze nog gillen (anderen zitten te knikkebollen). Als je ze ernaar vraagt, vinden ze dat Hollandse kinderen nou eenmaal meer slaap nodig hebben dan Italiaanse.
Wel heb ik complimenten gekregen voor het goede gedrag van mijn kinderen. Daarop ben ik als vader natuurlijk trots. Het is goed voor kinderen als ze niet zomaar alles maar mogen.

De Italiaanse kust is echt een enorm toeristisch gebeuren. Ik heb 100 kilometer langs de kustlijn gereden en op werkelijk ieder stukje asfalt dat niet direct gebruikt werd om te rijden, stond een auto geparkeerd! Het duizelde me om in te schatten hoeveel auto’s er moesten zijn in dit land… En al helemaal als ik bedacht wat een tolgelden er geïncasseerd zouden worden!

Die tolwegen zijn echt geen feest voor een reiziger. Ze zijn praktisch niet te vermijden en best pittig geprijsd. Als je pech hebt, sta je bovendien lang in de rij om te betalen. Cash of card. Cash heb ik zelden bij me, dus de eerste keer dat ik een tolpoortje door moest, jaste ik m’n pinpas erin. Maar ik kreeg Italiaanse foutmelding op Italiaanse foutmelding terwijl er een steeds langere rij achter me aan het ontstaan was. In pure paniek stopte ik mijn creditcard er maar in. Die accepteerde het apparaat zonder ook maar om de pincode die ik niet kende te vragen. Een opluchting!

Voor de kindjes was Italië wel echt het hoogtepunt van de reis. Niet omdat het het verst was, of omdat het zo exotisch was. Nee, dat was omdat ik ze had verteld dat de lekkerste ijsjes in Italië zijn. In Laigueglia (een vriendelijke Italiaan op de camping was me deze badplaats aan het aanraden, maar bedacht zich halverwege dat een plaats met zo’n naam gewoonweg te moeilijk zou zijn voor me om te vinden), kregen ze dan eindelijk hun dolce. En wat kozen ze? Smurfenijs.

20190427_153647

Smurfenijs in Laigueglia

Helaas heeft niemand alles uit zijn of haar handen laten vallen om met de handen in de lucht “Bambino! Bambino!” te roepen; wellicht was dat ook wel te verwachten in een gebied waar veel Nederlanders komen in de zomer. Maar toch hoorde ik af en toe dames elkaar aanstoten en zachtjes: “Bellissimo!” tegen elkaar zegen.

6. Monaco: wat er misgaat met de mens
Vanuit Italië rijd je Monaco binnen van bovenaf. Je moet je dan talloze kleine kronkelstraatjes manoeuvreren en goed oppassen dat je geen muurtjes, toeristen of Ferrari’s raakt.
Dat deed ik, maar ineens maakten de smalle straatjes plaats voor een groot vlak asfalt, omgeven met tribunes. Op de grond startvlakken en boven de weg een stoplicht. Naast me kwam een Lamborghini staan met brullende motor. Mijn eerste panische gedachte was dat ik niet goed opgelet had en een racecircuit op gesukkeld was. Nou ben ik best avontuurlijk, competitief en heb ik in mijn leven wat uurtjes Need for Speed gespeeld, maar om nou in een VW Golf met twee kleintjes achterin het op te gaan nemen tegen sportwagens terwijl de wereld toekijkt… Nee…
Gelukkig besefte ik al gauw dat de tribunes leeg waren en dat er ook bestelbusjes het circuit op kwamen rijden. Blijkbaar maakt het circuit van Monaco deel uit van de reguliere infrastructuur.

Maar ondanks de fysieke schoonheid van de gebouwen en de fonteinen vond ik Monaco lelijk. Het liet namelijk exact zien wat er fout gaat met de mensheid: een handjevol mensen heeft zoveel geld dat ze praktisch alle problemen in de wereld op zouden kunnen lossen als ze dat zouden willen. Maar liever kopen ze er auto’s voor die meer kosten dan al het vastgoed in mijn straat bij elkaar.

signal-2019-04-27-195308

Een tribune voor de GP, plezierjachten en stoeltjes aan de rand van het zwembad midden in de stad. Een paar willekeurige dingen in Monaco.

7. Frankrijk: nur fränzosisch
Om naar en van Monaco te komen was ik al door Frankrijk gereden, maar ik wilde er ook overnachten. Nadat we uit Italië vertrokken waren en ons hadden vergaapt aan de schoonheid van de Alpen aan de andere zijde van de St. Gotthard tunnel, gingen we naar het uiterste oosten van Frankrijk, de Grand Est. We sliepen in Kingersheim, een buitenstadje van het grotere Mulhouse. Beide plaatsnamen spreek ik uit in brullend Duits, en als ik niet beter wist, hadden alle plaatsnamen behoorlijk Germaanse namen, waarbij Baldersheim de kroon spande.
Maar Duits als het klonk, aan deze kant van de Rijn sprak men geen woord Duits. Of Engels. Het is per slot van rekening Frankrijk.

We sliepen in een appartementje dat er aan de voorkant deprimerend stom uitzag, maar aan de achterkant een onverwachts aardig uitzicht bood over het oude centrum en de hoge heuvels in de verte.

De streek waar we de volgende dag doorheen reden was (op de tolpoortjes na) heel erg lieflijk, met glooiende heuvels vol druivenstokken en hier en daar in de verte een hoge heuvel met een sprookjeskasteel erop.

8. Luxemburg: Wouden en kastelen
Het derde kleine (groot)hertogdom dat we bezochten en nog een klein staatje waar de inwoners allemaal verschillende talen spreken.
We bezochten het kasteel van Vianden. Er waren weer veel Nederlanders om ons heen. Ze waren allemaal best vrolijk. Waarom? De parkeerautomaat was kapot, want je kreeg én je ticket én je geld terug. Ik moet bekennen dat ook in mijn Hollandse brein een beetje dopamine vrij kwam door het gratis parkeren!

Het kasteel lag hoog op de heuvel en overzag het stadje (met oude stadsmuren en wachttorens), de rivier en de bossen. Het kasteel zelf was behoorlijk gerenoveerd. Faelin was meteen een prinses en Galahad was niet weg te slaan bij de ridders (althans, de harnassen). Ineens zag ik een bekend gezicht en ontdekte dat Willem van Oranje ook ooit graaf was geweest van Vianden. Guillaume le Taciturne noemen ze hem daar. Ik vroeg me af of hij ook zo blij geweest zou zijn met gratis parkeren, ook al bestond ‘Nederland’ toentertijd nog lang niet.

20190429_133446

Kasteel Vianden

9. België: wo sind die Ardennen?
Een van de mooiste plaatsen op aarde vind ik de Ardennen met hun groene naaldbomen, beekjes en bossen vol feeën waar je serieus in kunt verdwalen. Daar wilde ik nog heel graag doorheen rijden, er picknicken en wie weet er nog een nachtje verblijven.
Maar de route terug naar Nederland leidde precies om het door mij zo geliefde woud heen. In plaats daarvan kwam ik in het Duitstalige stukje België terecht. Ardennen waren het niet, maar lieflijk was het wel. Glooiende groene heuvels met velden vol paardebloemen, stroompjes en kleine bosjes. the woods, the fields, the rivers… Het enige wat er nog ontbrak waren hobbits.
Of ik België voor de kleintjes mee mag tellen, weet ik niet zeker, want ze sliepen van grens tot grens.

10. Friesland
Tien landen klinkt spectaculairder dan negen. En de nieuwe Volkswagen reed zo fijn, daar wilde ik nog wat plezier van beleven, dus hebben we één nachtje thuis geslapen en zijn toen nog doorgereden naar het noorden van Friesland, waar mijn moeder woont. Daar bleven we twee nachtjes. Tot Margo weer in het land was en de auto terug moest. Tegen het inleveren van de fijne auto zag ik op, maar naar het weerzien van onze geliefde moeder de vrouw, keken we enorm uit.

Tot slot
Ik heb best een boel verteld en nog veel meer meegemaakt. Ik ben in elk geval heel trots op hoe goed de kleintjes het gedaan hebben op reis. We hebben ze niet opgevoed tot I-pad kinderen en ze kunnen altijd overal spelen. Urenlang in de auto zitten vonden ze geen probleem. Sterker nog, als ik onderweg stopte om een willekeurige mooie waterval te gaan bekijken na vier uur rijden, begonnen ze zich ernstig te verzetten omdat ze in de auto wilde blijven.
Uitgerust ben ik niet, maar het was heel toffe reis!

Omdat het koordje van mijn cameratas de geest gaf, heb ik niet zo veel foto’s kunnen maken. Maar hier nog een paar van de mooiste foto’s:

IMG_2688

Kasteel Kasselburg in de Eifel

20190421_132336

Oude priorijtuin in Klausen

IMG_2738

Walensee, Zwitserland

IMG_2760

Eerder genoemde waterval in Zwitserland

IMG_2764

Bergen in Zwitserland

20190427_155334

Laigueglia

Reis

De route

Gods troon en de grondwet

Eigenlijk wilde ik niet zoveel aandacht besteden aan het anti-queer pamflet; de Nashville-verklaring. Het was voor mij geen nieuws dat er in de VS erg fanatieke christenen wonen en dat we ons land delen met fundamentalisten en dat zij ook officieel in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn.
Enerzijds is het moeilijk te begrijpen dat mensen van wie je intelligentie mag verwachten, zoals Kees van der Staaij en andere academisch geschoolde predikanten, in staat zijn tot zulke denkbeelden. Maar anderzijds, is er al lang geleden vastgesteld in een onderzoek dat ik in een afstudeerscriptie gebruikt heb dat zelfs de meest rationele en intelligente professoren in staat zijn om hun leven lang te blijven vasthouden aan een sprookjesgeloof, zoals het letterlijk geloven van het scheppingsverhaal. Of het idee dat er een God bestaat die zich ondanks zijn almacht en alwetendheid behoorlijk op zit te winden over homoseksuele praktijken.

En ja, de verklaring is ongrondwettelijk en gaat in tegen de rechten van de mens, maar ik liet het aan anderen om zich hier druk over te maken. Ik heb enkel een keer Jan Beuvings wijze les over schapen geciteerd om net als zij elkaar niet te veroordelen, maar ook elkaars gemekker af en toe te doorstaan.

 

Maar gisteren hoorde ik een interview met psycholoog en gedragswetenschapper Martin Appelo*, en hij merkte twee dingen op die ik zo interessant vond dat ik besloot alsnog dit te schrijven

God onttroond
Appelo noemde een religiepsychologisch onderzoek, waaruit gebleken is dat er in elk geval drie soorten van geloven zijn die van invloed zijn op het menselijk welzijn:

  1. Het geloof in een goddelijkheid die onvoorwaardelijk van je houdt. Dit type geloof heeft de meest positieve invloed op de menselijke psyche. Deze mensen ervaren sterker een gevoel van deel uitmaken van iets groters, een zinvol bestaan en steun.
  2. Atheïsme: mensen die überhaupt niet in iets goddelijks geloven ervaren de bovengenoemde voordelen aanzienlijk minder.
  3. Het geloof in een goddelijkheid die voorwaarden stelt. Dit is de groep die bijvoorbeeld iedere keer weer SGP stemt. Bij deze groep mensen is het welzijn relatief het laagst. De god waar zij in geloven is hen constant aan het beoordelen. Hij is op zich wel bereid om ze te accepteren, mits ze voldoen aan een strikte lijst met eisen. Voldoe je niet, dan staat branden tot in de eeuwigheid op je te wachten.

Appelo merkt op dat mensen zoals de leden van “de bende van Nashville”, God onttronen, door hem tot een soort menselijk scheidsrechterswezen te maken, dat anderen beoordeelt en in hokjes stopt, volgens regels die zij pretenderen te weten.
Hij vindt dat wat deze mensen doen een polariserende praktijk is, die de geestelijke gezondheid van velen schaadt.

Oog om oog, tand om tand
Appelo benoemt nog een punt dat ik erg belangrijk vindt. Namelijk, wat doe je hier tegen?
De primaire reactie is om deze zaak te vuur en te zwaard te bestrijden. Maar Appelo waarschuwt er terecht voor om niet in dezelfde valkuil te trappen als de bende van Nashville. Zij redeneren namelijk volgens het principe ‘je mag er wel bij horen, maar dan moet je wel eerst veranderen’. En waar we als samenleving voor moeten waken is dat we niet doorschieten in ‘je mag alleen in Nederland wonen als je pro-homo bent’.
Dit punt vond ik belangrijk omdat deze beweging volgens mij wel gaande is, zeker in de sferen van social justice (anti-racisme en pro-gelijkheid), zie ik nogal vaak uitspraken gedaan worden die indruisen tegen mensenrechten en de rechtsstaat.

Daarom ben ik blij dat de rechter toetst voor ons of Van der Staaijs ondertekening tegen de wet indruist.
Het is goed dat we een grondwet hebben. Maar het is belangrijk om te beseffen dat deze ten alle tijden voor iedereen geldt, en niet alleen voor mensen met een welgevallige mening.

God en grondwet
Kortom, als we wat meer onvoorwaardelijk elkaar willen accepteren, zoals de grondwet wil dat we doen, dan zullen onze goden daar wellicht wel in mee gaan.

49721772_10216030609031747_5389804547659005952_n

* In het Radio 1 programma Nieuws en Co van 10-01-2019 om 18:11

Sapiens

Vaak staat er op de cover van boeken “dit boek was echt cool, groetjes van bekend persoon x”. Op het boek dat ik nu aan het lezen ben zijn die review-fragmentjes van Obama en Bill Gates; niet zomaar de eerste en de beste slimme bekende personen.

Afbeeldingsresultaat voor sapiens

Het boek waar ik het over wil hebben is Sapiens van Youval Harari uit 2011. Ik heb hem voor het eerst gezien in een fascinerende aflevering van Tegenlicht, Mensen, goden en technologie, waarin hij aan de hand van zijn kennis van het verleden geloofwaardige voorspellingen doet voor de nabije toekomst. Daarna kwam ik hem en zijn ideeën over verleden, heden en toekomst steeds vaker tegen op plaatsen waar ik interessante informatie verwachtte. Naast Sapiens heb ik meteen ook Homo Deus, a brief history of the future en 21 lessons for the 21st century gekocht. Harari is iemand die volgens mij het grote plaatje weet te overzien.

De ondertitel van het boek is a brief history of humankind. In het boek brengt Harari op briljante wijze het leeuwendeel van de beschikbare wetenschappelijke informatie over de geschiedenis van de (dier)soort homo sapiens bijeen. Ik heb Sapiens nog niet uit, maar het heeft al mijn mensbeeld zo’n slinger gegeven dat ik er nu al het een en en ander uit wil delen.

Mens of dier?
Al eeuwen lang – althans, in elk geval sinds Darwin – vragen mensen zich af wat nou exact het verschil is tussen mensen en dieren. Biologisch gezien is homo sapiens natuurlijk verwant aan apen, als lid van de hominidae (mensapen) familie.
Maar toch voelt iedereen wel aan dat er een groot verschil is. Maar wat precies? Heel veel aannames zijn al gesneuveld, dankzij ontdekkingen van gedragsbiologen. Zo kunnen sommige dieren in bepaalde situaties empathisch handelen, grappen maken, plannen, gereedschap maken en gebruiken, logisch redeneren, taal spreken, oorlog voeren, hobbies hebben en meer dingen doen waarvan je zou denken dat ze uniek voor de mens waren.

Volgens Harari is de eigenschap die homo sapiens uniek maakt het vermogen om te geloven in dingen die niet in de zintuiglijke werkelijkheid bestaan. Je kunt daarbij denken aan goden en geesten, maar ook aan zaken zoals het vaderland, de wet of multinationals. En dit vermogen stelt onze soort in staat tot dingen die geen enkele andere soort kan: flexibel samenwerken met heel veel andere individuen. Door gezamenlijke mythen kan je veel meer soortgenoten zonder al te veel problemen laten samen leven en werken.

Dit vermogen heeft de mens niet altijd gehad. Vanaf een jaar of 70.000 geleden is er structureel is veranderd (geëvolueerd?) in het brein van homo sapiens. De cognitieve revolutie noemt Harari dat. Vanaf dat moment is homo sapiens zich werkelijk gaan onderscheiden en de wereld gaan veroveren.

Andere menssoorten

Afbeeldingsresultaat voor human evolution homo erectus

Dankzij plaatjes zoals deze, had ik altijd de voorstelling dat homo sapiens een aantal evolutionaire stadia vooraf gingen, zoals de homo erectus. Maar dit blijkt helemaal niet te kloppen. Verschillende menssoorten hebben millennia lang naast elkaar bestaan.

Maar toen homo sapiens de cognitieve revolutie door ging maken, gingen dingen veranderen. Homo sapiens begon zich namelijk in relatief rap tempo over de hele wereld te verspreiden, terwijl alle andere menssoorten (en veel andere diersoorten) relatief rap begonnen uit te sterven.

Het is het meest waarschijnlijk dat de homo sapiens de andere menssoorten direct of indirect heeft gedood, ondanks hun vermogen om vuur en gereedschap te maken, talig te zijn en (beperkt) samen te werken. Van vermenging is is nauwelijks sprake; ons DNA is voor meer dan 95% hetzelfde als dat van de vroege sapiens en minder dan 5% van bijvoorbeeld neanderthaler-DNA is terug te vinden in sapiens-DNA.
Hoewel neanderthalers sterkere lichamen hadden en grotere hersenen, hadden ze niet het vermogen om in zulke grote groepen samen te werken als de homo sapiens. En daarbij, homo sapiens staat en stond niet bekend om tolerantie….

Homo sapiens en de natuur
In 2018 bracht het Wereldnatuurfonds het Living Planet Report uit, waarin duidelijk werd gemaakt dat sinds 1970 maar liefst 60% van alle vogel-, vis-, reptiel-, amfibie- en zoogdiersoorten zijn uitgestorven door menselijke activiteiten. Dat is onvoorstelbaar veel in onvoorstelbaar weinig tijd.

Afbeeldingsresultaat voor giant lemure

Een reuzenlemuur uit Madagaskar

Maar het is niet zo dat de mens vóór 1970 veel zuiniger met natuur omging; we waren vroeger alleen iets minder snel met alles slopen. Het meestal is niet zo dat de mens doelbewust andere soorten uitroeit, maar soorten verdwijnen wel bijna altijd door toedoen van de mens. Denk aan de dodo,  die aan het einde van de 17e eeuw uitstierf door ontbossing en introductie van uitheemse diersoorten dankzij Hollandse zeelui. Of Madagaskar; dat was altijd een geïsoleerde plek geweest, waar allerlei bijzondere beesten leefden zoals de reuzenlemuren en olifantvogels. Maar rond het jaar 500 stierven ze ineens uit; precies het moment waarop mensen naar het eiland kwamen.
Of wat dacht je van de megafauna van Australië? Onder andere diprotrodon; een wombat van 3 ton. Die verdween samen met veel andere grote diersoorten op het moment dat de mens overstak naar het Australische continent.

Gerelateerde afbeelding

Diprotrodon

Hetzelfde lot wachtte de grote dieren van Noord- en Zuid Amerika. En eigenlijk op bijna elk eiland ter wereld gaat het uitsterven van de grote dieren samen met de aankomst van de mens.
Waar zijn de mammoeten eigenlijk gebleven..?

 

Gerelateerde afbeelding

Mammoetjagers

Biologisch succes
Maar niet met elk dier liep het slecht af. Biologisch gezien heb je als soort succes als je DNA veel verspreid is. En homo sapiens heeft een aantal vrienden gemaakt; gewassen, vee en huisdieren.
Op een bepaald moment in de geschiedenis is de mens langzaam aan overgegaan van jagen en verzamelen op landbouw. Men zegt wel eens dat de mens graan (en andere gewassen) heeft gecultiveerd, maar je zou het ook om kunnen draaien: graan heeft de mens gecultiveerd. Mensen hebben hun hele manier van leven aangepast om afhankelijk te worden van een of meerdere gewassen en hebben daarbij die gewassen over de planeet verspreid. Allerlei granen en groenten hebben biologisch gezien dus veel profijt gehad van de mens.

Vee heeft ook dankzij de mens biologisch succes, al hebben de dieren daar individueel niet zo heel veel aan. Individueel hebben de meeste kippen en koeien dankzij de mens een kort en ellendig leven.
Harari ziet niet alleen maar homo sapiens als lid van een maatschappij, maar ieder wezen dat daarbij betrokken is. Als voorbeeld noemt hij dat de samenleving van Nieuw-Zeeland bestaat uit 4 (inmiddels 5) miljoen mensen en 40 miljoen schapen. Een interessante manier van kijken, die me deed denken aan dit filmpje waarin een dierenrechtenactivist zich hardop afvraagt waarom de mens kan besluiten dat de ene soort wel opgegeten wordt en de andere niet (speciecism, noemt de activist dat, discriminatie op grond van soort). Ik ga er zelf op dit moment niet in mee, maar er valt iets voor te zeggen, zeker wanneer je beseft dat homo sapiens ook maar een diersoort is, die toevallig bijzondere vermogens gekregen heeft. Maar is dat toevallig?
De mens heeft altijd manieren gevonden om (dat) toeval weg te verklaren. Meestal door god of goden, die ons gecreëerd dan wel geïnspireerd zouden hebben en ons het recht gegeven zouden hebben om over de aarde te regeren.
En dat is dan weer precies datgene wat mensen uniek maakt: het (gezamenlijk) kunnen geloven in dingen die niet in de zintuiglijke werkelijkheid bestaan.

Tja, dat zijn wij
In dit stukje heb ik maar een klein deel van wat ik gelezen heb besproken, maar wel de dingen die mij het meest verrasten en aan het denken hebben gezet.

Namelijk dat de homo sapiens millennia lang heeft bestaan naast andere menssoorten. We zijn dus niet de mens. We zijn een mens. De anderen zijn er alleen niet meer…

En ook dat sapiens vanaf de cognitieve revolutie al een ecologische ramp werd. We zijn altijd geneigd te denken dat onze voorouders in volmaakte harmonie met de natuur leefden. Maar dat de natuur daar kennelijk anders over denkt…

Ik vond het ook bijzonder om van een objectief afstandje te kijken naar onze eigen soort. Daarnaast is het boek wetenschappelijk van aard; het neemt alleen tastbaar bewijs en feiten in overweging. Alle religieuze en spirituele ideeën over bijvoorbeeld bezieling en zin worden wel erkend, maar alleen als zijnde een door mensen verzonnen fictie.

Maar wat mij erg bezig houdt is bijvoorbeeld zijn vragen als:

  • Hoe zou het gelopen zijn als bijvoorbeeld de neanderthalers niet uitgestorven waren?
  • Als wij, homo sapiens, een ziel zijn/hebben, hoe zou dat zijn voor andere menssoorten?
  • Wat heeft ervoor gezorgd dat de hersenen van de homo sapiens ineens gereed waren voor de cognitieve revolutie?
  • Zijn we echt maar gewoon een diersoort en had net zo goed een andere dier- of menssoort onze vermogens kunnen ontwikkelen?
  • Blijft homo sapiens zich hetzelfde gedragen zoals het altijd gedaan heeft, wat onvermijdelijk tot een einde van de bewoonbare wereld zal leiden, of zijn we toch in staat om onze aard te overstijgen?

Per decreet

Toen Trump president van de Verenigde Staten werd, begon hij meteen heel hard te regeren. De president heeft daar de mogelijkheid om per decreet allerlei maatregelen door te drukken en Trump maakte daarvan gretig gebruik. Het democratisch gehalte van die gang van zaken is uiteraard twijfelachtig.

Gelukkig hebben we dat in Nederland niet. In Nederland hebben we Mark Rutte.

De dag van Prinsjesdag is een politiek hele intense dag. En het was een dag waarop een aantal dingen mij heel erg opvielen.

Al een tijd lang horen we veel over de afschaffing van de dividendbelasting. Een kostbare maatregel die maar een steenrijke enkeling ten goede komt – en een waar het overgrote deel van de inwoners van dit land faliekant op tegen is. Ook degenen die de details ervan kennen.*

Een gehaaide premier

Maar de afschaffing van de dividendbelasting komt er. Weet je wie dat zei? De koning. Mark Rutte heeft het staatshoofd deze woorden laten uitspreken. En dat terwijl normaal gesproken in de troonrede enkel aangekondigd wordt wat de regeringspartijen zich voorgenomen hebben om te gaan doen. Dit jaar geen voornemen, maar bijna een decreet. En wel voor het meest controversiële voorstel in jaren.

In een onderzoek (ik meen in opdracht van de NOS) over de best en slechtst presterende politicus scoorde Mark Rutte in beide categorieën het hoogst. En dat verbaast mij niets. Rutte is toch echt wel een heel goed politicus; hij is voor de derde maal op een rij leider van de grootste partij en premier geworden. En hij presteert het om werkelijk overal mee weg te komen. Hij weet heel makkelijk mensen te bespelen met zijn manier van doen. Op een bepaalde manier zou je hem charmant kunnen noemen, maar bovenal komt hij niet elitair over, zoals bijvoorbeeld een Asscher of Pechtold.
En Rutte is zich daar zelf ook in toenemende mate bewust van en maakt daar naar mijn idee ook steeds meer misbruik van. En dat maakt hem wat mij betreft de slechtst presterende politicus: ik heb niet het vertrouwen dat zijn optreden het landsbelang en het grotere geheel ten goede komt.

Afbeeldingsresultaat voor rutte dijkhoff

Lekker goedlachs de boel regeren

Een ambitieuze voorman

Iemand die al die eigenschappen wat mij betreft deelt is Klaas Dijkhoff, de best geklede man van 2017 volgens Esquire. Een wat koddige Brabander met een vriendelijke baard. Ik vind Dijkhoff een heel eng figuur en niet integer. En dan niet op de manier waarop een groot deel van de VVD-topmensen moeite hadden met het concept “eerlijk handelen” zonder dat er een integriteitscommissie aan te pas moest komen, maar met dat ik er, net als bij Rutte, niet op durf te vertrouwen dat hij het beste voor heeft met de wereld. Dijkhoff weet in veel gevallen wat veel mensen graag willen horen en dat is dan ook wat hij zegt. Maar op een nonchalante, niet-elitaire vrij grappige manier. Dijkhoff is momenteel de voorzitter van de VVD, maar ik vermoed dat hij hogere ambities heeft, omdat we hem heel vaak in de publiciteit zien optreden.

Eerder deze week zocht hij de publiciteit op door in een open brief aan te kondigen dat hij uit de katholieke kerk stapt. Het was een persoonlijke en emotionele brief, met een jeugd communie foto erbij. Maar wel geprint op VVD-briefpapier en gepubliceerd op de VVD-website. Wat is de agenda erachter? De aanleiding was in elk geval niet alle misstanden en al het misbruik in de kerk, maar kritiek (“hyperindividualist”) op hemzelf van kardinaal Eijk. Je zou denken dat iemand die zelf regelmatig agressief politiek bedrijft wel tegen een stootje zou moeten kunnen.

Ik moest denken aan februari 2017, toen Trump woedend reageerde toen de paus zijn christelijkheid openlijk bevroeg, naar aanleiding van zijn migratiebeleid. Kennelijk is het voor machtsbeluste mannen erg pijnlijk om geconfronteerd te worden met een soort van geweten in de persoon van geestelijken?

Waar Dijkhoff vandaag een hoop aandacht mee genereerde was zijn idee om misdaden in bepaalde wijken strenger te bestraffen dan op andere plekken. Door Kuzu werd het plan bestempeld als “postcoderacisme”, een uitspraak waar ook wat voor te zeggen valt. Jesse Klaver verdacht hem ervan de aandacht te willen afleiden van die dividendbelasting; een verdenking die ik deel. In elk geval ging het vandaag weer veel over Dijkhoff.

Ik kwam er achter dat deze maatregel in Denemarken daadwerkelijk al van kracht is, ondanks dat het ontegenzeggelijk in strijd is met het EVRM. Er hoeft maar één iemand naar de rechtbank te stappen om die wet af te laten schieten – alleen is dat daar nog niet gebeurd. Zo’n wet is, los van alle praktische bijwerkingen, ook niet conform de rechtstaat.

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat ik geen hoge pet op heb van de VVD. Er is echter wel één a-typische VVD’er met een typische naam, die ik graag hoor spreken, en dat is oud-Kamerlid Arend Jan Boekestijn.** Hij poneerde vandaag in het Radio 1 programma Dit is de dag de stelling dat de rechtstaat niet in goede handen is bij de VVD en uitte een gedachte die ik al een tijd lang koesterde: dat allerlei groten uit het verleden, zoals Thorbecke, zich zouden omdraaien in hun graf bij het horen van alles wat de VVD van nu aan het uitspoken is.
Toen hem gevraagd werd of hij zijn lidmaatschap van de VVD nu op zou zeggen, zei hij van niet, zodat hij hier dicht op kan blijven zitten om kritisch te blijven op dit soort ontwikkelingen.

Per decreet

Waar ik in dit stuk naartoe wilde, is dat ik me zorgen maak over het welzijn van de Nederlandse rechtstaat. De VVD scoort steeds maar goed bij verkiezingen, en hun greep op coalitiepartijen blijkt telkens ijzersterk. De mantra dat zij goed voor de economie zouden zorgen en dat een goede economie het hoogste goed is, zit er bij het hele volk goed in.***

Maar de kopstukken van de VVD, die niet sneuvelen vanwege blatante leugens of overduidelijke belangenverstrengeling, voelen zich (en blijken) in toenemende mate onschendbaar. Er worden wetten tegen de mensenrechten geopperd en de premier is er niet van terug geschrokken om via de strot van de koning een wet die niemand wil door iedereens strot te duwen. Bijna per decreet.

 

Credits:

Spraakmakers 19-09-2018

Dit is de Dag 19-09-2018

*Wat ik erg interessant vond om op te merken: sinds kort ben ik wat gaan spelen met de handel in aandelen, stel je er overigens niet al te veel bij voor. Tegen alle adviezen in, ben ik all-in gegaan met investeren in de bouwsector. Maar na mijn aankoop is de waarde van die aandelen flink verminderd en nu houd ik ze vast tot ze weer wat in waarde stijgen, waardoor ik nu verder niet kan handelen. Toen ik hoorde over de dividendbelasting, begon er een klein stemmetje in mij te juichen: jeej, misschien winst!
Voor aandeelhouders kan zo’n maatregel veel geld opleveren. Maar juist het gegeven dat aandeelhouders zo’n dikke vinger in de pap hebben, is een probleem van deze wereld. Aandeelhouders worden zelden gedreven door iets anders dan persoonlijke korte termijn financiële winst.

**Voor sommige mensen komt wijsheid blijkbaar met de jaren. Ik hoorde altijd van oudere mensen dat ze veel respect hadden voor Dries van Agt. Ik kon dat nooit rijmen met zijn CDA-lidmaatschap. Zelf zei Van Agt dat hij pas echt voor zijn idealen kon gaan staan nadat hij uit de politiek was.
Ik hoorde hem eens in een interview allerlei wijze dingen zeggen, waarop de interviewer zei dat dat niet erg in de lijn van het CDA lag. Met een vies gezicht wuifde Van Agt die opmerking weg, zeggende: “Het CDA? Daar ben ik al jaren niet meer lid van!”

***Voordat ik me wat meer in economie ging verdiepen geloofde ik die mythe ook. Ik stemde alleen groen, omdat ik milieu nog belangrijker vond dan economie. Nu ben ik ervan overtuigd dat een Nederland zonder VVD (en CDA) zowel welvarender als groener geweest zou zijn.

Smart met phones

Al mijn hele leven heb ik mij het lot van de aarde aangetrokken. Maar sinds ik kinderen heb, maak ik mij soms echt grote zorgen om problemen die hen later kunnen gaan raken. Zoals de rampzalige gevolgen die de opwarming van aarde met zich mee kan brengen. Of dichter bij huis: dat zij net als het overgrote deel van de jongeren die ik dagelijks zie, in smartphone-junkies zullen veranderen.

In dit stukje wil ik je graag wat meer vertellen over hoe ons brein beïnvloed kan worden door smartphones, apps en social media. Over hoe scholieren omgaan met smartphones. En over hoe wij als mensen langzaam steeds meer onze autonomie verliezen. Maar ik wil vooral wat tips en handvatten bieden om de controle in de hand te houden over waar en wanneer jij je aandacht aan geeft.

“To live is the rarest thing in the world. Most people exist, that is all.”
-Oscar Wilde

Toen ik net een smartphone had, heb ik een stukje erover geschreven (wat mij betreft nog steeds actueel). Ik eindigde het met met deze overdenking:

We moeten als samenleving en misschien ook als mensheid een visie hebben op het gebruik van en smartphone: Wat wil je en wat wil je niet? (…) Hoe kunnen we zorgen dat smartphones de kwaliteit van ons leven verbeteren in plaats van ons tot slaaf te maken?

Nu ben ik heel erg blij dat twee hele grote aandeelhouders van Apple het bedrijf een open brief hebben geschreven. Ze vragen er in om beleid te maken met als doel om smartphone verslaving bij kinderen terug te dringen. De brief is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, dat de gevaren van overmatig smartphone gebruik blootlegt.

En zeg eens eerlijk, hoeveel mensen ken je die hun telefoon niet overmatig gebruiken? De meeste volwassenen hebben trouwens nauwelijks in de gaten hoe vaak en hoe lang ze hun telefoon erbij pakken. Denk je eens in dat dit het voorbeeld is geweest voor de kinderen van nu .

Telefoons op school
Ik werk zelf op dit moment op drie middelbare scholen. Als ik in de pauzes moet surveilleren, dan speel ik vaak met mezelf het spelletje: vind het kind zonder telefoon in de hand. Ik vind er gemiddeld 4. De eerste 5 minuutjes eten ze hun brood en daarna komt de telefoon tevoorschijn.

Het verschilt wel een beetje per groepje hoe ze er mee omgaan. De jonge jongens spelen meestal spelletjes en laten hun achievements aan klasgenootjes zien. Meisjes proberen honderden filters uit bij met maken van foto’s van elkaar, die ze elkaar meteen laten zien. En wat overal gebeurt, is dat ze filmpjes kijken en aan elkaar laten zien. Tussendoor wordt er veel tijd gespendeerd aan berichtjes aan elkaar via snapchat en insta(gram). Dit is wat je in de gemiddelde schoolkantine zult tegenkomen, dit is hoe ik middelbare scholieren met elkaar om zie gaan nu.

Scholen gebruiken zelf ook apps, bijvoorbeeld It’s Learning, Magister en SOM. Om opdrachten in te leveren,  of om cijfers te bekijken. Intern is hier vrij veel principiële kritiek op: leerlingen leren niet meer zelf plannen en zijn alleen nog maar bezig met cijfers. Maar het wordt eigenlijk door iedereen (ook door mijzelf) gebruikt. De voornaamste reden is, als ik voor mijzelf spreek, gemakzucht.

De andere kant is natuurlijk dat smartphones ze heel veel creatieve mogelijkheden bieden. Zo heeft een van mijn mentorleerlingen een vlogkanaal wat door RTL is opgepakt in een reportage over beginnen in de brugklas. En zo zijn er meerdere apps die een creatieve uitlaatklep of medium kunnen zijn.

Wel blijf ik het persoonlijk jammer vinden dat iets wat voor mij en mijn generatie zo vanzelfsprekend lijkt als een gewoon face-to-face gesprek voeren, plaats aan het maken is voor een interactie waar een apparaat tussen gaat komen.

Mijn stiefdochter gaat dit schooljaar voor het eerst naar de middelbare school. Zij gaat naar de vrije school, waar telefoons niet toegestaan zijn – ook niet in de pauzes. Dit beleid wordt actief uitgevoerd en de leerlingen hebben directe interactie met elkaar. Daarom zal de keuze voor een middelbare school voor onze kinderen berusten op het telefoonbeleid dat er gevoerd wordt.

Mediawijsheid en mindfulness
Op één van mijn scholen behandel ik het onderwerp mediawijsheid. Volgens mij is dit een ijzersterk punt in ons programma waar de leerlingen ook altijd erg positief op reageren. ‘Mediawijsheid’ is in de regel een beetje een suf onderwerp, over hoe je Word moet gebruiken en dat je niet digitaal moet pesten enzo, maar wij nemen het woord letterlijk: media en wijsheid. We maken een combinatie tussen mindfulness (aandachtig leven) en mediawijsheid: wat doen (social) media met jouw aandacht voor je leven?

Eén van de dingen die we doen is de kinderen een challenge geven. We dagen ze uit om zelf te experimenteren met onder andere het vergroten van aandacht voor hun leven. Ze bedenken zelf een challenge en beoordelen deze ook zelf. Sommigen nemen een week lang echt de tijd om bewust hun eten goed te proeven, anderen gaan kijken wat het met ze doet als ze de dag met yoga beginnen. Maar de meesten kiezen ervoor (meestal zo rond de toetsweek) om hun telefoon niet of alleen op vaste momenten te gebruiken.
Wat ze eigenlijk zonder uitzondering ervaren, is dat ze zonder telefoon beter slapen, beter kunnen concentreren, tot diepere gesprekken komen met hun familie en zich in het algemeen beter voelen. (Al lopen degenen die de challenge onder schooltijd volhouden wel aan tegen het gegeven dat ze in de pauzes weinig aanspraak hebben, omdat de anderen zitten te telefoon-turen.)

Wat ook opvalt is dat ze ondanks hun positieve ervaringen binnen no-time weer teruggevallen zijn in hun oude gewoontes.

De grote verslaving van deze tijd – grote bedrijven, kom er maar in!
Smartphones zijn niet weg te denken uit deze tijd. En ook niet kwaadaardig op zichzelf. Dat is mijn punt niet.
Wat ik belangrijk vind, is dat we als mensheid bewuste keuzes gaan maken. Eigenlijk sowieso met alles, maar in dit geval met het gebruik van smartphones.

En dat wordt ons niet makkelijk gemaakt. Want die telefoons hebben de meesten van ons dag en nacht bij ons. En op die telefoons zitten allerlei handige en leuke apps. Maar die apps zijn ontwikkeld door bedrijven met een enorme kennis van de werking van ons brein. Waar zulke bedrijven winst mee maken, is onze aandacht: hoe meer aandacht je pakt en hoe langer je het vasthoudt, des te meer value heeft jouw app. Veel hiervan is uitgewerkt in het boek Hooked, how to build habit-forming products, lange tijd de bijbel van Silicon Valley.

We krijgen dopamine van likes, van scrollen op social media, van beloningen in spelletjes. Dat geeft ons een fijn gevoel, dus we willen continu daar naar terug. Smartphones geven ons afleiding van ongemak, ze geven ons een gevoel van prestige en ze kunnen onze onbedwingbare nieuwsgierigheid bevredigen. In een wip.

Daarom worden smartphones ook wel met enige regelmaat gelijk gesteld aan one-armed bandits; de klassieke gokkasten. In het onderstaande filmpje stelt Simon Sinek het geven van een smartphone aan kinderen zelfs gelijk aan het geven van de sleutel tot het drankkastje.

Dit geldt voor alle mensen, maar kinderen hebben dan ook nog eens te dealen met het voorbeeld van ouders die continu naar hun telefoon grijpen.

Spijt in Silicon Valley
Tijdens de opkomst van social media zijn er achter de schermen wat kleine uitvindingen gedaan, die grote impact hebben gehad. Zoals de like-knop, het meer berichten laden bij naar beneden scrollen, de snapstreak, het rode bolletje met een getalletje als notificatie van ongelezen berichten… Allemaal kleine dingetjes, die direct aanhaken op primitieve mechanismen in onze hersenen en daardoor verslaving in de hand werken.

Een aantal van deze bedenkers heeft nu spijt van de uitvindingen die ze gedaan hebben. Omdat ze inzien wat deze massa-verslaving aan heeft gericht op grote schaal. Op individueel zijn de gevolgen vrij duidelijk. Maar ook op groter niveau zijn er zorgelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld, wie de algoritmes van social media een beetje doorheeft, kan het democratische proces beïnvloeden.

Veel van deze bedenkers weten als geen ander hoe smartphones hun dagelijks leven en hersenen beïnvloeden en nemen hier zelf ook maatregelen voor. Zoals wifi en telefoons ’s avonds uit, zo min mogelijk apps op hun telefoons, push-notificaties uit en hun kinderen gaan naar smartphone-vrije scholen.

Een aantal van deze maatregelen heb ik ook opgenomen in mijn stukje over brainmanagement, over hoe je je hersenen zo efficiënt mogelijk kunt behandelen.

Maar dit klinkt als een Groot Probleem, wat moet ik hier dan mee?
Hoewel het onbewuste smartphone-gebruik wereldwijd niet zonder gevolgen is, kun je makkelijk beginnen bij je eigen leven. Dit zijn mijn tips:

  • Bewaak je autonomie: Jij maakt zelf je keuzes en je laat je niet leiden door cues van je apps. Natuurlijk is het prima om filmpjes te kijken, te berichten en likes te checken of een spelletje te doen. Maar wel alleen als dat jouw eigen keuze is om dat op dat moment te doen!
    Er bestaan ook apps die je kunt gebruiken om je eigen smartphone gebruik inzichtelijk te krijgen, zoals Moment.
  • Weet hoe het werkt: Het is handig om te weten hoe apps, algoritmes en het menselijk brein een beetje werken.
  • Zet push-notificaties uit: Zo heb je zelf in de hand wanneer je je berichtjes checkt.
  • Leg je telefoon uit het zicht als je aan het werk of onder mensen bent: Alleen al het zien van een telefoon haalt je IQ naar beneden met 10 punten.
  • Geef het goede voorbeeld: Als je kinderen hebt, geef ze je onverdeelde aandacht! En laat ze dan gezonde gewoontes zien. Of als je in gezelschap bent, geef gewoon aan dat het niet echt van goed fatsoen getuigt als mensen op hun telefoon gaan zitten staren. (Wel op een leuke manier, dikke kans dat h et geen bewuste keuze van ze was om hun telefoon erbij te pakken…)
  • Kies ’s avonds een tijdstip waarop je schermen uitzet: Uit diverse onderzoeken is gebleken dat de kwaliteit van slaap verbetert als je idealiter twee uur voor het slapen gaat niet meer naar beeldschermen kijkt.
  • Mijmer af en toe: Sinds smartphones is ieder (tussen)moment gevuld. Het is echt heerlijk om soms even gewoon in stilte voor je uit te staren en je gedachten de vrije loop te laten.

tl;dr

Het doel van mijn stukje is niet om maar te zeuren over smartphones en te zeggen dat vroeger alles beter was. Maar ik vind het van levensbelang dat wij onze eigen keuzes blijven maken. Apps op smartphones maken handig gebruik van de werking van onze hersenen om ons verslaafd te maken, dit is inmiddels ook toegegeven door de uitvinders van een aantal belangrijke hiervan, die spijt hebben gekregen van hun uitvindingen.
We kunnen (en moeten?) onze autonomie en vrijheid behouden door te snappen hoe het werkt. Door gezonde gewoontes aan te leren kunnen we zelf kiezen waaraan en wanneer we aandacht geven.
Hoe haal je alles uit het leven? Door aandacht voor je leven te hebben!

 

Leestip en bronnen:

Boek: Leg dat #@!ding nou ‘ns weg!door verslavingsexpert Marnix Pauwels.

BBC: Pavement lights guide ‘smartphone zombies’
The Economist: Do social media threaten democray?
The Guardian: Apple investors call for action over iPhone ‘addiction’ among children
The Guardian: ‘Our minds can be hijacked’: the tech insiders who fear a smartphone dystopia
The Guardian: I was Mark Zuckerberg’s mentor. Today I would tell him: your users are in peril
NOS: Facebook krijgt weer kritiek uit eigen kring, ‘bedrijf verscheurt maatschappij
The Telegraph: Just looking at your smartphone makes you less intelligent, study finds
Vanity Fair: “Oh my God, what have I done”: some early Facebook employees regret the monster they created.

Sinterklaasfeest

Twee jaar achter elkaar haalden mijn vader en ik de voorpagina van het Leidsch Dagblad met een foto waarop ik op mijn vaders schouder Sinterklaas een handje gaf.
Deze week stond ik weer op de voorpagina van een lokale krant: deze keer zat mijn dochtertje op mijn schouders en gaf zij de sint een handje.
Graag wil ik iets vertellen over hoe ik het sinterklaasfeest dit jaar ervaren heb. Omdat het mij erg aan het hart gaat.

De intocht was voor mij bijna perfect. Mama was werken, dus we waren met z’n drietjes. We liepen het dorp door naar de Rijn, Galahad blij met een pietenmuts op z’n hoofd. We waren aan de late kant en werden onderweg ingehaald door de koets, waarmee Sinterklaas ongetwijfeld van de haven naar het dorpsplein gereden zou worden.
We kwamen veel bekenden tegen onderweg. Er stond al een wagen met dansende zwarte pieten en Faelin vertelde trots aan hen dat ze een klein sinterklaaspoppetje had, en kreeg dan wat pepernoten.

We kwamen eigenlijk precies op het goede moment aan. De hele dag was het regenachtig en donker geweest, maar op het moment van de intocht brak de zon door. De boot kwam juist aanvaren. De zon had een gouden kleur en gaf het water een hele mooie zilveren glans. We posteerden ons vlakbij de aanmeerplaats. Faelin riep de sint en hij kwam naar ons toe. Hij gaf Faelin een handje en bekeek het poppetje wat zij hem vol trots liet zien. Wel was ze zichtbaar even bezorgd dat de echte sinterklaas haar poppetje mee zou nemen.

Voor mij was de ervaring perfect en we zijn toen weer naar huis gegaan.

sinterklaas

Maar er was ook een nieuw gevoel bij gekomen; het gevoel van ongemak. De associatie tussen zwarte piet en racisme is gewoon niet meer weg te denken. Zelfs hier achtervolgde het gevoel me, in Renkum, ver van de randstad, waar ik nog een anti-piet sticker of wat dan ook gezien heb. Ook in de menigte stonden veel glunderende donkere mensen. Maar juist het gegeven dat hun huidskleur me dit jaar opviel, maakte dat ik niet kon ontkennen dat er iets veranderd is in Nederland.

In de vorige jaren heb ik een aantal stukjes geschreven over Sinterklaas en zwarte piet. Ik heb altijd zwarte piet verdedigd. Ik ben wel steeds milder en begripvoller geworden naar de kritiek erop en beter er naar gaan luisteren.
Ik heb ook gezien hoe heel veel mensen om mij heen van mening veranderd zijn over zwarte piet, aanvankelijk tot mijn verbijstering, maar inmiddels begrijp ik het mechanisme.

Ik zelf heb best wel een neiging tot conservatisme. Ik houd ervan als oude dingen hetzelfde blijven. Romantisch reactionair of links conservatief zou mijn politieke indeling zijn, volgens mij een zeldzaam soort. Omdat volgens mij de kern van links politiek denken de wens is dat je het belang van het geheel voor je eigen belang stelt. En dat vergt het vermogen om dingen op te offeren. In dit geval een dierbare eeuwenoude traditie in een bepaalde vorm.

Ik heb voor mezelf besloten dat veel kritiek op zwarte piet deels gebaseerd is op projectie, deels op onjuiste interpretatie en deels op drogredenen. Ik heb ze benoemd in mijn stukjes in de voorgaande jaren. Maar ik ga het gevecht niet langer aan. Het maakt ook niet langer uit.

Het figuur van zwarte piet maakt nu zoveel los en veroorzaakt zoveel pijn op grote schaal, dat het niet meer uitmaakt of de reden daarvan in mijn ogen klopt of niet.

Van mij mag zwarte piet veranderen. Ik kan inmiddels leven met een roetveegpiet. Of een andere compromispiet. Maar ik hoop wel dat het écht een compromispiet gaat zijn. En dat er nadat de huiskleur vervalt geen eindeloos gebakkelei door blijft gaan over zijn kleren ofzo. Soms moet je water bij de wijn doen. In een samenleving van 17 miljoen mensen eigenlijk altijd.

Hoe piet ook gaat uitpakken, in Renkum zal hij voorlopig nog wel zwart blijven. En ik zal er pragmatisch van blijven genieten, maar actief verdedigen zal ik hem niet meer. Ik zal namelijk ook kunnen genieten van een piet die minder zwart is, zolang zijn essentie maar bewaard blijft.

De mens en de toekomst

Nadat ik de aflevering ‘mensen, goden en technologie‘ van Tegenlicht had gezien, ben ik  mijn mensbeeld gaan heronderzoeken. In deze aflevering worden de historicus Youval Hariri en de Silicon Valley goeroe ‘futuroloog’ Kevin Kelly aan het woord gelaten.
Het gaat veel over de macht van algoritmes. En over de mogelijkheid dat AI (artificial intelligence) door een combinatie van een gigantische hoeveelheid data over personen en hele grote rekenkracht, die personen beter kan leren kennen dan dat zij zichzelf kennen. En hey, als bijvoorbeeld Google beter weet wat goed voor jou is, dan dat je het zelf weet, waarom zou je dan nog zelf nadenken over waar je bijvoorbeeld op gaat stemmen?

Computer weet het beter
Wat mij vooral in de war maakte was het idee dat robots in de toekomst nagenoeg alles beter zullen kunnen dan mensen. In 1997 al versloeg de schaakrobot Deep Blue de wereldkampioen schaken Kasparov.

kasparov

Kasparov geeft ’t op

 

Zelfs empathie kunnen ze aan leren en kunst kunnen ze ook creëren. Het enige waar ik robots nog niet op betrapt heb is iets uit niets bedenken – ze baseren alles wel op een gigantische hoeveelheid input. Maar het is dan natuurlijk ook maar de vraag in hoeverre mensen dat wél kunnen…
En hoe zullen we omgaan met empathische robots? In hoeverre zullen zij (zelf)bewust kunnen zijn en hoe kunnen wij dat beoordelen? Toen de robot Sophia burgerrechten kreeg in Saudi-Arabië, heeft dat heel veel losgemaakt (en niet alleen omdat dat land nauwelijks rechten aan mensenvrouwen verleent).

Scary
En natuurlijk vind ik het allemaal ook een beetje eng. Wat maakt ons mensen nou zo uniek en belangrijk? Maar ook omdat het vrij natuurlijk is om bang te zijn voor vooruitgang, en altijd de vraag te stellen of die vooruitgang echt zo goed en wenselijk is.
Maar Sophia stelt ons gerust dat we gewoon teveel Hollywood films kijken en Musk’s waarschuwingen lezen.
En wist je dat facebook een project direct stopzette, toen ze erachter kwamen dat twee zelflerende robots onderling een geheimtaal hadden ontwikkeld die de ontwikkelaars niet konden begrijpen?

Robot kan de was doen. Maar wat gaat het kind nog doen?
Wat mij ook aan het denken zette was dat robots waarschijnlijk bijna al het werk van mensen uit handen zullen kunnen nemen. Wat dan? Hariri’s voorspelling was dat de mensen dan heel veel tijd zouden doorbrengen in virtual reality games.
Gisteren speelde ik voor het eerst een game in VR: Far Point op Playstation 4. Ik was echt verbaasd over hoe ver die techniek al is: haarscherp beeld, niet schokkerig. Het is nu nog alleen visueel, maar het zal niet lang duren voordat ook de andere zintuigen bediend kunnen worden in VR.
En wat als mensen een groot deel van hun leven in VR zullen doorbrengen? Wat wordt de status van die virtuele realiteit? Even belangrijk als het “echte leven”? Nu al heeft een groot deel van het sociale leven van mensen zich verplaatst naar smartphones…

Thematrixincode99

Mensen en programma’s ontmoeten elkaar in The Matrix

Ik moest meteen denken The Matrix. waar robots de mensen tot slaaf hebben gemaakt, en hun bewustzijn aan een VR-simulatie gekoppeld hebben.

En aangezien ik het met een van mijn klassen over mensbeelden had, leek het me wel iets om dit onderwerp te behandelen en de film te kijken. Want omdat die film nu al 18(!) jaar oud is, ging ik er van uit dat mijn leerlingen die niet gezien hadden – en gingen we deze kijken.
Hieronder volgen een aantal van de vragen die ik hierbij formuleerde. Ik ben heel benieuwd hoe jij als volwassen lezer hier over denkt. Laat een reactie achter met je antwoord op een paar of alle vragen in de comments.

  • Stel, je moet vertellen aan een ruimtewezen wat de mensheid is. Hoe zou je dat uitleggen?
  • Zijn er eigenschappen die uniek zijn voor de mens? (eigenschappen die bijvoorbeeld dieren niet hebben) Zo ja, welke?
  • Als de het de mens lukt om robots te maken die zelf kunnen denken en een soort van persoonlijkheid hebben, zouden deze robots dan ook rechten moeten krijgen?
  • Heel veel mensen zeggen dat liefde een van de belangrijkste dingen in hun leven is. Zou een robot of een computerprogramma ook ooit ware liefde kunnen voelen?
  • Stel dat AI (bijna) alles beter zou kunnen dan mensen. Zouden mensen dan overbodig zijn?
  • Stel dat mensen een gelukkig en spectaculair leven kunnen leven in een virtuele werkelijkheid, waarbij hun lichaam ingevroren wordt en hun hersenen aan een systeem gekoppeld worden, zou dat virtuele leven net zo waardevol zijn als “het echte leven”?
  • Heeft (/is) de mens een onsterfelijke ziel, of is hij/zij alleen maar het lichaam?
  • Als de wetenschap maar ver genoeg is in het begrijpen van DNA, dan kunnen er misschien mensen gekloond worden met allerlei eigenschappen die zij van nature niet zouden hebben. Zou dat klonen toegestaan mogen zijn?
  • Zit het in de natuur van de mens om tegennatuurlijke dingen te creëren?

Weet wat je kiest

“Ik ben een kind van de duivel. Mama, jij hoeft niet te huilen. Feesten, alsof elke dag hier m’n laatste is, hoop dat je deze draait op mijn begrafenis.”(…) “Gooi drank en drugs over mijn kist. Alles wat ik wou in het leven was dit. Fack it.”

-Jebroer

Gisteren vroeg een van mijn leerlingen mij hoe het nu zat met het liedje Kind van de Duivel. Of men nu wilde dat dit verboden zou worden. Ik had er nog nooit van gehoord. Dit confronteerde me ongemakkelijk met het gegeven dat ik wellicht zo oud geworden ben dat ik iets minder bekend ben met de belevingswereld van de leerlingen dan dat ik zelf zou hopen.
Ik ben in elk geval meteen op onderzoek uitgegaan.

Het bleek om een nummer te gaan van de rapper Jebroer, waar de christelijke gemeenschap heel erg over gevallen is. Alleen de titel al is natuurlijk al voldoende om de nekharen van een rechtgeaarde christen overeind te jagen. Maar ook inhoudelijk kan het moeilijk door een deur met christelijke normen en waarden.

Dus ik vroeg vandaag aan mijn klassen: “Kennen jullie het nummer Kind van de Duivel?” Op slag veranderden mijn klassen in goed geoliede kinderkoren*, die uit hun hoofd het nummer konden nazingen.

Dit zette mij aan het denken en ik wilde er iets mee. Ik wilde in geen geval het gaan hebben over of dit nu goed of slecht is. Dat mag iedereen voor zichzelf bepalen. Maar waar ik vooral moeite mee heb, is dat dit een geval is waar mensen onbewust meedrijven op een bepaalde stroom.

In dit artikel wordt vanuit opvoedkundig perspectief de boel heel aardig besproken:

“Ga daarom met ze in gesprek. Niet: wáárom vind jij dit een mooie tekst? Maar: vind jij dit een mooie tekst? In 90 procent van de gevallen zullen kinderen je schaapachtig aankijken: tekst? Je krijgt een heel ander verhaal dan waar wij ons als volwassenen zorgen over maken. Verhalen als: ‘ja maar die en die vindt dit ook leuk’. Of: ‘het klinkt zo lekker’. Zij hebben het vaak niet over de dingen waar wij van op tilt slaan.”

Ik vroeg de leerlingen of ze, wat ze net gezongen hadden, een mooie tekst vonden. Vrij unaniem gaven ze aan van niet. Mijn vraag: waarom zing je het dan? Waarom luister je er steeds naar? Waarom omring je jezelf met dingen waar je kennelijk niet achter staat?

Ik denk dat veel mensen het leven overkomt, in plaats van dat het een eigen bewuste creatie is. We laten ons leiden door anderen, verwachtingen, marketing, gewoontes en verslavingen, de waan van de dag, angst en andere emoties. Maar ik denk dat het juist zo belangrijk is, dat we keuzes maken vanuit ons authentieke zelf. Dat we de vrijheid hebben om keuzes te maken die echt bij onszelf passen. Zodat we ons eigen leven kunnen leiden.

In die context is het luisteren en meezingen van een catchy liedje misschien een vrij onnozel en zelfs onschuldig te noemen voorbeeld. Maar laat het een voorbeeld zijn van hoe makkelijk je dingen aan het doen bent die je *eigenlijk* helemaal niet wilt doen. En laat dit daardoor een handvat om hiervan bewust te worden, zodat je kunt groeien in het in eigen hand nemen van je leven.
Als daarbij hoort dat je graag zingt over hoe je ouders je mogen begraven nadat je bent overleden aan de gevolgen van jouw levensstijl, fack it, jouw keuze. Maar laat het dan wel een bewuste keuze zijn.

Succesvol brein

Een tijdje geleden was ik uitgenodigd om mee te gaan naar een seminar van Mark Tigchelaar. Hij is zo’n coach die voor niet minder dan 1000€ per uur CEO’s van grote bedrijven coacht. Je zou kunnen zeggen dat hij expert is in brainmanagement: lifehacks omtrent het gebruik van je hersenen; toegepaste neuropsychologie. In het seminar ging het om je hersenen meer effectief gebruiken door meer geconcentreerd te zijn en dingen beter te onthouden. Graag wil ik delen wat ik heb opgestoken.

 

1. Concentratie

Per werkdag van 8 uur verliezen we gemiddeld 2,1 uur aan effectieve werktijd door een concentratielek; dat is meer dan 10 uur per werkweek! Doordat we slecht gefocust zijn, halen we domweg veel minder uit de tijd die we hebben. Als je oefent in geconcentreerd zijn en blijven, kun je veel meer doen op een dag, of eerder klaar zijn.
Voor het overgrote deel wordt dit concentratielek veroorzaakt door afgeleid worden. Als je een tijdje goed geconcentreerd bezig met iets, dan gaat het vaak heel lekker. Dan zit je in deep thinkingMaar op het moment dat je afgeleid wordt en een kleine onbelangrijke taak tussendoor moet doen (bijvoorbeeld antwoorden op een appje), dan raak je hier weer uit. Bovendien heb je een minuut of 10 nodig om terug te komen: hersteltijd. Vaak worden we in de opstarttijd tot deep thinking of deep working al gestoord en zijn er hele dagen waarop we er niet aan toe komen. Elke keer als je van taak wisselt, heb je te maken met een aandachtsresidu: een deel van je hersenen blijven nog een minuut of 10 bezig met de vorige taak. Dat mensen (en zelfs vrouwen) niet gemaakt zijn om te multitasken is inmiddels dan ook al lang wetenschappelijk vastgesteld.

“Als je slimme mensen domme dingen ziet doen, dan doen ze meestal meerdere dingen tegelijk”

Daarom is het heel belangrijk om task switching te minimaliseren. Je kunt dit doen op macro- en op microniveau.
Op macroniveau heb je niet altijd invloed; dit is voornamelijk je jaarplanning. Het voorbeeld wat gegeven werd, was een professor die bijzonder goed scoorde op zowel zijn onderzoek als op zijn onderwijs. Het geheim van zijn succes was zijn jaarindeling: hij had de ruimte om het ene half jaar zich te storten op onderzoek en het andere op onderwijs. Op deze manier hoefde hij niet met twee grote taken tegelijk te balanceren. Kortom, plan je lange termijn zodanig in dat je zo min mogelijk hoeft te switchen tussen opdrachten.

Frustrated office work at his desk — Image by © Blue Jean Images/Corbis

Microniveau is vaak wat makkelijker en direct te realiseren. Het is je dagplanning. Je zou kunnen denken aan allerlei vormen van tijdmanagement, bijvoorbeeld de pomodoro-methode, of iets anders. Maar het zit ook in het bewustzijn van alle kleine dingen die je uit je concentratie trekken: koffie halen, wc-bezoek, e-mails, mensen om je heen die dingen vragen, telefoon en bovenal notificaties. Als je gaat inzien hoeveel van dat soort momentjes er zijn, dan kun je ze actief gaan beperken.

Als je echt aan het werk wilt, zorg voor een task block: één taak, één scherm, één tabblad.

En de belangrijkste tip: zet notificaties uit in je telefoon en je browser. Nooit meer pushberichten! Deze zijn nota bene ontworpen om te zorgen dat jij steeds met je aandacht naar een bepaalde app gaat. Dit staat onder andere beschreven in Hooked: How to Build Habit-Forming Products. Producenten hebben een best goede kijk op de psychologie van de mens, en spelen bijvoorbeeld sluw in op onze fear of missing out.

 

2. Werkgeheugen

Net als computers een RAM-geheugen hebben, hebben mensen ook een werkgeheugen. Je hebt zowel een langetermijngeheugen als een geheugen waarmee je informatie verwerkt en tijdelijk opslaat. En net als bij een computer, kan dit bij mensen overvol raken. Dat gebeurt als je teveel taken tegelijk aan het doen bent en teveel ideeën actief even aan het onthouden bent, met name to-do-lijstjes. Of dat je gezien hebt dat je een nieuwe e-mail binnengekregen hebt en dat je daar nog iets mee moet (al is het alleen maar weggooien).
Veel hele succesvolle mensen hebben de goede gewoonte om continu hun werkgeheugen te legen. Het kan een idee zijn om elke tijdseenheid een moment vrij te maken, waar je je focust op je irritaties en frustraties. Schrijf ze op, dan hoef je daar niet meer mee bezig te zijn onder je werktijd.
Maak continu je hoofd leeg, dat geeft bovendien veel rust.

“Your mind is for getting ideas, not holding them!”
David Allen, schrijver van Getting Things Done

Dus wanneer je ingevingen hebt, noteer ze meteen (op wat voor manier voor jou prettig werkt; notitieboekje, app, spraakmemo, etc., als het maar altijd hetzelfde medium is), want dan hoef je er niet mee rond te sjouwen in je hoofd op een moment dat je er niets mee kunt en het alleen maar blokkeert.

Een andere factor die heel erg je brein verstoord is je omgeving. Een rommelig bureaublad (ook het bureaublad op je computer, of tientallen openstaande tabbladen), verlaagt de productiviteit nog eens met gemiddeld 12%. Dus ruim je omgeving op voordat je gaat knallen, dat scheelt al.

3. E-mail management

Iedereen krijgt elke dag wel weer nieuwe e-mails. Zoals gezegd, gaat dit ten koste van je capaciteit. Uit onderzoek is zelfs gebleken dat het IQ van mensen met 10 punten afneemt bij alleen al het opmerken van ongelezen e-mail. Daarom is het een goede gewoonte om één moment per tijdseenheid (afhankelijk van je business) je e-mail bij te werken en de rest van de tijd er niet naar te kijken.
Daarbij is het ook belangrijk om te zorgen dat je je inkomende e-mail zo veel mogelijk beperkt; laat je adres zo min mogelijk achter en schrijf je uit voor alle nieuwsbrieven die je niet wilt ontvangen.

Voor sommige mensen kan het ook heel fijn zijn om een wachten op-map te maken, waarin je de e-mails plaatst, die wachten op een actie van iemand anders. Die check je dan één keer per week en maalt er verder niet om.

 

4. Te langzaam lezen om alles te lezen

In het jaar 1300 duurde het 100 jaar om alle beschikbare informatie op aarde te verdubbelen. Vandaag de dag doen we daar nog maar 11 uur over. Iedere 11 uur verdubbelt alle informatie op aarde! En alle informatie die op de gemiddelde mens afkomt, is te vatten in 174 kranten. Onmogelijk om bij te houden, dus. Daarom wat tips om effectiever informatie op te nemen:

Print dingen uit die belangrijk zijn. Lezen van een scherm is complex voor de hersenen. Je leest 30% minder effectief van een scherm dan van papier. Dat heeft onder andere te maken met de lichtbron achter de tekst. Daarbij zorgt scrollen er ook voor dat de hersenen het totaalplaatje nooit kunnen bevatten, omdat alle informatie steeds op een andere plek op het scherm staat. We snappen wel hoe het werkt, maar onbewust gaat de verwerking ervan niet zo heel goed dus.

Als je standaard leest, kunnen je ogen de snelheid van je hersenen niet bijhouden. Een deel van je hersenen heeft niets te doen, en dat kan zorgen voor concentratieverlies. Als je jezelf dwingt om sneller te lezen dan je gewend bent (niet te snel, maar net ongemakkelijk snel), dan daag je je hersenen uit.
Nog een dikke tip: begeleid je ogen met je vingers. Je ogen kunnen uit zichzelf geen vloeiende beweging maken, maar ineens wel op het moment dat ze een bewegend voorwerp volgen. Zo heb je waarschijnlijk leren lezen, en het is je ook weer afgeleerd. Maar kijk eens of je beter gaat lezen als je je vinger er weer bij gebruikt.

Tijdens het luisteren heb je hetzelfde probleem: je hersenen kunnen veel meer woorden verwerken dan de spreker kan uitspreken per minuut. Daarom is het best een aardig idee om te doedelen, dit kan de concentratie met 29% doen toenemen. Nadeel is wel dat je moet opletten of je niet ongeïnteresseerd overkomt. Ook die fidget spinners zijn niet trouwens lang niet verkeerd – voor je eigen concentratie dan.

 

5. Informatie onthouden

Toen ik op de middelbare school zat, had men het ‘studiehuis’ bedacht. Je hoefde eigenlijk niet echt meer dingen te leren, want met al die computers zou je toch alles altijd kunnen opzoeken. Echt een grote misvatting. Supersuccesvolle mensen zijn continu bezig met het verzamelen van nieuwe kennis. Parate kennis.

Stop nooit met leren. Gebruik je tijd onderweg om te lezen (papier!) of te luisteren (actualiteitenradio, luisterboeken, podcasts).

Ook onthoud je informatie beter als je er je beide hersenhelften bij betrekt. Een simpele –  doch maffe –  manier om dit te doen, is door nadat je informatie bent tegengekomen en niet wilt vergeten, 30 seconden je ogen van links naar rechts te bewegen (als niemand je ziet). Ik heb dat geprobeerd, en het lijkt goed te werken; het seminar is al een tijdje geleden, maar ik weet bijna alles nog 🙂

 

Conclusie:

Ik hoop dat deze kennis nuttig voor je kan zijn. Ik heb niet voor ogen dat je hierdoor een meer efficiënt radertje in de grote mallemolen wordt, maar dat je geen kostbare levensenergie verspilt terwijl je bezig bent om doelen te bereiken.

  • Zorg dat je geconcentreerd bent en blijft. Minimaliseer task switching en zet notificaties en push-berichten uit.
  • Leeg continu je werkgeheugen! Noteer je ideeën, to-do lijstjes en frustraties – zeul ze niet mee.
  • E-mail kost veel capaciteit. Maak daarom daar bewuste keuzes in.
  • Lees zoveel mogelijk van papier.
  • Blijf altijd bezig met het opdoen van parate kennis.

intense-focus-cat

Jubileum

Het einde van een jaar is een goed moment om terug te kijken naar wat er allemaal gebeurd is en om plannen te maken voor het komende jaar. Mijn weblog heeft een dubbel reflectie-moment: dit is de honderdste post! =)

Terugkijkend op 2016 merk ik vooral op dat ik vrij weinig geschreven heb: 16 berichten in totaal, waarvan de laatste in oktober. Het is me niet gelukt om veel tijd te maken voor het schrijven, omdat ik bezig was met afstuderen, stage lopen en uiteindelijk werken. Het drukst ben ik nog geweest met twee kleintjes grootbrengen. Ik had veel dingen te doen, maar mijn geweldige supervrouw had met haar eigen onderneming zo mogelijk nog meer taken, waardoor ik bijna ieder moment dat ik niet direct voor werk nodig had, moest vaderen. Heerlijk. Maar weinig tijd voor schrijven dus.

Mijn voornemen is om hiervoor meer tijd te maken. (Sowieso zal ik er meer tijd voor krijgen: veel taken zijn gewoon voltooid en de kindjes worden elke dag groter en zelfstandiger.) Mijn schrijven is niet alleen een uitlaatklep voor mijn creativiteit. Het is ook mijn poging om bij te dragen aan de wereld. Of het me lukt laat ik in het midden. Maar ik wil heel graag mensen inspireren om het goede te kiezen, het licht in de wereld te zien en te zijn en om het leven ten volste te beleven. Misschien dat ik soms een beetje preek, dat zal het domineesbloed zijn wat opspeelt.
Ik merk soms ook dat ik in mijn dagelijks leven iets kan leren van de dingen die ik geschreven heb, dus ik (her)inspireer in elk geval mezelf, haha.

Wat highlights:

#1
Het grootste succes van mijn weblog was Het meisje voor de trein in november 2014, overgenomen door Linda, en viral ging. Succes is natuurlijk een lastig woord omdat het ging over een vreselijke gebeurtenis. Ik beschreef hoe nonchalant en zelfs egoïstisch mijn mede-passagiers reageerden toen onze trein over een medemens heen denderde. Het stukje was een appel tot meer mededogen voor je naaste. En ik was heel blij deze boodschap door honderdduizenden mensen onderschreven werd.
#2: Smartphone
Een meer recent stukje, maar nog steeds heel actueel. In dit stukje merk ik op hoe de smartphone in rap tempo in de samenleving is geïntroduceerd, zonder dat men erg bewust stil heeft gestaan bij de gevolgen ervan. Deze uitvinding heeft zich razendsnel verspreid en zo’n beetje ieders leven in grote mate veranderd – maar lang niet iedereen heeft hierbij stil gestaan.
Ik wil binnenkort hier nog graag een vervolg op schrijven, over hoe het hebben van een smartphone mijn leven heeft beïnvloed (spoiler: ik was blijer zonder smartphone).

#3: De naam van deze weblog.
Iets meer dan een jaar terug schreef ik over de naam Samhildánach. De Keltische god met de duizend talenten. Dit sloeg op het beeld wat ik graag van mezelf had, maar ook op de doelstelling die ik had met het schrijven: “De naam Samhildánach heb ik bovendien gekozen omdat het ook staat voor iemand die zijn talenten op elke mogelijke manier inzet om meer licht te brengen in donkere tijden.” Daarin is niet veel veranderd.

#4: Magie in het leven
Een stukje over mijn wereldbeeld: een holistisch universum. Alles is met elkaar verbonden en ieders invloed reikt verder dan ie denkt. Door anders naar het leven te kijken kun je je leven (her)betoveren en een held zijn in je eigen verhaal in plaats van een willoze pion.

#5: Grote waarde
In het vak levensbeschouwing wat ik op de middelbare school geef, heb ik het graag over waarden: die idealen waarvoor jij leeft. Ik wil dat mensen zich bewust worden van de waarden die aan de oorsprong van hun daden staan. In heel veel van mijn stukjes komt dit onderwerp ook terug.
In dit stukje schrijf ik over drie van mijn kernwaarden: “(…)breng de wijsheid op om de ander te begrijpen, de liefde om hem te respecteren en de wil om schoonheid te brengen in de leefwereld van anderen en jezelf.”

#6: Nog een kernwaarde:
In dit stukje beschrijf ik een stukje van mijn identiteit en een kernwaarde waarop ik mijn handelen wil baseren: ridderlijkheid.

#7: Schuld, schaamte en spijt
Ik vind dit één van de belangrijkste stukjes die ik geschreven heb. Het stukje gaat uiteindelijk over het omarmen van je bestaansrecht. Maar voor zo ongelooflijk veel mensen is dat zo moeilijk – zoveel mensen gaan gebukt onder schuld, schaamte en spijt. In dit stukje hoop ik wat licht op dit patroon te kunnen werpen, zodat men zich ervan bewust kan worden en zich kan bevrijden.

#8: Dankbaarheid
Ik gun mensen dat zij gelukkig zijn. Ik geloof eigenlijk dat gelukkig zijn een basisstaat van zijn is, waarvan je afgeleid kan zijn door gebeurtenissen en processen in je brein. Ik schrijf veel over geluk, maar ook veel over dankbaarheid. Want dankbaarheid is het beseffen wat je hebt en/of bent. Dit beseffen is bewust zijn. En komt, denk ik, enorm dicht in de buurt van gelukkig zijn.

#9: Dood
In de loop van het verstrijken van de tijd zijn er ook best een aantal mensen uitgevaren. Ik heb in deze twee, en nog een paar meer persoonlijke stukje beschreven hoe ik hiermee ben omgegaan. Dankbaarheid is hierin het belangrijkst.

#10: Over eten
In een tijd dat er duizenden boeken uitgebracht worden over gezond eten, deed ik ook een duit in het zakje. Ik gaf 10 tips over voeding, geput uit mijn eigen ervaring. Het was best een aardig stukje en het werd ook in verschillende kringen goed ontvangen.

#11: In de krant
Af en toe stuur ik ook stukjes in naar Metro: de gratis krant die door een heel divers publiek gelezen wordt. Metro biedt met de lezerscolumn mogelijkheid tot een groot podium voor belangrijke boodschappen.
Het stukje Wie a zegt is ook in de papieren editie gepubliceerd. Het brengt de geclaimde hoofdwaarden van de samenleving in verband met de houding die veel mensen hadden ten opzichte van vluchtelingen uit oorlogsgebieden. Het gaat over medemenselijkheid, barmhartigheid. Zo belangrijk…

Politiek en heilige huisjes
Ik heb ook veel geschreven over onderwerpen waarover veel verdeeldheid heerst, zoals gentech, vluchtelingenopvang, zwarte piet en geopolitiek. Hierin neem ik vaak wel een duidelijk standpunt in, al wordt ik elk jaar voorzichtiger en genuanceerder.
Toch heb ik het idee dat stukjes met een politieke lading minder gelezen of gewaardeerd worden. Ik heb bijvoorbeeld geëxperimenteerd met should-reads: samenvattingen van en verwijzingen naar interessante artikelen, die ik onder ogen heb gehad. Dat kostte me heel veel tijd, maar de kijkcijfers waren nihil. Ik weet niet zo goed wat ik met die categorie moet doen; zelf zou ik graag in die vorm informatie aangeboden krijgen. Maar waarschijnlijk is mijn weblog niet het platform waar men zulke informatie zoekt…

Het absolute dieptepunt van mijn was ook in 2014. Ik had toen een stukje geschreven met wat kritisch noten over vaccinatie. Door de publicatie van het meisje voor de trein, is het 12.000 keer bekeken, en dat heeft me vrienden gekost en een stinkende lading haat en verwensingen naar mij en mijn familie opgeleverd. Hoewel ik jong en strijdbaar was en absoluut niet bereid om mij vanwege een of ander taboe de mond te laten snoeren, heb ik er toch voor gekozen om de boel te verwijderen. Zulke geschreven woorden wilde ik niet in stand houden. Sindsdien weet ik dat er onderwerpen zijn die ik nog met een stok van twintig meter niet aan moet raken.

Persoonlijke dingen
Ik denk dat ik ook met veel openheid heb geschreven over dingen die ik in mijn eigen leven meegemaakt heb. Ik heb hier niet specifiek naar gelinkt, maar ze zijn wel gewoon te vinden. Ik heb gemerkt dat mensen graag leest daarover. Ik vind het ook fijn als mensen kunnen putten uit mijn ervaring en gedachtegang.
Een jaar of tien geleden schreef ik echt alles van me af. Daarbij stond ik totaal niet stil bij de mensen waarover ik schreef. Inmiddels heb ik wel geleerd om integer mijn ervaring te delen.

Voor de toekomst
Nu ik mijn oude stukjes bekijk, ben ik nog steeds wel trots op een aantal ervan. Ik heb veel woorden geschreven en ik hoop dat ze vooral goede dingen gebracht hebben. Wie weet kan ik alles ooit verzamelen en geschikt maken voor een boekvorm. In elk geval gebruik ik af en toe mijn stukjes in mijn lessen aan de jeugd op school.

Voor het komende jaar heb ik genoeg inspiratie. En zoals ik al schreef, verwacht ik ook meer tijd te hebben/maken.

Tot slot heb ik nog de vraag om input. Laat een comment achter: wat vind je van mijn weblog? Lees je graag lange stukken, of liever kort? Is er een stukje je in het bijzonder bijgebleven? Waarover zou ik nog moeten schrijven? Welke categorieën spreken je het meeste aan? Waar zou ik eindelijk eens mee op moeten houden? Wat is er goed en wat kan er beter?

Laat het me weten! Op naar meer. En op naar 2017; dat het veel schoonheid, wijsheid en liefde mag brengen!

Functioneel geweld

Het onderstaande stukje heb ik ingestuurd als Metro lezerscolumn, vandaar dat het maar 400 woorden is. Ik had een eerdere versie op facebook geplaatst. Ik vind excessief expliciet geweld in mainstream media een onderwerp waar we op maatschappelijk niveau het over moeten hebben. Wat ik nog het meest onthutsend wordt is dat het genoemde geweld door veel fans wordt gerechtvaardigd doordat het nodig zou zijn voor de verhaallijn. Als het zien van hele akelige beelden weinig nog met mensen doet, dan ben ik bang dat we te veel afgestompt zijn…

Afbeeldingsresultaat voor walking dead

Gisteren heb ik gezien hoe een weerloos iemand gruwelijk vermoord werd. En steeds word ik er weer aan herinnerd als ik overal op straat de posters van ’s werelds meest bekeken tv-serie The Walking Dead zie hangen.

Na de cliffhanger van vorig seizoen moet je echt snel kijken om alle spoilers voor te zijn. Het is een spannende serie, die cynisch duidelijk maakt dat in een apocalyptische wereld vol zombies de overlevende mensen vaak monsterlijker zijn dan de eigenlijke monsters.
Maar om dat duidelijk te maken was er zo grafisch en expliciet gebruik gemaakt van geweld, dat ik gestopt ben met kijken. Er werden daar plaatjes in mijn hoofd gestopt, die ik niet nodig heb om een blij en gelukkig mens te zijn.
Ik ben heus wel een beetje gehard door het lezen van nieuws en het zien van persfoto’s. Nog meer door gamen en het kijken naar Game of Thrones. Maar voor de scenes in TWD hadden had ik niet genoeg eelt op mijn ziel. En ik denk dat ik dat ook niet moet willen hebben.

Vroeger was American History X berucht vanwege de expliciete beelden. Maar vergeleken met dit waren dat plaatjes van blije konijntjes. Eerst waren dat soort beelden beperkt tot shocksites; sites met foto’s van auto-ongelukken en (zelf)moorden, die mensen die goed bij hun verstand zijn makkelijk konden mijden.
Maar TWD is een mainstream medium wat miljoenen mensen bereikt met zulke beelden.

Ik ga nu niet betogen tegen geweld in media. Maar ik wil wel pleiten voor functioneel geweld: Veel verhalen, die verteld worden in boeken, films of games gaan over helden die een strijden voor idealen, rechtvaardigheid vrijheid of tenminste zelfbehoud. In die strijd wordt nogal eens geweld gebruikt. En dat kan in fictie. Dat vinden we spannend en fascinerend. Het geweld is dan een middel om een hoger doel te bereiken.
Maar in games zoals GTA, waarbij je in de huid kruipt van een crimineel en je moordend en plunderend door het land kunt trekken of gruwelfilms zoals Saw heb ik dan ook echt moeite. Om over de genoemde scenes van TWD maar te zwijgen.

Het gaat naar mijn idee in tegen de waarden die wij als beschaafde samenleving zeggen te hebben. Iedereen wil graag wereldvrede, niemand wil dierbaren gruwelijk vermoord zien worden. Waarom zoeken we dit dan op voor ons vermaak?
Producers zouden, denk ik, enige maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar ik vind ook dat wij als consument bewust moeten afwegen wat we in onze huiskamers en hoofden binnen willen laten. Hoe veel harder willen we nog worden?

Smartphone

Het moest er eens van komen. Van met mijn tijd meegaan is eigenlijk allang geen sprake meer; net als met flippo’s, pokémon-kaarten en MSN-adressen was ik altijd de hekkensluiter. En nu ben ik zo ongeveer een van de laatste Nederlanders die overgestapt is naar een smartphone.
Ondanks mijn interesse in tech & gadgets heb ik er erg lang over gedaan. En zelfs nu ik mijn (nog) glimmende Samsung Galaxy Nogwat in de hand, die nog de stiekem vieze maar oh zo fijne geur van ‘nieuw’ heeft, ben ik niet er niet dolgelukkig mee. In dit stukje zal ik een aantal van mijn bedenkingen uitwerken, niet om ouderwets te zeiken, maar omdat het belangrijk is bewuste keuzes te maken in het leven.

20160919_134036.jpg wordt weergegeven

Selfie time!

Hoe het gekomen is weet ik niet precies, maar de introductie van de smartphone is bijna volledig aan me voorbij gegaan. Ik had een prima werkend telefoontje (die heb ik nog steeds en ondanks wat ouderdomskuurtjes zou die in principe nog wel een jaar mee kunnen, denk ik); ik kon er mee bellen en ik was heel handig in snel sms’en. Ik kon er zelfs hele aardige fotootjes mee maken als ik goed mijn best deed. Kortom, ik had geen behoefte om op zoek te gaan naar een ander apparaat. Maar ineens hadden alle andere mensen wel een smartphone. Dat had als vervelend bijgevolg dat ik eigenlijk pas ontdekte wat het fenomeen whatsapp-groep was, toen verschillende van mijn vriendengroepen zo’n groep hadden, waardoor ik de helft van de pret misliep of achtergrondinformatie mistte zonder dat ik het door had.

En nu zijn we alweer een jaar of 10 verder en smartphones zijn een geïntegreerd onderdeel van de samenleving geworden. Oudere mensen kunnen er, ondanks dat ze altijd wat ongemakkelijk met een gestrekte vinger over het schermpje gaan, aardig mee overweg. Zelfs baby’s kunnen als ze een paar maanden oud zijn zo’n ding ontgrendelen en ontdekken vervolgens in verbazend korte tijd hoe ze naar filmpjes kunnen kijken.

 

Aandacht voor het echte leven
De allerbelangrijkste reden voor mij om altijd een smartphone af te wijzen was dat ik mijn leven ten volste wil leven. Dat betekent dat ik aandacht wil hebben voor waar ik nu ben, met wie ik daar ben, wat ik daar doe. Ik wil elk moment vol beleven. Ik ben altijd bang geweest dat het paraat hebben van een lijntje naar alle dingen die overal behalve hier en nu zijn, mijn aandacht voor het echte leven zou versnipperen.
En dat is precies wat ik heel veel zie gebeuren. Ik zie bijvoorbeeld zo vaak een gezin samen wandelen. Als de kinderen nog jong zijn, zie ik de ouders telkens ondertussen even op hun telefoon kijken, en als de kinderen wat ouder zijn, dan zij ook. Zo’n tafereel maakt mij een beetje verdrietig. Kinderen worden zo snel groot en zelfstandig. De tijd die je samen hebt zou je echt moeten koesteren door er aandacht voor te hebben. Make it count.

Ik heb ook een tijdje nagedacht over Pokémon Go!. Dat is toch iets waar je iets van moet vinden. Het leek me aanvankelijk wel leuk om net als in een computergame, waar ik van tijd tot tijd (als ik er tijd voor zou hebben) best veel plezier in kan hebben, een kaartje te hebben van de wereld en snel naar allerlei plekken te rennen waar iets plaatsvindt. Ik hoorde ook verhalen over tweehonderd kilo wegende couchpotatoes, die dankzij Pokémon Go!-achtige spelletjes weer eens buiten kwamen en na een paar maanden plekken veroveren of achter pokémon aanrennen weer meer menselijke proporties begonnen aan te nemen. Dat lijkt dan toch best positief uit te werken; de jeugd trekt er weer op uit en komt weer buiten. Maar hoe? Beleven ze het gezegende buiten zijn; de frisse bries op hun huid, het gouden zonlicht en de schoonheid van de natuur? Of is hun aandacht vooral gericht op gebeurtenissen in een digitale wereld, die in feite bestaat uit wat nullen en enen op een server in een kelder in een of ander ver land? En natuurlijk is dat helemaal niet erg als je er even (bewust) plezier aan beleeft. Maar wordt de telefoon meegenomen of wordt de gebruiker meegesleept?

Marketingstrategie: verslaving
Dat brengt mij op mijn tweede reden. Ik ben zelf altijd best wel verslavingsgevoelig geweest, in elk geval wat gamen betreft. Ik ben niet geboren met een enorme wilskracht en ik vind gamen gewoon heel leuk. Ik identificeer me makkelijk met games en ik word daarin best perfectionistisch: ‘dit mijn poppetje en als ik hem zou zijn, dan zou ik ook meester in alle vaardigheden zijn en de beste selectie wapentuig en vastgoed tot mijn beschikking willen hebben’ of ‘dit mijn stad, die moet zo goed mogelijk zijn’ of ‘dit is mijn plekje op deze landkaart in deze wereld van stom lachend fruit’. Dat zou op zich nog niet zo’n probleem zijn als het niet zoveel tijd zou gaan kosten en ik het gewoon kon laten liggen als ik dat zelf wilde. Maar ik heb maar al te vaak meegemaakt dat ik van plan was om een dag heel productief en zinvol te besteden, maar dat ik ineens vlak voor sluitingstijd van de supermarkt naar buiten moest rennen om nog snel een pizza te kunnen kopen omdat ik blijkbaar de hele dag (steeds nog één half uurtje) had zitten gamen. Whoah! Weg was de dag. Dan ging ik ’s avonds slapen met een rotgevoel – zo wilde ik mijn leven niet leven.
En dit was met een pc. Een vaste computer die op één plek stond die ik kon verlaten om even vrij te zijn van de verleiding. Ik was als de dood dat ik als ik een smartphone had, ik overal waar ik was toegang zou hebben tot games. Ik ben nu ook wel blij dat ik al die tijd smartphone vrij geweest ben. Inmiddels hoop ik oud en wijs genoeg te zijn om in te kunnen schatten welke games ik absoluut niet moet downloaden.

Want het is zo dat producenten van mobiele spelletjes gebruik maken van psychologische trucjes om hun games verslavend te laten zijn. Als speler krijg je bijvoorbeeld redelijk makkelijk allerlei beloningen, waardoor in hersenen dopamine wordt aangemaakt, waar je blij van wordt. Ook wordt er veel gewerkt met echte tijd: je hebt vaak per tijdseenheid een beperkt aantal mogelijkheden om iets in het spel uit te voeren, daarna moet je wachten. Of je investeert echt geld om meteen weer verder te kunnen. Met succesvolle kleine spelletjes zoals candy crush wordt dan ook veel meer winst gemaakt dan met grote ‘echte’ games. Ik heb voor mezelf gemerkt dat als je gewoon wacht, zo’n spelletje in tussentijd blijft trekken aan je om toch steeds even te checken of je al iets kan uitvoeren.
Ik vraag me zelf af of het wel ethisch is om zulke spellen te maken. Ik vraag me dat niet heel erg hardop af, omdat volgens mij men vindt dat het iedere eigen verantwoordelijkheid is om wel of niet te kiezen voor zulke games. Maar wat ik me in stilte dan weer afvraag is of veel mensen die beslissing nog wel echt kunnen maken als zij verslaafd zijn. Nou ja, er zijn zelfs vrij veel spellen die adverteren met het gegeven dat ze verslavend zijn. Dus wellicht dat ik een ouderwetse waardering heb van het fenomeen verslaving?

(klik op het plaatje voor nog 39 andere cartoons over smartphones. Veel mensen vinden zulke cartoons irritant vanwege de beschuldigende toon)

En dan de tijd die er in gaat zitten. Toen ik mijn nieuwe telefoon ’s avonds pakte om hem uit te zetten, zag ik dat ik toch nog meldingen heb op facebook. Even kijken dus. ‘Oh, dat is misschien een interessante post.’ En daarna waren er geen gedachten meer, maar merkte ik vijf tot tien minuten later dat ik alleen maar naar beneden heb zitten scrollen. Waarom? Nieuwsgierigheid? Te groot gemak?

 

Privacy: spiegeltjes en kraaltjes
Ik had al moeite met het privacy-beleid van facebook aan het begin van 2015. Facebook kwam er toen voor uit dat het eigenlijk alles wat je erop zet, eigendom maakt en verkoopt aan derden voor commerciële doeleinden. Ik was toen overgestapt naar een ander platform, Seen, maar niemand kwam mee. Ondanks dat facebook er openlijk voor uit kwam privacy af te schaffen, bleef iedereen (en ik in tweede instantie dus ook) er zitten. Dat was een beetje het moment dat ik besefte dat de mensheid zo vastzit in een systeem dat het zich eigenlijk vrijwillig overgeeft aan gevangenschap, waar niet uit te breken valt.

Afbeeldingsresultaat voor facebook food is free

Facebook is overigens niet de enige die alles wat er over iedereen te weten valt verzamelt en verkoopt. Maar met een smartphone lever je nog meer in. Tijdens de installatie van mijn telefoon probeerde ik zoveel mogelijk op ‘niet akkoord’ te drukken, maar dan kon ik niet verder. Of ik kon geen gebruik maken van sommige dingen zoals mooie glimmende thema’s, waarvan ik op dat moment vond dat ik ze belangrijk waren – kortom ik had het gevoel dat ik me had laten omkopen met spiegeltjes en kraaltjes.
Facebook en Google hadden van mij vooralsnog vooral content informatie – dingen die ik zelf besloot te posten of aan te klikken. Maar nu heb ik met mijn afgedwongen akkoord ook toestemming gegeven om meta-data te verzamelen: mijn hele bewegingspatronen, mijn dagritme, hoe hard ik in de auto rijd en waarheen of ik lang op de wc zit of niet… Ik redeneerde dat deze gegevens toch al van miljoenen mensen verzameld waren en dat die van mij echt niet extra interessant zouden zijn. En wat kunnen ze er nou heel mee?
Maar het is natuurlijk een kwestie van principe en vertrouwen. Een groot kwaad in deze wereld is dat machtige grote bedrijven, die door de hebzucht van een paar en de onverschilligheid van velen, al dan niet openlijk de meest immorele dingen doen en ermee weg kunnen kopen. Willen wij als mensen dat dergelijke organisaties zoveel kennis over ons en ons leven hebben? Liever niet natuurlijk, maar we vertrouwen er maar op dat er geen misbruik van gemaakt zal worden…
Mobiele kinderen
Toen ik een jaar of 15 was, kreeg ik mijn eerste mobiele telefoon. Ik was daarmee vrij laat, maar zeker niet de laatste van mijn klas. Echt nodig had ik hem niet, maar ik moest 30 kilometer reizen van en naar school, daarvoor was het soms wel handig. Het werd pas belangrijk toen ik een vriendinnetje aan de andere kant van het land kreeg.
Daarna verschoof de leeftijd waarop kinderen een telefoon kregen steeds meer naar beneden. Mijn generatie heeft zich altijd afgevraagd wat kleine kinderen met zo’n telefoon moeten, maar dat was blijkbaar geen vraagstuk voor de jongere generatie, die maar wat blij was met hun stukje techniek en de oudere generatie, die de apparaten uitdeelde aan de kinderen.

En nog steeds trek ik een wenkbrauw op als ik kinderen met een smartphone zie. Waarvoor hebben ze dat nodig anders dan bij de rest te horen? Waarvoor heeft de rest er dan ook een?
Dat de spanningsboog van kinderen ten opzichte van vroeger enorm is afgenomen, is algemeen bekend. Teksten kunnen niet lang zijn en films moeten niet te lang duren. Dat telefoons daaraan bijgedragen hebben, lijkt me duidelijk.
Wat ik vooral pijnlijk vind is dat het hebben van een telefoon ten koste gaat van de fantasie en het kunnen spelen. Hoe minder je kinderen geeft aan input, hoe meer output ze zelf genereren. Een kind niet gewend is aan een overvloed aan speelgoed, kan over het algemeen heel veel plezier beleven aan één stuk speelgoed en dit op veel verschillende manieren inzetten. Als je een kind overlaadt met beelden, dan gaat dat ook ten koste van het eigen verbeelden. Mijn cadeaukind is nu 11 jaar. In haar klas (vrije school, nota bene) is zij de enige zonder smartphone. Toen we vroegen of ze het jammer vond dat ze geen telefoon had, antwoordde ze dat ze het vooral jammer vond dat de andere kinderen er wel een hadden. Het was haar opgevallen dat sinds een heleboel kinderen een smartphone hadden, ze niet leuk meer konden spelen.

Op mijn school is een vrij streng telefoonbeleid, waar ik erg dankbaar voor ben. De telefoon moet op vliegtuigstand of uit in de tas. Hier is in de eerste plaats niet voor gekozen om de leerlingen bij de les te houden, maar om ze te beschermen tegen een constante aanwezigheid en aandrang van prikkels. Het klinkt misschien slapjes, maar leerlingen kunnen er niet veel aan doen dat ze de aandrang van een telefoon moeilijk kunnen weerstaan. Het is voor de leerlingen duidelijk dat ze gedurende schooltijd met hun aandacht bij de les kunnen zijn – dus in het hier en nu. Bij de leraar, bij hun klasgenoten, in het lokaal. Mocht een leerling toch stiekem een telefoon tevoorschijn halen, dan is een leraar (nu nog) gewoon bevoegd deze in te nemen. Hierover is in Nederland ook op grote schaal discussie: gaat het om eigendom van de leerling die de leraar te respecteren heeft? En de ouders dan. Ik heb meer dan eens meegemaakt dat er een woedende ouder op de stoep van een school stond om verantwoording te eisen waarom zijn kind even niet bereikbaar was… Persoonlijk vind ik het zorgelijk dat de samenleving blijkbaar al in de richting gegaan is dat hierover überhaupt gediscussieerd wordt. Maar dat is weer een verhaal op zich.

Vraagstukken over belangrijke dingen
De smartphone is een uitvinding geweest die een enorm grote impact heeft gehad op de manier van leven wereldwijd. Het heeft zich razendsnel over de mensheid verspreid, maar ik denk wel dat het absoluut belangrijk is dat we als mensen hier bewust mee omgaan en niet maar wat doen. Als we al voor wijs moesten worden in het leven, moeten we in dit tijdperk ook media-wijs worden. Smartphones raken heel veel aspecten van ons leven aan.
Ze hebben een gedeelte van het sociaal contact verplaatst naar een digitaal niveau. Enerzijds zorgen ze ervoor dat iedereen met iedereen verbonden kan zijn, anderzijds maken ze ook dat iedereen nog meer gefocust is op zijn of haar eigen wereldje.
In het dagelijks verkeer veranderen omgangsvormen ook. Is het onbeschoft om in het samenzijn met anderen op je telefoon te kijken? Mag je gewoon je muziek hardop luisteren op straat? Op dat soort vragen moeten we met z’n allen antwoorden vinden. Net als op de eerder genoemde vragen over ethiek. En dan zijn er nog meer kwesties, waar we iets mee moeten, zoals electromagnetische straling (in Frankrijk zijn ze op scholen om die reden verboden) en impact op slaap (kijken naar een schermpje heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van je slaap). Maar ook dat zou een artikel op zich kunnen zijn.

Laat ik aan het einde van het stuk ook maar eens toegeven dat smartphones ook verdraaid handig zijn. Het is natuurlijk zo dat ik voor zo’n beetje elke functie van dat apparaat ook al een gespecialiseerd gereedschap in huis had, (een computer, een spiegelreflexcamera, boeken, een atlas), maar het is heel handig om het in één snel apparaat te hebben. Snel filmpjes en foto’s maken van leuke dingen en delen. Informatie vinden en delen.
Een smartphone biedt ontzettend veel mogelijkheden, maar brengt ook veel moeilijkheden met zich mee. Die zitten aan de kant van de aanbieders, die niet altijd even betrouwbaar of moreel te werk gaan, maar ook aan de kant van de gebruikers, die eigenlijk heel bewust zouden moeten omgaan met het apparaat, omdat het apparaat anders onbewust hen gaat gebruiken. Een smartphone is zo supermakkelijk en kan veel aan je leven toevoegen, maar het kan ook supermakkelijk ten koste gaan van de tijd die je bewust meemaakt.

 

Dit stuk was zeker langer dan 140 tekens, sorry. Prince Ea kan zegt het ook (en nog wel meer) in dit filmpje in iets meer dan 3 minuten:

Tl;dr:
– Smartphones zijn verdraaid makkelijk en kunnen je leven beter maken.
– Gelukkig zijn is met aandacht je leven leiden.
– Doordat smartphones zo makkelijk zijn leiden ze ook makkelijk je aandacht af van het echte leven.
– Het leven is maar kort en voor je het in de gaten hebt is het alweer voorbij; het is zonde om geen aandacht te hebben voor dat beetje tijd aan het einde van de rit.
– Bedrijven verdienen veel geld aan smartphones door expres te proberen je er verslaafd aan te maken. Is dat okee?
– Bedrijven weten bijna alles over je leven als je een smartphone hebt, en die gegevens verkopen ze aan derden. Vinden we dat goed dan? Wat doen we daar mee?
– Hoezo hebben kinderen nou weer smartphones?!
– We moeten als samenleving en misschien ook als mensheid een visie hebben op het gebruik van en smartphone: Wat wil je en wat wil je niet? Wat zouden bedrijven en overheden wel of niet mogen doen met data over ons? Hoe kunnen we zorgen dat smartphones de kwaliteit van ons leven verbeteren in plaats van ons tot slaaf te maken?

Creativiteit

Soms denk ik, als ik ’s ochtends veel te vroeg uit bed  moet om ergens te zijn, dat de westerse wereld is bedacht door ochtendmensen. Dat toen er nagedacht moest worden over de dagindeling, zij al om een uur of zeven fris en fruitig om naar de afgesproken plek waren gekomen en daar met elkaar overeen kwamen dat het beter zou zijn als alle bedrijvigheid in de samenleving maar ’s ochtends moest beginnen. Tegen de tijd dat de avondmensen aankwamen stond alles al op papier en hadden zij het nakijken.
Waar ik niet over ga schrijven is dat ik vind dat alle arbeidstijden aangepast zouden moeten worden. Wel wil ik het hebben over de manier waarop er op allerlei plaatsen allerlei standaarden gesteld zijn, die niet iedereen ten goede komen. Ik wil het in het bijzonder hebben over creatief denken en onderwijs.

Toen ik eerder dit jaar in een sollicitatiegesprek voor de functie van leraar zat, werd ik bevraagd op het leerlinggericht uit mijn motivatiebrief. “Tja, dat roepen alle sollicitanten, natuurlijk” zei ik. Daar moesten we wel om lachen en flexibel en creatief werden aan ditzelfde lijstje van door sollicitanten geclaimde eigenschappen toegevoegd. Het is blijkbaar goed om flexibel en creatief te zijn. Maar wat betekent dat dan? En is iedereen dat ook daadwerkelijk? En worden zulke eigenschappen werkelijk gewaardeerd?

Wat is creativiteit?
Het uitleggen van een begrip begin je vaak etymologisch. In het woord ‘creativiteit’ zit het werkwoord creëren, wat scheppen betekent en afkomstig is van het Latijnse creare. Sorry, het is niet origineel om de uitleg van een begrip te beginnen met etymologie. Origineel komt trouwens van het Latijnse originalis, wat oorsprong betekent.
Dus als je creatief bent, dan ben je in staat iets te maken. Strikt genomen wel, maar met zo’n definitie ben je al een creatieveling als je een kopje thee weet te creëren. Dus we moeten wat meer associaties met creativiteit in kaart brengen.
Originaliteit had ik net al genoemd. Als je origineel bent, dan ben je in staat om dingen te creëren die zelf aan de oorsprong staan, in plaats van het herhalen of vervolgen van het bestaande. Maar om het even theologisch te maken: kun je iets uit niets scheppen? Alles wat we fysiek creëren is een samenstelling van materialen die er al waren – wat je er zelf aan toevoegt is een nieuwe toepassing. Je kunt je afvragen of ideeën (zoals de bedachte nieuwe toepassing) strikt genomen origineel kunnen zijn; in ons hoofd zijn we constant bezig met het combineren van allerlei gedachten die we hadden tot nieuwe ideeën. Maar zulke vragen worden te filosofisch, dwalen te ver af en maken bovendien dat eigenlijk geen mens origineel zou kunnen zijn.

Als je iemand vraagt een voorbeeld van een creatieve activiteit te noemen, dan komen ze al gauw aanzetten met een schilderij maken, beeldhouwen of een boek schrijven. Creativiteit heeft dus ook iets te maken met expressie: uitdrukking van iets wat je in je hebt. Dit kan een idee zijn, maar ook een gevoel. Creative uitingen zijn dus ook vaak een communicatiemiddel: je gebuikt je schilderij, beeld of boek om iets wat je in jezelf hebt te delen met de wereld. Zelfs als je niet van plan bent om het te tonen.
Maar als je expressie dan weer strikt bekijkt, zie je dat iedereen constant bezig is zichzelf uit te drukken, alleen al door gebruik te maken van (lichaams)taal.

Het is moeilijk om creativiteit vast te pinnen. Blijkbaar heeft/kan/is iedereen het – of niemand. Het heeft een gevoelswaarde. Een eigenschap die in sommige mensen meer aanwezig is dan anderen. Creativiteit moet je blijkbaar niet strikt nemen.

Speelsheid
In onze boekenkast hebben wij de onder creatievelingen bekende Creative Companion van Sark staan. How to free your creative spirit is de ondertitel. Het is een boekje wat met viltstift geschreven en gekleurd is, terwijl de schrijfster op haar buik op het bed, op het tapijt en eigenlijk overal lag. Het is een hak op de tak boekje met veel oefeningen vooral gericht op zelfwaardering en bevrijding van het innerlijke kind. Ik heb het al jaren, maar ik heb het nooit uit kunnen lezen, omdat ik altijd zoiets had van ‘pft, dat is voor mensen die wel van heel ver moeten komen’. Maar nu na een periode van veel druk, stress en verantwoordelijkheid, merk ik dat ik dat ik er graag weer in wil snuffelen omdat het me een gevoel van ‘oh ja! zo was het…’ bezorgt.

Dat brengt me op het onderstaande filmpje van de 2014 collegetour van Johne Cleese:

Cleese stelt dat alle creativiteit voortkomt uit het onbewuste. Dat dit voortkomen vanzelf gebeurt, mits je in een ontspannen, speelse sfeer kunt zijn. Voor mij was dat de laatste tijd moeilijk, door bijvoorbeeld een enorme deadline over 10 dagen. Dit is precies waar de Creative Companion mee wil helpen: door oprechte zelfwaardering laat je je niet verkrampen door belemmerende gedachten en de speelsheid van je innerlijk kind maakt dat je al je grenzen met plezier kunt verleggen.
Kinderen hebben over het algemeen hun intelligentie en logica nog niet zo heel erg ontwikkeld. Maar dat ze (over het algemeen) supercreatief zijn, zal niemand ontkennen.
Cleese zegt dan ook: “Creativiteit komt niet voort uit logica of intelligentie, in dat geval zouden alle logische en intelligente mensen ook creatief zijn. Maar dat zijn ze niet.” Hij zegt het als een grapje, en het is een erg gegeneraliseerde uitspraak. Maar ook prikkelend.

Creativiteit en de universiteit
Ik mag mezelf doctorandus noemen, ik heb nogal al wat jaren me bewogen in een academisch milieu. Een universiteit is in principe een plek waar intellect en logica regeren. De boeken en artikelen die door academici geproduceerd worden zijn wat mij betreft heel vaak droog, saai en eigenlijk onleesbaar. En met name de werken die methodisch onberispelijk tot stand gekomen zijn. Wat ik ironisch vind, is dat een boek schrijven gezien wordt als een bijzonder creatieve daad. Toch volgt veel academisch werk strikte methoden, regels en logica. Veel auteurs communiceren nauwelijks met de lezer en zijn alleen maar geïnteresseerd in hun kleine stukje nieuw geanalyseerde kennis bijdragen aan de academische gemeenschap. Wetenschappers zien zichzelf vaak turend naar de horizon, zittend op de schouders van een reus. Deze reus is gemaakt van al het verzamelde denken van eerdere wetenschappers en iedereen poogt met zijn turen een nieuw laagje eelt op de schouders te creëren, waardoor een volgende wetenschapper net een stukje hoger zit en zo de horizon nog beter zal kunnen beturen.
Radicale denkers, die vernieuwende ideeën aandragen, worden over het algemeen niet gewaardeerd binnen de academie. Ideeën die het heersende paradigma onder druk zetten worden dikwijls als onzin weggezet. Veel van heersende academici zijn vooral bezig met het behouden van de bestaande reus. Je moet niet aankomen met, “joh, misschien moeten we een nieuwe reus maken die de andere kant op kijkt”, “laten we een vliegtuig maken en naar de horizon vliegen” of “als je ginds staat, dan zie je dat we nu al op de horizon zijn.”
Dit krampachtig vasthouden aan de status quo komt overigens niet enkel voor binnen de wetenschap, maar op elke plek in de samenleving waar weinig creatieve mensen de touwtjes in handen hebben. Dat verklaart misschien ook waarom de (overigens gefingeerde) afwijzingsbrief van Einstein viral gegaan is.

Angst en liefde voor het onbekende
Dat alternatieve paradigma’s de naam radicaal krijgen en in eerste instantie en masse afgewezen worden heeft te maken met de angst voor het onbekende. Onbekend maakt onbemind. De meeste mensen voelen zich veilig wanneer ze enige mate van controle hebben, en dat begint bij het begrip van de wereld. Als je helder hebt waar je bent en wat je moet doen is het voor de meeste mensen al lang prima.
De meeste mensen ervaren dolor complexitaris, ongemak bij het contingente (het vage, het onbekende) en hebben behoefte aan een comfort zone. Een comfort zone is een deel van je beeld van de werkelijkheid. Maar deze is ook redelijk duidelijk begrensd, als een gezellige grote doos waarbinnen het leven plaatsvindt (of plaats zou behoren te vinden). Maar op het moment dat je dingen buiten die doos hoort gebeuren, is dat griezelig, want je kunt ze nog niet goed (over)zien.

Ik vermoed dat creativiteit hand in hand gaat met de liefde voor het onbekende, amor complexitaris. Nieuwe dingen zijn per definitie onbekend en daardoor mogelijk verwarrend. “People are afraid of confusion. And off course you are going to be confused, because you haven’t been there before.” is wat John Cleese zegt in het filmpje. Maar hoe ga je om met die verwarring? Kun je je daaraan overgeven of vermijd je het liever?

brain.jpg

Structuurmensen, vrije mensen en de samenleving
Veel mensen hebben dan ook behoefte aan duidelijke structuur en regels. Anderen niet. Dit is iets wat mij erg interesseert. Veel uitgesproken creatievelingen hebben moeite met structuur; zij komen te laat, gaan flexibel om met afspraken en voelen zich vaak in conflict van allerlei aard met het gezag.

Ik begon dit stukje over ochtend- en avondmensen, en dat ochtendmensen voor de rest van de tijd de gang van zaken voor de avondmensen gedicteerd zouden hebben. Datzelfde gevoel heb ik ook wel eens bij structuurmensen en vrije mensen (zo noem ik ze maar even). Onze westerse samenleving is supergestructureerd: alle regels zijn op schrift gesteld, alle reilen en zeilen wordt geregistreerd en alle (professionele) omgang is hiërarchisch vastgesteld. En voor veel mensen werkt dat heel goed en als je mondiaal kijkt, zie je ook dat een dergelijk systeem meer welvaart oplevert.
Toch moet ik ook toegeven dat er in onze westerse samenleving ondanks alle neoliberale politiek alsnog veel ruimte is voor creativiteit. Doordat er veel rijkdom is, hoeft niemand zich echt zorgen te maken over zijn of haar basisbehoeftes. Als je niet aan het overleven bent, kun je echt gaan leven, kun je jezelf ontwikkelen en de rust vinden om te creëren.
Dus als mensen het minder druk hebben, hebben zij meer ruimte voor creativiteit. Als we creativiteit en ruimte voor expressie echt zo belangrijk vinden, zouden we bijvoorbeeld de 40-urige werkweek zouden afschaffen, zoals progressief Zweden doet. Of een onvoorwaardelijk basisinkomen zouden creëren, dat zou dat nog veel meer ruimte scheppen voor iedereen. Ruimte geeft vrijheid. Maar dat vergt natuurlijk wel een verschuiving in paradigma; leven zou dan belangrijker worden dan werken. Je moet een beetje buiten het bestaande systeem kunnen denken om je daar veilig bij te kunnen voelen.
Overigens is het een interessante observatie binnen de godsdienstsociologie dat hoe meer vrijheid er in een samenleving is, hoe meer mensen zich aangetrokken voelen tot fundamentalistische levensbeschouwingen (zoals bijvoorbeeld Jehova’s Getuigen). Binnen zo’n geloof wordt je vrijheid beperkt doordat de werkelijkheid en de manier waarop je zou moeten leven duidelijk begrensd is door geschriften en leefregels. Voor deze mensen is veiligheid belangrijker dan de verantwoordelijkheid die vrijheid met zich meebrengt.

Frederick Frank, die veel schreef over Zen schreef in 1973: “a non-creative environment is one that constantly bombards us…with noise, with agitation and visual stimuli.” Een omgeving die ons constant bombardeert met van allerlei drukte. Van alles moeten helpt niet bij creatief zijn. Maar evenmin de invloeden vanuit de smartphones, die inmiddels dusdanig gemeengoed zijn, dat ze niet meer weg te denken zijn uit onze samenleving (of van onze leerlingen). Ik heb het gezien op de basisschool van mijn stiefdochter. Inmiddels hebben alle kinderen (op de onze na) een smartphone. Degene die eerder zo’n ding hadden, konden ook steeds minder spelen. Dat is toch iets waar we als ouders in de maatschappij over na zouden moeten denken…

Dan nog dit: orde en structuur scheppen is iets wat de wetenschap van oudsher al doet. Benoemen en categoriseren. De laatste tijd is er vrij veel te doen geweest over de nood van de psychiatrie om mensen te labelen. Er is blijkbaar een soort standaard, waarvan veel mensen afwijken. Goed bekende afwijkingen zijn ADD, ADHD, PDD-NOS (er is iets met je, maar ‘not otherly specified’) en een smaak uit het autisme-spectrum. Grappig genoeg ontlenen veel mensen met een dergelijk label daar veel structuur aan, en veel instituties, zoals scholen, hebben regels opgesteld met betrekking tot de behandeling van deze mensen.
Ik moet toegeven dat mijn kennis van psychologie niet ver genoeg reikt om een gestructureerd oordeel te vellen hierover. Maar ik denk wel eens bij mezelf dat deze diagnoses direct verbonden zijn met de creativiteit en vermogen om te gaan met structuren van een persoon. ADD’ers en ADHD’ers (zoals Newton en Einstein) hebben bijvoorbeeld enorm veel moeite met structuur, terwijl veel autisten verdrinken als de houvast van structuur niet hebben en daardoor ook geen idee hebben hoe ze taken aan moeten pakken die creativiteit verlangen.

Creativiteit en structuur
Structuur en creativiteit hebben veel met elkaar te maken. In zekere zin zou je ze misschien zelfs als tegenpolen kunnen zien. Creativiteit verlangt vrijheid, terwijl structuur vrijheid inperkt in ruil voor overzicht en veiligheid. Creativiteit moet denk ik ook altijd wel in enige mate samengaan met structuur. Over dit stukje heb ik lang nagedacht, maar niet over de structuur die ik het wilde geven. Ik ben gewoon maar gaan schrijven door los te gaan. Gaandeweg werd de structuur voor mij duidelijk en heb ik kopjes gemaakt en alinea’s verplaatst. Als ik het even niet wist, rende ik naar buiten en ging trampoline springen tot ik het wel wist – daar kwam geen bewust gedachtepatroon aan te pas.

Maar onbegrensde vrijheid leidt bijna altijd tot chaos.
Toen ik vanochtend dit stukje begon te schrijven, klom mijn dochtertje van 2 op schoot en begon herhaaldelijk te vragen om een aflevering van Buurman & Buurman. Ik zette maar even het onderstaande filmpje op en moest lachen om de raakvlakken met het stukje wat ik schrijven wilde. Niemand kan het creatieve probleemoplossende vermogen van de buurmannen in twijfel trekken. Maar toch gaan ze altijd te werk zonder enige structuur, waardoor hun creatieve proces meestal een destructieve wending neemt.

Ik denk dat structuurmensen en vrije mensen veel van elkaar kunnen leren, en dat de uitdaging ligt in het niet opleggen van de eigen levensvisie aan de ander.

Creativiteit in het onderwijs
In mijn vakgebied, het onderwijs, zie je erg vaak in visiestukken terugkomen dat men de creativiteit van leerlingen wil stimuleren. En er worden inderdaad op veel scholen allerlei activiteiten georganiseerd die hieraan bijdragen. Het schoolvak culturele kunstzinnige vorming (ckv) en vakoverstijgende projecten, zodat leerlingen buiten de kaders van afzonderlijke schoolvakken leren denken. Dat is ook erg nuttig, want de huidige inrichting van het onderwijssysteem heeft geleid tot een zeer gefragmenteerde kennis onder leerlingen. Elk schoolvak is een afzonderlijk doosje waarbinnen ze een kunstje moeten kunnen en hoeven dus niet out of the box te denken. Soms wordt dat zelfs niet gewaardeerd.

(klik op het plaatje voor meer van dat soort dingen)

Maar als je zegt creativiteit (of een kritische houding) bij leerlingen te stimuleren, dan moet je ook bereid zijn om te accepteren dat zij met creatieve en onverwachte dingen aan komen zetten. Kun je dat niet, dan moet je ook eerlijk zijn en die notie uit je visie schrappen.
Pas geleden zag ik nog een filmpje van John Cleese. Hij heeft het over een terrible blind spot, en zegt erin dat mensen die ergens niet goed in zijn, ook niet in staat zijn dat te beoordelen, en dat misschien ook wel heel veel leerkrachten niet in staat zijn creativiteit van leerlingen te waarderen omdat ze zelf die vaardigheid niet hebben. Daar schrok ik van; ik zou toch niet zo’n leerkracht zijn? Maar toen herinnerde ik me mijn eerste stage. Tijdens een van de eerste lessen moesten de leerlingen een collage maken over hun identiteit. Ik vond dat de meesten dat heel mooi gedaan hadden; veel leerlingen waren creatief met de opdracht omgegaan. Maar omdat ze bepaalde symbolische afbeeldingen en citaten gebruikt hadden, vergde het een klein beetje interpretatievermogen. De docent waardeerde vooral de collages met schriftelijke toelichting en beoordeelde collages als onvoldoende die een beeldend karakter hadden. Deze voldeden blijkbaar niet strikt aan de vormeisen.
Die docent was een structuurmens pur sang. Cum laude geslaagd voor de universitaire lerarenopleiding. En juist dat heeft me erg aan het denken gezet over het verschil tussen een docent en een leraar en het verband tussen structuur, flexibiliteit en creativiteit.

Onderwijskunde
Vorig schooljaar was ik zelf hard bezig om deze zelfde lerarenopleiding te voltooien. Toen ik in 2014 eraan begon, ging net het artikel Lerarenopleiding doodt alle talent en motivatie rond. In het artikel werd uitgesproken wat veel studenten ervoeren. “Tja” zeiden we “we worden hier opgeleid tot onderwijskundigen en niet tot goede leraren, dan hadden we maar een tweedegraads-opleiding moeten doen”. (als je leraar wilt worden dan kun je een HBO-opleiding volgen tot leraar in een bepaald vak, daar doe je een paar jaar over, en je krijgt een tweedegraads bevoegdheid, wat wil zeggen dat je alleen onderbouw les mag geven en minder verdient. Je kunt ook, als je al willekeurige een mastertitel op zak hebt, in een jaartje een educatieve master volgen voor een eerstegraads bevoegdheid. Typisch is dat; het hebben van het ene papiertje maakt jou meer waard dan het hebben van een andere… In mijn ervaring maakt het niet uit of een leraar een 1e of een 2e graads heeft; ik heb goede en verschrikkelijke leraren gezien in beide klassen. Of structureel kunnen reflecteren je tot een goede leraar maakt, betwijfel ik. Wel weet ik zeker dat het de goede leraren zijn die interpersoonlijke vaardigheden, die je het gevoel geven dat je het kunt en die je inspireren vanuit hun eigen intrinsieke motivatie – maar dat kun je niet aanleren door een opleiding)
Ik heb eens een zelfreflectieopdracht moeten schrijven in de eerste helft van de opleiding; het moest veel tekst zijn, en ik wilde daarom dat het mooi was en leuk om te lezen. Ik had er erg mijn best op gedaan en het was creatief. Degene die het moest beoordelen vond het persoonlijk erg goed, maar door alle vormeisen, kon hij mij me alleen maar een onvoldoende geven. In de herkansing heb ik de boel geschreven aan de hand van de beoordelingsrubrics. Het was lang geen leuk stuk meer, ik had er ook geen plezier meer in, maar het was ineens wel voldoende… (“rubric-gestuurd onderwijs” wordt dit ook wel sarcastisch genoemd…)
Wat de opleiding in mijn beleving doet is alle spontaniteit uit het leren wegnemen. Alles moet planmatig gebeuren en als op papier alles klopt, dan zal het wel goed zijn. Er wordt geleerd dat je als docent voor de leerlingen ook alles wat ze moeten doen en leren uitermate moet structureren. Als je daarmee iets niet doet, is dat het stimuleren van hun creativiteit.
Daarbij is er een grote werkdruk door beoordelingsrubrics, vormeisen, eindeloos plichtmatig reflecteren en alles wat je denkt tot in de detail verantwoorden aan de hand van theorie, wat killing is voor de eigen creativiteit.

Immers, voor creativiteit moet ruimte zijn. Vrijheid om te denken en de ruimte om te kunnen ademen. Als je enkel aan het overleven bent, heb je weinig ruimte om te denken.

Creativiteit op de lerarenopleiding
Maar verrassend genoeg vond men bij mijn lerarenopleiding toch wel dat creativiteit de moeite waard is: dit jaar is er wat ruimte gemaakt voor creativiteit – als keuzevak. Studenten werden hier uitgedaagd om out of the box te denken. De colleges hadden expres (schijnbaar) nauwelijks structuur, maar achteraf gezien was overal goed over na gedacht. De eindopdracht is een vrije opdracht – echt vrij. Dit stuk schreef ik namelijk als mijn eindopdracht. Doordat er zoveel vrijheid is, heb ik er met plezier over na gedacht en heb ik me veel meer verdiept in de opdracht dan ik gedaan zou hebben bij een gestructureerde opdracht.
Wat me ook opviel, was dat de eindopdracht al voldoende is voor je eraan begon. Je kunt niet falen in creatief zijn. In het huidige onderwijs wordt veel gebruik gemaakt van controle en straf. Ik denk niet dat dit voor iedereen goed werkt. De vrijheid en het vertrouwen werken voor mij heel goed. Door het vertrouwen wat ik kreeg, heb ik echt mijn best gedaan iets te maken wat ik zelf erg zou waarderen (en om kritisch te durven zijn).

Deze opdracht is een van de weinigen de afgelopen twee jaar die mij het gevoel heeft gegeven echt iets geleerd te hebben. Ik heb hiervan dat je de creativiteit van leerlingen vooral kan bevorderen door ze voor te bereiden op vrijheid. En dat je als leraar moet beseffen dat er leerlingen zijn die vrijheid eng vinden, evenals dat er anderen zijn die hun hoofd tegen structuur stoten.

Inspiratie
Tot slot wil ik het nog hebben over de bron van alle creativiteit. John Cleese zei dat creatieve ideeën er gewoon zijn, en dat ze vanzelf uit je onbewuste tot je komen als je de rust kunt nemen om ze te laten opborrelen. Dat is inspiratie. De etymologische oorsprong van inspiratie is het Latijnse spiritus, wat geest betekent, esprit. Het is bezieling van ideeën.
Als mens ben je in staat tot creatie. Je kunt als mens zelfs je eigen werkelijkheid creëren (waarover ook mijn masterscriptie ging). Je kunt ervoor kiezen om deze klein en afgebakend te houden, maar je kunt je ook openstellen voor alles wat zoemt buiten de muren van het bekende. William Blake schreef: “In the universe, there are things that are known, and things that are unknown, and in between, there are doors.” Deze deuren zouden de wanden kunnen zijn van the box waar je buiten kunt denken. Het zijn de wanden van je comfort zone. Als je stil kunt zijn en kunt luisteren naar wat zich daarbuiten beweegt, je erdoor kunt laten inspireren, dan kun je je doos, je eigen werkelijkheid, zoveel groter laten zijn.

box

Kortom
Creativiteit is een eigenschap, een vaardigheid, een deugd. Het heeft te maken met ruimte en vrijheid. Met stil kunnen zijn en luisteren naar het onbekende. Met nieuwe dingen creëren of slim combinaties maken van bestaande dingen.
Creativiteit is verbonden met structuur. Het is voor sommigen heel moeilijk te bevatten, voor anderen haast een manier van leven. Er zijn verschillende soorten van. Creativiteit kan gestimuleerd en gefaciliteerd worden door vrijdom, maar het kan ook gesmoord worden door begrenzing. De samenleving en de organisaties daarin zouden daarom een heldere visie moeten formuleren over de waardering van creativiteit en hun handelen daarmee in overeenstemming te brengen.

sigmund-creativiteit

Short: De uitdaging

Vaak zeg ik dat dankbaarheid aan de basis staat van gelukkig zijn. Dat je je zegeningen moet tellen.

En vaak is dat ook helemaal niet moeilijk. Als ik door de velden en de bossen struin, waar de warme lentelucht zwaar is van bloesemgeur, en mijn ene kindje dicht op mijn borst is terwijl de andere stralend allerlei kabouters aanwijst en apetrots allerlei gevonden bloemen en stokken met mij deelt, dan is het gemakkelijk om je gezegend te voelen. Als ik met mijn bijzondere vrouw mee mag reizen naar magische plekken om daar samen ons geld te verdienen, dan is het geen kunst om te zien hoe gezegend ik ben.

Verlicht raken op een bergtop is niet zo heel moeilijk. Maar verlicht blijven in de wereld vol strijd en tegenslagen is de ware uitdaging.
Het is de uitdaging om dat gevoel van gezegend zijn te blijven voelen op het moment dat ik met dit mooie weer achter de computer moet kruipen om werk gedaan te krijgen; om te beseffen dat het een voorrecht is dat ik überhaupt kan werken aan bijvoorbeeld een opleiding.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het tegenkomen van tegenslagen en echte moeilijkheden.

Het is denk ik een fraai staaltje levenskunst om ook de rijkdom te kunnen inzien van ervaringen die minder leuk zijn.
En met deze woorden ik wijd mij nu vol dankbaarheid en overgave aan mijn taken.

Grootbrengen

Vanochtend was ik even de meest gelukkige mens ooit in een Scapino, denk ik.
De zaak wordt opgeheven in ons dorp en bij een 50% korting op alles moest het assortiment toch even nader besnuffeld worden. Zo ontdekte ik dat er een ballenbak in de winkel was. Ik vind het altijd jammer dat ik daar als volwassene niet in mag, maar ik was heel blij voor kleine dochter dat zij er wel in mocht.

Ze is nu bijna twee jaar en haar constante geklets begint steeds meer op verstaanbaar Nederlands te lijken. Terwijl zij in de ballen rond dook als een dolfijn, gangen groef als een mol en het in de lucht gooide zodat het op haar hoofd kletterde, zat ik op een bankje toe te kijken met onze babyzoon in de draagdoek tegen mijn borst.
Misschien krijg ik wat van de hormonen van mijn vrouw mee, maar ik kreeg er tranen van in mijn ogen. Ik voelde zo veel dankbaarheid dat deze twee mooie kinderen in mijn leven zijn en dat ik de verantwoordelijkheid heb mogen krijgen om ze groot te brengen.

 

De boog die de pijl los laat

Ik overdacht na deze ervaring een gedicht van de populair geworden soefi-dichter Kahlil Gibran:

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet
hen aan jou gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.
Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen
worden weggeschoten.
De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen
snel en ver zullen gaan.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft,
zo mint hij ook de boog die standvastig is

uit: De profeet (1923)

Die overdenking is nog steeds actueel in religieuze kringen en het levensbeschouwelijk onderwijs (teaching into religion? teaching about religion?). Als je een manier van leven hebt gevonden die heel juist voelt, dan is het zo verleidelijk om dat door te willen geven aan je kinderen of je leerlingen omdat je ze het beste gunt.
Maar een wijze ouder of onderwijzer gunt de kinderen juist de vrijheid om zichzelf te zijn, zonder het eigen ego te willen opdringen. Natuurlijk mag je datgene met ze delen waarvan je eigen hart gaat dansen, maar het moet blijven bij aanbieden en/of inspireren.

Het ouderschap en het leraarschap zijn taken die, als ze je ten deel vallen, je met trots mag bekleden, maar die tegelijkertijd een grote mate van nederigheid vereisen.
En ik ben dankbaar. Ondanks dat kinderen (en leerlingen) wezens zijn die maken dat je bij tijd en wijlen het verbod op een corrigerende tik vervloekt, brengen ze ook ongekend geluk met zich mee. Zo veel zelfs dat je dolgelukkig in de Scapino kunt zitten.

Medemens

In 2014 schreef ik het stukje schreef over het meisje voor de trein. Dit stukje ging over een vrouw die zichzelf voor mijn trein wierp, en de manier waarop er in die trein gereageerd werd. Het ging viral. Het raakte heel veel mensen en dat maakte voor mij duidelijk dat er in de samenleving een aantal problemen spelen, die niet voldoende besproken worden, maar wel gevoeld worden. In het geval van mijn stukje spelen depressie en zelfmoord een belangrijke rol. Dat is een akelig probleem wat veel groter en breder is dan gedacht wordt. Maar daar wil ik het vandaag niet over hebben.
De andere kwestie die mijn stukje aan het licht bracht en door veel mensen gevoeld werd, was het gebrek aan medemenselijkheid, empathie. Al jaren spreekt men over de “verharding van de samenleving” en ondanks dat niemand dat een positieve ontwikkeling vindt, lijkt het alleen maar erger te worden.

 

Omdat het moet…
Afgelopen week schreef blogger Sylvia Witte een stukje over vluchtelingen, wat ook behoorlijk verspreid is.

Inmiddels heeft iedereen al wel zijn zegje gedaan over “het vluchtelingenprobleem”. De één heeft angst voor een moskee vol met geldbeluste verkrachters in de achtertuin die mogelijk gemaakt wordt door de politieke correctheid van de bestuurders, en de ander is bereid mensen, die huis en haard hebben verloren door een smerige oorlog, in een logeerkamer op te nemen. De één noemt de ander een extreem-linkse naïeve stumper, de ander noemt de één onmenselijk hard. En daartussen in zitten nog een heel scala aan meningen die in meer of mindere mate genuanceerd of geïnformeerd zijn.

Ik heb wel wat kritische noten bij het stukje van Sylvia, zoals het verwijten, het op het randje balanceren van wat nog respectvol is, en het uitschelden van anderen in hoofdletters (al begrijp ik waar het machteloze sentiment vandaan komt; ik voel het soms ook). Maar het is absoluut geschreven met veel passie. Zij ziet een verscheurend leed wat al zo lang gaande is, en schreeuwt het uit. En daarmee geeft ze een stem aan een sentiment wat door velen gedeeld wordt.
Het stukje is ook confronterend omdat het benoemt dat we als natie verantwoordelijkheid zouden moeten nemen voor de hulpvraag aan ons; dat in combinatie met een gechargeerde toon, heeft ook meteen tot veel weerstand geleid. “Wie is deze Sylvia helemaal dat ze meent mij en de rest van Nederland belerend toe te moeten spreken? Ze lijkt wel een dominee.”
In het stukje wordt, mijns inziens terecht, een hele grote hypocrisie aan de kaak gesteld: onze natie ziet zichzelf graag als beschaafd, vredelievend en goed. Als een land waar allerlei mooie waarden als vrijheid en gelijkwaardigheid gevierd worden, en waarin het leven het grootste goed is.
Tegelijkertijd worden mensen die op de vlucht zijn voor een geweld maatschappelijk neergezet als een “probleem”. Wat was dat ook alweer met gelijkwaardigheid?

Kijk, er zijn allerlei bedenkingen te overwegen en nuances aan te brengen over de nadelige gevolgen van de instroom van duizenden hulpbehoevende mensen voor de samenleving als systeem.
Maar in de basis komen er medemensen naar ons land die acuut hulp nodig hebben omdat hun thuis in vlammen opgegaan is. Daarop zouden wij als we goede mensen willen zijn niet anders kunnen reageren dan door acuut hulp te bieden. Die wordt op zich ook wel geboden, maar dat er zijn zó veel mensen die actief energie stoppen in het bevechten van hulp aan medemensen stemt me bedroefd.
(Dat Syrië bovendien verwoest is in een oorlog die een aantal mensen in ons land heel erg rijk gemaakt heeft, direct of indirect door onze bondgenootschappen, de productie en doorvoer van wapens, maakt de boel alleen nog maar pijnlijker omdat ons land daardoor direct of indirect mede verantwoordelijk is aan de ravage.)

 

Na het lezen van Sylvia’s stukje ben ik iets gaan doen wat meestal niet verstandig is; de reacties lezen. Waarom dat niet verstandig is? Ik werd er kei verdrietig van.
Mensen waren zo kwaad. Een heleboel wilden weten of Sylvia zelf al vluchtelingen op zolder had en velen snauwden haar toe dat ze van haar luie reet af moest komen en iets moest gaan doen (het schrijven van prikkelende stukjes die raken valt blijkbaar niet onder “iets doen”). Oh, en ze zou linkse onzinverhalen verspreiden gebaseerd op schuld aanpraten.
De gezegden ‘hoge bomen vangen veel wind’ en ‘haters gonna hate’ gaan natuurlijk ook op. Maar ook de reacties op de reacties waren zo lelijk. Respectloos.

 

En nu?
Wat ik heel graag zou willen, hoe onze politici nu ook omgaan met het “vluchtelingenprobleem”, is dat wij -jij en ik- verantwoordelijkheid nemen voor alles wat we zelf doen. Dat als we ons graag als de goeden willen bezien, we ons ook als de goede mensen moeten gedragen. Respect tonen naar elkaar in een discussie is een absolute basisvoorwaarde, ja zelfs als iemand een belerende toon aanslaat (iets wat ik nóóit zou doen, natuurlijk…).

Respect impliceert dat je een ander mens erkent als een waardig ander mens. Of diegene nu je moeder is, een vluchteling, een vreemde in een internetdiscussie of zelfs de minister-president (oordelen over de uitvoering van diens ambt is een ander verhaal).

Op een relatief klein stuk rots wat door een eindeloos heelal drijft, zijn allerlei levende wezens ontstaan uit sterrenstof. Dat zijn wij. We zijn allemaal mens. En om dat gedeeld mens zijn op dat stuk steen in de ruimte een beetje leuk te maken, moeten we elkaar daar het beste gunnen.

En ik denk dat als we dat als natie niet willen, we dan ons stukje land ook niet meer moeten etaleren als beschaafd en er gewoon voor uitkomen dat rijkdom de enige geldende waarde is, dat graaien is wat iedereen behoort te doen en dat als je hier niet geboren bent, je blijkbaar tot een inferieur ras behoort.
Maar nee, dat zou ik echt niet willen. Elkaar het beste gunnen, daar geloof ik in. Compassie. Van die dingen waar Jezus en Boeddha het ook altijd over hadden, waarvan iedereen het er over eens is dat het belangrijk is. Vanuit dat mededogen gun ik mijn medemensen die gevlucht zijn dat ze een waardig thuis krijgen totdat ze hun oude thuis weer kunnen gaan heropbouwen. Ik gun het de machthebbers dat ze ontwaken uit hun tomeloze obsessie voor macht en genezen van goudkoorts. En ik gun het mijn kwade ontevreden landgenoten dat ze anderen kunnen zien als waardige medemensen, die ook recht hebben op goede dingen – niet omdat het politiek besloten is of in volkenrechtelijk bepaald is, maar doordat er uit het hart gevoeld wordt dat het gaat om mede-mensen. Ik gun het iedereen om te kunnen leven zonder muren om het hart.

Graag sluit ik af met de woorden van Sylvia die mij in het bijzonder raakten:
“Laten we als klein land weer iets heel stoers gaan doen. Iets waar de hele wereld nog eeuwen over kan napraten.  Iets wat niemand ooit voor mogelijk hield. Tegen alle verwachtingen in. Om nadien trots over te kunnen vertellen.
Over naastenliefde.”

 

Zie ook mijn eerdere stukjes over dit thema, die helaas nog steeds actueel zijn:
Wie a zegt…
Er is heus genoeg
Een beetje meer dankbaarheid

Reinheid, regelmaat en rust

Gisteren had ik op facebook dit fotootje geplaatst waarop ik de wereld een laatste blik laat werpen op mijn ‘wanstaltige hipsterbaard’ en een shirt wat ik op de middelbare school nog droeg. Beiden zijn nu weg.

IMG_7570

Maar ik ben op zich geen man van loze selfies en zit een gedachte achter.
In de afgelopen driekwart jaar heb ik grotendeels het leven van een huisvader geleefde. Ik heb ontzettend veel tijd doorgebracht met mijn dochtertje Faelin zodat Margo haar handen vrij had om te werken. Ik ben van tijd tot tijd druk geweest met wat kleinere projecten, maar ik was voornamelijk binnen een straal van vijf kilometer van ons huis. Toch had ik het gevoel altijd enorm druk te zijn.
Toen Galahad daar ook bij kwam, werd het helemaal druk. (Respect voor mensen met nog meer kinderen of mensen die het alleen doen!)

Aan het einde van januari was mijn lerarenopleiding weer rustig aan begonnen (ik volgde vorig jaar een educatieve master voor een eerstegraads bevoegdheid, maar daar kon ik door omstandigheden niet mee verder na april 2015 en ik moest wachten op de start in februari 2016, over een paar maanden ben ik klaar). Afgelopen week was het carnavalsvakantie in het zuiden, maar vanaf maandag gaat het toch echt beginnen en moet ik ook hard aan de slag voor iets anders dan alleen mijn gezin.

Afgelopen week kreeg ik het toch wel een beetje benauwd. We hadden het voor mijn gevoel al zo druk en nu komt daar nog eens een voltijd studie + werken als leraar bij. Maargoed, het is carnaval, dus ik nam me voor deze week nog extra te genieten van deze laatste vakantieweek. Maar ondanks dat voornemen, merkte ik dat ik gestrest raakte.

’s Avonds breng ik Faelin altijd naar bed. Ik blijf naast haar liggen tot ze in slaap valt, wat soms best lang kan duren.
Op een gegeven moment merkte ik dat de tijd tussen dat moment dat ik daar in bed lag en dat ik daar de vorige avond ook al lag gevoelsmatig maar vijf minuten was, en dat ik me enkel met grote moeite kon herinneren wat er in tussentijd allemaal gebeurd was.
Ik vond dat een schokkende constatering, juist omdat ik het zo belangrijk vind om iedere seconde zo volledig mogelijk te beleven.

Ik ging aan het denken… Waar ging het mis?
Ik voelde dat alle dagen een beetje chaotisch verliepen, en dat er nauwelijks structuur en orde in de dagen zat. ’s Ochtends vroeg ging de wekker en sleepte ik me als een zombie het bed uit om op de automatische piloot pap te gaan staan koken en de anderen klaar te maken voor de dag (maar mezelf eigenlijk niet). Vervolgens liet ik me wat meeslepen door wat er zich aandiende op die dag en hoopte dat er misschien hier en daar wat minuutjes vrij kwamen voor mijn eigen dingen.
Ik wilde dat anders.

Ik ben deze week begonnen met in elk geval mijn dagen beginnen en afsluiten. Het begon noodgedwongen omdat er eentje de vingers in een poepluier had gestoken en onder de douche moest. Dat was een mooi moment voor mij om ook de dag te beginnen met een plens water. Ik heb fijne schone kleren uitgezocht, mijn haren geborsteld en wat accessoires die ik voor ik kinderen had dagelijks droeg.
Een beetje voor mezelf zorgen maakte echt een groot verschil. Door middel van een klein ritueeltje was de dag nu echt begonnen!
En eigenlijk had ik het wel kunnen weten. Ineens herinnerde ik me ook dat het schrijven van een scriptie of een sollicitatiebrief honderd keer beter ging als ik goed gekleed aan mijn computer zat dan wanneer ik in een slonzig huispak met één sok aan op de stoel voor de computer zat.

Aan het einde van de dag heb ik ook ruimte voor mezelf gecreëerd en mijn dagboek bijgewerkt. Ik probeerde dat wel te doen, maar het schoot er vaak bij in, waardoor het boek steeds achter de feiten aanholde en het bijwerken steeds een grote boze taak werd. Nu ben ik weer bij en helpt elke dag een stukje over de dag te schrijven me bij het ordenen van de tijd. En het opschrijven van dingen waar ik dankbaar voor ben helpt bij het bewust beleven van het leven.

Reinheid, regelmaat en rust. Dat schrijven ze baby’s altijd voor. Ik durf te stellen dat het voor volwassenen ook heel heilzaam werkt.
Reinheid zit in het goed voor mezelf zorgen – daar neem ik nu echt een moment voor, wat zich terugbetaalt.
Reinheid in het huis schaar ik maar even onder ‘regelmaat’, want wanneer je het over huishouden gaat hebben, dan kom je al gauw in het gebied van dagindeling en dat wordt onze volgende uitdaging.
Het beheersen van reinheid en regelmaat zal vanzelf rust geven, daar ga ik van uit.

huishouden

Goed, terug naar de selfie met de baard.
Doordat steeds niet toekwam aan voor mezelf zorgen, groeide mijn baard ongestoord lekker door. Het was ook wel even een leuk experiment en ik vond ook wel even dat het er interessant uitzag. Maar na mijn frisse start deze week begon het te kriebelen. Mijn grote baard hoorde bij mijn onverzorgde levensstijl en dat paste niet meer.
Er kwam een schaar aan te pas en ik moest mijn scheerapparaat halverwege opladen.

En wat het shirt betreft… Ik vond het een tof shirt. Maar ik had het al sinds mijn vijftiende en er zaten gaten in die niet meer te maken waren. Ook ben ik in tussentijd gegroeid (of is het shirt gekrompen), waardoor ik een blote buik kreeg als ik me uitrekte. Het lag altijd wel ergens boven in de kast en ik kon het snel aantrekken omdat het voor een huisvader toch niet zoveel uitmaakt hoe hij erbij loopt. Althans, dat was wat ik dacht. Nu past ook dat shirt dus niet meer.

baaardloos

Okee… eerlijk is eerlijk. Ik mag dan de dag fris begonnen zijn, maar ik heb geen flits gebruikt omdat je dan kon zien hoe vies de spiegel was en dat er spuugvlekken op mijn schouder zitten… Je kunt niet alles in de hand houden en dat moet je ook niet willen.

Waarom niet gewoon Jeroen en Anne?

We hebben onze kinderen namen gegeven die we bijzonder en mooi vonden en die een betekenis dragen. Een naam geven is niet iets wat je lichtvaardig zou moeten doen. Nu zeg ik niet dat er iets mis is met Anne of Jeroen. Maar we dromen graag groots. De namen die wij gekozen hebben, komen veel uit mythen en legenden. Met het geven van zo’n naam willen we ook wat van de kwaliteit waar die naam voor staat meegeven.

Galahad

My strength is as the strength of ten,
Because my heart is pure.

-uit Sir Galahad door Alfred, Lord Tennyson

galhughs

Sir Galahad – The Quest for the Holy Grail, door Arthur Hughes, 1870.

(met de g van ‘good’ en de a’s van ‘appel’)
Sir Galahad was een van de ridders van de Ronde Tafel. Niet zomaar een, hij was de sterkste en degene met het puurste hart. Hij is de enige ridder die in de Siège Perilous, de gevaarlijke stoel kan zitten – de stoel waarop iedereen verbrandt die niet de beste ridder is. Als hij nog maar net in Camelot is, komt er een steen aandrijven in de rivier met een zwaard erin. Geen van de ridders kan dit zwaard eruit trekken, alleen Galahad. Volgens de inscriptie op het zwaard kan het zwaard enkel getrokken worden door de beste ridder.
Galahad aanvaardt de queeste voor de heilige graal, net als onder andere Sir Lancelot (in sommige versies Galahads vader), Sir Percival en Sir Bors. Hoewel zij allen hele goede mensen zijn, hebben ze toch veel menselijke fouten begaan, waardoor zij de graal niet kunnen bereiken. Galahad wel. In veel versies wordt hij uiteindelijk koning in een ver land en keert niet meer terug naar Camelot.
Juist door zijn goedheid en puurheid wordt de held Galahad gezien als een heilig boontje en is nooit zo’n bekend figuur geworden in de literatuur als de andere ridders, die meer menselijke karaktertrekken hebben. Toch vind ik Galahad een fijn rolmodel. De paladijn die alles goed doet. What would Galahad do?
En het thema van de heilige graal is ook belangrijk voor onze Galahad. In de Chalice Well Garden in Glastonbury, waar naar verluidt de graal begraven zou zijn, hebben wij zelf bewust gekozen voor nog een kindje. En het vinden van de heilige graal is het voluit vinden van de goddelijkheid in jezelf. Als mijn zoon de zoektocht daar naartoe bewust zou aanvaarden, dan zou ik dat ook van harte toejuichen.

Arjuna

arjuna_Krishna_chariot

Arjuna en Krishna op weg naar de strijd

De naam Arjuna komt uit India. Van de vele Indische geschriften, wordt de Mahabarata gezien als de grootste. Het is een lang, ingewikkeld episch gedicht over een vete tussen twee koninklijke families, die vaak wordt gezien als de symbolische innerlijke strijd tussen licht en duister. Een onderdeel van dit grote werk is de Bhavagad-Gita, een esoterisch verhaal, wat vaak gezien wordt als een heel heilig boek uit het Hindoeïsme.
Arjuna is één van de vijf prinsen die aan de ‘goede’ kant staan. Hij is een krijger en een meester met de boog.
Op een bepaald moment in het verhaal zoeken Arjuna en zijn grote rivaal Krishna op. Deze is op dat moment de manifestatie van de grote god Vishnu op aarde. Zij vragen hem om hulp in de strijd. Krishna laat hen kiezen: hij biedt of zijn gehele leger aan, of hij komt alleen zelf als wagenmenner. Arjuna kiest voor Krishna, zijn rivaal kiest het leger.
In het stuk van het verhaal wat de Bhagavad-Gita is, wordt het gesprek beschreven wat Arjuna en Krishna voeren. Arjuna wil de strijd uit de weg gaan, omdat zijn vijanden voor een groot deel uit zijn vrienden en familie bestaan. Hij wil geen overwinning behalen die met bloed besmeurd is.
Krishna probeert hem juist te bewegen om de strijd wel aan te gaan. Het is Arjuna’s dharma; zijn levenstaak – zijn rol in het grote verhaal. Uiteindelijk toont Krishna zijn ware vorm: zijn kosmische vorm waarin alles één is. Dit is voor Arjuna een regelrechte mystieke ervaring en hij begrijpt nu ook zijn rol in het kosmische spel. Hij aanvaardt zijn dharma en wint de grote strijd. Aan het einde van het verhaal bereiken hij en zijn broers verlossing van het wiel van geboorte en wedergeboorte.

Ea

Ea / Enki

Ea / Enki

Ea is een van de Babylonische goden, de Annunaki. Hij is beter bekend onder zijn Soemerische naam Enki.
Ea is de god van de aarde en het water en een vriend van de mensen.
Hij is een brenger van orde. In de oude tijd zijn er twee oergoden, Apsu en Tiamat, twee machten van chaos die allerlei levensvormen scheppen en ook weer naar believen vernietigen. Als zij de vroege mensen willen uitroeien, doodt Ea Apsu en neemt diens rol over als heer der zoete wateren. Hij verwekt ook een zoon, Marduk, die Tiamat zal verslaan en de grote held/god van de Babyloniërs zal worden.
Ea wordt ook verantwoordelijk voor de taakverdeling in de schepping.
In één van de oude tabletten wordt beschreven hoe de goden het gedoe en de herrie van de mensen zat waren en besloten om hen te vernietigen met een grote zondvloed. Ea was het daar niet mee eens, en waarschuwde in het geheim een man. Hij vertelde hem een groot schip te bouwen, dit vol te stoppen met allerlei dieren en zijn familie. Een keer raden waar het verhaal uit Genesis vandaan komt. Overigens zijn er over de hele wereld in alle culturen zondvloedverhalen te vinden. In elk geval is het in deze versie Ea die de mensheid heeft gered.

Er zijn ook theorieën (mooi samengevat door Bram Vermeulen in dit filmpje), dat de Soemerisch/Babylonische goden in feite een ras is van (buitenaardse) wezens met superieure kennis en technologie die de mensheid gecreëerd heeft om voor zich te werken. In die versies is het vaak Ea die de mensheid autonomie gegeven heeft.

Nu ik toch bezig ben, kan ik ook nog de namen van onze dochter duiden:

Faelin

Over Galahad wordt vaak gezegd: “goh, wat een unieke naam”. Maar de naam Faelin is pas echt uniek. Margo is jaren geleden bezig geweest met het schrijven van een boek. Ze heeft dit alleen nooit voltooid. Het hoofdpersonage heet Faelin. Ik weet eerlijk gezegd niet heel veel van het verhaal, maar ik weet dat Faelin gepassioneerd is, haar groot hart volgt en zich inzet voor het welzijn van de wereld.
De naam is losjes geïnspireerd op de bijnaam van de elf, Faelivrin, uit Tolkiens Silmarillion, die “de schone” betekent.

Inanna

800px-Queen_of_the_Night_(Babylon)

Inanna, koningin van de nacht

Inanna is de Soemerische naam van Ishtar, een van de Babylonische goden. Ze behoort in de meeste versies niet tot de Annunaki, zoals Ea, maar tot een jongere godenfamilie, de Igigi. Zij was de godin van zowel liefde als oorlog. In heel veel oude religies komen godinnen voor die de tegenovergestelde elementen van oorlog en liefde met elkaar verenigen. In mijn bachelorscriptie Staal en Satijn heb ik hier onderzoek naar gedaan.

Hier een citaat uit die scriptie: “Inanna verenigt de dualiteit in zichzelf; het vrouwelijke en het mannelijke; het gewelddadige en het zachte. Maar ook omdat ze almachtig is en boven menselijke rollen verheven is. “[Het vermogen om] te vernietigen, herbouwen, te verwoesten en op te bouwen, is het uwe, Ishtar! [Het vermogen om] een man in een vrouw te veranderen en een vrouw in een man, is het uwe, Ishtar!” wordt haar toegezongen in de innishagurra-hymne.”

Inanna is een enorm veelzijdig en krachtig figuur, waar ik nog heel veel meer over zou kunnen vertellen. Ze is een gever van leven, maar kan ook onstuimig zijn. Ze is het heilig huwelijk aangegaan, waarmee ze de eenheid zowel binnen zichzelf als buiten zichzelf bekrachtigd heeft.

Eleonora

5136_eleonora_daquitania

Een koninklijke naam. We hebben lang zitten dubben over Faelins derde naam, maar toen we berekenden dat haar ascendant leeuw bleek te zijn, hebben we gekozen voor deze naam met de betekenis leeuw.
Het bovenstaande schilderij (ik blijf de naam van de kunstenaar verschuldigd) heb ik altijd heel erg mooi gevonden. Het toont de historische Eleonora van Aquitanië. Zij was de moeder van Richard Leeuwenhart. Zij was een bijzonder daadkrachtige vrouw, die haar mannetje stond in een onrustige en door mannen gedomineerde tijd.

Vrije geboorte

Een nagenoeg perfecte geboorte zoals die van onze zoon Galahad wens ik iedereen toe. Maar in de meeste landen wordt geboorte als een medische ingreep gezien. Nederland was lange tijd het land met de meeste thuisbevallingen, maar de laatste jaren kiezen steeds meer moeders ervoor maar naar het ziekenhuis te gaan om daar de baby uit hun buik te laten halen.
Nu is bevallen voor iedereen anders en kunnen er goede redenen zijn om te willen bevallen in het ziekenhuis en ken ik ook mooie verhalen van ziekenhuisbevallingen. Maar het onnodig medicaliseren van een unieke levensgebeurtenis als geboorte beschouw ik toch als een groot verlies als dit niet het gevolg is van een bewuste weloverwogen keuze. In dit stukje ben ik er niet op uit om te zeggen hoe je zou moeten bevallen en hoe niet (al zal ik vast geneigd zijn te wijzen op wat volgens mij onvolkomenheden in de protocollen van de reguliere zorg zijn), maar ik wil wel graag vrije geboorte en natuurlijke zwangerschap/geboorte/opvoeding onder de aandacht brengen, met wat tips die ik als vader onderweg opgepikt heb.

Natuurlijk bevallen
Het natuurlijk omgaan met zwangerschap en geboorte; het volgen van je gevoel en instinct – gewoon doen wat je moet doen, is tegenwoordig een bepaalde ‘stijl’ geworden. Over de breedte van de samenleving worden de zwangerschap, de geboorte en de weken daarna grotendeels uitbesteed aan professionals. Ik denk dat dit helemaal niet nodig is als je op jezelf vertrouwen kunt.
Het is denk ik vooral belangrijk dat je als ouders voor jezelf een zo volledig beeld vormt van wat er normaliter gebeurt rondom zwangerschap en bevalling. Ga eens te raden bij familie en vrienden, wissel ervaringen uit en lees. Er is oneindig veel informatie beschikbaar. Wat gebeurt er in het lichaam? Wat moet je doen om de zwangerschap zo goed mogelijk te ondersteunen? Hoe werkt het lichaam tijdens een bevalling eigenlijk? Wat kan er mis gaan? Wat zijn je rechten? Wat verwacht je van elkaar?
Het is fijn om je ingelezen te hebben en voldoende kennis van zaken te hebben, maar het is denk ik misschien nog belangrijker om te kunnen luisteren naar je eigen instincten, de behoefte van je eigen lichaam en je gevoel. Vrouwen zijn gemaakt om kinderen te baren. Ho! Ik roep niet als de Turkse president Erdoğan dat dit hun godgegeven lotsbestemming is, maar ik probeer te zeggen dat het vrouwenlichaam als het ware ontworpen is om goed te kunnen baren. Als vrouw kun je dat gewoon, daar heb je geen dokter voor nodig! Of je moet te maken hebben met ziekte of andere acute complicatie.
Mocht je toch moeten baren onder begeleiding van een gynaecoloog, dan is het belangrijk om te weten wat je wil, zodat je je niet hoef te laten dwingen om dingen te doen die niet goed voelen. Iedere arts gaat natuurlijk anders om met bevallingen. Maar in nog te veel gevallen zijn de aanwijzingen van de arts erop gericht om de bevalling makkelijker en overzichtelijker te maken, in plaats van om het fijner te maken voor de moeder. Vandaar dat het belangrijk is dat je altijd blijft beseffen dat je autonomie over je eigen lichaam hebt en de vader (of andere geboortepartner) moet ook paraat zijn om dat te verdedigen. Als je thuis bevalt staat het niet ter discussie dat jij de baas bent, in een kliniek ben je te gast moet je zorgen voor goede samenwerking, terwijl je je wel ten alle tijde moet beseffen dat je baas bent over je eigen lichaam.

Bijstellen van het beeld van bevallen
Ook is het erg belangrijk om het beeld wat je hebt bij bevallen bij te stellen. Wat we vaak van televisie meegekregen hebben is dat bevallen een pijnlijke en bloederige aangelegenheid is. Dat beeld schept een verwachting, en die kun je maar beter loslaten. De verwachting dat je pijn gaat krijgen leidt ertoe dat je verkrampt en geboorte voltrekt zich juist het voorspoedigst in zo veel mogelijk ontspanning. Fysiek kan geboorte misschien wel pijn doen, maar het is ook zo dat het lichaam van de moeder allerlei hormonen aanmaakt om die pijn het hoofd te kunnen bieden. Je kunt in een trance raken en daar in geen last hebben van de pijn. Daarom is de voornaamste taak van de geboortepartner ook 1) zorgen voor huidcontact, wat de aanmaak van die hormonen stimuleert en 2) aanspreekpunt zijn om te voorkomen dat er vragen aan de moeder gesteld worden, waardoor ze uit haar trance gehaald kan worden.

Protocol
Onze Galahad heeft lang op zich laten wachten: precies 42 weken. In Nederland is het zo dat de zorg voor de zwangerschap van de verloskundige overgedragen wordt aan de gynaecoloog als de duur van de zwangerschap langer is dan 41 weken en zes dagen (vanaf de geschatte conceptiedatum). Je wordt vanaf dat moment geacht om in het ziekenhuis te bevallen, omdat statistiek uitwijst dat van de complicaties een groter gedeelte plaatsvindt in late fasen van de zwangerschap. Maar de grens van 42 weken is alsnog erg arbitrair. Niemand kan precies zeggen wanneer de conceptie precies heeft plaatsgevonden (behalve sommige heel gevoelige moeders) en er zit dus een aardige marge op de uitrekendatum. Daarbij is iedere vrouw anders. In Margo’s familie dragen alle vrouwen lang en baren ze ook grote kinderen. Het overschrijden van die kunstmatige grens leverde ons ook stress op, net na het breken van de vliezen op de 41 weken en 6 dagen, waarin juist ontspanning nodig was. We moesten keuzes gaan maken nu. Moesten we nu weer elke dag voor controle naar het ziekenhuis, zoals we de vorige keer ook braaf gedaan hadden, terwijl we liever ontspannen thuis beven? En als de weeën 24 uur na het breken van de vliezen uit zouden blijven, wisten we haast zeker dat de gynaecoloog druk zou gaan zetten om de bevalling in het ziekenhuis in te leiden. Dan zouden we moeten weigeren en zou hij op z’n best met nauwelijks verholen minachting zeggen dat hij dat een onverantwoorde keuze zou vinden – een discussie waar we niet op zaten te wachten. En hadden we wel geld voor een vroedvrouw die buiten het boekje bevallingen begeleidde?

Een thuisbevalling is na 42 weken in principe niet verboden, maar als je daar hulp bij wilt, dan vervalt elke vorm van verzekering en je moet je goed op zoek gaan naar een verloskundige die begeleiding dan nog aandurft.
Dit naar aanleiding met een incident met holistisch vroedvrouw Laura van Deth. Zij had enkele jaren geleden geholpen bij een bevalling met een stuitligging. Omdat het de vurige wens van de moeder was om niet naar het ziekenhuis te hoeven negeerde de vroedvrouw de protocollen, omdat de moeder anders helemaal unassisted was gaan bevallen. Het liep alleen helaas niet goed af en het kindje overleefde de bevalling niet. De ouders berustten hierin, maar de gynaecoloog sleepte Van Deth voor de tuchtraad. In eerste instantie zou zij nooit meer haar beroep mogen uitoefenen, maar in hoger beroep is zij deels vrij gesproken en mocht uiteindelijk weer aan de slag.

Ook wij wilden per se niet naar het ziekenhuis voor de bevalling. In eerste instantie niet omdat Margo’s eerste bevalling daar tot een regelrechte nachtmerrie gemaakt is door een tal van onnodige ingrepen. De reden van opname was overigens meconium in het vruchtwater, inmiddels weten we dat het volstrekt normaal is dat een baby na een bepaalde tijd in het vruchtwater poept. Maar het protocol is gericht op volledige risico-uitsluiting en aangezien poep in het vruchtwater in incidentele gevallen een gevolg kan zijn van benauwdheid van een kindje, wordt er geen enkel risico genomen.
Tijdens haar tweede zwangerschap, acht jaar later, hebben wij ons heel goed ingelezen in alle ins en outs van zwanger zijn en bevallen en hebben wij een cursus hypnobirthing gevolgd, die ik overigens erg kan aanraden. We waren toen goed op de hoogte van de rechten die we hadden en de inrichting van de protocollen. Faelins geboorte was ondanks de 42 weken en 3 dagen en flink veel meconium in het vruchtwater een droombevalling en hoewel de begeleiding die we hadden fantastisch was, hadden we allebei het gevoel dat we best zonder gekund hadden.

UC
Dat was een van de redenen dat Margo zich in is gaan lezen in unassisted childbirth (UC). Dit is een beweging die veronderstelt dat vrouwen heel goed in staat zijn zelf te bevallen en meent dat geboorte zou moeten plaatsvinden in de intieme sfeer zonder inmenging van professionals.
Ik zelf had wel heel veel vertrouwen in Margo, maar ik had ook de ervaring dat als er de vorige keer geen vroedvrouw bij was geweest, ik zelf door onhandigheid het kindje misschien verdronken had in het bad. Ik voelde wel veel voor de intieme sfeer, maar ik had het prettig gevonden als er iemand met kennis van zaken dichtbij zou zijn. Niet per se in dezelfde kamer.
In ons geval had ik e vroedvrouw aan de late kant gebeld, waardoor ze 20 minuten na de geboorte binnen kwam. Technisch gezien hebben we dus toch een unassisted childbirth gehad. We hebben samen de magie van het moment intiem beleefd en precies genoeg later kwam er iemand om te bevestigen dat alles helemaal goed gegaan was en te helpen met nog wat praktische zaken, zoals de verwerking van de placenta.

Placenta
Vaak wordt de navelstreng al snel doorgeknipt. Maar het is verstandig om die nog een tijdje te laten zitten, totdat de placenta uitgeklopt is. Er zit namelijk nog veel bloed in, en als je het snel doorknipt, krijgt de baby minder bloed mee en krijgt ie een bleke kleur de eerste dagen.
In de dierenwereld is het normaal dat dieren hun placenta opeten. Wij vinden dat nogal onsmakelijk. Toch is het heel heilzaam om wat van de placenta binnen te krijgen. Het helpt bij de emotionele hechting met het kind, het helpt het proces van herstel te versnellen en het nabloeden eerder te stoppen. We hebben een stukje van de placenta in een smoothie met veel fruit verwerkt. Zo konden we voorbij gaan aan het onsmakelijke idee en toch profiteren van de heilzame werking. De rest van de placenta is door de vroedvrouw meegenomen naar een collega die er capsules van maakt, die voor de moeder als supplement dienen in de weken van het ontzwangeren.

Contact
Als het kindje geboren is, dan is het van enorm belang om veel huid op huid contact te maken. Veel professionals, met name die van de oude stempel, zullen geneigd zijn het kind na geboorte meteen op te pakken, te meten en wegen en schoon in een pyjama terug te geven aan de moeder. Terwijl juist de eerste ogenblikken ontzettend belangrijk zijn. Als de baby geboren is, zou die zo snel mogelijk op de blote huid van de moeder gelegd moeten worden. Vaak zie je dat ie dan wat bijkomt en dan op zoek gaat naar de tepel.
Borstvoeding is het meest natuurlijke en beste eten wat een kindje kan krijgen. Er kunnen veel redenen zijn waardoor het met borstvoeding niet lukt, maar ik denk wel dat vrouwen die het enkel teveel gedoe vinden hun kind wel tekort doen.
Ik ben blij dat het WHO onderkent hoe goed borstvoeding voor moeder en kind is en dat veel verleners van kraamzorg dit promoten. Zie ook hier. Het WHO stelt dat borstvoeding op z’n aller- allerminst een half jaar gegeven moet worden, wat het Voedingscentrum heeft vertaald naar het nogal dubieuze advies om maar een half jaar borstvoeding te geven.

Vrije geboorte
Ik ben ontzettend blij met de geweldige geboorte van onze zoon. Ik ben trots op de kracht van mijn vrouw. En dankbaar voor alle liefde die ons omringt.
Ik ben ook heel blij dat we het bewustzijn hadden dat we zelf konden kiezen voor een vrije natuurlijke bevalling. Ik vind het zo vreemd dat de manier waarop wij alles aangepakt hebben door iedereen steeds maar als “heel bijzonder” en “zo speciaal” wordt omschreven. Natuurlijk is in onze samenleving niet hetzelfde als vanzelfsprekend. Vandaar mijn uitnodiging om weer eens stil te staan bij het gevoel en instinct wat in iedereen aanwezig is, maar zo vaak overschreeuwd wordt door angst en anderen.

De geboorte van Galahad

Op 24 januari is onze zoon Galahad Arjuna Ea geboren. Bij ons thuis in het water, onder de volle maan. We hebben hem samen mogen ontvangen en ik wil er graag iets over vertellen.

Het is een verhaal wat gaat over intuïtie, de kracht van het eigen lichaam en het vertrouwen daarop.

Margo was al een tijdje bezig geweest zich in te lezen over unassisted childbirth, het bevallen zonder hulp van een professional. Ik zelf wilde daar niet aan, want ik vond het onverantwoord om een onnodig risico te lopen waarvan de prijs onbetaalbaar is als het mis gaat. Daarbij had ik een hele prettige ervaring met begeleiding bij de geboorte van onze dochter.

De avond voor de geboorte waren de vliezen spontaan gebroken, maar tot veel weeën was het niet gekomen. We hebben zelfs allebei nog lekker geslapen ’s nachts; en als je dat kan, dan heb je geen echte weeën. Dat leidde een beetje tot lichte zorgen bij Margo, want zij voelde de klok tikken. In de reguliere verloskunde word je namelijk naar het ziekenhuis gestuurd als je binnen 24 uur na het breken van de vliezen nog geen echte weeën hebt. En naar het ziekenhuis wilden we niet. Margo is de hele volgende ochtend bezig geweest met zich inlezen en raad vragen op het forum voor vrije geboorte. Ik zei nog dat ze lekker moest ontspannen, maar ze was te gestrest, ook omdat onze verloskundigenpraktijk de handen van onze bevalling af moest trekken en wij dus keuzes moesten gaan maken.
Op een bepaald moment belde Margo toch de vroedvrouw, Tanja Smeets, die ons ook geholpen heeft met de vorige bevalling. Ze hebben een lang telefoongesprek gevoerd, wat uitzonderlijk is voor Margo. Na het gesprek had ze een groot deel van het vertrouwen in haar eigen lichaam en haar eigen ritme terug gekregen. Ook had Tanja toegezegd ons te komen helpen bij de bevalling als we dat zouden willen, ondanks dat haar eigen praktijk eigenlijk geen ruimte had.
Vanuit die ontspanning werden de weeën langzaam aan intenser. Ik heb het bad opgezet en vol laten lopen. En ik heb de laatste boodschappen gehaald en Faelin gebracht naar onze familievrienden in het dorp, waar ze zou kunnen blijven tot het einde van de bevalling.

We zijn wat in bad geweest en door de mist gaan wandelen na het invallen van de schemering. Na de wandeling is Margo weer heerlijk gaan ontspannen in het bad. Ze had al steeds meer weeën, maar niet in de regelmatigheid waarbij je normaal gesproken een verloskundige zou gaan bellen. Toch heb ik een aantal keer gevraagd of ik Tanja al moest gaan bellen. Van Margo hoefde dat steeds niet. Toen kreeg ik in de gaten hoe de vork in de steel zat en vroeg: “Je wilt helemaal niet dat ze nu komt, hè?”, waarop Margo antwoordde dat ik haar moest bellen als ik het gevoel had dat ik dat moest doen.
Toen ik aan het bellen was, gingen de weeën over in persen.
De vorige keer heb ik zelf achter Margo in het bad gezeten, maar nu was er niemand om bijvoorbeeld droge spullen aan te geven. Ik ben nu bij het bad gaan zitten en heb Margo van de zijkant ondersteund. Ik heb haar handen vastgehouden, zodat zij aan mij kon hangen. Het bevallen was voor haar een mystieke ervaring. Ze had wel pijn, maar ervoer wel helemaal hoe zij leven aan het voortbrengen was en ze voelde een diepe verbondenheid met alle barende vrouwen.
Dit duurde ongeveer een kwartier en toen was het hoofdje er uit. Margo ging staan en het jongetje viel zo in mijn armen.
Daarna is Margo weer in het bad gaan zitten en hebben we Galahad op haar gelegd met een natte warme handdoek over hem heen. Zo hebben we een tijd samen gezeten.

Tanja kwam zo’n twintig minuten na de bevalling binnen. Ze heeft ons heel erg geholpen met de verdere afwikkeling en heeft ons gerust gesteld over Galahads gehoest. Hij had vervuild vruchtwater ingeslikt en probeerde dit eruit te werken. Hij zou waarschijnlijk nog wel de nacht misselijk zijn.

Galahad huilde in het begin veel meer dan Faelin gedaan had, maar zijn begin was dan ook een tikkeltje benauwder. We hebben hem alle liefde en veiligheid geboden die we hem konden geven door hem constant op onze blote huid te houden. Nadat hij ’s ochtends alles uit z’n maag had uitgespuugd, voelde hij zich aanzienlijk beter en huilde daarna nauwelijks nog.
We hebben niet zo veel controles laten doen. En de metingen die later gedaan zijn door de kraamverzorgsters hebben we eigenlijk meer voor hen laten doen dan voor onszelf. Zijn geboortegewicht is geschat op 10 pond. En in een paar dagen was hij alweer zwaarder dan dat. Hij drinkt ontzettend veel aan de borst.

Zijn zusjes hebben zich al gauw over hem ontfermd. De oudste (puberleeftijd) had wat weerstand, maar kon toch de charmes van een pasgeboren  baby niet lang weerstaan.
We zijn zo gezegend met zulke gezonde kinderen. En ik ben zo trots op Margo, die zo goed haar lichaam kan aanvoelen en zo’n goede moeder is.

Mindfulness, mind you

Laatst (voordat mijn colleges weer begonnen vorige week) was ik een stukje aan het schrijven over het onderwerp mindfulness. Het was een druilerige dag, de boodschappen waren al gehaald en het kindje was ziek, dus ik bleef de hele dag binnen. Ik ben wat uurtjes bezig geweest met mijn stukje, omdat ik me makkelijk laat afleiden en ik nou ook weer geen ultieme expert was op het gebied moest ik veel dingen opzoeken. Het werd vrij intellectueel discours, ik had allerlei passages onderstreept en aantekeningen gemaakt. Mijn vrouw zei op een gegeven moment: “als je het niet met je hart schrijft, kun je het beter niet schrijven.” En toen was het ineens etenstijd en was de dag alweer bijna voorbij.
Ondanks dat ik flink wat tijd bezig was geweest met mindfulness, was ik absoluut niet mindful geweest.

’s Avonds toen de rest van het gezin naar bed was, ging ik naar het bos. Het was inmiddels opgeklaard en er hing die frisse geur van regen. De sterren straalden tussen de silhouetten van de boomtoppen en ik voelde me zo levend. De wind door mijn haren, mijn voeten op de zompige aarde en overal de schoonheid van de nacht. Dat was mindfulness.
Een groot deel van het oorspronkelijke stukje heb ik geschrapt. Het was niet uit het hart geschreven en niet echt interessant; meer een uiteenzetting van ‘zij zegt dit’ en ‘hij zegt dat’, en ‘maar daar staat zus en zo geschreven’. Dit is wat er ongeveer overbleef, aan het einde een tldr:

 

Mindfulness is hip. Bedrijven sturen hun mensen naar trainingen, er zijn steeds meer mensen die trainingen aanbieden en elke week komt er wel weer een boek uit over het onderwerp.

Vorig jaar in mei schreef schrijfster Paulien Derwort een column in NRC, met de titel Ga toch weg met je mindfulness. Het artikel was blijkbaar populair, want ik heb het nog maanden later voorbij zien komen in social media. Ik voelde me weinig aangetrokken door het artikel, maar ik heb het toch gelezen nadat ik een artikel van religiewetenschapper en schrijver van Geen gezweef! Koert van der Velde tegenkwam in De Koorddanser, getiteld Mindfulness of mindfoolness (geen digitale versie beschikbaar, sorry). Allebei vinden ze wat van mindfulness en nu vind ik dat ik ook iets moet schrijven.

Wat is mindfulness?
Van origine is mindfulness een meditatievorm uit boeddhistische filosofieën. Je moet het niet zien als uren lang in tussen de wierook in lotushouding zitten, maar als een ingeoefende levenshouding, een meditatie die je de hele dagelijkse dag door uitvoert. Het is in onze cultuur zo groot geworden door de inspanningen van Jon Kabat-Zinn. Hij nam deel aan meditatieve zen-boeddhisme bijeenkomsten halverwege de jaren ’60. Tegelijkertijd werkte hij in een ziekenhuis en vroeg om toestemming om wat van de technieken die hij geleerd had te leren aan patiënten. Tot zijn verbazing kreeg hij toestemming en tot iedereens verbazing had zijn training een groot en positief effect op de patiënten. In 1979 was zijn techniek een feit: mindfulness based stress reduction, of MBSR. Al gauw werd de methode aan wetenschappelijk onderzoek onderworpen en werd vastgesteld dat het werkte. En als de wetenschap iets goedgekeurd heeft, dan kun je er in het westen overal mee aankomen.
De invulling van mindfulness is niet helemaal eenduidig meer. Maar een belangrijk idee is aandachtig leven: mindful of the moment. Doe alles wat je doet met aandacht, of het nu stom is of leuk. En dat oordeel van stom of leuk kun je ook beter loslaten, omdat dat er voor zorgt dat je bezig bent het stom vinden van bijvoorbeeld een band plakken, in plaats van met de band plakken zelf.
Zelf snapte ik de strekking van mindfulness toen ik de volgende tekst op een bushokje geschreven zag staan: “Als de bus te laat is, moet je langer wachten.” Je kunt je gaan staan opvreten, de buschauffeur vervloeken of stressen dat je misschien je trein gaat missen, maar dat levert je allemaal niets op. Het gewoon accepteren van hoe de dingen zijn geeft veel vrede.
En leven in het nu. Vastzitten in het verleden en piekeren over (of verheugen op) de toekomst verandert niets aan de situatie, het zorgt er alleen maar voor dat je het moment van nu niet aandachtig kan beleven.

Ga toch weg
Paulien Derwort doet in haar artikel een aantal terechte observaties, ook al slaat ze later de plank over mindfulness mis. Ze heeft het over dat het gehypte mindfulness deel is gaan uitmaken van onze cultuur van het maakbare geluk – en onze cultuur waarin men voelt dat men gelukkig moet zijn, omdat men het anders blijkbaar helemaal verkeerd heeft gedaan. Ik heb daar ook al eens eerder over geschreven, zie hier. “Jongvolwassenen leggen elkaar een picture-perfect leven op”, schrijft Derwort. Op dit ontwikkeling is al langer kritiek, vergelijkbaar met de kritiek op altijd maar foto’s van moeilijk slanke vrouwen, waardoor er ineens een verwachting ontstaat, waar vrouwen het idee krijgen dat ze eraan moeten voldoen. En inderdaad, als mindfulness een verplicht nummertje zou zijn om cool te zijn, dan doet het waarschijnlijk meer kwaad dan goed. Of dat nu echt zo is, is natuurlijk wel de vraag.

Derwort heeft ook kritiek op het accepteren van hoe de dingen zijn. Ze schetst het beeld dat als iedereen dit zou doen, we met z’n allen als een kudde struisvogels fatalistisch met de koppen in het zand zouden zitten. Moet je het wel accepteren als de bus te laat is, of kun je beter een taxi bellen? Ze schrijft ook dat leven in het nu ervoor zorgt dat mensen niet meer leren van het verleden en geen plannen meer maken voor de toekomst.
Hier denk ik dat ze mindfulness niet helemaal begrijpt. Als een situatie op een of andere manier uitpakt, wil dat nog niet zeggen dat je niet handelen mag. Het is vooral belangrijk dat wat je ook kiest te doen, je dat aandachtig doet. Het hebben van een oordeel is niet verboden, maar je zou je ervaring niet moeten laten verpesten door je oordeel. Er is alleen maar de ervaring van het hier en nu, maar dat betekent niet dat je als een stuurloze speelbal je maar overal heen moet laten slepen.

Maar haar belangrijkste bezwaar is het omgaan met moeilijke emoties. Woede en verdriet. Ze geeft aan dat je die niet zou moeten opkroppen, omdat ze dan aan je gaan vreten, wat ook absoluut waar is.
Maar in de toepassing van mindfulness past opkroppen niet. Opkroppen is wegstoppen, en in mindfulness mag juist alles er zijn. Je neemt als het ware afstand van je emoties. Ze zijn er, zo mogen er zijn, maar ze mogen niet met je aan de haal gaan. Ik denk dat als het voor jou beter voelt om je emoties van je af te schreeuwen, te janken en je kussen tot moes te slaan, dat je daar zeker voor moet kiezen. Maar jij moet het doen, jij moet die keuze maken en niet je emotie.

 

Mindfulness en religie
In Geen gezweef schrijft Koert van der Velde ook over het omgaan met emoties. Hij waarschuwt ook dat mindfulness niet altijd zonder gevaar is. Het afstand nemen van emoties kan ook misbruikt worden en verdraaid tot het afsluiten van het gevoel. Het wordt in sommige militaire divisies toegepast en de Noorse massa-moordenaar Anders Breivik beoefende ook zenmeditatie.
In die zin kun je het zien als een gereedschap. Met een koksmes kun je heerlijke maaltijden bereiden, of je kan er voor kiezen om het te gebruiken voor een slachtpartij. Weer de vraag: waar kies je voor?

Van der Velde maakt een duidelijk onderscheid tussen de populaire seculiere westerse mindfulness en mindfulness zoals het in oorsprong was. De seculiere variant doet er alles aan om legitiem te zijn in een samenleving waar wetenschap in hoge achting staat en waar religie met argusogen bekeken wordt. Alles kan met cijfers onderbouwd worden en wat zweverig aandoet wordt verbannen en de religieuze ervaring wordt ontkent.
En juist de religieuze ervaring is essentieel geweest in de oorspronkelijke totstandkoming van het fenomeen. De seculiere mindfulness is een trucje, terwijl de traditionele meditatietechniek ook uitgaat van het religieuze en omgang met levensvragen biedt. Voor Van der Velde is de seculiere variant kenmerkend voor onze cultuur waarin geloof een slechte naam heeft, maar waar ook gezocht wordt de religieuze ervaring te beleven in termen die los van religie (geloof) staan.
Derwort bekritiseert mindfulness als een gereedschap uit de trukendoos van de maatschappij van het maakbare geluk. Je gebruikt het om gelukkig te worden. Van der Velde legt uit dat in het oorspronkelijke mindfulness helemaal geen sprake kan zijn zo’n doelgerichtheid. Een cruciaal aspect van mindfulness is accepteren, maar het willen gebruiken om je leven te veranderen wringt dus. Je zult waarschijnlijk wel gelukkiger worden door het toe te passen, maar het beoefenen om gelukkig te worden, klopt niet, stelt Van der Velde.

 

Dus?
Er valt nog veel meer over mindfulness te zeggen dan deze standpunten.
Het is gehypet, en alles wat zo massaal gepromoot wordt, wekt op den duur ook weerstand op. Als iets zo groot wordt, voelen velen zich ineens geroepen. Maar het is ook belangrijk om het kind niet met het badwater weg te gooien.
Ondanks dat mindfulness kunt misbruikt kan worden en de moderne seculiere variant veelal gestript is van alle religieuze aspecten en gepresenteerd wordt als een wetenschappelijk bewezen techniek om gelukkig te worden, is het denk ik waardevol om er iets van mee te nemen in je leven.
De kern van mindfulness is en blijft het aandachtig leven. Om je aandacht niet te laten versnipperen door afleidende gedachten aan dingen die niet hier en nu zijn. Het leven is alles wat we hebben, het is zonde om het maar aan ons voorbij te laten gaan en de tijd uit te zitten. Als je alles uit het leven wilt halen, betekent dat niet dat je moet leven als Lemmy Kilmister, maar dat je elk moment moet koesteren.

Dat is de boodschap die ik eigenlijk wilde delen. De artikelen over mindfulness waren maar een aanleiding. Wat wie er dan ook maar op aan te merken heeft, is niet zo belangrijk voor me. Ik gun ieder die dit leest het gewoon zo alles uit het leven te kunnen halen door aandacht te hebben voor het leven wat steeds plaatsvindt. Ik ben er van overtuigd dat aandacht leidt tot dankbaarheid, wat direct leidt tot geluk. Ik heb er ook vaker over geschreven ook, zonder het mindfulness te noemen:
Voornemens
Nu
Het verstrijken
De gouden dagen van nu

…en een comic van LunarBaboon

Mijn muziek #1

Vannacht sliep het kindje ontzettend slecht en heeft ons ook uit onze slaap gehouden. Doordat ik zo moe was, kon ik nauwelijks nadenken. Maar ik merkte dat ik met zulke gedempte gedachten wel extra goed kon opgaan in de muziek die ik luisterde.

Ik heb 10 nummers uitgezocht die ik graag wil delen. Het zijn hele verschillende nummers die me bijzonder raken of geraakt hebben. Ik heb geprobeerd om duidelijk te maken waarom ik ze zo waardeer, en ik hoop dat ze ook verrijkend kunnen zijn voor een ander.

Ik heb geprobeerd de nummers muzikaal op elkaar te laten aansluiten. De eerste helft bestaat uit rustige nummers, de tweede helft bevat hardere muziek.
Tien nummers is eigenlijk helemaal niet zoveel. Althans, er zijn nog veel meer nummers die ik bijzonder mooi vind in nog meer genres. Wellicht dat ik later nog een keer zo’n stukje als dit schrijf.

Veel lees/luister plezier!

1. Mysterieus en speels
Camille Saint Saëns – The Aquarium
Genre: Klassiek

Op de radio luister ik veel naar radio 4, de klassieke zender. Maar toch slaagt het overgrote deel van de klassieke muziek er niet in mij te raken. Een uitzonderlijke componist vind ik Saint-Saëns. Hij heeft een aantal bekende opussen op zij naam staan, zoals Le Carnival des Animaux (waaruit het onderstaande nummer afkomstig is) en Le danse macabre, bekend van het Efteling spookslot.
Ik vind het nummer Aquarium bijzonder mooi. Het pianospel is heel licht, vloeiend en subtiel. Het wordt vergezeld met ijl viool- en fluitspel. Je kunt makkelijk de bubbeltjes en de vissen voor je zien als je het hoort. Maar zelf hoor ik ook makkelijk wezentjes van het water. Ik vind het geheel wondermooi.

Meer: De zwaan

2. Meeslepend en melancholieus
Lévon Minassian & Armand Amar
Genre: Wereld (Armenië)

Ik heb kennis gemaakt met de muziek van Armand Amar na het zien van de film Human. Ik was erg geraakt door de muziek en ben er meer van gaan opzoeken. Het volgende nummer is een samenwerking van hem en de Armeense muzikant Lévon Minassian. Deze bespeelt de duduk, een eeuwenoud blaasinstrument wat mij diep in mijn wezen kan raken.
In het nummer Tchinares hoor ik het verlangen naar de liefde van de verbinding, maar ook het verdriet over de grote woestijn die ons daar soms van lijkt te scheiden.

Meer: –Isabel Bayrakdarian and The Minasyan Duduk Quartet – Dle Yaman,
Armand Amar – Poem of the Atoms,
Tyler Bates & Azam Ali – Message for the Queen (Soundtrack van de film 300)

3. De magie der elfen
Howard Shore & Enya – The Council of Elrond
Genre: Filmmuziek

In de magische wereld van Tolkien hebben de elfen mij altijd het meeste aangetrokken. Zij zijn zeer verfijnd en leven in harmonie en waardigheid, altijd met de herinnering aan de gelukzalige tijd van creatie nabij.
Het onderstaande fragment hoort bij de scene uit The Lord of the Rings waarin de aanstaande mensenkoning Aragorn met zijn elfengeliefde de onsterfelijke Arwen op een brug boven de watervallen van het schone Rivendel staat.
Het lied vertolkt voor mij heel goed de schoonheid van de elfen. Het wordt gezongen in de fictieve maar mooie taal Sindarin en gaat over de Avondster, die voor de elfen zo belangrijk is.

Tiro! El eria e môr
I ‘lir en êl luitha ‘uren
Ai! Aníron…

Look! A star rises out of the darkness
The song of the star enchants my heart
Ah! I desire…

Meer: Twilight & ShadowEvenstar

4. Schoonheid en strijd
Hans Zimmer – Idyll’s End
Genre: Filmmuziek

The Last Samurai is een van mijn favoriete films. Het gaat over een Amerikaanse officier eind 19e eeuw, die door de progressieve Japanse regering wordt ingehuurd om het leger te moderniseren zodat een burgeroorlog gewonnen kan worden. De oorlog is tegen een aantal samurai die zich verzetten tegen de moderniseringen.
De Amerikaan wordt gevangen genomen, maar gedurende zijn gevangenschap verandert hij van krijgsgevangene tot een lid van de gemeenschap. Hij leert de traditionele manier van leven waarderen.

Het eerste deel van het nummer illustreert voor mij de idylle van het leven met het land. De romantische schoonheid die nog vrij is van de lelijke machines van meedogenloze efficiëntie en industrie.
Ongeveer op de helft van het nummer verandert de toon naar strijdlustig – maar met waardigheid. De zwaarden worden geslopen, de vlaggen gehesen. Met moed trekken degenen die de oude weg bewandelen ten strijde tegen de met vuurwapens bewapende soldaten van de moderniteit. Het zal het einde betekenen van de idylle, maar het is de weg van krijgers.

Meer: The Way of the Sword

5. Moed
Two Steps from Hell – Heart of Courage
Genre: Episch

Two Steps from Hell produceert hele majestueuze muziek, die klinkt alsof het direct uit de film komt. Veel nummers worden ook gebruikt voor trailers en fragmenten.
Heart of Courage is een van mijn favoriete nummers. Het is bijna alsof de essentie van dapperheid weergeven wordt in muziek.

Meer: ArchangelUnited we stand, divided we fall

De muziek van het eerste deel was dromerig en rustig. Via Two Steps from Hell wil ik naar wat hardere muziek gaan.

6. Kracht
Stuart Chatwood – Military Aggression
Genre: Heavy metal

Prince of Persia is een van de langst lopende reeksen van computerspellen, waar Disney ook een film van heeft gemaakt. Het eerste spel kwam al uit in 1989. Uit de reeks vond ik het deel Warrior Within uit 2004 het gaafst. Het spel was rauw, gevuld met acrobatiek en zwaardgevechten tegen mysterieuze krijgers gemaakt uit zand. De soundtracks waren ruig. De prins is een zwaardmeester, die zijn doem weigert te ervaren en naar het desolate  eiland van tijd zeilt om zijn lot te veranderen.
Warrior Within sprak me erg aan. Ik vond de sfeer erg overtuigend en de muziek krachtig. De rest van de serie viel me tegen. Later las ik dat de oorspronkelijke ontwikkelaar van het spel zich niet bemoeid had met Warrior Within, maar zich later distantieerde van het spel om zijn rauwheid en duistere ondertoon.
Hoe dan ook, de soundtrack van het spel vind ik behoren tot de lekkerste metal (als je het met rock vergelijkt: steen is hard, maar metaal is harder) die ik ken. De basgitaar is sterk aanwezig en er is geen zang, waar je op kunt afknappen. Military Aggression mag dan geen mooie titel zijn, maar het nummer is wel erg goed. Het heeft een oosterse tint, de geeft het nummer veel body en power en er is een hoge toon, die een melodie aangeeft en een soort climax op zichzelf is, die lang aanhoudt.
Voor mij is dit nummer een soort krijgsdans, waarin ik de kracht van de innerlijke krijger kan ervaren.

Meer: Rooftop enagementBattle the Dahaka

7. Kameraadschap
Amon Amarth – Under the Northern Star
Genre: Viking metal

Waar ik het vorige nummer zou aanraden om eens te luisteren, waarschuw ik bij Amon Amarth dat het nogal eens onder verschrikkelijke herrie geschaard wordt; de zang bestaat uit grunts. (Ter referentie: officieel is het subgenre melodic death metal, maar metal in subgenres indelen is een kunst op zich) De reden dat ik hem toch in dit lijstje opneem, is omdat het wel van betekenis is geweest voor me. Ik heb over deze band ook wel eens eerder een stukje geschreven.
Het zijn de thema’s van Amon Amarth die me aanspreken. Elk nummer heeft te maken met de Vikingen of hun mythologie. Het gaat veel over strijd, moed en dood.
Under the Northern Star is een van de rustigste nummers die de band ooit gemaakt heeft. Het gaat over de terugreis na een lange (plunder)tocht. Als ik dit nummer hoor, zie ik mezelf zo zitten op zo’n drakenschip tussen zwaardbroeders op weg terug naar de koude fjorden die thuis zijn.

Many years we have been away
Many oceans we have roamed
Now the North star guides us on our way
As we are heading home
(…)
Many friends died on the way
Only few of us survived
But I would gladly trade them place
In Odens hall up high

Meer: Runestone to my MemoryTwilight of the Thundergod

8. Emotie
Apocalyptica – Faraway
Genre: Gothic

De muziek van Apocalyptica is erg origineel en divers. Het is metal, maar dan met cello’s. Sommige nummers zijn kakofonisch en hard, anderen zijn rustiger en vol emotie.
Faraway is een prachtig nummer wat heel subtiel begint en langzaam aan groeit. Er klinkt affectie in door en verlangen.

Meer: FarewellBeyond TimeRomance (live)

9. Mooi en krachtig
Stream of Passion – A War of Our Own
Genre: Melodic metal

Het subgenre melodic metal, wordt goed vertegenwoordigd door Nederlandse bands, de bekendste Within Temptation. Het is metal, waarbij de stem die van een vrouw is  – niet zelden van een opera-zangeres met conservatorium achtergrond.
Ik houd erg veel van dit soort muziek, omdat het zowel mooi als krachtig is. Omdat er erg veel van dit soort bands is, vond ik het moeilijk om een nummer te kiezen.
Ik heb uiteindelijk gekozen voor A War of Our Own van de Nederlandse groep Stream of Passion. Het nummer zit muzikaal erg goed in elkaar, zowel instrumentaal als vocaal. Er zit veel emotie in, veel gevoel, veel passie.

Meer: –Stream of Passion – A Part of You
Nightwish – Sleeping Sun
Epica – Another Me, In Lack’ech
Within Temptation – Mother Earth
Amberian Dawn – Valkyries

10. Mooi, toegankelijk en toch onbekend
Poets of the Fall – Dawn
Genre: Rock

Ik begrijp nooit zo goed waarom Poets of the Fall nooit mainstream geworden is. De band maakt ontzettend goede muziek, die ook heel toegankelijk is.
Ook hier was het moeilijk om een nummer te kiezen. Ik wil graag het nummer Dawn laten horen, omdat ik de tekst heel mooi vind en er veel hoop in doorklinkt.

Remembrance, can be a sentence, but it comes to you with a second chance in tow
Don’t lose it, don’t refuse it, because you cannot learn a thing you think you know

A new light is warm, shining down on you after the storm
Don’t mourn what is gone, greet the dawn

And I will be standing by your side
together we’ll face the turning tide

Meer: RosesStayLate Goodbye

Problemen van vrouwen en van mannen

Het jaar 2015 werd over het algemeen omschreven als een wreed jaar. Meer dan in lange tijd werd Europa geraakt door menselijk geweld. Het jaar eindigde met als klap op de vuurpijl de massa-aanrandingen in Duitsland.
Ik was sprakeloos door het hele gebeuren, wat te bizar is om te bedenken, en voelde me niet geroepen om er veel aandacht aan te besteden. Bovendien was ik bang dat de misdaden gepleegd zouden zijn door buitenlanders, wat dan weer zou leiden tot meer verdeeldheid. Dat bleek ook het geval te zijn en het maakte me behoorlijk moedeloos.

Gisteren las ik het artikel Eigen volk eerst van Vlaamse Amelie Mangelschots, en dat vond ik een erg goed artikel. De titel maakte me argwanend, er is al teveel energie verloren gegaan aan het lezen en schrijven van xenofobe rotzooi. Maar al lezende viel die titel helemaal op zijn plaats.
De schrijfster relativeert de aanrandingen in Duitsland met de dagelijkse (verborgen) praktijk (overigens zonder te oordelen dat het minder erg is). Door de aanrandingen op oudejaarsavond is al door veel mensen gesuggereerd dat de straat een enigszins onveilige plaats zou zijn voor vrouwen en dat alle vrouwen zelf pro-actief zouden moeten handelen om niet aangerand te worden (pas op met wat je aantrekt, houd mannen op afstand, dat soort dingen). Maar in de praktijk blijkt thuis de meest gevaarlijke plek voor vrouwen te zijn. Er worden zo onvoorstelbaar veel vrouwen slachtoffer van seksueel misbruik, en het grootste deel van die misdrijven komt voor in huiselijke kring. Maar ook veel hiervan blijft jarenlang verborgen. Veel vrouwen stappen niet naar de politie en praten er zelfs met niemand over, veelal door angst, schuld en schaamte. En ik weet dat het waar is. Er zijn allerlei cijfers te vinden en mijn eigen vrouw komt in haar werk met vrouwen ontelbaar veel verhalen tegen over dit seksueel misbruik.

Mangelschots merkt terecht op dat er zoveel woede is over de massa-aanrandingen op één plaats terwijl er dagelijks evenveel vrouwen aangerand worden in haar eigen land. Men roept dat migranten sensibiliteitstraining zouden moeten krijgen, terwijl eigenlijk alle mannen sensibel zouden moeten zijn. Eigen volk eerst dus.

En nu komt er ook een beetje feminisme om de hoek kijken. Het heeft voor mij lang geduurd om te begrijpen wat feminisme in deze tijd nog inhoudt, maar ik denk dat ik het nu beter begrijp. Vrouwen worden nog altijd op grote schaal (40% die er ten minste een ervaring mee heeft, vind ik nogal massaal, inderdaad) slachtoffer van seksueel geweld. Veel ervan blijft verborgen om onderhuids te etteren, maar ook een groot aantal incidenten wordt vergoelijkt: “ach joh, ’t is carnaval”, “dat was toch niet zo erg?” “ja maar, je deed zelf ook wel sletterig”, “je was ook wel heel erg sexy gekleed, dat is de kat op het spek binden”, “je was er zelf bij, toch?”. En zoals na Keulen wordt de taak om niet aangerand te worden dus bij vrouwen neergelegd.
Als deze hypocrisie rechtzetten een taak is van feminisme, dan steun ik die zaak van harte, ondanks alle flauwe grapjes die ik in mijn leven over feminisme gemaakt heb voor ik besefte waar het voor stond: gelijke behandeling. Ik houd er niet van om onderscheid te maken, ook niet tussen mannen en vrouwen. Maar soms is het onvermijdelijk. Het negeren van grenzen van vrouwen zit niet in mijn aard, of ik ben er niet mee opgegroeid. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat er blijkbaar heel veel mannen moeite hebben om hun seksuele agressie in bedwang te houden.

Ik vind het vooral verschrikkelijk dat er zoveel mensen leiden onder het machtsmisbruik. Het gebeurt wereldwijd als wereldleiders de aarde en de mensheid verkrachten voor winst. We kunnen hen wel de schuld geven van alle wereldproblemen, maar ook onder de kleine man zijn er zo veel rotte appels die hun geringe macht toch inzetten om anderen stuk te maken voor hun eigen kortstondig behoefte.

Een kant en klare oplossing voor het probleem heb ik niet. Maar als leraar zie ik toch altijd onmiddellijk een taak voor het onderwijs. Dit is een enorm belangrijk thema om bijvoorbeeld mee te nemen in mijn vak levensbeschouwing. Ik zal niet zeggen dat er een taboe op het onderwerp ligt, maar er wordt te weinig over gesproken.
Alle kinderen zouden op de hoogte moeten zijn van de cijfers zoals ze nu zijn en van de vormen waarin het voorkomt. Voor meisjes is het primair belangrijk te leren hun grenzen te verdedigen en te weten dat wanneer ze geconfronteerd zijn met enige vorm van seksueel geweld, dat de schuld niet bij hen ligt. Jongens moeten beseffen dat ze hun grotere fysieke kracht nooit mogen misbruiken en dat ze altijd respectvol met anderen om moeten gaan en dat “nee” geen uitnodiging is om nog meer primitief verovergedrag te gaan vertonen. En misschien is het ook leuk om het te hebben over hoe het wel moet.
Dat lijkt zo vanzelfsprekend dat het haast stom is dat ik dit zo stel. Maar de praktijk wijst keer op keer uit dat het niet vanzelfsprekend is…

Uiteindelijk moeten we naar een situatie waarin de omgang met elkaar voor iedereen vertrouwd en veilig is. Naar een wereld waar vrouwen de vrijheid en veiligheid hebben ’s nachts in hun eentje in miniskirt en met decolleté in het park kunnen wandelen, mochten ze dat om wat voor reden dan ook willen.
Lichamelijke integriteit is een groot goed, we moeten er met zijn allen zorg voor dragen dat dit voor iedereen beschermd blijft. Schending hiervan mag nooit getolereerd worden, waar je dan ook maar vandaan mag komen.

feminisst

Eenheid, tweeheid, veelheid, eenheid

Aan de hand van twee plaatjes en een eerdere discussie over racisme, wil ik graag een stukje schrijven over een veel groter thema. Ik wil kort wat thema’s aanraken uit oosters en westers esoterisch gedachtegoed en dan die abstracte ideeën bruikbaar maken voor het dagelijks leven.

We are one people
Naar aanleiding van mijn stukje over Zwarte Piet december raakte ik verzeild in een conversatie over racisme. In mijn stukje had ik wat argumenten naar voren gebracht, maar ook mijn best gedaan om wat nuance in de discussie te brengen. Maar een van de kritiekpunten op mijn stukje was dat ik met de bagage van een blanke me nooit zal kunnen verplaatsen in iemand die donker is en bijgevolg met racisme te maken heeft. Een poging daartoe doen is zou naïef zijn. White privilege heet dat, als ik het goed begrepen heb.

Ik had daar toch een beetje moeite mee. Mijn idee van het oplossen van racisme is het goede voorbeeld geven en iedereen gelijk behandelen. Mensen als mensen behandelen. Dan zou ‘racisme’ niet eens een woord zijn. “We are one people” zei de Dalai Llama niet lang geleden.
De onderstaande uitspraak van Morgan Freeman illustreerde voor mij hoe ik in de Zwarte Pieten discussie wil staan, en in elke discussie over racisme.

freeman racism

Wat daar wat voor mij aan ten grondslag ligt is niet dat ik mijn kop in het zand wil steken en een moeilijk thema wil ontkennen, maar dat anders handelen juist discrimineren is.
Ik wil mensen niet anders behandelen. Om wat voor reden dan ook, of ze er nou anders uit zien of een hoge functie hebben. (Hoewel die laatste wel onder professioneel gedrag valt, is het vaak verstandiger om eieren voor je geld te kiezen)

Goed. Nu het plaatje, over de kern van de zaak:

krishnamurti

Deze uitspraak is van Jiddu Krishnamurti. Hij was als klein jongetje samen met zijn broer naar het Westen gehaald door leden van de Theosofische Vereniging, die in hem een soort messias zagen. De theosofie is een ongelooflijk interessante leer waar heel veel over te vertellen valt, in dit verhaal is het vooral belangrijk te benoemen dat veel hindoe en boeddhistische filosofieën in hoog aanzien stonden en dat er het idee was dat ver gevorderde meesters bij tijd en wijlen incarneerden.
Vandaar de interesse in Krishnamurti. Maar het uit het geboorteland wegvoeren van kleine kinderen is nooit zonder kritiek geweest. In zijn jonge jaren heeft Krishnamurti zich regelmatig afgezet tegen zijn theosofische voogden en volgde niet mak hun plannen.
Krishnamurti was een messias tegen wil en dank. Maar al met al zat het van jongs af aan in zijn aard om spiritueel leraar te zijn. Hij heeft veel geschreven, en velen geïnspireerd. Maar hij stond er op geen volgelingen te hebben – een wens die niet ingewilligd werd door veel mensen.

Terug naar het citaat. Hij stelt dat als je jezelf identificeert als lid van een natie, een volk, een geloof of wat dan ook, dan doe je anderen geweld aan. Dat is nogal een uitspraak, want ik denk dat we dat allemaal wel doen. Zonder verkeerde intentie, weliswaar, maar toch.
In essentie kan ik niet om Krishnamurti’s uitspraak heen. Ik geloof dat alles wat er is, ten diepste verbonden is. Om dit uit te leggen, refereer ik vaak naar een uitspraak die ik een kwantumfysicus ooit heb horen doen in de filmdocumentaire What the Bleep do we Know: “Je kunt alles in dit universum terugbrengen naar kleinere deeltjes. Moleculen, atomen, quarks… maar uiteindelijk kom je altijd uit bij energie [-Einstein]. Energie is er altijd al geweest, zal er altijd zijn en is in alles. En als je dan gaat kijken naar religie, dan zie je dat God beschreven wordt als iets wat er altijd al geweest is, er altijd zal zijn en in alles is. Alles is dus God.”

Dus in de oorsprong zijn we allemaal hetzelfde, en nog steeds eigenlijk, alleen merken we dat niet omdat ons bewustzijn gevangen zit in deze wereld van dualiteit, waar geest en lichaam gescheiden lijken. Descartes heeft deze afscheiding in het Westers denken nog eens extra verankerd. Dualiteit is tweedeling: goed en kwaad, wit en zwart, hier en daar, toen en nu, jij en ik, en alles daar tussenin – maar in afgescheiden vorm.
In veel oosterse filosofieën bestaat dit idee, dat die afscheiding, eigenlijk illusie is. Iedere individuele ziel heeft een ego – een idee van identiteit. Het leven van constante wedergeboorte is niets anders dan een reis die onvermijdelijk voor alles en iedereen weer zal eindigen in het oplossen van het ego terug naar de eenheid. Dat is wat het Nirvana, de ultieme verlichting inhoudt. En aangezien tijd een illusie is, en alles eigenlijk tegelijkertijd plaatsvindt, zijn we eigenlijk allang verlicht, maar bevindt ons bewustzijn zich momenteel in een toestand van niet-beseffen van eenheid.


Scheppingsverhaal
Maar waarom moet het op die manier zijn? Waarom zou de eenheid schijnbaar uiteen gevallen zijn? Het christelijke scheppingsverhaal vertelt hier over: Adam en Eva in het Paradijs staan voor een totale eenheidstoestand, maar pas wanneer de slang hen verleidt tot het eten van de appel uit de boom van kennis van goed en kwaad, worden zij zich van zichzelf bewust. Hun ego wordt geboren, en zij vallen uit de staat van eenheid met God – en ze vallen recht in de dualiteit. De kennis van de tweedeling goed en kwaad heeft daarvoor gezorgd. Dat is eigenlijk de schepping De slang is Lucifer (letterlijk “lichtbrenger”), en staat vaak voor de materie, die in gescheiden toestand van de geest verkeert en de mens daar altijd maar van weg blijft lokken met aardse verlokkingen.
In de paradijstoestand, het moment dat alles gelijktijdig en eenvormig is, valt er niets te onderscheiden. Schijnbaar tegenovergesteld aan dat als er op één plek helemaal niets is, er daar alles mogelijk is. In schepping is God in staat om zichzelf te ervaren.adam en eva

Dat is een opvatting die ten grondslag ligt aan veel spirituele uitingen. Het is een idee wat verklaart wat we zijn en waar onze oorsprong ligt. En waar we weer naartoe gaan.

Dus?
Terug naar Krishnamurti’s uitspraak. Ook als je niet mee gaat in de opvattingen over de eenheid en de val, is het makkelijk om de mensheid te bezien als onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al was het alleen al omdat we met z’n allen vastzitten op het enige bewoonbare planeetje in een straal van vele lichtjaren. Als je je identificeert als lid van een bepaalde exclusieve groep, dan sluit je je al af van andere mensen.
Is dat dan slecht? Ik denk dat het in de huidige staat van ons samenleven nog niet anders kan. Al was het alleen al omdat het fijn is om je extra gesteund te voelen door je familie of om je aan te sluiten bij mensen met gelijke interesses. Ik denk wel dat het belangrijk is om bij alles wat je doet, jezelf af te vragen of dat het grotere geheel dient. Daar ligt het verschil tussen handelen om je ego te dienen of om terug te keren naar goddelijkheid. Goed en slecht zijn altijd moeilijke begrippen – wat de één goed vindt kan de ander slecht vinden, en voor een deel is dat oordeel ook cultureel bepaald. Maar echt goed handelen is dingen doen, ongeacht je ego. Dingen doen uit compassie en niet om een beloning, goed karma, waardering of zelfs een goed gevoel te krijgen. Niet dat handelen uit ego altijd slecht is, maar we voelen het als we echt goed bezig zijn als we het niet voor onszelf deden.
De oude Maya’s begroetten elkaar met In Lak’ech, ‘jij bent een andere ik’. Als je je medemens ziet als je broeder of zuster, zal het jou ook raken als zij tekort gedaan worden. Daarom is het zo ontzettend belangrijk om zorg te dragen voor je medemensen. Zij komen uit dezelfde bron, zij delen het mens-zijn en zij kunnen op hun beurt ook hun best doen de wereld mooier te maken.

Samhildánach en een kerstgedachte

Het is midwinter. De dagen in het jaar met het minste licht, maar in het diepste duister kun je ook de terugkeer van het licht vieren.

In mijn eerste post had ik ooit beloofd om iets over de naam van deze weblog te schrijven. Vandaag is daar een hele mooie dag voor. Samhildánach is één van de namen van de Keltische godheid Lugh, wiens naam nauw verwant is aan het woord ‘licht’.

Lugh
In oude tijden waren de Tuatha Dé Danann, de kinderen van Danu, van ver over de zee gekomen en waren op de Ierse eilanden gaan wonen. Later zouden zij goden voor de Ieren worden en de feeën onder de heuvels, maar nu bevolkten zij het land. Hun eigen koning Nuada was zijn arm verloren in de strijd, waardoor deze vervangen was door een zilveren arm. Maar volgens de traditie kon alleen een koning die heel was regeren, en werd Nuada afgezet. Hij werd vervangen door Bres, die afstamde van een ander volk; de Fomóiri, een volk van mismaakte reuzen van de verre eilanden. Bres regeerde als een tiran en door hem belandden de Tuatha Dé Danann in grote armoede, onderdrukt door de Fomóiri.
Daarom werd Nuada’s arm met magie weer hersteld, zodat hij weer koning kan zijn. Bres werd afgezet en woedend reisde hij naar de Fomóiri om zijn beklag te doen over zijn behandeling. De koning van de Fomóri, de reus Balor, die dodelijk vuur uit zijn verschrikkelijk grote oog kon schieten, verklaarde de oorlog aan de Tuatha Dé Danann.

Het zag er slecht voor ze uit, maar toen de wanhoop nabij was, klopte er een onbekende jongeman aan de poort van de burcht op Tara Hill. Hij was een afstammeling van de Tuatha Dé Danann, maar ook de kleinzoon van Balor. Hij bood zijn hulp aan, maar de poortwachter was niet onder de indruk en wilde hem niet binnen laten. De jongeman, Lugh, moest eerst maar eens bewijzen wat hij voor de koning kon betekenen. Hij demonstreert zijn vaardigheid in vele kunsten: krijgskunst, muziek, poëzie, wetenschap, techniek, magie en meer, maar de poortwachter is niet onder de indruk. Voor elk van de getoonde kunsten was er al iemand in de burcht aanwezig die kunst ook meester was, waarop Lugh vraagt: “Maar is er ook iemand die ze allemaal tegelijk beheerst?” Dat is niet het geval, en Lugh mag binnentreden als meester van duizend kunsten, “Samhildánach”.

In de strijd met het gigantische leger van de Fomóiri gaat het er heftig aan toe, maar Lugh redt vaak heldhaftig de dag. Zijn bloeddorstige speer is één van de vier grote schatten van de Tuatha Dé Danaan, en vertegenwoordigt het element vuur.
Dan, tijdens de grote eindstrijd, betreedt Balor zelf het strijdperk. Met zijn verschrikkelijke oog doodt hij veel van de Tuatha Dé Danann, waaronder koning Nuada.

Lugh verliest geen moment, pakt een steentje en werpt deze met zijn slinger naar zijn demonische grootvader. De steen vliegt recht op het vurige oog in en vernietigt het. Het verschrikkelijke vuur knalt uit het achterhoofd van Balor naar buiten en zet een groot deel van zijn eigen leger in lichterlaaie. De overgebleven Fomóiri slaan op de vlucht en de Tuatha Dé Danaan hebben overwonnen. Lugh wordt tot koning gekroond en ze leefden nog lang in voorspoed.

De betekenis
Ik altijd al mythen heel erg interessant gevonden. Tussen mythen die duizenden kilomteres van elkaar ontstaan zijn betaan altijd veel overeenkomsten. En er kan altijd een diepere betekenis in gevonden worden.
In het verhaal van Lugh dient op het moment van diepste wanhoop het licht zich aan. Voor mij staat Samhildánach symbool voor het ontwaken van bewustzijn, net als in het verhaal van de geboorte van Christus in de winter.
De Tuatha Dé Danann hebben lang in een sluimertoestand in het duister geleefd, en ondervinden grote weerstand op het moment dat zij proberen te ontwaken door zich van datgene wat hen overmeestert te bevrijden. In ons persoonlijke leven worden we vaak gehinderd in het zijn wie we willen zijn of doen wat we willen doen door angsten en verslavingen. Dat zijn allemaal dingen die ervoor zorgen dat we ons goddelijk licht niet volop kunnen doen stralen. En het is niet altijd makkelijk om ons ervan te ontdoen. Als je lange tijd in een donkere kamer geleefd hebt, en je steekt een lantaarn aan, dan kun je soms schrikken van de troep die er lag.

Lugh is onder de Fomóiri geboren, hij heeft de duisternis doorleefd. Dat is belangrijk, want als je alleen maar in de zon staart raak je verblind voor alles om je heen. Maar Lugh is zich bewust geworden van zijn goddelijke oorsprong en is gaan staan voor het licht dat hij is. En door hem te erkennen als een van hen, lieten de Tuatha Dé Danann de goddelijke inspiratie zijn werk doen in hun leven. Als wij onszelf openen voor de inspiratie, voor de roep van ons hart, kunnen wij elke uitdaging aan.
Duisternis is niets anders dan de afwezigheid van licht, de afwezigheid van bewustzijn. Lugh heeft niet het duister vernietigd, maar het aangeraakt met de waarheid van het zijn. Geconfronteerd met dat licht van de waarheid, kon het duisternis niet langer bestaan.

De naam Samhildánach heb ik bovendien gekozen omdat het ook staat voor iemand die zijn talenten op elke mogelijke manier inzet om meer licht te brengen in donkere tijden.

Heb fijne feestdagen en laat je licht schijnen in het volgende jaar!

Winter Solstice

Eternally, the light returns in the Heavens
In cycles of light and darkness to Earth,
Touching our Hearts where love is cradled.
Christ, the Godself, is reborn in us,
Illuminating and healing any breach with Spirit.
Christ, the Godself, is our highest possibility,
A bridge of spectral Light
Both personal and universal,
From the gross material to subtle astral,
To visionary jewels,
Originating as One Transcendental Ground,
Sundered from all twoness.
Christ, the Godself, reborn as the light of Spirit,
Glowing in our heart manger.

Lugh the Il-Dana, Jim Fitzpatrick, 1979.

Balor van het boze oog

Balor van het boze oogRound Earthworks at the Hill of Tara, County Meath, Leinster, Ireland

Round Earthworks at the Hill of Tara, County Meath, Leinster, Irelandlight

Duurzame december tips

De kerstdagen komen er aan, dus gaan we traditioneel een beetje extra ons best doen om lief te zijn. En tussen alle ellende door, lijkt dat af en toe best te lukken. In dit stukje wil ik graag twee bruikbare tips geven, die én kosten besparend zijn voor jou zelf én beter voor de hele wereld.

Klimaat – wereldwijd
Al enige tijd is men er wel achter dat de aarde opwarmt en dat dit te wijten is aan de mens. Lange tijd hebben bepaalde partijen geprobeerd dit gegeven te ontkennen. Toen dit niet meer bleek te werken, hebben zij de tactiek gebruikt die de tabaksindustrie ook gebruikte op het moment dat men zich er bewust van werd dat roken longkanker veroorzaakte: misinformatie verspreiden en twijfel zaaien.
Maar nu, in Parijs, werd dan toch een bijna revolutionair verdrag getekend: nog niet eerder in de geschiedenis is er door vertegenwoordigers van alle landen van de wereld een heus akkoord bereikt over het afwenden van een door mensen veroorzaakt noodlot van onze planeet.
Dat is natuurlijk reden om blij te zijn. Maar als je het met wat cynisme van een afstandje bekijkt is het natuurlijk ook eigenlijk heel raar: Een selecte groep, op de voet gevolgd door een leger lobbyisten heeft nu pas vergaderd over hoe het einde van de wereld wellicht nèt afgewend kan worden (vanaf 2021 dan), waarbij grote bedrijven zo min mogelijk gehinderd hoeven worden bij het winst maken. Voor een meer optimistische en uitgebreide samenvatting, lees het stukje van Europarlementariër Bas Eickhout..

Desalniettemin is het een stap naar een behouden en betere wereld en is het echt iets waar we dankbaar voor mogen zijn.

 

Klimaat – jij en ik
Het Parijs akkoord was een internationaal gebeuren, waar ik geen invloed op had. Maar op ons eigen micro-niveau heb ik toevallig ook een stap gezet: Eerder deze maand kwam ik er achter dat we een ontzettend hoge energierekening hadden. Niet omdat we nou zo’n hoog verbruik hadden, maar eigenlijk vooral omdat de loopdatum van ons vorige energiecontract verlopen was en stilzwijgend verlengd waarbij de tarieven blijkbaar stiekem vet verhoogd waren. Tijd om te zoeken naar een alternatief: via een energievergelijk website kwam uit bij Qurrent, een energieleverancier die enkel groene stroom levert en CO²-gecompenseerd gas. Dit klinkt als een stom verkooppraatje, maar het is domweg zo dat we na de overstap €20 euro per maand minder gingen betalen voor betere energie dan we van Oxxio kregen. We kregen zelfs een kaartje waarop stond waar de energie opgewekt werd, namelijk voor een deel in windmolenparken waar we op weg naar mijn moeder in Friesland langs rijden. (Als extra bonus-tip, dit heb ik geleerd toen ik voor UPC werkte: bij elk groot bedrijf waarmee je een jaarcontract hebt, of het nu energie is of telecom, is het handig om na afloop van de contractdatum over te stappen naar een ander, die een aanbieding doet. Of om telefonisch dreigen dat te doen, want dan wordt je in de regel doorverbonden met de retentieafdeling. Zij zorgen voor klantbehoud en kunnen stiekem best aardige kortingen bieden.)

Dus vandaar deze tip aan het eind van het jaar: check je energieleverancier. Heb je je contract al langer dan een jaar? Dan heb je grote kans dat je te veel bent gaan betalen. En kijk ook meteen of je een energieleverancier hebt die zorg draagt voor de wereld. Mocht je door mijn verhaal geïnspireerd willen overstappen, Greenchoice is een groene keuze, maar via deze link krijgen jij en ik €12,50 vriendenkorting van Qurrent. Als we allemaal overstappen naar groene leveranciers, neemt de vraag naar beroerde energie af. Marktwerking heeft veel in onze wereld al stukgemaakt, maar met bewuste consumenten kan marktwerking ook verbetering afdwingen.

(En wellicht ten overvloede, wat ik in mijn stukje over voeding laatst ook al benoemde: het beste wat je waarschijnlijk ooit voor het klimaat zult kunnen doen is minder vlees eten.)

 

Oorlog en vrede – daar
We zien in het nieuws veel voorbij komen over de Amerikaanse zakenmagnaat en nu ook presidentskandidaat Donald Trump. De man is daar erg populair onder republikeinen, maar vertegenwoordigd ook heel veel normen en waarden die haaks staan op de verworvenheden der beschaving van Europa.  Als Trump ooit president wordt, dan kun je er donder op zeggen dat wereldvrede en verdraagzaamheid zeker honderd jaar verder bij ons vandaan raken en dat deze man er alles aan zal gaan doen om het bovengenoemde klimaatakkoord te kunnen negeren.
In Engeland heeft de bevolking massaal een petitie ondertekend om Trump de toegang tot hun land te ontzeggen. Nu lijkt het natuurlijk geen boodschap van liefde om massaal iemand persoonlijk af te wijzen. Maar het hoopvolle is wel dat veel mensen hardop de Trumps boodschap van haat afwijzen.

Het grote probleem is alleen dat oorlog, net als het klimaat verzieken, winstgevend is. En als er iemand verstand heeft van winst maken, is het wel Trump. En als oorlog niet zo winstgevend was geweest, dan was het (op wat incidenten na) al lang wereldvrede geweest.
Ik sprak laatst met een vriend. die al het lelijke nieuws over oorlog uit zijn omgeving verbande. Hij noemde al dat nieuws een afgrond, die als je er te lang in staart, naar je terug gaat staren. Te meer was ik aangesproken door de zin “De mooiste bloemen bloeien aan de rand van het ravijn. Maar ook de lelijkste?”, in de aangrijpende column Dit krijgen wij niet te zien. En zij wel van Mohamed Benzoukar. In zijn stukje gaat het vooral om de lelijkste. De kernzin uit zijn verhaal is denk ik deze: “…de werkelijkheid van de Nederlandse televisie en de werkelijkheid van de Arabische televisie. Daartussen gaapt een kloof zo groot als de Levant.” Oorlog moet natuurlijk wel verkocht kunnen worden.

Het probleem is een beetje hetzelfde als bij het klimaatprobleem: er is van nature geen probleem, maar er zijn een aantal mensen die het verpesten voor iedereen.

 

Oorlog en vrede – hier
Een significante sector die winst haalt uit oorlog en andere rechtse hobby’s, is het bankwezen. Een paar jaar terug was er veel kritiek op het beleid van bankiers nadat er een paar ingestort waren en zelfs hele landen meegetrokken hadden in de financiële afgrond. Inmiddels is de storm grotendeels overgewaaid en maken we ons zorgen over andere dingen.
En dat terwijl jij en toch iets simpels en effectiefs kunnen ondernemen. We kunnen de banken met hun eigen stok om de oren slaan: marktwerking.

Kijk eens op de eerlijke bankwijzer en zie welke activiteiten jouw bank financieel ondersteunt met jouw geld. Een aantal banken investeert openlijk in wapenhandel, anderen in ondernemingen die het klimaat schaden. Wanneer consumenten hun handen aftrekken van een vies product, zal dat product niet meer aangeboden worden. Overstappen van bank lijkt een heel gedoe, maar eigenlijk is het maar een kleine moeite. Alle grote Nederlandse banken werken werken met een overstapservice, waardoor je zelf niet gek veel hoeft te doen. Laat je geld niet langer beheren door mensen die er kwaad mee doen, maar kies voor bijvoorbeeld Triodos of ASN.

Kortom
Kortom, van mij niet helemaal de doe-lekker-waar-je-zin-in-hebt feel-good decemberboodschap, maar een kleine oproep om een klein beetje meer verantwoordelijkheid te nemen, zodat uiteindelijk alle mensen dat feel-good gevoel kunnen krijgen.
Er is veel mis in de wereld, maar er worden ook dingen ondernomen om het beter te maken. Uit gemakzucht en niet over na gedacht hebben, steunt het grootste deel van de Nederlanders slechte praktijken. Met een simpele overstap kun je niet alleen goede ondernemingen ondersteunen in plaats van slechte, maar ook nog jezelf geld en goede voornemens voor volgend jaar besparen.

 

Plaatjes!climate politicsclimate change human change

wars banks

Bellyblessing

Gisteren was een bijzondere dag voor ons.

Margo is nu ruim 36 weken zwanger, en er was een groep van acht vriendinnen bij ons om dit te vieren met een zogenaamde bellyblessing. Dit is een ceremonie, waarin de moederbuik gezegend wordt, het kindje daarin en het aankomende pad naar de geboorte.
Ondanks dat er alleen maar vrouwen uitgenodigd waren, wilde ze graag dat ik er ook bij zou zijn.

Ik had in de aanloop van de dag er niet heel erg bij stilgestaan en had de verwachting dat de middag om Margo zou draaien en ik er ook bij aanwezig mocht zijn. Maar de zegeningen waren voor ons als gezin. Het ontvangen van dit kind doen we samen.

De zegeningen die we kregen waren erg mooi en erg ontroerend. Het is zo fijn als mensen je aankijken en uit het diepst van hun hart je hardop hat allerbeste toewensen. Gezondheid, genieten, liefdevol samen zijn, de kindertijd bewust meemaken… De wensen werden door iedereen uitgesproken terwijl ze daarbij water (meegenomen van de bronnen van Avalon) gebruikten om te sprenkelen of symbolen (hartjes enzo) te tekenen. Water draagt en geleidt. Water is op de meeste plaatsen op aarde, in alle mensen en door alle tijden heen. Wensen in water komen overal.

Ook sprak iedereen wensen voor ons uit tijdens het weven van een rode draad. Aan het einde knipten we de draad in gelijke stukken, zodat er voor iedereen een armband ontstond, die ons allemaal verbindt in de aanloop tot de kraamtijd, zodat het nog breder gedragen wordt.

 

Dit soort rituelen zijn erg waardevol in het leven. Ze helpen om stil te staan bij belangrijke gebeurtenissen, om ons er meer bewust van te maken. Om het leven meer magisch te maken. En ze helpen om ons samen zijn te versterken door de liefde die er is uit te spreken.
Deze dag heeft mij heel erg geholpen om te beseffen dat ik ook bijna vader ben van een veelbelovende zoon. Dat ik een fantastische vrouw heb, die onvoorwaardelijk om me geeft en dat we heel erg veel lieve vrienden om ons heen hebben die ons altijd willen helpen en het beste voor ons willen. Ik voel zo dankbaar, daar heb ik eigenlijk geen woorden voor.

 

Zo zag Margo's buik er uit toen Faelin er in zat. Nu is ie nóg groter!

Zo zag Margo’s buik er uit toen Faelin er in zat. Nu is ie nóg groter!

Volgend jaar gewoon weer feest? Zonder discussie?

Zoals inmiddels iedereen die stukjes schrijft, had ik me voorgenomen om niets meer over het sinterklaasfeest te schrijven. Desondanks woedt de discussie over Zwarte Piet voort, helemaal na CNN Roger Ross Williams’ documentaire. Maar er zijn vijf overwegingen die ik belangrijk vindt, maar zelden hoor:

 

1. Piet is niet de kern van het probleem
Laatst zag ik een sinterklaas special van Sesamstraat uit 1995. Het NOS-journaal met Harmen Siezen leende zich ervoor om een nieuwsbericht met Zwarte Pieten te ensceneren. Dat waren andere tijden. (Al moet ik eraan toe voegen dat Sesamstraat in 1989 al een klein beetje bewustzijn probeerde te brengen over de schaduwzijde van Zwarte Piet). Tot 2012 werd het standpunt dat Zwarte Piet zou moeten veranderen of zelfs verdwijnen belachelijk gevonden en volkomen onhoudbaar. Inmiddels is dit standpunt overgenomen in intellectuele kringen, die het probleem in een internationale context plaatst. En jaarlijks groeit dit draagvlak.
De heersende opinie was vroeger dat Sinterklaas een traditie was en dat je daar niet aan mag komen. Maar het stierenvechten in Spanje wordt ook verdedigd met hetzelfde traditie-argument. In Spanje is er sprake van ernstig dierenleed. In Nederland is er ook sprake van leed: een groep mensen voelt zich gekwetst door de figuur Zwarte Piet. En de vraag wordt gesteld of het feest niet aangepast moet worden. Maar in mijn optiek is dit absoluut de verkeerde vraag.
Dat mensen pijn hebben van Zwarte Piet is een symptoom, niet de kern van het probleem. En symptoombestrijding is zelden een goed idee – dergelijke medicatie geneest niets, maar heeft wel vaak bijwerkingen. Zoals dat er meer wij-zij ontstaat, en racisme daardoor toeneemt omdat het ontnemen van een dierbare traditie aan veel mensen primaire reacties ontlokt.

De kern van het probleem is dat er anno 2015 nog altijd discriminatie is in Nederland. Dat er een groep mensen is, die al lang het gevoel heeft gehad zich te moeten afzonderen van feestvierend Nederland, omdat zij pijn voelden bij het zien van Zwarte Piet is eigenlijk ook heel pijnlijk. Een kant-en-klare oplossing voor volgend jaar is er niet meteen, maar waar we naartoe zouden moeten is naar een samenleving waar bewustzijn is van discriminatie en waar we samenwerken om te stoppen met discrimineren. Wie is we? Wie moet dat doen? De overheid, jij en ik, clubs, ouders, scholen, wij allemaal.
Want op het moment dat er geen nieuwe pijn bij komt, kunnen oude wonden geheeld worden en zal een gebruik, dat in wezen onschuldig bedoeld is, ook geen allergische reactie meer teweeg hoeven brengen. We moeten naar een samenleving toe waar iedereen trots kan zijn op wie hij/zij is – of diegene nou wit, zwart, geel, rood of blauw is.

 

2. Schuld, schaamte en slachtofferrol
Ik heb al eens eerder een stukje geschreven over het vergif in het persoonlijke en collectieve leven: schuld en schaamte. Hoewel sommige mensen heel trots zijn op hun etnische afkomst en Zwarte Piet zien als een flauw karikatuur daarop, is er ook een groep mensen die de pijn ervaart bij het zien van Zwarte Piet; zij ervaren een gevoel van schaamte voor hun zijn. Zwarte Piet confronteert hen met dit gevoel van niet goed genoeg zijn.
Helaas reageren veel van hen ook primair, bot uitgedrukt: zij kruipen in een slachtofferrol en gebruiken schuld als machtsmiddel. Bijvoorbeeld politieke correctheid. Toen ik in mijn jeugd nietsvermoedend buiten Friesland kwam, heb ik the hard way moeten leren dat je geen “neger” mag zeggen. Maar ook tijdens het schrijven van dit stukje wist ik eigenlijk niet of ik wel “donkere mensen” mag schrijven zonder een racist te zijn. Toen ik vanmiddag bij de glasbak een kant voor wit glas een een kant voor gekleurd zag, dacht ik heel even ‘oei, kan dat eigenlijk nog wel?’ De discussie is een beetje vergiftigd.
Een ander voorbeeld is slavernij. Doordat de veronderstelde voorouders van de Nederlanders die toevallig blank geboren zijn zich schuldig maakten aan het tot slaaf maken van de veronderstelde voorouders van de donkere landgenoten, zouden de Nederlanders nu zich daar nu nog schuldig over moeten voelen en zeker afstand moeten doen van hun traditie.
Het gaat om het met de vinger wijzen naar andere, het beschuldigen van racisme.

Maar los van deze argumentatie en de context van Zwarte Piet: is het ooit een goed idee om iemands slachtofferrol te bevestigen? Ik denk het niet. Ik denk dat dit ertoe leidt dat iemand kan blijven zwelgen in zelfmedelijden en dat dit diegene ervan weerhoudt om uit de zelf omgedane ketenen van minderwaardigheidsgevoelens los te breken en trots te gaan staan voor wie zij zijn.
Natuurlijk moeten we elkaar een handje helpen. Trots gaan staan voor wie je bent is wel veel moeilijker als je steeds wordt uitgescholden voor luie roetmop en afgewezen wordt voor functies.

 

3. Internationale context
De VN en CNN hebben zich ook uitgelaten over het sinterklaasfeest in Nederland. Het probleem daarmee is alleen dat er gekeken wordt vanuit een Amerikaans perspectief. Typisch Amerikaans, zou ik bijna willen zeggen.
Blackface bijvoorbeeld, wordt genoemd en is zelfs de titel van Roger Ross Williams’ filmpje. Hij benoemt ook dat het zien van blackface hem het gevoel gaf niets voor te stellen.
En natuurlijk is/was blackface verwerpelijk. En is de uiterlijke overeenkomst heel helder. Maar het was ook een Amerikaans verschijnsel dat weinig te maken heeft met de Nederlandse context. Blackface heeft geen betekenis in Nederland. Ik wist überhaupt niet wat het was, totdat een Amerikaanse medestudent in Amsterdam me er over vertelde in de sinterklaastijd.
De sinterklaaskwestie zou een nationale kwestie moeten zijn, denk ik. Wat het buitenland ervan vindt, dat is verder aan hen. Wij hebben bijvoorbeeld ook onze bedenkingen bij de Amerikaanse traditie van vuurwapens in huis, maar dat mogen ze daar verder ook zelf uitzoeken.

 

4. Decentralisatie van traditie
Dat een traditie geen heilig huisje is, daar zijn veel mensen het wel over eens. Toch hecht ik wel veel waarde aan traditie. Tradities geven ons een gevoel van identiteit, saamhorigheid en continuïteit. Vanochtend was ik bij de sinterklaasviering van de vrije school. En ik ervoer het als heel bijzonder. Het raakte me en gaf me een heerlijk gevoel.
De kinderen waren in een grote kring verzameld op het schoolplein en zongen bekende en nieuwe sinterklaasliedjes. Zodra de eerste Piet gesignaleerd werd ontstond er heel veel blije opwinding. De kinderen waren dolblij de Sint te zien en droegen trots per klas een lied aan hem voor. Daarna gingen zij allemaal naar binnen naar de grote zaal, waar het jaarlijkse sinterklaasspel werd opgevoerd. De Pieten waren traditioneel zwart. Het waren ongetwijfeld ouders, maar ik kon ze werkelijk niet herkennen door de schmink. En door hun kleur waren ze archetypisch complementair aan Sinterklaas: Sint wit, oud en statig; de Pieten zwart, jeugdig en speels.

Ik begrijp de tegenstanders van Zwarte Piet denk ik volkomen. Desondanks zou ik het enorm jammer vinden als Zwarte Piet zou veranderen. Nu woon ik in een gemoedelijke gemeente, waar de verschijningsvorm van Zwarte Piet helemaal niet ter discussie staat. De mensen met een donkere huidskleur die ik hier ken, spelen zelf elk jaar voor Zwarte Piet of geven pietengym. De gemeenschappen die moeite hebben met Zwarte Piet leven vooral in de grote steden. Dus als de traditie dan toch aan modernisering onderhevig moet zijn, waarom dan niet lokaal?
Een landelijk sinterklaasjournaal waarin verschillende soorten Pieten naast elkaar voorkomen, maar per gemeente een intocht die verschilt. Misschien leuk om over de inkleuring van Zwarte Piet per stad of gemeente een referendum te houden? (Wedden dat de opkomst hoger zal zijn dan bij het EU-grondwet referendum…) En wie zich niet kan vinden in de democratische uitkomst, die kan dan een intocht bijwonen in een andere stad?

 

5. Sinterklaas voor iedereen, begrip voor iedereen
Er wordt vaak geroepen: “Het maakt de kinderen echt niet uit wat voor kleur de Pieten hebben” en “het is een kinderfeest, waar maak je je druk om?”. Die opmerkingen vind ik onterecht. Heel erg veel mensen maken zich er inderdaad wel druk om. Het sinterklaasfeest is een feest voor iedereen, voor jong en oud. Het heerlijke en veilige gevoel wat ik kreeg van het bijwonen van de viering is mijn beleving van het feest – het is er ook voor mij. De kleur van Zwarte Piet gaat ook mij aan – het raakt niet meer mijn fijne herinneringen aan vroeger als er een een pak M&M-kleurige pieten wordt opengetrokken. Ik voel mij fijn bij een ouderwets sinterklaasfeest, zoals Freddie Langelaar dat zo mooi tekende.
Maar ik vind dat eerlijk gezegd ook een beetje eng om dat zo expliciet uit te spreken. Aanvankelijk was er in de discussie weinig begrip voor de tegenstanders van Zwarte Piet. Inmiddels zie ik steeds vaker dat de wat meer conservatief ingestelde mensen weggezet worden als onderontwikkelde racistische barbaren.
Daarom zou ik willen pleiten voor wat meer begrip en tolerantie. Het is belangrijk om te begrijpen waarom Zwarte Piet kwetsend opgevat kan worden, en te begrijpen wat daaraan ten grondslag ligt – uitleggen waarom joviale altijd vriendelijke über-ninja zich-vergissen-kan-hij-niet-slimme-Piet niet kwetsend kan zijn, getuigt niet van begrip… Maar het is ook belangrijk om te erkennen voor hoeveel mensen een eeuwenoude traditie is en dat veranderingen daarin beter uit zichzelf kunnen evolueren dan dat zij geforceerd worden.

En om tot een compromis te komen, is het ook nodig dat beide zijden dit van elkaar erkennen. Mensen janknegers noemen omdat zij zich gekwetst voelen is respectloos, maar eisen dat een geliefd cultuurfenomeen moet verdwijnen getuigt ook van weinig begrip en niet zullen rusten voordat Zwarte Piet volledig uitgeroeid is, is weinig tolerant…

Laten we naar Sinterklaas luisteren en allemaal nog wat liever voor elkaar zijn. Als we allemaal zoet genoeg zijn, hoeven we volgend jaar misschien niet meer hierover te discussiëren.

handshake

We are one people

Je bent wat je eet

Soms heb ik het gevoel dat  ik alleen maar: “Wij komen u God brengen, heeft u even tijd om over de Here Jezus te praten?” uitbreng op het moment dat ik iemand een voorzichtige suggestie over eten aan de hand wil doen. Er zijn inmiddels ontelbaar veel diëten in omloop en evenveel voedselgoeroes. Je moet van alles eten, maar tegelijkertijd zou je ook overal kanker van krijgen. En dood gaan we toch wel.
Ik vind het ook moeilijk om ongevraagd voedseltips te geven, omdat het mensen pissig maakt als er gesuggereerd wordt dat ze het beter hadden kunnen doen. Het is een beetje als ongevraagd een tip over opvoeden te geven.
Toch merk ik dat weinig mensen hebben nagedacht over hun eetgewoonten, ondanks dat het een van de belangrijkste dingen is die we elke dag doen. Je lichaam is gemaakt van het eten wat je er in stopt. Als je dat beseft dan wil je toch alleen maar het beste voor jezelf? Nu ben ik al mijn hele volwassen leven bewust bezig met voeding; ik ben er mee groot gebracht, ik heb er later het nodige over gelezen en ik heb er veel over nagedacht. Ik claim geen goeroe te zijn op het gebied van voedsel, maar ik heb er ervaring mee. En omdat ik me heel erg fit voel, en mijn kindje ook buitengewoon gezond is, denk ik dat ik het best goed doe en misschien kun je als lezer je voordeel doen met mijn bevindingen.
Ik beloof niet dat je hierdoor honderd jaar oud wordt; ik zie zo vaak mensen die te beroerd voor woorden eten die toch bizar oud worden en mensen die jong sterven ondanks hun onberispelijke eetgewoonten. Toch deel ik graag wat ik denk te weten over eten, omdat het helpt om beter in je vel te zijn zolang je leeft.

#1: Geniet van wat je eet
Ondanks dat ik in mijn stukje sommige eetgewoonten zal afraden, ga ik niet beweren dat je meteen doodgaat als je het toch (een keertje) doet. Genieten is bijzonder gezond en als je echt heel erg geniet van een zure mat, is de kans groot dat het positieve effect van het genieten sterker is dan het negatieve effect van het snoep. Jeej!

enjoy food

#2: Altijd groente
Elke dag (verse) groente eten is de absolute basis van een goed dieet. Als je dat doet, dan ben je er eigenlijk al bijna. Ook als je een keer pannenkoeken of patat wilt eten, eet er dan ook wat erwtjes of zoiets bij. In principe zou je op een dieet van alleen maar groente kunnen overleven. Ik zou er niet aan moeten denken, maar uit groente kun je alles halen. Omdat in allerlei verschillenden groenten verschillende voedingsstoffen zitten, is het verstandig om elke dag ook een ander soort groente te eten. Zelfs het voedingscentrum beaamt dat!

veggie

#3: Vlees is gemaakt van dieren
Vlees (met mate) is best gezond en de proteïnen zijn hartstikke welkom als je groot en vooral sterk wilt worden. Maar er zijn wat dingetjes die je zou kunnen meewegen om goed met vlees om te gaan.
Allereerst de oorsprong van het vlees: Het meeste vlees in de supermarkt is afkomstig uit de bio-industrie. Dat betekent dat de dieren met meedogenloze efficiëntie in absurd weinig tijd zijn grootgebracht, bijna als tonijnen in blik. In de eerste plaats is dit geen ethische manier om met dieren om te gaan en zou je dat niet moeten ondersteunen met jouw bijdrage. Los van het morele aspect, krijgen de dieren allerlei hulpstoffen toegediend; groeihormonen om lekker snel lekker dik te worden en preventieve antibiotica om eventuele ziekten in de kiem te smoren. Door hun levensstijl zitten ze bovendien vol stress, waarvan je zelf waarschijnlijk al meer dan genoeg in je lichaam hebt zitten. Je moet jezelf beter gunnen.
Het alternatief is wild of biologisch vlees. “Maar dat is zo duur…”, wordt er dan geklaagd. Mijn antwoord daarop is altijd dat biologisch vlees een normale prijs heeft voor vlees en dat het andere vlees veel te goedkoop is.

Verder nog dit: varkensvlees wordt in veel oude religies als onrein bestempeld. Of God heel erg boos op je wordt als je stiekem een schattig biggetje oppeuzelt weet ik niet, maar ik weet wel dat je lichaam er bij gebaat zou zijn als je het niet at. Varkens zijn namelijk genetisch tamelijk verwant aan mensen; hun DNA lijkt teveel op dat van onszelf. Zoiets eten is af te raden, evenals het eten van apen of andere mensen, al was het alleen al doordat eventuele parasieten die in de varkens leefden zich ook in een mensenlichaam thuis kunnen voelen.

En je zou misschien ook kunnen overwegen om minder vlees te eten, daar is de hele wereld bij gebaat. Lubach legt uit waarom.

meatcow

#4: Als je je niet fijn voelt: dikke kans dat het door suiker en/of melk komt
Zou je zonder suiker kunnen? Ik heb op internet veel artikelen voorbij zien komen van mensen die wilden afkicken van suiker. Het viel ze niet mee, maar ze werden er allemaal fitter door. Suiker is echt niet goed voor je. Het werkt verslavend en verpest je smaak. Vooral die van kleine kinderen.
En ja, je hebt suikers (koolhydraten) nodig om lekker te functioneren, maar suikers is niet hetzelfde als suiker. De meest voorkomende slechte suiker is kristalsuiker uit suikerbiet, rietsuiker en glucosestroop. Deze suikers knallen meteen je bloedsuikerspiegel binnen en meteen er weer uit, wat allerlei hormonen in de war schopt, wat weer allerlei vervelende gevolgen heeft. Vermoeidheid is meestal de grootste klacht. Ook worden bepaalde kwalijke schimmels en bacteriën, die je hoe dan ook in je lichaam hebt, gevoed door suiker. Suiker in deze vorm is bovendien zelfs als een vergif te classificeren en het lichaam kan proberen het eruit te werken via de huid: eczeem.
Heb je last van dergelijke klachten, knal suiker eens voor twee weken uit je dieet en kijk of het beter gaat. De kans bestaat zelfs dat als je dit volhoudt, je je smaak terugkrijgt en suiker gaat ervaren als bizar zoet.
Ik moet bekennen dat ik zelf af en toe wel suiker eet; het zit gewoon in zó veel dingen (waar het meestal eigenlijk helemaal niet in zou hoeven). Maar ik koop voor mezelf in elk geval nooit spullen waarvan suiker een van de hoofdbestanddelen is.

Wat (koe)melk betreft: het is niet goed voor elk. Ik zelf heb op mijn wangen littekens van het eczeem dat ik als baby kreeg doordat de kraamhulp me ongevraagd bij voerde met koemelk. Ook nu nog worden mijn darmen opstandig als ik melk drink. De eiwitten in koemelk zijn ook eigenlijk helemaal niet voor mensen bestemd en de westerse mens kan het enigszins verdragen doordat we generaties lang koppig het zijn blijven doordrinken. De rest van de wereld kan er echt niet tegen.
In de vorm van yoghurt of karnemelk is het dan weer veel makkelijker verteerbaar. Ook heb ik recentelijk ontdekt dat rauwe melk (melk direct uit de koe) ook veel beter viel dan de gangbare gepasteuriseerde melk. Rauwe melk kun je helaas alleen maar op een boerderij kopen en die heeft niet iedereen naast de deur. De ironie is dat zulke boerderijen verplicht moeten vermelden dat je de boel moet koken thuis, waardoor je het alsnog pasteuriseert. Niet koken dus.
Maar mocht je regelmatig last hebben van maag of darmen, kijk eens of het beter wordt als je geen melk meer drinkt (en eventueel mindert of stopt met kaas). Ook bij zuivel geldt net als met vlees dat je altijd beter voor de biologische variant kunt kiezen. In prijs scheelt het bovendien ook niet veel.

Koemelk kan dus je spijsvertering in de war schoppen en sommige mensen worden er ook erg vermoeid van. Suiker kan heel veel verschillende klachten veroorzaken. Dus als je je al een tijdje niet lekker in je vel voelt zitten, wellicht zijn dit de boosdoeners.

sugarmilk

#5: Water is drinkbaar. Echt!
Soms staan er voor me in de winkel (meestal aldi & lidl) mensen die een winkelwagen met dertig liter frisdrank. Dan vraag ik me af of iemand hen ooit heeft verteld dat water uit de kraan ook drinkbaar is. Water uit de kraan is zelfs eigenlijk het allergezondste wat je kunt drinken. Je lichaam gebruikt water voor van alles, zoals reiniging, waar je weer een mooie huid van krijgt. Probeer zo’n twee liter elke dag te drinken. Als ik te lang geen water gedronken heb, dan merk ik dat ik duf wordt. Ik begin mijn ochtend meestal met een pint. Water.

Je lichaam is overigens prima in staat om vocht te halen uit allerlei eten en drinken, maar het optimale effect wordt behaald als je water drinkt. Vruchtensap bijvoorbeeld wordt herkend als voedsel (daarom zou je het ook een beetje moeten kauwen voor je het doorslikt; spijsvertering begint al in je mond).
Sommige dranken, zoals koffie en cola, drogen je lichaam zelfs een beetje uit en schoppen bovendien je hormoonhuishouding in de war. Veel in het leven wordt bepaald door hormonen. Hoe je lichaam werkt en hoe je je voelt. Daarom is het beter om niet meer dan twee koppen koffie per dag te drinken (alsmede om niet verslaafd te zijn). En dit is één van de duizend redenen om geen cola drinken.
Zorg wel dat je gedurende de dag genoeg drinkt, zodat je niet tijdens het eten moet gaan drinken. Dat komt de vertering van je eten niet ten goede, het koelt de maag af en verdunt het maagzuur. Ik heb als vuistregel: een half uur voor je eten niet drinken en tot twee uur daarna niet.

#6: Superfoods… zucht…
De term superfood wekt weerstand op. Marketingtruc. Neem nou chia-zaad. Een paar jaar geleden kocht je dat voor een paar cent bij de dierenwinkel voor je kanarie, nu betaal je de hoofdprijs.
Dat kan waar zijn, maar gooi niet het kind met het badwater weg. De groep superfoods is groter dan alleen maar de peperdure exotische poedertjes. Paprika, uien en boerenkool vallen er ook onder.
De term superfood mag dan een handig mechanisme geweest zijn om de winstmarge van bepaalde producten te vergroten, het zijn wel stuk voor stuk gezonde spullen die gepromoot worden. Dan trap ik liever daar in dan dat ik veel te dure kleren koop die toevallig in de mode zijn…
Onder superfoods vallen ook interessante vervangers voor slechte suikers: bijvoorbeeld palm(bloesem)suiker. Ik vind dat bovendien veel lekkerder dan alle andere suikers.
Nog een anekdote: wij hebben het kookboek van mijn naamgenoot Rens Kroes. Daarin staan allerlei recepten met superfoods, waaronder “de favoriete cupcakes van de familie Kroes”, wat inderdaad heerlijke cupcakes zijn. Het is echt fijn om te genieten van eten omdat het superlekker is, en dan ook nog te weten dat het bovendien gezond is.

renskroes

#7: E-nummers zijn zeker ook slecht?
Met enige regelmaat zie ik van die stukjes die beweren dat in een banaan zo’n twintig e-nummers zitten, om aan te geven dat e-nummers niet zo’n big deal zijn. Maar die logica gaat per definitie niet op: e-nummers zijn kunstmatig toegevoegd aan het eten. En inderdaad, sommige van die stoffen komen op moleculair niveau overeen met stoffen die ook in de natuur voorkomen.
Maar net als dat ik meer van natuurlijke borsten houd dan van een stel waar siliconen aan toegevoegd zijn, zo houd ik ook meer van eten wat natuurlijk zo gegroeid is. Planten, dieren en sommige schimmels gewoon zoals ze zijn. Hooguit met wat extra zout (niet teveel, want bijna overal is al zout aan toegevoegd, dus eet je waarschijnlijk al te veel zout).
Wat ook belangrijk is om te beseffen is dat de grote voedingsmiddelenindustrie (de grote merken die veel toevoegingen gebruiken) in eerste instantie gaat voor grote winst en of het eindproduct gezond is, maakt niet zoveel uit. Zolang je er maar niet aantoonbaar snel van doodgaat. Er zijn een miljoen wetenschappelijke onderzoeken gedaan die aantonen dat deze eigenlijk overbodige hulpstoffen geen kwaad kunnen, maar er zijn net zoveel onderzoeken die aantonen dat er wel zeker gevaren aan zitten. Het voedingscentrum stelt ons gerust dat ze prima eetbaar zijn. Daarom vermijd ze ik liever. Soms ontkom ik er niet aan en neem ik er wat voor lief.
Er is echter één e-nummer waarvoor verreweg het meeste gewaarschuwd wordt, en dat is E-621, fe-tsin, gist-extract of mononatriumglutamaat. Dit is een stofje wat een hartige smaak aan het eten geeft (het zit in bijna alle niet-naturel chips, veel kant-en-klaar-zakjes en hartige sausjes). Het maakt dat je steeds trekt krijgt in meer. Het wordt ook zo vaak een neurotoxine genoemd dat ik zou aanraden om het te laten staan.
Het mooie is dat als wij consumenten bepaalde spullen niet meer vertrouwen en laten staan, supermarkten ze ook gaan weglaten. Zoals Albert Heijn en sommige kleurstoffen laatst (tot groot verdriet van de voedingsmiddelenindustrie en het voedingscentrum).

e-nummer

#8: Het enige echte brood is volkorenbrood
Wit brood is niet gezond, dat weet iedereen. Maar bruin brood is oplichterij. Het is in feite wit brood, waar kleurstoffen (vaak caramel) aan toegevoegd zijn. Ook spelt en meergranen- of andere voorzetsels zijn mooie meestal maar verkooppraatjes. Brood levert alleen een nuttige bijdrage aan je gezondheid als alle onderdelen van de graankorrel erin vertegenwoordigd zijn, en alleen bij brood wat verkocht wordt als volkoren moet het overgrote deel bestaan uit volwaardig meel. Is je brood voornamelijk gebakken van bloem, dan kan het je wel energie en vulling geven, maar je loopt allerlei kostbare vezels mis.
Hetzelfde geldt voor pasta’s en qua rijst ben je ook beter af met zilvervlies.

volkoren

#9: Zelf koken
Soms lijkt het lekker makkelijk om eten uit een zakje te kopen. Maar daarmee doe je jezelf ook tekort.
Op het moment dat je groente en fruit gaan snijden, dan beginnen allerlei vitaminen eruit te verdwijnen. Dat proces gaat vrij snel en gesneden groente in een zakje ligt al een tijdje daar te liggen… Daar zit niet veel meer in qua vitaminen.
Ook kant-en-klare maaltijden hebben dit probleem, en die bevatten meestal ook nog allerlei additieven. Dat is ook vaak het probleem met maaltijdzakjes.
Doe eens creatief met kruiden. Als je die (kook)kunst onder de knie hebt, hoef je je niet meer te verlaten op kruidenmixen en kun je lekker eten met veel geraffineerdere smaken en bovendien een stuk minder zout.

En als je dan een vaatwasser heb, kijk voor de gein eens naar het vaatwasmiddel wat je gebruikt. Zitten daar fosfaten in, wat beroerd is voor ons milieu? Zit er glansspoelmiddel in, wat als een dun laagje op je servies blijft zitten en vervolgens aan je eten kan gaan kleven?
Als je met de hand afwast, zorg dan ook dat je het sop met water van je borden afspoelt. Het zeepsop blijft er anders aan zitten en bindt zich later met eten of drinken. En zeep lijkt me niet zo goed voor de maag.

Fokke-en-Sukke-zijn-gek-op-koken-060711(2874)

#10: Ontbijten is een feest
Zonder ontbijt heb ik geen zin in de dag. Toch schijnen er heel veel mensen te zijn die hun ontbijt overslaan. Dat is een erg slecht idee. Je moet ’s ochtends je spijsvertering opstarten door iets te eten. Al eet je maar een enkel koekje, dat is beter dan niets. Een van de redenen hiervoor is dat ritme best belangrijk voor je lichaam is en als je ontbijt mist, is je lichaam geneigd om meer vet vast te gaan houden.
Veel mensen ontbijten ook met brood, maar daar smeren ze dan margarine of halvarine op. Doe dat alsjeblieft niet. Die nep-boter is een onsmakelijk chemisch grijs goedje wat er alleen eetbaar uitziet bij de gratie van veel kleurstoffen. Eet liever (biologische) roomboter, dat is duizend keer lekkerder, en daarin zitten ook essentiële vetten die je nodig hebt. Als de rest van je eten op orde is, hoef je je geen zorgen te maken over cholesterol of vet.

Ontbijt-op-bed_5

Tenslotte
Eigenlijk wilde ik een heel kort stukje schrijven met wat kernpunten, maar het is toch een aardig stuk tekst geworden. En dan heb ik me nog ingehouden, ik kan zo nog wel dat dingetjes uit mijn mouw schudden, zoals: gebruik nooit een magnetron… Ik heb op twee nieuwsitems na geen bronnen vermeld, omdat voor elke bron die x vermeldt, er evenveel zijn die roepen dat x onzin is. Aanvullende informatie is met behulp van google heel makkelijk te vinden..
De kern van de boodschap is ongeveer: weet waar je mee bezig bent als je eet. Als jij er niet over na denkt, dan doen bedrijven dat voor je. En verder, eet gevarieerd en zo dicht mogelijk bij de natuur en drink genoeg water. Maar vooral: geniet!

Cesair and Irfan

Last Friday I did something I have not really done since I became father: I went out. The night before, I mobilized some of my dear dancing friends to attend a CD-release party of two music groups that create music that has become precious to me.

The first band is called Cesair. Their music is not very easy to classify. They tend to describe it as ‘epic’, because of the drama and the emotion they aim to transpose from a variety of ancient myths and legends. In 2013 they released their first album Dies, Nox et Omnia, which I think is one of the most advanced debut albums I know of. The songs on it are very complexly composed, while still very symphonic and beautiful.  The musicians are very talented and versatile, capable of playing multiple uncommon historical instruments as well as better known contemporary instruments. Their lead singer Monique van Deursen is able to flawlessly (as far as I can assess, of course) sing in a number of exotic languages, ranging from Swedish to Gaelic, to Arabic.
The themes of their music also dwell in my domain of interest. The Wanderings of Oisín, for example (though it was not played at the release party),  is inspired upon W.B. Yeats’ recounting of the romantic Irish legend of Oisín through the fairy realm. I once wrote an essay on Yeats, because of his rich imagination and understanding of myth and magic. The song has with a nice galloping cadans in it, which evokes the image of Oisín’s horse, that prevents the heroes’ feet from touching mortal soil.
A song that actually was played Friday was Ishtar. I especially like the hammered dulcimer in it, played by my friend Fieke van den Hurk. Cesair performed the song together with the other band Irfan. It is about Ishtar, the Akkadian goddess of both love and war (incidentally, I wrote my bachelor thesis on Ishtar and other goddesses with these combined attributes). The song is very sensual and evokes images of the sacred temple in ancient Babylon.

The following song is called Enuma Elish, it is the Babylonian creation story as we know it from clay tablets. The clip will speak for itself:

Cesair’s music is rich in beauty and evocation. And I think it deserves a bigger audience than it currently has. While the musicians were very sincerely grateful to the more-than-hundred people who came just to see them perform, I think many more people deserve to learn of their music. The music is very capable of moving the body, sometimes sensual, sometimes powerful. At times, it can also move the soul.

The following song is called Atiny Naya, it is an Arab ode to music. It was the final song played at the gig, together with Irfan. (I especially like the dropping of the beat at 2:18).

I have known the Bulgarian group Irfan for some years now, and I’ve always found their music very compelling. For reference, it is often compared with Dead Can Dance (but I do not know their music, save for the song that was covered by Irfan). Irfan’s music is, I think, less accessible than Cesair’s. Irfan’s music resonates on a deeper level, I think. Cesair’s music first moves the body and spirit can follow, Irfan’s music touches the soul and the body may follow the motion. It is not too surprising that Irfan roots in Gnosticism.

Irfan’s performance is always very modest.  The musicians seem stoic at times and  they emanate much calmness (they seemed undisturbed by technical trouble) They always seem to be more in touch with their music than with the audience. But this never seems to matter, because when they play, the music is prevalent and takes the audience away. The music is very trance-like.

Irfan makes use of deep male vocals, sweeping female vocals, ethereal sound effects and traditional snare and wind instruments. I am very fond of their occidental and oriental sound. Most of their music is quite slow, though they also feature more sparkling and almost seductive songs.

The Golden Horn is one of the more lyrical songs. It is my personal favorite. (Unfortunately my car had been broken down, so I depended on crappy public transport and had to leave during the performance of this ultimate dancing tune, only to find out that nu bus would be leaving at that time…)

Irfan’s songs often bear a message. The Cave of Swimmers, for example is about the discovery of a cave in the Sahara, wherein swimming people were depicted. The song is about the ephemeral nature aspect of our physical existence. Not even seas remain. The message is that we therefore should not focus so much on our personal existence, but should have a wider gaze.

Another song played was The Eternal Return. A song with a loving esoteric message and this Eastern sound that I’m so fond of.

There are many more songs I would have liked to share, but I hope to have sparked curiosity. I really enjoyed dancing to the music of both groups. They are manifesting beauty, and are re-enchanting our world in their own way.

Should-reads: War on terror

Since the attacks on Paris, millions of news items, articles and comments have been written. I was not very keen in the first place to write about the tragic event of people killing each other, resulting in a retaliation by more people killing each other. Looking from a broader perspective, the conflict has hardly got anything to do with religion, and all the more with deliberate misinformation, misuse of power and corruption on various sides of the globe.
I did come across some interesting articles, that contain information that should be considered by anyone trying to formulate a somewhat more educated opinion in public debate. Good reads are already copyrighted, and I won’t call them must reads because forcing you to read something wouldn’t be too democratic, but could reads would be too noncommittal.

The first two are on the need to be aware of the shortcomings, the bias and hidden agendas of media, both mainstream and social:
1. Why we mustn’t believe what’s in the newspaper. [Short/Dutch] 
A 15-minute college by international communication professor Cees Hamelink. The talk is about spindoctors, political and professional lying and the journalistic incompetence to verify such stories. He offers a few examples from other wars, wherein well-trained spindoctors invent refined stories using primal images meant to gain public support. He states that good journalism requires good audience as well – and calls upon everyone to always ask the question: “Is this true?”

2. What to do against false news pictures [Dutch]
Again an article about the question we all should always ask: “Is this true?” A short article stating that in an increasing rate the internet is flooded with visual misinformation. A few examples are offered of pictures taken out of context and placed in another setting, where they have no relevance except to influence public opinion. The article recommends using reverse image search before spreading an image.

And now on the war in Syria, the attacks in Paris and this war on terror that has so undemocratically been declared :

3. A 5-minute history of Syria’s War and the rise of ISIS [short]
A very clear summary of the conflict. It shows how the war has been fueled by foreign forces and that it among others it were the United States that armed the IS in the first place.

4. The Dalai Lama Tells The World That Simply Praying Is Not The Answer For Paris
This is an article from an alternative news website, I recommend this because it because of a few reasons. For one, it is more positive about Putin and the Russian government than any other western mainstream medium has been in the past year. And for answering the is it true?-question, I think it is vital to collect peeks from other perspectives. One might even wonder why it seems so important to discredit Russia.
Anway, the article is mostly about an interview the Dalai Lama gave to a German broadcaster, in which he offers some valuable practical and spiritual insights in the situation: “We need a systematic approach to foster humanistic values, of oneness and harmony. If we start doing it now, there is hope that this century will be different from the previous one. It is in everybody’s interest. So let us work for peace within our families and society (…) We are one people.”
And another quote from the article as a cry out for more honest journalism: “The clearer we can see things and the more we demand a change in the way things are done from a different perspective, the easier it will be to make these shifts globally. If we follow the tone of the media and begin hating, attacking and dividing people even more, we’re going to be left with an even bigger problem.”

5. Paris: You Don’t Want to Read This
This article urges us to break the chains of hate and retaliation. It offers important examples of conflicts that have escalated because of military interventions of western countries.

6. Paris is being used to justify agendas that had nothing to do with the attack
A Guardian article illustrating how the attack is being (mis)used as a political tool for a number of hidden agendas. It also discusses the subsequent scapegoating.

7. Paris: Why I do not put a French flag on my facebook [Dutch] 
An article on a weblog asking some important questions, such as who is delivering and/or transiting the weaponry used by those who are now feared as terrorists. As well as a bit of an historical overview to unfortunate Western intermingling in Middle-Eastern states. And it recommends that all conflicts should be de-escalated, and that we should work for peace.

8. The mightiest state of the Middle-East still is the Deep State (so not the Islamic) [Dutch]
This article dating from July is also most valuable. It is mostly based upon the book From Deep State to Islamic State by the French professor Middle-Easten Studies Jean-Pierre Filiu. It explains how all events (including the rise of IS) are directed by a corrupt political network operating in the Middle-East, that fares well by having a common enemy that everyone hates. It is a long article, but I think it is very important to consider it.

9: Terrorism-expert Knoope: “A big part of the world hates us” [Dutch]
The title of the article speaks for itself: it offers another perspective than the western point of view we’re so used to.

10: Whatsappen after Paris: How Hanna (18) teaches her father a lesson [Dutch]
This is the final article I’ll add. It’s quite simple, but quite important as well. It is about de-escalation and understanding each other.

peace_sign_made_of_flags_ornament_round

And this peace sign (Eiffel tower if you please) made out of many flags. The attack on Paris, terrible as it may have been, is almost a daily event. But now that it has occurred on Western territory, it moves us. We are one people and should act accordingly. We should learn from history for once. No people should be fought, only corruption. My hope is that the attack will ultimately make us see that we must share and work for peace world-wide. That we will learn that hate will only fuel more hate. And that we understand we have to break the chains – both the downward spiraling chain-reactions and the chains that prohibit us to live in love.

killing people

Osama Bin Laden, Dick Cheney, Hamas, Benjamin Netanyahu and Isis all explain why killing people will get them what they want

Iets over ouderschap

Een paar jaar geleden op een faculteitsborrel hield de decaan een speech. De precieze context weet ik niet meer, maar hij vertelde dat hij op een dag reflecteerde op zijn leven en zich afvroeg of hij wel genoeg belangrijke dingen in zijn leven gedaan had. De man heeft talloze publicaties op zijn naam staan, maar het was zijn dochtertje die een suggestie deed voor het belangrijkste: “je bent toch papa geworden?” Dat was juist één van de dingen waar hij het allerminst moeite voor gedaan had, maar inderdaad toch van grote betekenis.

Een paar jaar later heb ik ook die stap gezet en ben vader geworden.
Als ouder is mijn leven nooit meer hetzelfde: ik kan nooit meer terug naar de tijd dat Faelin er nog niet was, het is alsof er een deel van mezelf naast mij is gaan bestaan. Desondanks draait mijn leven niet meer om mijzelf, het staat nu grotendeels in het teken van ons kindje.
In het begin kon ze nog niet zo veel behalve glimlachen, rondkijken en eten. Toch was ik er dol op en kon er de hele dag naar kijken als ik niets anders te doen had. Maar dat had ik wel, en als geweten had wat me te wachten stond als ze eenmaal zou omdraaien en beginnen te kruipen, had ik nog duizend en één dingen willen afmaken, alsof de duivel me op de hielen zat.
Want zodra een kindje mobiliteit verkregen heeft, is het gedaan met de rust van de ouders. Een kindje doet de hele dag weinig anders dan pogingen om kapot te gaan: hete dingen vastpakken, zware voorwerpen omgooien van veel te grote hoogtes vallen en nog veel meer dumb ways to die. Het is dan wel verleidelijk om je kind in de box te parkeren, maar je moet er wel het kind naar hebben wat dat pikt (liever nog de hele dag erachter aan lopen, dan de hele dag vermijdbaar gekrakeel) en eigenlijk is het voor de ontwikkeling ook zo veel beter als het de gelegenheid heeft om alles te ontdekken.

Je leert veel dingen van kinderen, bijvoorbeeld dat ze in de tijd dat jij je camera teruglegt, zich nog snel kunnen bedenken dat kattenbrokjes ook uitstekend van de trap gegooid kunnen worden.

Je leert veel dingen van kinderen, bijvoorbeeld dat ze in de tijd dat jij je camera terug legt, zich nog snel kunnen bedenken dat kattenbrokjes ook uitstekend van de trap gegooid kunnen worden. En ook dat je je balpennen altijd netjes dient terug te leggen op een veilige plek.

Tijdens elke fase heb ik uitgekeken naar de volgende stap die ze zou maken: zitten, kruipen, eerste woordjes, eerste stap. Maar na elke nieuwe stap bleek de vorige fase ook wel heerlijk rustig geweest te zijn. Een kindje verandert zo snel, met elke stap worden ze meer zichzelf en ontwikkelen ze eigenzinnigheden (zoals zichzelf ter aarde storten omdat een mandarijn in partjes compleet iets anders is dan een hele). En ondanks dat je je voorneemt niets te vergeten, vergeet je alles. Als ik foto’s van Faelin van drie maanden geleden terugkijk, denk ik vaak van ‘Yo! Wie is die grote baby? Zag ze er zó uit?!’
Er is alleen maar het nu, en het is onvoorstelbaar belangrijk om daar met volledige aandacht bij te zijn. Niet alleen omdat kindjes groeien van onverdeelde aandacht, maar ook omdat het zo heerlijk is om met je kindje te zijn zonder te denken aan wat je allemaal mist.

En er zijn veel dingen die ik niet meer doe of kan: Vrienden opzoeken is bijvoorbeeld een hele opgave geworden. Je moet dan rekening houden met slaaptijden en een hele tas vol met babybenodigdheden meeslepen. Maar vooral kom je er eigenlijk niet eens echt aan toe om een initiatief te nemen en af te spreken. Je zit vol – ik in elk geval wel.
crappy friend awesome mom

Vrije tijd, tijd voor mezelf, bestaat nauwelijks nog. De momenten die ik voor mezelf kan gebruiken zijn tijdens het middagslaapje en ’s avonds. Het middagslaapje is ideaal: dan heb ik even tijd om het huis op te ruimen, zonder dat er achter me tegelijkertijd weer nieuwe troep gecreëerd wordt. Als ik tijd overhoud kan ik wat administratie doen of schrijven aan een project. Of als de sodemieter een weblogpost schrijven voordat ze weer wakker wordt (zoals nu). En ondanks dat Margo thuis werkt en ik momenteel de rol van huisvader vervul, hebben we weinig quality time samen. Altijd is er wel een van ons aan het werk of bezig met ouder zijn, dus we moeten ook vrije tijd inruimen om met elkaar te kunnen zijn.

Toch ben ik enorm dankbaar voor mijn situatie en dat Margo nu genoeg geld verdient dat ik huisvader kan zijn. Het lukt niet veel mensen om dat te kunnen. Voor sommigen alleen al niet doordat er nog altijd neergekeken wordt op mensen die geen betaald werk verrichten. En dat is jammer. Het ouderschap aanvaarden is één van de belangrijkste dingen in het leven. Uit jou komt een nieuw mens, en het is je verantwoordelijkheid om die te laten opgroeien tot een gezond en gelukkig mens.
Ik vind dat er meer maatschappelijke erkenning zou moeten zijn voor ouderschap. Kinderen opvoeden is niet niks en ik geloof dat het uiteindelijk voor iedereen het beste zou zijn als dit niet grotendeels uitbesteed zou worden aan crèches en tablets met baby-tv. Ik denk dat we gelukkiger mensen zouden zijn als we de 40-urige werkweek achter ons lieten, waardoor scoren met kinderen en scoren met carrière elkaar niet meer uit hoeven te sluiten.
Ook zou een onvoorwaardelijk basisinkomen een uitkomst bieden: hierdoor hoeven mensen minder tijd op betaald werk door te brengen om in hun onderhoud te kunnen voorzien en worden ook andere waardevolle vormen van arbeid gewaardeerd. Zoals kinderen grootbrengen.

Toen Faelin nog een baby was en ik zo veel mogelijk uren op een callcenter moest werken tegen een hongerloontje en ik tegelijkertijd mijn masterscriptie af moest maken, gingen er zo veel uren voorbij dat ik niet bij mijn gezin kon zijn. Het gaat zo snel voorbij, daar moet je bij zijn.

comicbit

En zoals bij zoveel dingen is ook bij ouderschap dankbaarheid van onschatbare waarde. Dankbaarheid is het beseffen wat je hebt en bent, en een voorwaarde voor geluk. Ik ben dankbaar dat ik awesome feestjes heb moeten missen, dat ik mijn vrienden nog maar weinig zie, dat ik weinig tijd heb voor mijn hobby’s, dagelijks met poep aan het sleuren ben en nog weken lang over kattenvoer vandaan mag plukken. Dankbaar dat mijn tijd om te schrijven voorbij is en ik aan mijn hemd getrokken wordt met een “Papa, stoel!”. En dankbaar dat het in januari allemaal nog erger wordt als ons andere kindje geboren wordt. En ik ben ook heel dankbaar dat ik het niet alleen hoef te doen. Met zijn tweeën is het al zwaar, diep respect voor alle ouders die het alleen moeten bolwerken.

Maar het is ook vooral heel leuk! Elk kindje heeft van die leuke dingen, zoals gelukzalig schaterlachen om niets noemenswaardig, zich perfect weten uit te drukken met een woordenschat van tien woorden of zich in allerlei zelfverzonnen yoga-posities wurmen. Als je met je kindje bent, voel je onvoorwaardelijke liefde.

Acts of kindness

ooginoog

In het boek wat ik aan het lezen was, kwam ik één hoofdstuk tegen wat me bijzonder optimistisch stemde. Oog in oog met de dood, heet het boek, Engelse titel: Dying was the best thing that ever happened to me. Het boek is geschreven door de arts Hablitzel, die heel liefdevol en met veel ontzag ontroerende verhalen schrijft over patiënten die waanzinnig belangrijke levenslessen hebben geleerd en onbewust ook onderwezen op het moment dat ze in aanraking kwamen met de dood. Levenslessen die het leven in een ander perspectief zetten en extra waardevol maken. Ik vind het boek zo rijk en integer, dat het eigenlijk verplichte literatuur zou mogen zijn op medische onderwijsinstellingen.

Maar dat terzijde. In het hoofdstuk  We hebben niet veel tijd, wordt het verhaal van Helen beschreven. Op het moment dat Helen Hablitzels praktijk voor het eerst binnen komt, is ze een enorm verbitterde vrouw. Ze wentelt zich in haar eigen ellende, die volgens haar uitsluitend door anderen is veroorzaakt. Ze heeft ruzie met iedereen en er komt geen vriendelijk woord uit. Het enige in haar leven wat ze verdraagbaar vindt is haar werk, daar moet ze al haar aandacht enkel richten op het werk zelf; weekenden haat ze en ze hoopt eigenlijk al dood te zijn voor ze haar pensioen in moet.
Helen kampt met problemen aan haar longen en Hablitzel verwijst haar door naar een longarts. Deze wil haar niet behandelen en voert aan dat er nog een rekening open staat. Deze blijkt een jaar of tien oud te zijn en bovendien gaat het om een lullig bedrag van $32, dus waarschijnlijk heeft Helen kwaad bloed gezet met haar gedrag.
Hablitzel schrijft een cheque uit van dat bedrag. Hij spreekt af dat het voor Helen geheim moet blijven.
Maar uiteindelijk komt ze er toch achter… en het verandert haar leven volkomen!

Doordat er iemand onzelfzuchtig iets gedaan heeft om haar te helpen, laat ze haar hele beeld vallen dat de wereld tegen haar is. Ze gaat beter met mensen om, die op hun beurt weer beter op haar reageren. Na een tijdje verandert ze in een graag geziene vrouw, binnen haar familie, op haar werk en in de stad.
Later in het verhaal, wanneer ze toch weer naar het ziekenhuis moet, krijgt ze meer dan honderd kaarten, waarvan er veel zijn van mensen die aangeven hoe zij hun leven op een positieve manier aangeraakt heeft.

 

Er gebeuren nog meer wonderlijke dingen in het hoofdstuk, maar het gegeven dat iemands leven zo ten goede gekeerd kon worden door één enkele goede daad, maakte me zo hoopvol! Ik vind de momenten in het leven dat mensen zich onzelfzuchtig inzetten voor hun medemensen tot de meest ontroerende momenten behoren. Onzelfzuchtig handelen is denk ik een uiting van de hoogste vorm van liefde, de onpersoonlijke, de goddelijke liefde –  de ἀγάπη (agapè). Als er iets is wat in mensen een goddelijke oorsprong verraadt en hen anders maakt dan gewoon extra intelligente dieren, dan is het het vermogen om te willen dat het goed gaat met de ander – en hier onzelfzuchtig naar te handelen.
Dat is wat we nodig hebben in onze wereld. Wat we altijd nodig hebben gehad en ook altijd bewonderd hebben. Dit is wat sprookjes en Disney films ons altijd willen leren. En het lijkt zo vanzelfsprekend, maar weinig mensen beoefenen het, en het lijkt ook dat hoe meer macht een persoon heeft, hoe belangrijker hij zich voelt, hoe minder geneigd hij is om zich in te zetten voor het geheel.
Zelf doe ik mijn best om het grote geheel van dienst te zijn. Uiteraard lukt het lang niet altijd en verrijk ook ik soms mijn persoon, waar het anders had gekund. Maar ik doe mijn best. En het hoofdstuk We hebben niet veel tijd liet me zien dat het ook zin heeft om je best te blijven doen.

Tenslotte wil ik nog een inspirerende webcomic van The Oatmeal delen, die hierover ook gaat. “We’re all helpless. So get up, and help someone.”

Een beetje meer dankbaarheid

Laatst zag ik een aardig filmpje, een fragment van Nieuwsuur over de Rotterdamse Afrikaander wijk. Er werden wat buurtbewoners geïnterviewd over de wijk. Eerst verklaart oude baas in een café dat de wijk er hard op achteruit gegaan is: toen hij er dertig jaar geleden kwam wonen woonden er vooral Nederlanders, nu zijn de verhoudingen omgedraaid en kan hij de namen op de meeste naambordjes bij zijn flat niet meer uitspreken. En om die reden vindt hij als PVV’er zijnde dat alle buitenlanders (vriendelijk uitgedrukt) weg zouden moeten. Vervolgens wordt een trainer (waarschijnlijk iemand met zo’n moeilijke achternaam) in de lokale boksschool gevraagd om hierop te reageren. En dat doet hij met de onwaarschijnlijk scherpe opmerking: “Dat zeggen blanke Rotterdammers… in een café… op een maandagmiddag… om 12.00 uur? Die werken niet! Ja dan gaat het achteruit, vriend!”

Het was een vermakelijk filmpje, maar anders dan in de context van het komende stukje heb ik het niet willen delen. Onder andere vanwege het taalgebruik, maar vooral vanwege het onderstreping van verdeeldheid.

Het filmpje is een zoveelste voorbeeld van de verdeeldheid in de samenleving en het gebrek aan empathie.
Sinds de foto van het aangespoelde jongetje social media overspoelde, en de kritiek die er geuit werd op de onmenselijk kille reacties van sommige internetgebruikers daarop, is er een voortslepend publiek debat ontstaan over de ‘vluchtelingencrisis’.  Ik denk dat dit debat niet op zichzelf staat en een uitwerking is van reeds langer knagende gevoelens: heel grofweg zijn er enerzijds mensen die het gevoel hebben dat Nederland in gevaar is en beschermd dient te worden, en aan de andere kant zijn er mensen die zich afvragen of de eerstgenoemde groep in staat is het verwijt “xenofobie” te lezen, laat staan te begrijpen. Van beide kanten is er weinig begrip voor de ander en weinig van de communicatie leidt tot meer verbondenheid.

Wat gaat er toch mis? Waarom bereiken we de ander niet meer? Dat soort dingen vroeg ik mij af na het zien van het filmpje. Gebrekkige opvoeding? Angst? Verharding?
Het speelt allemaal mee. Maar ik denk dat een diepere oorzaak te vinden is in ontevredenheid en jaloezie. Ik denk dat dit gevoelens zijn waar het overgrote deel van de bevolking mee kampt. We zijn allemaal opgegroeid met ideeën over schaarste: alles wat een ander krijgt kan je zelf niet meer krijgen.
Maar door te kijken naar wat een ander heeft, ben je niet bezig met wat je zelf hebt. En op het moment dat je geen aandacht hebt voor je eigen leven, gaat het aan je voorbij en is geluk buiten je bereik.

Ik vind de bijbelse gelijkenis van de druivenoogst altijd erg mooi: Een landheer moet zijn druiven snel geoogst hebben en ’s ochtends huurt hij een ploeg arbeiders in tegen een heel riant dagloon. De arbeiders zijn heel blij en gaan gauw aan de slag. Maar omdat het werk niet snel genoeg opschiet, huurt hij ’s middags nog een ploeg in. En tegen het einde van de middag blijken er nog meer handen nodig en worden er nog meer mensen ingehuurd. Tegen de avond  zijn alle druiven binnen en de landheer is erg tevreden. Hij betaalt de arbeiders uit, maar hij geeft degenen die er later bij kwamen precies hetzelfde bedrag als degenen die ’s ochtends al stonden te ploeteren. De ochtendploeg wordt kwaad en komt verhaal halen. “Heb ik jullie dan onrechtvaardig behandeld?” vraagt de landheer “maakt het jullie kwaad dat ik graag wil geven?”

Ik denk dat dankbaarheid de voorwaarde is voor geluk. Pas als je dankbaar bent voor alles wat je hebt, alles wat je hebt meegemaakt en alles wat je bent, geef je blijk van besef dat je bewust bent van je leven. Ik denk dat teveel mensen teveel tijd van hun leven eigenlijk niet leven. De dag doorkomen is niet hetzelfde als leven. Als je dankbaar bent, dan waardeer je wat je hebt en bent – je geeft er dan echt waarde aan. Pas als je dankbaar bent kun je echt volop genieten van het leven dat je hebt.
Ik denk ook dat wanneer je gelukkig bent, je ook zo tevreden bent met je eigen leven, dat je andere mensen hetzelfde geluk gunt. Dan heb je geen behoefte meer om anderen te discrimineren of zaken te misgunnen.

Ik denk dat het belangrijk is dat we met z’n allen gaan beseffen hoe waardevol dankbaarheid is. Voor ons eigen persoonlijke gelukkige leven, maar ook om onze samenleving dichter bijeen te brengen in geluk.

gratitude-definition

Ik besef heel goed dat dit stukje wellicht onuitstaanbaar idealistisch is, maar ik leef ook altijd met het idee dat een betere wereld bij jezelf begint. Zelf-bewust-zijn. Kijk eens naar jezelf. Wie ben je? Welke eigenschappen heb je? Wat heb je allemaal van het leven gekregen? Welke kansen heb je gekregen? Welke mensen heb je om je heen? Welke ervaringen hebben jou tot een groter sterker mens gemaakt? Welke mooie dingen heb jij vandaag meegemaakt?
Benoem het eens voor jezelf. Als je goed geoefend wordt in het beantwoorden van zulke vragen, zul je echt gelukkiger zijn. Wetenschappelijk bewezen. Cheers, op je geluk!

Er is heus genoeg

Dit artikeltje is ook te vinden bij Metro lezerscolumn. Het is geschreven als dupliek op de reacties die ik kreeg op mijn vorige lezerscolumn.

In ons dorp staat een groot huis, en dat staat al jaren leeg. We vroegen eens de buurman hoe het zat met dat huis en hij vertelde dat het eigendom van een rijke man was, die het enkel tegen de hoofdprijs wilde verkopen aan wat voor projectontwikkelaar dan ook. Toen er twee studenten in trokken die de boel eigenhandig op wilden knappen, werden er zware jongens ingehuurd om ze weer naar buiten te meppen. Hoofdschuddend eindigde hij met: “Hoe meer mensen hebben, hoe minder ze bereid zijn te delen.”

Klinkt mij in de oren als het partijmotto van een grote Nederlands politieke partij. Een partij met de ideologie dat wie rijk is, rijker moet worden. Dat investeren in efficiëntie en innovatie moet leiden tot minder kostbare banen, zodat er meer winst naar de top kan. (Voor mensen die bijgevolg eruit gegooid worden, is er een participatiewet om ze klein en koest te houden. En wie toch durft te zeuren over werkeloosheid krijgt een veeg uit de pan van de premier over hun ‘dikke ikke’.) Een partij die graag Nederlands zelfbeschikkingsrecht verkoopt aan multinationals. Het is er een die geld weghaalt bij mensen die het hard nodig hebben, zoals alleenstaande moeders (of vaders), studenten (ook degenen die niet op Ibiza feesten) en oude mensen (die vanwege die efficiëntie dus nog maar één keer per week gewassen mogen worden door overspannen verplegers).
En het is een partij die bestaat uit topverkopers die ons kunnen laten denken dat we een dergelijke regering nodig hebben, terwijl we beter af zouden zijn zonder.

En op dit moment vragen mensen ons land om hulp omdat ze uit streken komen waar alleenstaande moeders blij zijn als ze hun kinderen nog hebben, waar studenten hun professoren opgehangen zien worden en waar mensen niet weten of kans zullen zien om oud te worden.
Vervolgens vinden Nederlanders dat we eerst maar eens aan onszelf moeten denken omdat we het al zo slecht hebben. Maar hebben we niet zelf dít paard van Troje binnengehaald en in het kabinet gezet?

Maar ondanks dat er veel kapot gemaakt is, hebben we toch nog zó onvoorstelbaar veel. Zelfs onze daklozen kunnen op meer rekenen dan menig wereldburger. Maar zullen we ooit genoeg hebben en tevreden zijn? Misschien moeten we onze hebzucht plaats laten maken voor dankbaarheid en laten we onze stem horen aan de kant waar ons hart is. Laten we beseffen dat er genoeg is om elkaar te helpen en om te delen met mensen die nooit hebben kunnen kiezen voor degene die hun land naar de haaien hebben geholpen.

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken

Normaal gesproken publiceer ik hier alleen maar tekstjes die ik zelf geschreven heb. Nu wil ik graag een gedicht van Toon Hermans delen wat ik via een vriendin onder ogen kreeg, omdat het zo mooi illustreert hoe ik in het leven wil staan. Het is altijd makkelijk om mijn tekstjes als naïef af te schilderen, maar ik geloof echt dat de mensheid in staat is om in de wereld te zijn met schoonheid, wijsheid en liefde. De vraag is alleen waar we naar willen luisteren. De stem van angst of die van liefde?

 

Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken

Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.

Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken.

Die mensen moeten er zijn.

Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonika spelen.

Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist.

Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht.

Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkenloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen

Bij dat soort mensen wil ik horen

Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven

Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou

Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten

Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooïgheid

Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin

Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
i love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan

en vallen
en vallen
en vallen

en OPSTAAN

Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR

Wie a zegt…

Hoewel ik in mijn directe social media omgeving alleen maar berichtjes zie met veel mededogen naar vluchtelingen, kwam ik toch via via terecht bij een stukje wat iemand anders geschreven, wat zo naar was dat ik dacht ‘zo wil je toch niet zijn?!’ Tot mijn grote schrik dat het door meer dan duizend mensen geliked was en door even zoveel gedeeld. Dat vond ik veel en dat maakte me verdrietig. Van ellende heb ik een Metro lezerscolumn ingestuurd met als doel hypocrisie van vluchtelingen bashen aan de kaak te stellen. Het is maar een 400-woorden stukje, en eigenlijk een samenvatting van een paragraaf van mijn vorige post. Maar ik had het gevoel dat er toch wat meer op liefde en respect aangestuurd moest worden.

Wat zou ik doen als ik heel rijk zou zijn? Daarover denk ik af en toe wel na. Ik zou een ruim huis aanschaffen en mijn oude auto vervangen voor eentje die wat sneller en milieuvriendelijker is. Maar bovenal zou ik er heel erg van genieten om mijn rijkdom te delen: Om andere mensen ook te laten genieten van mijn grote huis, om vrienden schuldenvrij te krijgen en om mensen die zo graag een mooi project willen starten iets toe te stoppen.

Ik zag laatst een plaatje op internet, waaronder iets stond als: ‘Als je ongekende rijkdom hebt, moet je dat niet aan een hoge muur uitgeven, maar aan een grotere eettafel’. Dat vond ik een prachtige uitspraak, die uiteraard ging over de vluchtelingen kwestie.

Veel mensen maken zich hier heel erg druk over. Wat ik zo mooi vind is dat er heel veel mensen zich actief ingezet hebben om hun medemensen barmhartig te verwelkomen.

Maar tot mijn grote verdriet zie ik tegenwoordig veel ‘columns’ gedeeld worden op social media van het soort dat in slecht Nederlands verkondigt dat Nederland naar de haaien aan het gaan is. Volgens de columnisten in spe is de teloorgang van de Nederlandse cultuur te wijten aan laffe Tweede Kamerleden die maar niets doen aan de ‘tsunami’.

De ironie hieraan vind ik dat de mensen die dergelijke tekstjes verspreiden zich heel erg actief inzetten voor het behouden van Zwarte Piet. Het sinterklaasfeest is voor hen een enorm belangrijk onderdeel van onze cultuur.
Maar is de belangrijkste boodschap van Sinterklaas niet: “eerlijk zullen we alles delen”? Dit is Sinterklaas: een goed mens dat zijn onmetelijke rijkdom deelt met heel veel mensen die hij niet persoonlijk kent. Van Sinterklaas leren we dat als we rijkdom delen, iedereen gelukkig is.

En dan nog onze cultuur. Nu er mensen komen uit islamitische landen, worden ineens de christelijke roots benadrukt. Maar is de kernwaarde van het christendom niet naastenliefde? Zijn we het verhaal van de barmhartige Samaritaan vergeten?
De gouden regel van Jezus luidt: behandel een ander zoals u zelf ook behandeld wilt worden. In de Tweede Wereldoorlog werd binnen Europa veel gevlucht, de vluchtelingen waren zo dankbaar voor het warme onthaal wat ze kregen… Maar die dankbaarheid lijkt lang vergeten.

Mensen, wiens huis en haard, familie en vrienden, aan gort geschoten zijn, kloppen aan bij andere mensen in de hoop dat ze kunnen schuilen. Maar zij lopen tegen een kille muur, opgeworpen door mensen die hen niet willen zien als medemens, maar als probleem.

Wie a zegt, moet ook b zeggen. Walk your talk. Maar bovenal, erken de medemenselijkheid van je medemensen.

Over dienstbaarheid en koningschap

In dit stukje wil ik het hebben over tradities en lelijke dingen die mensen doen, maar ook juist de mooie dingen die er toch ook zijn. En over de schoonheid van dienstbaarheid. Aan de hand van wat zaken die gaande zijn: Zwarte Piet (niet nu al stoppen met lezen), de koning en vluchtelingen.

Op de Japanners na, zijn Nederlanders het minst bereid te sterven voor hun land. Blijkbaar is niemand trots op Nederland. En de mensen die Trots op Nederland zijn, tja, daar is de rest van de Nederlanders dan weer niet zo trots op.
Voor een deel heeft dit, denk ik, ermee te maken dat Nederland niet zo heel veel tradities heeft – en bestaande tradities staan onder druk.

Piet
Op dit moment is Sinterklaas in Spanje al druk doende om de cadeaus in de stoomboot te krijgen. Voorheen werd hij altijd geholpen door Zwarte Pieten, maar inmiddels is de collectieve verbeelding van Piet versnipperd geraakt. Vroeger was het sinterklaasfeest een feest dat de mensen verbond, maar de laatste jaren is het ons juist steeds meer gaan verdelen. Het Nederlandse publieke debat heeft deze zomer een beetje ontspannen na enerverende koude maanden, maar het onvermijdelijke zal er straks weer aan komen. Elk jaar weer wordt gehoopt of gevreesd op een doorslaggevend oordeel van iemand die minstens net zoveel autoriteit heeft als Sinterklaas zelf. Het grote probleem is namelijk dat niet ieder voor zich er een mening op na kan houden, zoals met bijna alle overige kwesties, omdat het sinterklaasfeest een aangelegenheid is in de straat waar we allemaal me te maken hebben. Het is prima een visie te hebben op klimaatverandering, ontwikkelingshulp of economische modellen, maar dat zijn zaken die zich ver weg afspelen, abstract zijn en/of waar de gewone man toch geen invloed op kan uitoefenen. Sinterklaas wordt is hier, we mogen er allemaal bij zijn en daarom raakt het zoveel mensen veel dieper dan kwesties die in wezen veel wezenlijker zijn dan de manier waarop een feestje wordt gevierd.

Volgens mij waren er grofweg drie standpunten te onderscheiden:
1) Zwarte Piet is zwart en moet dat blijven, want dat is zo ongeveer Nederlands laatste traditie, bovendien onschuldig en genoeg historici hebben al duidelijk gemaakt dat het figuur van Zwarte Piet niet terug te voeren valt op slavernij.
2) Allemaal donkere mensen die één blank persoon bedienen; dat is racistisch! Zwarte Piet moet weg.
3) Sinterklaas zou een leuk feest moeten zijn en niemand zou zich gekwetst moeten voelen. Laten we breken met de traditie en een compromis-piet invoeren.

Standpunt 1 heeft alles te maken met traditie. Mensen die opgegroeid zijn met het intense plezier van het heerlijk avondje en gunnen hun kinderen datzelfde plezier van datzelfde feest. Daarbij komt het sentiment dat het feest al vele jaren op die manier gevierd wordt. Daaruit spreekt niets dan liefde. Het wordt alleen jammer als mensen die Trots op Nederland zijn gaan roepen dat het ons feest is en hun zich maar aan moeten passen.
“Hun” standpunt is 2. Dat er in Nederland diverse meldpunten voor discriminatie zijn, betekent dat er ook veel mensen racisme aan den lijve ondervinden. Het figuur van Zwarte Piet raakt in hen diepgewortelde gevoelens van ongelijkheid. En ongelijkheid is natuurlijk onrecht.
Ook voor het derde standpunt heeft schoonheid. Dit standpunt is veelal van mensen die bereid zijn hun sentiment bij een traditie op te offeren, zodat hun medemens zich niet gekwetst voelt.

Maar wat eigenlijk vooral heel erg jammer is, is dat er nog altijd racisme aan te wijzen valt in de samenleving. Dat er mensen zo behandeld worden dat zij gevoelens van minderwaardigheid krijgen bij het zien van een toneelstuk wat oprecht onschuldig bedoeld is. Wat altijd mijn beeld was van Sinterklaas is dat de goedheiligman een personificatie is van het goede. De Sint deelt alles uit wat hij heeft, hij is rechtvaardig en hij is liefdevol. Dat Zwarte Piet aan hem ondergeschikt zou zijn, is nooit in mij opgekomen; Zwarte Piet helpt Sinterklaas omdat hij in hem gelooft. Sint en Piet zijn beiden dienstbaar aan hetzelfde doel: zorg dragen voor de kinderen. En dat de pieten allerlei klusjes doen zoals over de daken stuiteren, pepernoten strooien en het onderhouden van een internationaal spionagenetwerk heeft er eerder mee te maken dat zij geen paar honderd jaar oud zijn. Hun huidskleur? Die is donker, want waar Sinterklaas leefde, woonden Moren. In mijn beleving zijn Sint en Piet altijd gelijkwaardig geweest.
Dat dit niet door iedereen zo gevoeld kan worden, is vaak te wijten aan de behandeling die zij gekregen hebben. En juist die behandeling is het gene wat veranderd moet worden. Ik droom van een samenleving van oprecht respect, waarin iedereen elkaar het beste gunt. Een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, ongeacht welke achternaam je hebt of hoeveel geld je op je bank hebt.

we_are_the_world_by_iadoreapplehead-d61ayv3 (1)

Willy
Een ander personage dat traditioneel veel status heeft, is de koning. De koning heeft zelfs zoveel status dat ik zojuist taalovertreding heb gemaakt door ‘koning’ niet met een hoofdletter te schrijven. Ken je dat plaatje nog van de staatsinrichting van een constitutionele monarchie van maatschappijleer? Je had daar de drie machten: Kabinet, parlement en de rechters. Allemaal abstracte functies, die in principe iedereen zou moeten kunnen bekleden. Maar daarboven stond nog iets: iemand met een kroon – en dat kan niet iedereen zijn. Dat is de Koning. En staatsrechtelijk gezien is de Koning belangrijker dan jij en ik.

Tja. Je moet van me weten dat ik wel een romanticus ben. Dat ik het fijn vind om te geloven dat er vroeger verlichte rijken waren, waar er een nobele koning bereid was om zijn leven te geven voor het volk wat hij dient (in plaats van een volk wat hem dient). En waar koninklijke bloedlijn samenging met geestelijke edelheid. Ik was ook wel geamuseerd door de zonder baard geen koning beweging ten tijde van Wims troonopvolging. Met een baard was Willem-Alexander een baard dichter bij het beeld van een echte koning gekomen.
Maar een baard is natuurlijk maar uiterlijk vertoon. Als je een mens beoordeelt, doe het dan op zijn daden. Veel mensen vinden het ontzettend leuk dat Wim en zijn gezin met goedkope oranje merchandise en vlaggetjes op hun wangen Nederlandse topsporters zitten aan te moedigen. Even lijken ze net gewone mensen. Maar dan ze doen ook dingen waar we niet van kunnen dromen: Investeren in privé vastgoed in landen waar mensen niks te eten hebben, onbetaalbare schoenen shoppen in Milaan met een privéjet, de telefoonlijnen in één van je woningen vernieuwen voor een krappe miljoen euro. En ga zo maar door.
Natuurlijk heb ik daar heel veel moeite mee. Er wordt al jaren bezuinigd op dingen die voor iedereen belangrijk zijn, maar één familie in dit land heeft vrijstelling van de meeste belastingen en krijgt bovendien altijd opslag. En natuurlijk weet ik ook wel dat nationale zorg en onderwijs echt niet betaald kunnen worden met de uitkering van het koningshuis, maar wat ik vooral zo jammer vind is dat de koninklijke familie geen solidariteit toont met het volk.
Iemand die dat wél doet is José Mujica, de oud-president van Uruguay. Hij stelde altijd 90% van zijn salaris ter beschikking voor het volk. Ook na zijn ambtstermijn bleef hij zich dienstbaar opstellen door voor weeskinderen op zijn een huis te laten bouwen. In Mujica’s aderen mag dan geen blauw bloed stromen, maar zijn geest is van ware adel. Wat ik ook zo mooi vind aan de huidige paus is dat hij zich altijd nederig en dienstbaar opgesteld heeft en zelfs voeten van aids-patiënten heeft gewassen. Een ware koning onderscheidt zich door het vermogen om te knielen.

In Nederland regeren de Oranjes en ze leven vorstelijk. Ik zou het mooi vinden als zij het volk zouden leren kennen. Als zij zouden weten hoe het leven zonder onmetelijke rijkdom werkt en mensen zouden ontmoeten die geen hoogwaardigheidsbekleders zijn. (Koningin Juliana deed wel eens een poging om vermomd zich onder gewone mensen te begeven, al viel ze wel een keer door de mand door een bosje bloemen af te rekenen met een briefje van 100 gulden en niet te beseffen dat ze wisselgeld zou krijgen…) En als zij zich zo dienstbaar zouden inzetten als bijvoorbeeld Mujica. Het zou me zo onvoorstelbaar blij maken als onze koning een lichtend voorbeeld zou zijn van dienstbaarheid de wens om te delen.

Koning-en-Koningin

doei!

Maar dat zie ik nog niet gebeuren…
Wat was ook alweer het grote probleem met Zwarte Piet? Het zou racistisch fenomeen zijn. Racisme is een vorm van discriminatie, en discriminatie is bij wet verboden. Omdat mensen zijn gelijkwaardig zijn, tenzij je koning bent… Zonder zwarte piet geen koning, zou fair zijn.

Aylan en de anderen
Al lange tijd vluchten er mensen naar Europa, maar sinds kort krijgt dit heel veel aandacht. Onder andere door de toestanden in Syrië, worden er veel mensen van hun land weggejaagd. Foto’s van verdronken kinderen maakten het voor iedereen ineens pijnlijk duidelijk dat er veel gaande was. Mensen die Trots op Nederland zijn, hebben veel onaardige dingen gezegd over de vluchtelingen: ze zouden uit zijn op onze rijkdom en onze cultuur in gevaar brengen. En wij moeten eerst maar eens voor ons zelf zorgen, werd gezegd.

Ik denk dat ik niet ik hoef te illustreren wat voor afschuwelijke dingen de mensen die op de vlucht moesten slaan meegemaakt hebben. Niemand wil zomaar huis en haard verlaten, maar als die verwoest worden (door wapens die overigens vaak in Nederland deels geproduceerd dan wel doorgevoerd zijn), dan wil je wel rennen. Families zijn uiteen gereten, ouders hebben kinderen verloren en kinderen ouders, dierbaren weten niet waar de ander is en of ze elkaar ooit nog zullen zien. Alle reizen die gemaakt moeten worden zijn levensgevaarlijk en overal ligt nog meer ellende op de loer. En je blijft rennen, totdat je tegen Fort Europa aanloopt.

Onze koning had er ook iets over te zeggen in de troonrede (ook zo’n woord wat je eigenlijk met een hoofdletter dient te schrijven): “Dit vraagt om scherpe keuzes voor beperking van de instroom en een betere verdeling over de lidstaten.” Hoewel er een korte zakelijke noot was over persoonlijk leed, worden deze mensen nu toch gereduceerd tot een migratiestroom, die het liefst nog zo beperkt mogelijk gehouden moet worden.
Maar waarom dan? Omdat het er zoveel zijn? Omdat ze geld kosten?
We hadden toch vastgesteld dat alle mensen gelijkwaardig zijn? En dat we voor iedereen het beste zouden moeten willen?

Ik vind het prachtig dat heel veel gewone mensen zich inzetten om vluchtelingen te verwelkomen. Om een boodschap van liefde te geven aan zij die het nodig hebben. De boodschap dat voor velen naastenliefde sterker is dan hebzucht.
Ondanks onze problemen met bankiers is Europa nog altijd een onvoorstelbaar rijk gebied, koning van de wereld. Ik heb heel veel mooie oneliners gelezen, en die ene die mij het meest bijgebleven is luidt ongeveer als volgt: “Als je ongekende rijkdom hebt, moet je dat niet aan een hoge muur besteden, maar aan een grotere eettafel.” Van Sinterklaas zouden we ook kunnen leren dat het delen van rijkdom iedereen gelukkig maakt. Eerlijk zullen we alles delen.

Uiteindelijk zouden alle mensen het meeste gebaat bij een verandering van politiek: In de eerste plaats moet de menselijke (gelijk)waardigheid staan. Als we het hebben over “de grenzen” of “het vluchtelingenprobleem”, hebben we het eigenlijk over mensen. “Behandel een ander zoals je zelf ook behandeld zou willen worden”, was volgens Jezus toch wel de allerbelangrijkste leefregel. Als onze Europese landen zo prat gaan op hun christelijke identiteit, dan zal er ook barmhartigheid getoond moeten tonen.
Stel je eens voor: het is 1944, Hongerwinter en je woont in de stad. Je kunt 30 kilometer fietsen op houten banden naar een dorpje, waar nog wat voedsel te halen valt, maar je landgenoten op wie je je hoop gevestigd hebt zeggen: “daar heb je weer zo’n stadje, die hier komt profiteren! Ga terug naar je stad, joh!”. Dat was verschrikkelijk geweest, maar je had tenminste nog een huis en familie om naar terug te fietsen. Gelukkig ging het niet zo, en gunden de mensen elkaar het beste. In de Tweede Wereldoorlog werd er sowieso veel heen en weer gevlucht, de vluchtelingen waren zo dankbaar voor het warme onthaal wat ze kregen… Maar die dankbaarheid lijkt lang vergeten.
Nederlandse bedrijven zouden ook hun handen af moeten houden van bewapening van wie dan ook en onze regering en koningshuis zouden zich actief in moeten zetten voor vrede en voor mensen. Als er geen oorlog is, hoeft er immers niemand te vluchten?

Maar het is altijd makkelijk te roepen wat koning en regering zouden moeten doen. Een betere wereld begint bij onszelf. Laten wij zelf een lichtend voorbeeld zijn voor elkaar, voor onze leiders en voor alle mensen die we in liefde kunnen verwelkomen.

dienstbaarheid-voeten-wasse

Iedereen is belangrijk, jij ook!